Collectief samenwerken

Architect, Inspiratie, Nieuwe wegen, Ondernemen

Collectief samenwerken

Door: Redactie ArchitectuurNL | 25-01-2014

‘Ons leven heeft de afgelopen drieënhalf jaar op zijn kop gestaan’, geeft Jörgen Haring toe. De jonge architect heeft veel meegemaakt en geleerd in die periode, zowel in de privésfeer als op het zakelijke vlak. En nog steeds is het flink aanpakken, want het bureau FORM dat hij in 2011 met KOWcollega Robert Noordegraaf oprichtte, gaat goed en groeit. In samenwerking met andere kleine bureaus zoeken ze naar nieuwe wegen om projecten te acquireren en te realiseren.

FORM

Op een grote zolder in het hartje van Den Haag werkt een verzameling kleine ontwerpbureaus aan de gebouwde toekomst. Eén van die bureaus is FORM, eind 2011 opgericht door Jörgen Haring en Robert Noordegraaf, direct na het faillissement van het bureau waar ze allebei werkten. Als collega’s binnen het grotere bureau hadden ze al een duidelijk beeld van hun toekomst als architect: de focus gericht op BIM en driedimensionaal ontwerpen. Begonnen met twee werkplekken, heeft FORM nu zes volledige werkplekken en een verscheidenheid aan projecten.

Toch is het nog steeds een tweemansbedrijf. Haring: ‘We werken met zzp’ers die we op project- of op urenbasis inhuren. Daarbij kijken we heel gericht naar de expertise die we op dat moment nodig hebben, bijvoorbeeld een bouwkundige die veel van uitvoering weet. We zoeken naar een oplossing die voor alle partijen voldoende omzetgarantie geeft, maar tegelijkertijd ook flexibiliteit biedt om andere projecten ernaast te doen.’

Al binnen een paar jaar is de periode dat Haring en Noordegraaf hun gezamenlijk werk op een usb-stick konden bewaren (en uitwisselen) een nostalgische herinnering. ‘We werken met vier zzp’ers op afroepbasis en met twee hebben we nu een intentieverklaring voor een langere periode ondertekend. Dat geeft ons allemaal rust. Robert en ik werken overkoepelend aan alle projecten, maar we hebben nu ook per project een vaste medewerker erbij, zodat de opdrachtgever altijd een aanspreekpunt heeft.’

Regelmatig wordt er gewerkt op het kantoor van grote opdrachtgevers. ‘Ja, we zitten minstens één dag per week op een andere locatie. Die dagen zijn aan de ene kant minder productief door de praatjes bij de koffieautomaat, maar andere kant stelt het je ook in staat om sneller beslissingen te nemen en extra controlerondes over te slaan.’ Deze manier van werken houdt het project overzichtelijk en zorgt voor betrokkenheid, stelt Haring. ‘Je moet de klant ontzorgen. Allereerst door goed werk te leveren, natuurlijk. Voor de klant is het op dit moment ook hollen of stilstaan, dan moet je niet de halsstarrige architect willen zijn.’ Flexibiliteit, het snel kunnen schakelen, is heel belangrijk. Zowel bij langdurige als korte projecten. Haring: ‘Van een project komt een project, als de samenwerking goed is.’

Stadstuin Overtoom

De situatie anno 2014 is een enorme verandering ten opzichte van ruim drie jaar geleden, toen beide architecten een vast dienstverband hadden bij architectenbureau KOW, beiden met een jong gezin en met ruim tien jaar werkervaring gegroeid in de functie projectarchitect van grootstedelijke projecten. Haring: ‘Natuurlijk zagen we het al een beetje aankomen na een aantal reorganisaties. In de week dat ik terugkwam van verlof na de geboorte van mijn tweede kind, bleek het faillissement van het bureau onafwendbaar. Jaren hard gewerkt, zojuist weer vader geworden, mijn vriendin net gestart als zzp’er. Dat was wel even slikken.’

Haring werkte op het moment van het faillissement als projectarchitect binnen het collectief Co-Green aan het project Stadstuin Overtoom in Amsterdam, waarin het architectenbureau ook in financiële zin participeerde. Het grootschalige woningbouwproject (450 woningen in zes bouwblokken) was juist gestart met de cruciale eerste bouwfase in een meerjarentraject van sloop, hergebruik en nieuwbouw.

‘Op nadrukkelijk verzoek van de partners binnen Co-Green ben ik aangebleven als projectarchitect. Hun prioriteit was om de kennis binnen het project te houden.’ Omdat KOW een doorstart maakte (en Haring inmiddels met FORM was gestart) is gezocht naar een constructie waarin zowel Haring als zijn voormalige werkgever bij het project betrokken konden blijven. ‘In essentie is in het samenwerkingsverband niet veel veranderd. Ik ben de projectarchitect gebleven en KOW participeert nog steeds in het collectief en doet de bouwkundige uitwerking van de plannen. De facturenstroom loopt alleen anders.’

Over het auteursrecht van het ontwerp van Stadstuin Overtoom is nauwelijks discussie geweest, vertelt de architect: ‘De lijnen met KOW zijn kort gebleven – de oud-collega’s werken letterlijk op loopafstand. Ze merkten al snel dat ik overal netjes vermeld dat er een samenwerking is, maar dat ik verantwoordelijk ben voor het ontwerp. Het is even wennen geweest voor beide partijen, maar de rolverdeling is nu wel duidelijk.’

