Harmonieuze wrijving – Jorinde van der Wal

Master among masters

Harmonieuze wrijving – Jorinde van der Wal

Door: Redactie ArchitectuurNL | 10-08-2015

‘Een gebouw kan meerdere identiteiten weerspiegelen zonder dat de eenheid verloren gaat.’ Aanleidingen voor deze hypothese zijn een persoonlijke fascinatie van Jorinde van der Wal voor de tegenstelling tussen eenheid en contrast in de architectuur en haar frustratie over de teloorgang van de individuele herkenbaarheid bij het samenvoegen van meerdere functies in één gebouw. Met haar ontwerp voor een brede school voor Freinet- en vrijeschoolonderwijs, twee tegenpolen qua ideologie, ontwikkelde Van der Wal een graduele architectuur die de identiteit van beide scholen respecteert in een gebouw. Voorjaar 2015 studeerde ze hier glansrijk op af aan de Academie van Bouwkunst Rotterdam.

Economische oorzaken en een strakke bouwregelgeving leiden tot standaardoplossingen. Geometrische bouwsystemen worden gekozen omdat die tijd- en kostenbesparend zijn. Een generieke structuur die eenieder past, maar niets zegt over de individuele identiteit van de gebruikers. Ze zijn statisch in programmering en anoniem in beeld. Die anonimiteit zorgt ervoor dat de gebruiker geen emotionele binding meer heeft met een gebouw. Het gevolg is vervreemding tussen mens en architectuur. De gebruiker kan zich zijn omgeving niet meer eigen maken, voelt er geen zorg en verantwoordelijkheid meer voor, en laat de boel verloederen. Om dit te voorkomen moeten generieke bouwstructuren plaatsmaken voor specifieke bouwstructuren die de identiteiten weerspiegelen van de verschillende groepen gebruikers in het gebouw.

Contrasterende scholen

De hypothese is onderzocht in de vorm van een ontwerp voor een brede basisschool voor Freinet- en vrijeschoolonderwijs. Een gebouw waarin twee contrasterende scholen zijn verweven tot één continu ontwerp, waarbij de individuele identiteit van de gebruikers gehandhaafd blijft.

De brede basisschool wordt gesitueerd aan de Abbenwegbroek in Den Haag. Het gekozen plot vertoont een extreem contrast. Een heuvelachtige groenvoorziening tegenover een vlakke verharding, omringd door een kinderrijke buurt. De vrije school is centraal gepositioneerd op de locatie in het groene gedeelte om de kinderen zoveel mogelijk geborgenheid te geven. De Freinetschool staat direct in verbinding met de omliggende wijk en aan de rand van het plot om zo de interactie tussen school en wijk te bevorderen.

De twee gebruikers zijn in alle facetten extremen van elkaar. De meest veelzeggende verschillen zijn: beslotenheid versus openheid, vast versus flexibel en ongelijkheid versus gelijkheid. Als ik de kenmerken van beide onderwijsconcepten vertaal naar architectuur, spreek ik zowel over een letterlijke transformatie als een symbolische transformatie.

Freinet

Bij het Freinetonderwijs vindt er een letterlijke transformatie plaats. Letterlijk in de zin dat kinderen hun eigen lokaal kunnen transformeren naar gelang hun wensen. Ze leren van eigen ervaringen en hebben op deze manier invloed op hun directe omgeving. Dit uit zich in het ontwerp in gelijkwaardige lokalen die de kinderen zelf kunnen transformeren. De lokalen zijn daarom niet neutraal vormgegeven, maar bieden aanleidingen door aspecten als smal/breed, licht/donker, oriëntatie, en geïntegreerd deels flexibel meubilair. De lokalen zijn georiënteerd op zowel het besloten schoolplein als de omliggende bebouwing om interactie tussen de kinderen onderling en de buurt te bevorderen. De omliggende bebouwing heeft zijn weerslag op de school, de verdiepte entrees in de wijk zijn vertaald naar een gezamenlijke verdiepte entree voor de school. Ook de beëindiging van de school in de vorm van een kap is afgeleid van de omringde bebouwing. Door de school een asymmetrische beëindiging te geven ontstaat er een formele gevel gericht naar de omliggende wijk en een informele gevel die het besloten schoolplein omvat.

