Groots en meeslepend

Groots en meeslepend

Door: Redactie ArchitectuurNL | 14-02-2012

Het Drents museum in Assen heeft zijn onderkomen in een cluster historische gebouwen aan de centraal gelegen Brink en de Kloosterstraat. De verbouwing door Erick van Egeraat heeft de stedelijke structuur en historische gevels van de gebouwen vrijwel onaangetast gelaten. Niet alleen heeft het museum er een nieuwe entree en een ondergrondse museumruimte bij, de stad zelf is een intrigerend ingerichte openbare ruimte rijker.

Erick van Egeraat won in 2007 de internationale competitie voor de nieuwe entree en uitbreiding van het Drents Museum. Van Egeraat had inmiddels al drie musea op zijn naam staan: de uitbreiding van het Natuurhistorisch museum in Rotterdam (1996), de Crawford Municipal Art Gallery in Cork, Ierland (2000) en de MIMA kunstgalerie in Middlesbrough, Groot-Brittannië (2007), waar de inrichting van het aangrenzende plein onderdeel uitmaakte van de opdracht. De verbouwing van het Drents Museum is ogenschijnlijk ingetogen voor een architect wiens werk zich vaak kenmerkt door een organische vormgeving en uitbundig materiaalgebruik in uitgesproken gevels. De kracht van het Drents museum bevindt zich voor een deel ondergronds, maar vooral de museumtuin op het dak van de uitbreiding toont de uitbundige en uitgesproken hand van de meester.

Cultureel ondernemen

In een tijd waar bezuinigingen de culturele sector als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangen, zijn musea meer dan ooit afhankelijk van geslaagd cultureel ondernemerschap. Daarom zijn veel musea genoodzaakt om een verbouwing te ondergaan en daarmee avond- of deelopenstellingen en particuliere verhuur mogelijk te maken zonder dat het hele museum beveiligd hoeft te worden of het publiek langs de vaste tentoonstelling moet worden geleid. Net als het Drents Museum heeft ook het Centraal Museum in Utrecht haar onderkomen in een voormalig klooster, dat met latere uitbreidingen en aanbouwen was verworden tot een complex gebouwcluster met een desoriënterende structuur. Bij een ingrijpende wijziging van de routing en een praktische herschikking van functies heeft het Centraal Museum vorig jaar ingezet op duurzaamheid en zoveel mogelijke gebruikmaking van bestaande elementen. In Assen heeft men daarentegen flink uitgepakt met een verbouwing die een slordige 12 miljoen euro heeft gekost, waaraan de provincie een groot deel heeft bijgedragen. Daar heeft de stad niet alleen een ondergrondse museumruimte voor teruggekregen, maar ook een intrigerende openbare ruimte langs de Oostersingel. De provincie trad op als bouwheer en opdrachtgever.

Projectgegevens

LocatieKloosterstraat, Assen
ProjectarchitectErick van Egeraat, Frank Huibers
ProjectteamAude de Broissia, Harry Kurzhals, Marta Gonzalez, Jeroen van Rijen Michiel Verkroost, Rudolph Eilander, Jurjen de Gans, Alvaro Gil Peña, Tobias Kogelnig, Igor Lusardi, Nils van Merrienboer, Cock Peterse, Marie Prunault, Aygul Shavalieva, David Spierings, Dimitri Suchin, Gerben Vos, Viktor Fretyán, Peter Heavens, Jorne Jongsma
OpdrachtgeverProvincie Drenthe
HoofdaannemerGeveke bouw, Delfzijl
TuinarchitectDesigned by Erick van Egeraat
Adviseur constructieIngenieursbureau Wassenaar, Haren
Adviseur installatiesGrontmijj, Drachten
Adviseur bouwmanagementDraaijer+ Partners, Groningen
Adviseur bouwkostenIGG Bouwkostenadvies, Wassenaar
Start bouwSeptember 2009
OpleveringOktober 2011
Bruto vloeroppervlakte2.400 m2
ProgrammaUitbreiding bestaand museum, ontvangstruimte, projectieruimte, tentoonstellingszaal, museumwinkel, museumtuin
Totale stichtingskosten€ 21.200.000
TekstMascha van Damme
Foto'sJonathan Collingridge , Mascha van Damme

Historische context

Met de verplaatsing van de depotfunctie naar een industrieterrein in 2008 ontstond er in het Drents Museum ruimte om met de collectie te schuiven en een nieuwe vleugel te laten bouwen. Nieuwbouw in de bestaande historische context is precair. Heel veel kan niet. Van Egeraat wilde het museum een grote, ruime tentoonstellingsruimte geven met een eigen stempel zonder iets heel groots en iconisch toe te voegen aan het dorpse stadscentrum van Assen. Een helder concept en een spel van trappen, doorkijkjes en ruimtes verbinden de verschillende museumonderdelen en de omringende buitenruimtes.