Die samenwerking blijft ook voor volgende fases standhouden. Door een veranderende woningmarkt zijn de plannen van Co-Green voor de volgende fases wel iets aangepast en dat betekent werk voor zowel KOW als FORM. ‘Continuïteit in het project is belangrijk, daarom is het project opgeknipt in kleinere bouwdelen die nu in stappen op de markt worden gebracht: vrije sector, sociale huur en herhuisvesting van de bewoners van de nog te slopen delen.’

BIM als business

Haring kreeg met dit project wel een prachtige start voor zijn bureau in de schoot geworpen. ‘Dat is natuurlijk een luxepositie, maar het is tegelijkertijd ook heel onzeker. Je kunt niet een architectenbureau op één project runnen.’ In de tijd dat Noordegraaf en Haring met hun bureau begonnen, waren er veel meer starters. ‘Half KOW is zelf gestart’, lacht Haring. ‘We komen elkaar nog regelmatig tegen en wisselen ervaringen uit. Hier op zolder zitten ook veel oud-collega’s: bouwkundigen, stedenbouwkundigen en architecten.’ Haring geeft aan dat een goed netwerk belangrijk is voor een startend bedrijf. ‘Al is dat netwerk natuurlijk wel heel erg aan het verschuiven. Mensen komen op andere posities, dat is via LinkedIn wel te zien. En dan doen we inderdaad wel eens aan lauwe acquisitie!’

Noordegraaf en Haring hebben van hun ervaring en kennis met BIM en driedimensionaal ontwerpen een businessmodel gemaakt. ‘BIM kwam als een behoefte uit de markt. We zagen het meteen als kans en zijn er in de pioniersfase al vol in gedoken. Eerst bij KOW, maar na de start van FORM hebben we ook veel geïnvesteerd in de vorm van tijd en middelen, waaronder opleidingen. En nog steeds. De winst die we uit onze projecten halen, gaat terug in het bureau. Tegen de tijd dat de crisis over is en de projecten weer gaan lopen, zijn we op oorlogssterkte.’

Door hun specialisatie als BIM-engineers is de rol van Haring en Noordegraaf niet altijd die van architect. ‘Nee, soms hebben we ook een ondersteunende rol. De initiatieffase van projecten is aan het veranderen. Projecten lopen langer, opdrachten worden budgettair uitgekleed. Het is dan heel belangrijk om de kracht van mensen – en hun specialismen – te gebruiken in een efficiënt samenwerkingsverband.’

De traditionele rolverdeling in de bouw is passé. ‘De architect bedenkt het concept en de aannemer werkt het uit, inclusief de tekeningen. Met BIM gaat het wel die kant op.’ Toch vindt Haring het belangrijk dat de architect vanaf het initiatief van een project betrokken is. ‘Wij hebben bij een project gemerkt dat als je later erbij betrokken bent en veel van de al genomen beslissingen hebt ‘gemist’, het lastiger wordt om je project te verdedigen. Als je dingen moet veranderen is de feedback niet altijd even helder. Dat komt een project niet ten goede.’

FORM als paraplu

Twee jaar na de oprichting gaat FORM een nieuwe fase in. De incidentele samenwerkingsverbanden met freelancers worden structureler, de opdrachtenportefeuille geeft ruimte voor planningen op de langere termijn. Met deze groei komen er andere taken en verantwoordelijkheden voor Haring en Noordegraaf. ‘Ik had als voordeel dat ik in mijn vorige functie aanschuurde tegen het bedrijfsmanagement en zodoende al een beetje wist wat er op mijn pad zou komen’, vertelt Haring. Heel veel van de neventaken van het eigen bedrijf werden tot voor kort zelf gedaan. ‘Maar ik zie nu ook wel in dat een dag aan de ICT-setting klussen geen efficiënte tijdsbesteding voor me is. Dus dat hebben we inmiddels uitbesteed.’

‘Wij zien de toekomst van de architect als een leverancier van maatwerk’, vertelt Haring. ‘Ook bij grotere, bestaande bureaus zie je steeds vaker een kleine vaste kern met een flexibele schil van freelancers. Soms durven de grote bureaus te werken met kleine bureaus zoals wij, bureaus die onder hun eigen naam in projecten participeren.’ In de huidige wereld van de bouw moet iedereen bereid zijn om een andere rol te pakken, ook de architect. De focus ligt nu voor een groot deel op het collectief van freelancers en zzp’ers waarmee FORM nieuwe opdrachten wil gaan verwerven. ‘We zijn op zoek naar gelijkgestemden! Binnen ons netwerk moedigen we iedereen aan om te acquireren. Trek het werk de groep in!’, lacht Haring. Serieuzer: ‘Een aantal neventaken zullen we tot project moeten maken. Wellicht dat we iemand binnen het collectief voor acquisitie kunnen vrijspelen.’

Voor FORM is het belangrijk om de mensen met wie ze samenwerken te faciliteren. Vandaar de zes volledige werkplekken, inclusief licenties. ‘We willen graag werken met een vaste kern van zzp’ers. Het bureaugevoel moet er zijn, maar de contracten zitten anders in elkaar: iedereen kan zijn eigen rol bepalen. Het zou mooi zijn als FORM een paraplu kan zijn voor kleine bv-tjes, die gezamenlijk acquisitie doen en risico’s delen, die kennis uitwisselen en nieuwe mensen introduceren.’ De open zolder in Den Haag blijkt een goed startpunt. Kleine klussen worden onderling ‘geruild’, projecten en contacten doorgespeeld. Haring: ‘Het is een kwestie van organiseren. Als je weet waar de kennis zit die je nodig hebt, wordt het tijd om gezamenlijk te lunchen of koffie te drinken!’

Tekst: Caroline Kruit

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.