Atelier to the Bone: Ontwerpen, verbinden en delen

Architect, Platform jong talent

Atelier to the Bone: Ontwerpen, verbinden en delen

Door: Jeroen Junte | 03-02-2015

In januari 2015 opent de flexibele werkplek Broeinest op Strijp-S in Eindhoven. Een initiatief van Baars & Bloemhoff, die zo haar plaatmaterialen op een originele wijze onder de aandacht brengt bij designers en architecten. De inrichting van Broeinest bestaat volledig uit multifunctionele werkunits ontworpen door architectenbureau Atelier to the Bone. Deze stapeling van functies is kenmerkend voor AttB: ‘We willen net iets verder gaan. Niet alleen iets moois realiseren maar architectuur die het verschil maakt.’ Atelier to the Bone gaat tot het uiterste.

De studio van het Eindhovense architectenbureau Atelier to the Bone (AttB) is op de vijfde verdieping van een kantoorkolos op Strijp-S. Zo imposant als de voormalige Philips-kantoren aan de rand van het centrum zijn, zo klein is het kantoortje van AttB. De ruimte waarin de drie partners Jeroen van Aerle, Beerd Gieteling en Philippe Rol werken mag dan krap en grotendeels verstoken van daglicht zijn, het interieur is volledig zelfontworpen. In het midden van de krappe ruimte staat een houten skelet waaraan aan twee kanten een bureau hangt. Het middengedeelte fungeert als opbergruimte. Daarbij, binnenkort verhuist het trio naar de begane grond van dit voormalige Philips Glasgebouw, dat wordt verbouwd tot de flexibele werkplek Broeinest. De inrichting van deze werkplek bestaat volledig uit deze multifunctionele werkunits van AttB. Van Aerle: ‘We hebben een prijsvraag gewonnen voor de inrichting van Broeinest. Daarom zitten we hier tijdelijk op de vijfde verdieping.’ De realisatie van het Broeinest is een opmerkelijke combinatie van hergebruik, tijdelijkheid en ondernemerszin. Initiatiefnemer van deze creatieve hub is Baars & Bloemhoff, een leverancier van decoratieve plaat- en dragermaterialen voor interieurbouw. ‘De opdrachtgever wilde een showroom voor zijn materialen. Wat is de beste manier om te laten zien hoe goed je product is? Door het in de praktijk te laten zien. Het idee van Baars & Bloemhoff om een showroom te combineren met werkplekken vonden we interessant en was voor ons wel reden om mee te doen aan de prijsvraag.’

Multifunctionele totaalomgeving

‘Onze oplossing was zowel de ruimte als de meubels flexibel en multiinzetbaar te maken. De architecten, ontwerpers en decorbouwers werken gratis in een inspirerende omgeving van bouwmaterialen, terwijl de leverancier de unieke mogelijkheid heeft om zijn producten in een realistische setting te presenteren.’ Voor de inrichting van het Broeinest bedacht AttB een werkunit die bestaat uit modulaire onderdelen die met een computergestuurde zaagmachine uit het plaatmateriaal van Baars & Bloemhoff zijn vervaardigd. Deze onderdelen kunnen worden geassembleerd tot werkmeubels die door de gebruikers op verschillende manieren ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld als werkplek maar ook als scheidingswand, display of een zelfbedachte functie. De units zijn daarbij voorzien van wielen en kunnen eenvoudig worden verreden. ‘Het is een multifunctionele en flexibele werkomgeving’, aldus Van Aerle. Deze stapeling van functies is kenmerkend voor AttB. Van Aerle: ‘We willen net iets verder gaan. Niet alleen iets moois realiseren maar architectuur die het verschil maakt. Wij willen bijdragen aan een betere wereld, al klinkt dat nogal hoogdravend.’ Ze heten niet voor niets To The Bone, dat zoveel betekent als: tot het uiterste gaan. ‘Voor ons is dat niet alleen een probleem zien en daarvoor een oplossing bedenken, maar ook nadenken over hoe we een balans kunnen aanbrengen tussen wat er nodig is, en wat er al is. Dus niet alleen sec de opgave bekijken maar ook: wat kan een ontwerp nog bijdragen aan de omgeving of de gebruikers. Vanuit die noodzaak willen wij ontwerpen.’ De drie kennen elkaar van een studieatelier van Bouwkunde aan de TU Eindhoven. Weliswaar gingen ze ieder hun eigen weg na hun studie maar hun draai vonden ze niet. ‘Ik werkte in vaste dienst bij een architectenbureau maar merkte dat ik bij sommige opdrachten gebrek aan motivatie had. Ik wilde me meer richten op architectuur die een statement maakt’, zegt Rol. Gieteling en Van Aerle zochten naar samenwerking om hun mogelijkheden te vergroten. Dus ontstond in 2012 het idee samen verder te gaan. ‘We willen ons bezighouden met de veranderingen die we zien in de samenleving. Dat gaat nu eenmaal veel beter als eigen baas.’ De naam Atelier to the Bone is weliswaar geregistreerd maar we hebben ieder ook onze eenmanszaken. ‘We zijn een collectief waarbij we nu allemaal even betrokken zijn. Maar ik sluit niet uit dat we er ook nog dingen naast gaan doen.’ Voor de inzending aan de Europan Prijsvraag in 2012 werd bijvoorbeeld samengewerkt architect Jeroen van Poppel die we kennen van de studie.’

