Lilith Ronner van Hooijdonk: Eenvoudig plezier en geheime schatten

Architect

Lilith Ronner van Hooijdonk: Eenvoudig plezier en geheime schatten

Door: Jeroen Junte | 24-03-2015

De opera Die Zauberflöte van Mozart is de belangrijkste inspiratiebron van het architectenbureau van Lilith van Assem, Lieke van Hooijdonk en Elsbeth Ronner. Net als die opera willen ze een breed publiek aanspreken met ontwerpen die zo rijk en gelaagd zijn, dat ze ook kenners en ingewijden nieuwe schoonheden en inzichten verschaft. ‘Wat wij ontwerpen en realiseren moet een verandering in perceptie teweegbrengen. En dan niet alleen binnen de architectuur maar ook bij de gebruiker en zelfs de toeschouwer.’

Gelaagde architectuur

Welke architecten noemen nou de opera Die Zauberflöte van Mozart als belangrijkste inspiratiebron? Maar als Lilith van Assem (1980), Lieke van Hooijdonk (1979) en Elsbeth Ronner (1984) uitleggen waarom een muziekstuk – een meezingopera ook nog eens – het fundament vormt onder hun gezamenlijke architectenbureau, dan klinkt dat eigenlijk best logisch. ‘Wat wij ontwerpen en realiseren moet een verandering in perceptie teweegbrengen. En dan niet alleen binnen de architectuur maar ook bij de gebruiker en zelfs de toeschouwer. De dichter Goethe heeft dat heel treffend omschreven aan de hand van Die Zauberflöte van Mozart. Dat muziekstuk spreekt een breed publiek aan. Maar tegelijkertijd is het zo rijk en gelaagd, dat het ook kenners en ingewijden nieuwe schoonheden en inzichten verschaft. Dat streven wij na met onze architectuur. Iets moois maken dat voor iedereen toegankelijk is maar tegelijkertijd verdieping bieden voor het vakgebied.’

Dat klinkt plausibel. Maar hoe wordt dat vervolgens in de praktijk gebracht door Lilith Ronner van Hooijdonk (LVRH). ‘In onze ontwerpen bieden we altijd visuele houvast door herkenbare vormtaal of iconische details, dat kan ook kleurgebruik zijn. Daardoor worden mensen uitgedaagd om de omgeving scherper in zich op te nemen. Door beter te kijken worden ze zich vervolgens ook beter bewust van de omgeving’, zegt Van Hooijdonk. ‘Tegelijkertijd refereren we aan andere architectuur of de lokale context. Ook geven we een theoretische onderbouwing die het ontwerp voorziet van diepgang’, vult van Assem aan. ‘Een goed ontwerp heeft dus meerdere lagen die verschillende doelgroepen aanspreken.’

Performatieve ruimte op Strijp-S

Een voorbeeld van deze gelaagde architectuur is Bellen (2013), een project in de buitenruimte van Strijp-S, het voormalige bedrijfsterrein van Philips in Eindhoven. ‘Het ontwerp bestaat uit masten met belschalen die geluid afgeven als de masten worden geschud. Het gebruik van de masten doet denken aan het klokkenluiden. De bellen worden geluid door de masten te zwiepen. Daarbij maakt de bel ook contact met de verlichtingspunten. Door de masten te bewegen wordt dus zowel een geluid- als lichtsignaal afgegeven.’ De keuze voor een bel is symbolisch. ‘Denk aan een kerkklok.’ De vormtaal van de masten is weer gebaseerd op de bestaande gebouwen en objecten op Strijp-S. ‘De masten spreken dus op detailniveau maar bieden ook een groter, associatief verband.’ De installatie Bellen op Strijp-S is wat LVRH een ‘performatieve ruimte’ noemen. ‘Het ontwerp nodigt uit tot gebruik. En als het wordt gebruikt, verandert ook de omgeving. In dit geval gaan er lichten branden en hoor je bellen als de masten worden bewogen. Het spoort mensen aan om contact met elkaar te maken’, zet Ronner. De opdracht was ook: maak een ontwerp dat de verbondenheid van de eerste bewoners van Strijp-S vergroot. Dit onderzoek naar de ‘performatieve ruimte’ startte in 2012 in opdracht van de Studio for Unsolicited Architecture, een initiatief van het voormalige Nederlands Architectuurinstituut, het Fonds BKVB en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In samenwerking met grafisch ontwerpbureau Moniker werd gezocht naar ‘een openbare ruimte die gebruik en interactie uitlokt’. Ronner: ‘De sociale achtergrond van de bevolking wordt steeds meer divers, maar we wonen steeds vaker in de stad, dicht op elkaar. Het belang van wederzijds begrip neemt daarmee toe. De publieke ruimte kan daarin een doorslaggevende rol spelen.’ Daarnaast zijn er ook economische redenen voor een goed functionerende publieke ruimte. ‘De aantrekkelijkheid van een stad wordt grotendeels bepaald door haar publieke ruimte.’ Dit hernieuwde belang van de openbare ruimte resulteerde in het idee van de performatieve ruimte. ‘Hier worden mensen uitgedaagd en gestimuleerd, zodat ze graag op die plek willen zijn. Zoals verse sneeuw erom vraagt belopen te worden, moet ook de performatieve ruimte uitdagen tot activiteit.’