Door de flexibele structuur van de Freinetschool kan de gebruiker verschillende lokalen aan elkaar schakelen om de interactie tussen de lokalen te bevorderen. Die flexibiliteit en transparantie worden verkregen doordat de wandelementen van de school een verbrokkeling ondergaan waardoor vele transities tussen ruimten en doorkijken ontstaan. Ieder lokaal beschikt over geïntegreerd flexibel meubilair en een losse toolbox. Het geïntegreerde meubilair bestaat uit panelen die gedeeltelijk flexibel zijn. Ze scheiden ruimten, creëren doorzichten en bergen schoolmaterialen. De toolbox bestaat uit drie elementen: een tafel, een stoel en een poef. Deze elementen kunnen door de kinderen naar believen worden gecombineerd om hun eigen lokaal te creëren.

Vrije school

Bij het vrijeschoolonderwijs vindt er een symbolische (verstilde) transformatie plaats. Een architectuur die de transformatie van het kind in elk stadia verbeeldt. Architectonische instrumenten als vorm, licht, oriëntatie, beleving en kleur worden ingezet om een vloeiende geleidelijke overgang te maken van geborgen lokalen voor de kleuters naar meer open lokalen voor de bovenbouw. De interactie tussen de kinderen vindt plaats in de veilige binnenwereld van de school, rond twee kernen die met elkaar zijn verbonden. De kleuters hebben een aparte sectie in het gebouw met een eigen kern om zo een geborgen wereld te faciliteren. De tweede kern is voor de klassen 1 t/m 6 en verbindt de begane grond met verdiepingen door middel van vides, die het gemeenschapsgevoel bevorderen. Duidelijke oriëntatiepunten in de verkeersruimten leiden de kinderen door het gebouw. Oriëntatiepunten in de vorm van reliëfs die zijn aangebracht op de constructieve wanden. In de reliëfs zijn functies opgenomen zoals een keuken, een garderobe, kasten en zitelementen. Ook in de klaslokalen zijn alle functionele elementen geïntegreerd in het interieur. In de wanden zijn opgenomen: de berging, de speelelementen, de ventilatie, glas-in-loodramen en de keuken. Zitelementen en werkplekken zijn geïntegreerd in de vloer en vormen onderdeel van het vloerlandschap. De vloer in het gebouw golft in analogie met het heuvelachtige karakter van de omgeving.

Transformatiestructuur

Ik verbind deze twee contrasterende architectonische uitwerkingen met elkaar door middel van een transformatiestructuur. Deze structuur laat een vloeiend verloop zien van spirituele oneindigheid van het vrijeschoolonderwijs naar rationele eindigheid van het Freinetonderwijs. De transformatie van cellen naar lijnen is vertaald in horizontale dragende schijven. De overgang is het verbrokkelen van organisch gevormde schijven naar rechtlijnige schijven. De cellen zijn divers, gesloten en vast van karakter. De verbrokkeling van lijnen suggereren openheid en flexibiliteit. De overgangsruimte tussen beide scholen kenmerkt zich door organische fragmentatie. Een vloeiende overgang van gesloten wanden naar opgebroken wandelementen die verschillende doorkijken en transities tussen verschillende ruimten mogelijk maken. De organische gevormde wandelementen hebben een begeleidende functie. Daarentegen zorgt de verbrokkeling voor verschillende mogelijkheden tot interactie tussen ruimten.

Eenheid in materiaal en structuur

Het contrast tussen de beide onderwijsconcepten uit zich in de vormgeving en de daaraan gerelateerde beleving in het schoolgebouw. Om verbinding en eenheid te creëren tussen de twee contrasterende gebruikers is uitgegaan van één materiaal en eenzelfde bouwstructuur voor beide scholen. De gevel is voorzien van verticaal opdekwerk bestaande uit zwarthouten latten met een vaste afstand van 300mm. Het vaste ritme zorgt ervoor dat de contrasterende plastiek van het gebouw extra benadrukt wordt door weglopende lijnen en wisselende schaduwwerkingen. De zwarthouten gevel verbeeldt een symbolische geborgenheid die de veilige warme binnenwereld omvat.