Doe-het-zelf architectuur

Zo flexibel als ze zijn, zo vastomlijnd is hun ontwerpfilosofie: Ontwerpen, verbinden en delen. Nou zullen er maar weinig architectuurbureaus zijn die er niet naar streven om te ontwerpen en te verbinden. Maar delen ligt wat gevoeliger: welk ondernemer wil nou iets weggegeven zonder er iets voor terug te krijgen? ‘Wij nemen dat delen letterlijk’, verzekert Rol, die zich ontpopt als de vlotste prater van de drie. ‘Als andere architecten of ontwerpers deze flexibele werkunit ook willen gebruiken, dan kan dat. We hebben het er zelfs al eens over gehad om de bouwtekeningen op onze website te zetten.’ Van Aerle nuanceert: ‘We hebben natuurlijk ook met opdrachtgevers te maken. Maar we streven er wel naar.’ Een ontwerp dat zelfs vanaf de start bedoeld was als doe-het-zelf architectuur is een flexibele woning die in een leegstaand kantoorpand kan worden geplaatst. Het ontwerp van deze Een Huis van een Kast is gebaseerd op een standaard stellingkast. Van Aerle: ‘Mensen kunnen de materialen zelf bij de bouwmarkt kopen, zoals de metalen stellingen en standaard bouwplaten. Daarmee kunnen ze het huis vervolgens zelf bouwen in een leegstaand kantoor of fabriekshal.’ Inmiddels zit Een Huis van een Kast in een traject om op grote en commerciële schaal te worden ingezet. Ook is het principe ervan uitgewerkt tot de Space Shuffler, een kant-en-klare maar flexibele en modulaire werkunit. Leegstand en hergebruik zijn terugkerende thema’s bij AttB. ‘Er zijn momenteel slechts twee manieren hoe wordt ingespeeld op leegstand’, legt Rol uit. ‘Tijdelijk gebruik dat niet verder gaat dan leegstandbeheer of grootschalige transformatie. In het eerste geval wordt de functie en het gebruik veelal uit handen gegeven aan een derde partij. Dat biedt geen structurele oplossing. Het gebouw takelt ondertussen steeds verder af. De tweede optie, transformatie, zie je ook maar weinig door de hoge kosten.’ Een Huis van een Kast is een middenweg tussen deze twee uitersten. ‘Er wordt geen waarde aan het gebouw toegevoegd maar waarde in het gebouw geplaatst. En die waarde, in de vorm van een tijdelijk woonhuis, kun je er ook weer uithalen en ergens anders opnieuw gebruiken. Maar door dit gebruik krijgt het gebouw ook weer nieuwe waarde.’ Gieteling: ‘Door mensen te betrekken bij een gebouw of een omgeving creëer je nieuwe waarde. Daarmee creëer je ook mogelijkheden voor nieuwe investeringen, zowel financieel als ook infrastructureel, cultureel en sociaal.’