Naaikist en slagerijtegels

Naast Verhalen en Openbare Ruimte richt LRVH zich ook op Woningen en Objecten, zoals te zien is op de overzichtelijke website. Maar ook bij deze kleinschalige projecten wordt de gebruiker verleid met herkenbare ‘Zauberflöte’-achtige elementen. ‘Bij de verbouwing van een voormalige slagerij tot woonhuis in Den Haag hebben we de typische wand met slagerijtegels intact gelaten in de slaapkamer.’ Tegelijkertijd zoeken ze ook naar architectonische verdieping. ‘We hebben een uitgesproken ingreep gedaan door in de slaapkamer een speciaal ontworpen deur te plaatsen, waarmee een soort tuinkamer aan de slaapkamer kan worden gecreëerd. Een relatief overzichtelijke verbouwing krijgt zo toch een conceptuele diepgang en bouwkundige gelaagdheid.’

Zelfs een wandmeubel heeft een conceptuele gelaagdheid. ‘Voor een gangkast in een woonhuis hebben we inspiratie geput uit een ouderwetse naaikist. De kast wordt opengetrokken waardoor er telkens nieuwe lades worden ontsloten.’ Door deze naaikist op hoge poten te zetten en een spiegel toe te voegen, ontstaat een praktische maar eigenzinnige gangkast. Het materiaal was een grove bouwplaat waarin de houtstructuur zichtbaar is, waarmee het past bij de natuursteen in de gang. ‘Het is weliswaar een bescheiden ontwerp maar het sluit aan bij alle verschillende schaalniveaus van de opdracht.’

Gezamenlijk afstuderen

De drie architecten kennen elkaar van de studie Bouwkunde aan de TU Delft. ‘Al tijdens onze studie werkten we nauw samen. We zijn zelfs gezamenlijk afgestudeerd met één project. En dan niet een thema dat vervolgens door ieder zelfstandig is uitgewerkt maar echt één ontwerp waarin niet meer te onderscheiden is wat door wie is ingebracht. Dat vonden ze best raar op de TU, ja.’ Van een rolverdeling was toen nog geen sprake. ‘Dat is pas de afgelopen vier jaar organisch gegroeid.’ Ronner is ‘de theoretische denker’ van de drie. ‘Ik schrijf hoofdzakelijk.’ De bouwer is Van Assem. ‘Als een project wordt uitgevoerd, dan doe ik dat. Ik ben het meest praktisch ingesteld en kan goed plannen en  organiseren.’ Van Hooijdonk ten slotte is de ontwerper; voor haar Bouwkundestudie rondde ze ook al de Design Academy Eindhoven af. ‘Hoe vertaal je een idee of een concept in een aansprekend ontwerp, dat heb ik geleerd als productontwerper. Ik ben getraind om te denken in verhalende ontwerpen.’ Niet dat de anderen niet goed zijn in ontwerpen, bouwen of denken. Ronner: ‘De basis om samen te werken is ook niet de onderlinge verschillen maar juist de overeenstemmende inzichten over architectuur. We vullen elkaar voortdurend aan. Maar natuurlijk probeer je elkaars sterke kanten uit te buiten. Dus als er een tekst geschreven moet worden voor een architectuurtijdschrift, dan neem ik daar heel natuurlijk het voortouw in.’