Voor de ondergrondse ruimte moest de Kloosterstraat worden uitgegraven, een gebied met hoge archeologische verwachtingen. Inderdaad brachten de graafwerkzaamheden een waterput uit 1277 aan het licht, die behoorde bij het cisterciënzer nonnenklooster Mariënkamp dat hier sinds 1260 gevestigd was en waarvan een deel terug te vinden is in de gebouwen van het huidige museumcomplex. De voorhof van het klooster groeide uit tot de veelhoekige Brink. Aan deze Brink lag voorheen de hoofdentree van het Drents Museum. In de opzet van Erick van Egeraat is de aanloop verplaatst naar de Drostenlaan die vanaf de Oostersingel uitkomt op het Jacob Cramerplein voor het voormalige Drostenhuis, een fors herenhuis uit 1774-78 en nu onderdeel van het museum. Een monumentale laan langs een sculpturaal parklandschap, voorheen een saaie parkeerplaats, vormt nu de opmaat tot het museum. De basis voor het landschappelijke ontwerp wordt gevormd door de gefragmenteerde en verspringende dakvlakken van de ondergrondse tentoonstellingsruimte. De nieuwe entree is ondergebracht in het koetshuis dat het plein flankeert. De nieuwe hoofdingang is verrassend ingetogen: een brede, wit marmeren band omlijst de toegang tot het voormalige koetshuis. Zo ingetogen als de entree is, zo ingrijpend was de ingreep om deze voor elkaar te krijgen. Het koetshuis moest 24 meter worden verplaatst om de ondergrondse ruimte mogelijk te maken. Bij terugplaatsing is het hele gebouw opgetild en op een één meter hoge transparante sokkel van glas geplaatst, zodat het daglicht de onderliggende ruimte kan binnendringen. ’s Avond krijgt de overdag zo bescheiden ogende entree daardoor extra glans en is het voor bezoekers direct zichtbaar dat er ‘iets’ met dit gebouw is gebeurd.

Groots en meeslepend

Eenmaal binnen daalt de bezoeker vanuit het donkere koetshuis via een monumentale, wit marmeren trap af naar de ondergrondse ontvangst. De smetteloos witte zaal waar de bezoeker terecht komt is onmiskenbaar ‘groots en meeslepend’. Door de mix van daglicht en kunstlicht in deze oogverblindend witte ruimte verliest de bezoeker direct het besef dat hij zich onder de grond bevindt, hoewel doorkijkjes naar de omgeving en de verschillende bouwdelen oriëntatie mogelijk maken. Vier sculpturale, gedraaide zuilen markeren de fundering van het koetshuis. Het wit is consequent doorgevoerd in de vormgeving van de informatiebalie en de museumwinkel. De met chroom en glas uitgevoerde liften en deuren geven het museum de chique uitstraling van bijvoorbeeld de interbellum architectuur van museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Haags Gemeentemuseum.

In het Drents Museum is met deze ontvangstzaal een duidelijke scheiding aangebracht tussen de vaste collectie en de tijdelijke exposities. Links geeft een tweede en gelijk gevormde trap toegang tot het historische complex met de vaste opstellingen en rechts achter de deuren begint de nieuwe vleugel met wisselende exposities. Het wit van de uitbreiding van Van Egeraat is voor een klein deel in de oudbouw doorgetrokken om beide delen in elkaar te laten grijpen. Een groter contrast met het voormalige, in neogotische vormen opgetrokken provinciehuis is nauwelijks denkbaar. Het rijk gedecoreerde interieur van de vestibule en de gangen bevat van onder tot boven kleurrijke beschilderingen. De trappenhuizen van de afzonderlijke monumentale gebouwen leiden naar de vaste collecties, waaronder een door ontwerpbureau Opera nieuw ingerichte afdeling archeologie.

Ruim en eigentijds

De lichte nieuwe vleugel is eveneens stralend wit. Het dakvlak bestaat uit smalle lichtgebogen banen, waarin stroken daklichten zijn opgenomen, die zo nodig verduisterd kunnen worden. Ze bieden de bezoeker een blik naar buiten en tonen de wandelaars in het park een glimp van het ondergrondse. In de gietvloer onderstrepen marmeren tegelstroken het lijnenspel van het dak nog eens. Zo monumentaal als de bezoekers de ruimte betreden zo onopvallend is de goederenlift weggewerkt in het muurvlak en buiten vakkundig in het plein verzonken. Een patio met grind en berken maakt duidelijk dat er nog meer technische ruimtes zijn weggewerkt.

Aan het eind van de tentoonstellingsruimte is een multimediale presentatieruimte ingericht. Twee trappen geven toegang tot de vide er boven. De nieuwe museumruimte opent zich naar de buitenwereld met een schuine glaswand met houten lamellen die uitzicht biedt over een vijver. Het witte marmer is doorgetrokken over het terras, dat zich uitstrekt tot de nieuw gegraven singel waar de vijver in overloopt. Deze singel verbindt de nieuwe, openbare tuinaanleg met de aangrenzende Gouverneurstuin en zorgt ervoor dat het nieuwe gezicht van het museum aangenaam is ingebed in de stad.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.