Trendsetters en early adapters

Dat betrekken van gebruikers bij een ontwerp kan op verschillende manieren. ‘Bewoning, evenementen, werkplekken, noem maar op’, verduidelijkt Van Aerle. ‘Mits de mensen langdurig worden betrokken op een manier die aansluit bij de locatie. De beste manier om dat te realiseren is mensen invloed te geven op de invulling van die leegstaande plek. Laat ze meebeslissen of beter nog: laat ze zelf iets bouwen.’ Dit principe van ‘betrokken gebruikers’ paste AttB ook toe bij de prijsvraag voor Europan 2012 voor de herontwikkeling van een industriegebied in de Duitse stad Kaiserslautern. Een opgave die verwant is aan de herontwikkeling van Strijp-S in Eindhoven, legt Gieteling uit. ‘We hebben geen definitief eindplan ontworpen maar een geleidelijke ontwikkeling, waarbij met nieuwe functies telkens nieuwe waarde aan het gebied wordt toegevoegd.’ Rol: ‘Het is meer een strategie dan een ontwerp eigenlijk.’ Gieteling vervolgt: ‘Eerst schep je voorwaarden voor een groep van trendsetters om zich er te vestigen. Dat kan met goedkope ruimte maar ook met een festival. Daarna volgen de early adapters en uiteindelijk volgt de massa. Dan verovert een gebied een plek in het collectieve geheugen van een stad, wat de voorwaarde is voor een geslaagde transformatie. Dat zag je hier op Strijp-S ook. Eerst zaten hier kunstenaars en designers. Daarna volgen evenementen als de Dutch Design Week en het bedrijfsleven. Nu wordt er ook gewoond.’ Het zijn niet de architecten of de architectuur die meerwaarde geven aan een gebied of gebouw, het zijn de gebruikers – dat is de filosofie van AttB. ‘Architectuur gaat over mensen’, vat Rol samen. Dat hoeft niet altijd op grote schaal. In 2012 was de opgave van de Jonge Architectenprijs het ontwerp van een eigentijds tuinhuis. Inspelend op de opkomst van de deeleconomie bedacht AttB een multifunctionele schutting die door beide buren kan worden gebruikt als bijvoorbeeld tuinhuis, gastenverblijf, picknicktafel, kinderspeelplek, of kippenhok – het is maar net wat de beide gebruikers willen. Ook de kosten en onderhoud van deze Schuttingtaal worden gedeeld. AttB zou uiteindelijk ook de Jonge Architectenprijs winnen dankzij dit ontwerp. Van Aerle: ‘De schutting is van een afscheiding juist een object geworden dat verbindt. Het heeft een meerwaarde. Het is daarom bewust vervaardigd van hout van de bouwmarkt, zodat het laagdrempelig blijft. Architectuur is te vaak voor de happy few.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? De Naikū en Gekū tempels van het Ise Jingū complex in Japan. Vanwege de met het Shinto-geloof samenhangende filosofie Wabi Sabi, maar vooral omdat de tempels iedere 20 jaar worden herbouwd. De gebouwen zijn daarmee een middel om cultuur en vakmanschap over te dragen.

Favoriet Nederlands gebouw? Leegstaande gebouwen met karakter die schreeuwen om een nieuwe invulling en betrokkenheid van ondernemende architecten. Het schijnt dat de RGD nog wel een paar mooie objecten heeft staan die per direct ons favoriete gebouw zouden kunnen worden.

Favoriete hedendaagse architect? Juhani Pallasmaa, niet vanwege zijn architectuur maar eerder om zijn quote ‘Architecture is about the understanding of the world and turning it into a more meaningful and humane place’ waar wij het hartgrondig mee eens zijn.

Favoriete architect? Meerdere architecten die ontwerpen inzetten als verbinder van maatschappelijke vraagstukken met onze ruimtelijke omgeving. Bijvoorbeeld Alejandro Aravena van Elemental en Shigeru Ban.

Favoriete Nederlandse architect? Inmiddels gevestigde ‘jonge architecten’ als DUS en ZUS maar vooral ook nieuwkomers als the Cloud Collective en Ard Hoksbergen omdat we hopen dat wij ons onder dezelfde noemer mogen scharen.

Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zouden jullie dan willen werken? Duitsland, om ons voorstel waarmee we de Europan 12 in Kaiserslautern wonnen voor de herbestemming van het voormalige Pfaff fabrieksterrein, tot uitvoering te brengen.

Wat zou je nooit ontwerpen? Een gebouw dat op geen enkele wijze rekening houdt met onze veranderlijke omgeving.

Wat irriteert je het meest in het vak? Niet alleen mensen maar ook processen die vastzitten in oude gewoontes.

Wat is je droomopdracht? Een Japans woonhuis. Voor ons staat dit voor de wijze waarop wij samen met een opdrachtgever en tegelijkertijd gebruiker graag een keer het intieme proces voor het ontwerpen van een woonhuis zouden doorlopen.

Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Menselijke interactie. Meest waardevolle advies ooit? Geen direct advies maar toch ‘Start with why’ van Simon Sinek.

Toelichting foto’s

1 en 2. Broeinest is een flex-werkplek voor (interieur)architecten waar ook alle materialen van initiatiefnemer Baars & Bloemhoff beschikbaar zijn om direct te gebruiken in modellen, presentaties en collages. Het ontwerp van AttB zet in op meervoudig ruimtegebruik. De volledige ruimte kan naast werkruimte voor flexwerkers in een handomdraai worden veranderd in een presentatieruimte, expositieruimte of ruimte voor workshops. Om de flexibiliteit te maximaliseren is de Broeiplek ontwikkeld, een verplaatsbare dubbele werkplek die gebruikers in staat stelt hun werkplek als bureau, tekentafel, schildersezel of presentatiemeubel in te zetten. Juist deze vrijheid voor de gebruiker beantwoordt aan de wensen van de jonge ontwerpende professional.

3. Pattern for Progress. Met een ontwikkelstrategie voor het 21 hectare grote Pfaff-terrein in Kaiserslautern won AttB begin 2014 Europan 12. Kern van de strategie is het gegeven dat waardecreatie niet alleen afhankelijk is van ruimte of kapitaal, maar vooral wordt gecreëerd door de aanwezigheid van mensen. Pattern for Progress gaat niet uit van een statisch eindresultaat, maar is een organische gebiedsontwikkeling waarbij er een natuurlijk verloop is van gebruikers, en iedereen de kans krijgt om zijn eigen omgeving mede vorm te geven.

4. Schuttingtaal was AttB’s antwoord op de vraag een esthetisch verantwoord tuinhuis te ontwerpen. Het ontwerp richt zich op het delen van kosten, ruimte en functionaliteit met de buren. De basis hiervoor is de houten schutting. Het voorheen gedeeld scheidend object wordt een gedeeld samenbrengend object. Het bevat functies om van de tuin een verlengstuk van de woning te maken met o.a. sanitair, kitchenette, twijfelaar en konijnenhok. De functies zijn van beide kanten te gebruiken. Met dit ontwerp ontstaan meer goede buren en doordat de zorg voor de konijnen gedeeld wordt blijft er meer tijd over voor verre vrienden. Met Schutting won AttB de Jonge Architectenprijs 2013.

5. Space Shuffler. Afgeleid van de prijswinnende inzending voor de Jonge Architectenprijs 2012 getiteld ‘Een huis van een kast’ is de SpaceShuffler ontworpen om in leegstaand vastgoed tijdelijke werkruimte mogelijk te maken. In samenwerking met Stichting Ruimte, een Eindhovense leegstandsbeheerder, is een prototype gerealiseerd op de zolder van een voormalig klooster in Eindhoven. Het ontwerp is gebaseerd op stalen stellingkasten uit de bouwmarkt die zijn gecombineerd met eenvoudige materialen als balkhout, multiplex en platen van polycarbonaat tot een prettige en lichte werkruimte. Om dit ontwerp te testen heeft AttB de SpaceShuffler zelf als kantoor gebruikt, werkend aan een zelfgemaakte tafel van het verwijderde kozijnhout van hun eerste verbouwing.

Tekst Jeroen Junte

Dit artikel is gepubliceerd in  ArchitectuurNL 01 2015.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.