Metamorfose Coolsingel

Kenmerkend aan LRVH is de intellectuele, bij vlagen bijna pamflettistische onderbouwing van de projecten. Neem een term als ‘de performatieve ruimte’. Of al even bloemrijk: ‘de metamorfose methodiek’. Van Hooijdonk licht toe: ‘Transitie is een architectonisch begrip. Wij hebben dat willen verrijken met de introductie van de metamorfose. Daarbij worden literaire invloeden geïntegreerd in de architectonische praktijk. Het bestuderen van bijvoorbeeld het boek Die Verwandlung van Kafka heeft ons geholpen om een nieuwe ontwerpmethodiek te distilleren. De hoofdpersoon verandert in één nacht van mens in een tor, waarmee ook zijn familie gedwongen verandert. De man was immers kostwinnaar. Dat heeft ons nieuwe inzichten verschaft over hoe architectuur iets in gang kan zetten. Uitgangspunt voor ons afstuderen was bijvoorbeeld dat de Coolsingel in één nacht verandert in een landingsbaan. Wat moeten de stad en zijn bewoners vervolgens doen om deze metamorfose op te vangen? Met deze metamorfose methodiek kunnen we de onvermoede potentie van de bestaande architectuur blootleggen.’

Herbergen Noordoostpolder

Ze willen nadrukkelijk geen papieren architecten zijn maar de wereld van theorie en praktijk verenigen. Een goed voorbeeld daarvan is Herbergen, vinden ze zelf. Elk jaar ontwerpt en bouwt LRVH een paviljoen voor een opstelling van beeldende kunst. Deze projecten zijn een vorm van zelfonderzoek. Hoe kan architectuur meer zijn dan een gebouw? Welke interacties kan het uitlokken? Tegelijkertijd moet dit resulteren in een concreet bouwwerk. De laatste editie was een interventie op de boerderij van het ontwerpersduo Rianne Makking en Jurgen Bey in de Noordoostpolder.

‘De boerenschuren daar zijn een vroeg voorbeeld van prefab betonbouw en kenmerkend voor de regio. De vorm van de archetypische schuur hebben we, door het dak tot de grond te verlengen, aangepast tot de elementaire vorm van een driehoek. Een referentie naar de hut als meest primitieve vorm van beschutting’, licht Van Hooijdonk toe. Deze tijdelijke interventie werd in 24 uur opgebouwd en daarna weer afgebroken. De omwonende boeren zijn bij dit proces betrokken met een performance met een diner, zang en voordrachten. Het hele traject is gedocumenteerd in een film en een documentatie. ‘Het project staat met een been in de theorie en met de andere in de praktijk. Dat is wat wij voortdurend nastreven.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? De St. George in Bloomsbury van Nicholas Hawksmoor in Londen (1716-1731). De opmerkzaamheid, waarmee deze architect bekende beelden samenvoegde tot een nieuw gebouw, verleidt het oog om goed te kijken.

Favoriet hedendaags gebouw? Afstand in tijd is nodig om een goed oordeel te vormen. De tijd zal het moeten leren, maar voorlopig is zowel het favoriete Nederlandse als favoriete hedendaagse gebouw de Kunsthal van OMA. Het verhaal dat het gebouw vertelt, over de locatie, over het programma, maar ook over de architectuurgeschiedenis waarop het voortbouwt, is fenomenaal.

Favoriete architect? Eén of twee keer in de week krijgen we via de e-mail een nieuwsbrief van Marius Grootveld, met de titel Ruimteboek. Hierin staan uiteenlopende projecten: van landschap tot plein tot gebouw. Ook de architecten komen uit verschillende tijden en stromingen. Geen daarvan is te benoemen als de favoriet, maar telkens worden we verrast door de mooie projecten die voorbij komen.

Favoriete hedendaagse architect? De architect bij wie we zijn afgestudeerd: Dirk Somers. Hij voert het bureau Bovenbouw Architecten in Antwerpen en maakt zeer fijne architectuur die hedendaags, soms ironisch, maar altijd vol van referenties is. De architectuur is rijk en welgevormd, dat spreekt aan.

Favoriete Nederlandse architect? Afhankelijk met welke projecten we bezig zijn, halen we inspiratie uit een passende architectuur. Momenteel werken we aan een aantal woningbouwprojecten. We hebben gekeken naar de projecten Gunnar Daan, en zijn deze met de architect zelf gaan opzoeken in het noorden van het land.

Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zouden jullie dan willen werken? Met onze ontwerpen proberen we aan te haken op gewoonten en tradities of beelden uit de context waarbinnen het project tot stand komt. Elke regio kan voldoende aanleiding geven om vanuit die gedachte te ontwerpen.

Wat zou je nooit ontwerpen? We ontwerpen alles, maar het gaat om de context waarin de vraag wordt gesteld: de opdrachtgever, de opdracht.

Wat irriteert je het meest in het vak? Alle garanties en juridische voorwaarden waaraan projecten moeten voldoen. Dit geeft weinig ruimte tot experiment.

Wat is je droomopdracht? Een publiek gebouw zou leuk zijn. Maar we zijn nu ook heel tevreden. Belangrijkste inspiratiebron? Goethe beschrijft ergens de kwaliteit van Die Zauberflöte van Mozart als een stuk dat de massa eenvoudig plezier schenkt, maar tegelijkertijd ingewijden geheime schatten onthult. Dit geldt voor ons als uitgangspunt om over onze ontwerpen na te denken en deze te beoordelen.

Meest waardevolle advies ooit? Dirk Somers zei bij ons afstuderen: ‘Bouwen maar!’ Dat nemen we ter harte.

Toelichting afbeeldingen

1. Tekening uit de serie Waanzinnige Fyra, een beeldende vertelling over het lot van de Fyra voor het literair tijdschrift DW B, september 2013. Het verhaal is gebaseerd op het kinderboek Rupsje Nooitgenoeg. Op de tekening is te zien hoe de eerste passagiers instappen op station Amsterdam Centraal. Het beeldverhaal schetst het einde van de snelle treinverbinding tussen Amsterdam en Brussel. Naar analogie van het kinderverhaal verpopt de gulzige trein zich tot vliegtuig en eindigt als panoramadeck in de Alpen.

2-4. Tekeningen van het project De metamorfose van de Coolsingel, of de weldadige kaalslag van de Stad uit 2010. Het project onderzoekt de essentie van de architectonische metamorfose middels de transformatie van de Coolsingel in Rotterdam in een landingsbaan voor vliegtuigen. Tekening 2 en 3 tonen terminal Stadhuisplein met vertrekkende passagiers. Tekening 4 toont het Stadhuisplein, nadat de metamorfose is opgeheven en de luchthaven is opgenomen door de stad.

5. Tekening voor het literair tijdschrift DW B, december 2014. De tekening werd gemaakt naar aanleiding van de beschrijving van een fictief gebouw uit de wereldliteratuur door Nicoline Timmer. Zij beschrijft een slaapkamer uit het verhaal Liminal: the Little Man van Lydia Davis. De tekening verbeeldt de beschreven slaapkamer en de gemoedstoestand van het meisje en later de vrouw in de kamer.

6. Herbergen 2014. In het vierde project van stichting Herbergen, een initiatief van drie kunstenaars en architectenbureau Lilith Ronner van Hooijdonk, is een schokbeton schuur uit de Noordoostpolder verbouwd tot een paviljoen voor 24 uur. Als onderdeel van het designer-in-residence programma van Jurgen Bey en Rianne Makkink is in het paviljoen een film opgenomen van een ritueel dat de geschiedenis van de Noordoostpolder vertelt.

7. BELLEN is een installatie op het Strijp-S terrein in Eindhoven. De installatie is ontstaan vanuit een onderzoek naar de mogelijkheden om de publieke ruimte te activeren zonder gebruik te maken van een programma. BELLEN bestaat uit vier masten met bellen en vier zwiepmasten waarmee de bellen kunnen worden geluid. Middels het luiden van de bel wordt de straatverlichting aangestuurd. Zo kunnen bezoekers hun aanwezigheid kenbaar maken.

8 en 9. Interieur Drie is een verbouwing van een hoekpand uit 1927, gesitueerd aan de hoofdstraat van de Scheveningse volksbuurt Duindorp. De begane grond is verbouwd van winkel, herkenbaar aan de grote etalageruit, tot kleine woning. Originele elementen zijn bewaard, gecombineerd met een nieuwe ruimtelijke indeling geschikt voor starters, strandmensen en thuiswerkers.

Tekst Jeroen Junte Fotografie Johannes van Assem

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 02 2015

 

Gerelateerd

Tags: , , , , , , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.