De bouwstructuur vormt tevens de draagconstructie. De draagconstructie functioneert tegelijkertijd als de transformatiestructuur zowel in vorm als op programmatisch niveau. De vorm verandert afhankelijk van de plek in de structuur en de programmaonderdelen lopen geleidelijk in elkaar over. Vorm, programma en constructie vormen één tektoniek. De draagconstructie wordt opgetrokken uit gelamineerde prefab houten wanden en vloeren. De wanden variëren in dikte. Hoe hoger in het gebouw hoe dunner de wanden zijn uitgevoerd. Om de complexe structuur mogelijk te maken zijn er zeventien standaard wandelementen ontwikkeld waarmee de structuur gemaakt is. Deze prefab elementen worden in de fabriek gefabriceerd, per vrachtwagen vervoerd, en op de bouw in elkaar gezet.

Met dit ontwerp hoop ik aan te tonen dat mijn hypothese, dat een gebouw ruimte en identiteit kan bieden aan verschillende gebruikers en tegelijkertijd in haar verschijning een herkenbare eenheid vormt, realiseerbaar en bewezen is. Deze ‘harmonieuze wrijving’ is mogelijk door het verweven van contrast in beleving en eenheid in de bouwwijze, in de vorm van één vloeiende transformatiestructuur.

Tekst en ontwerp Jorinde van der Wal

Zoektocht naar het graduele

Het afstudeerproject van Jorinde van der Wal is een zoektocht naar het graduele. In een gebouw voor twee onderwijssoorten, Freinet en Antroposofie, transformeert het gebouw van het ene ruimtelijke principe naar het andere. Van ronde naar rechte ruimtes, van een introverte naar een extraverte opzet. Organisch en stap voor stap. Dit lijkt een intellectuele exercitie, maar niets is minder waar. Jorinde heeft ontstellend veel maquettes gemaakt, op allerlei schalen, waarmee ze vorm, organisatie, daglicht en allerlei andere condities onderzocht en ontwikkelde. Met prachtige maquettes erbij, die werkelijk nieuwe inzichten opleverden. De maquettes bleken keer op keer naar nieuwe en meer extreme ontwerpdoelen te wijzen.
Het resultaat is een goed doorwerkt organisch gebouw. Het ontwerp is zeer complex. Vloeren lopen op of af, ruimtes zijn gekromd. Geen ruimte is identiek. Ideeën zijn tot in de kleine details doorvertaald. Er zijn op verschillende schaalniveaus relaties te zien met de maquettes. De maquette van gelamineerd papier of de maquette met de papieren bubbels. Ze heeft elk onderdeel met veel aandacht ontworpen. Ze is zeer effectief met de presentatiebeelden.
Ook de prikkelende stellingname, tegen de gestandaardiseerde gebouwen, is zeker te waarderen.

Ludo Grooteman (Moke architecten), externe criticus in de Afstudeercommissie.

Zinnenprikkelend en adembenemend

Jorinde van der Wal stelde zich tot doel om binnen een continue structuur een gebouw te maken dat recht doet aan twee typen onderwijs met contrasterende ideologieën, en toch een eenheid is. Jorinde vertaalde de ideologische verschillen in ruimtelijke thema’s als open versus geslotenheid, flexibel versus vast en organisch versus rechtlijnig. Van daaruit definieerde zij een architectonische aanpak met een symbolische transformatie binnen de vrije school, en een letterlijke transformatie bij het Freinetonderwijs, waarmee zij recht doet aan de verschillende identiteiten van de schooltypes.
De inspiratie voor de transformatiestructuur heeft zij gezocht in de natuur. Celstructuren en patronen van veranderende structuren van huiden van reptielen leverden het bewijs dat het mogelijk is om vanuit een organische celstructuur geleidelijk te transformeren naar een meer orthogonale structuur. De vertaalslag van deze patronen naar een architectonische structuur leverde verrassende en soms ook bizarre materiaalexperimenten en maquettestudies op. Het experimentele karakter van deze knutsels was van een uitzonderlijke gedurfdheid. Door te experimenteren met papieren strips die op elkaar gelijmd werden, kwamen vondsten tevoorschijn die in grote mate hebben bijgedragen aan haar oplossingen voor de verschillende programmaonderdelen.
De schakeling van organische cellen – de verbeelding van de spirituele oneindigheid van het vrije schoolonderwijs – verlopen vloeiend in een verbrokkelende structuur, die aansluit op de openheid en rationele eindigheid van het Freinetonderwijs.
De uiteindelijke vertaling naar de ruimtelijkheid van het gebouw, waarin het programma zich naadloos wist te vlijen, heeft geleid tot zinnenprikkelende ruimten van een Gaudiaanse kwaliteit en schoonheid. Ruimten waarin je als kind je geborgen weet of je het platform krijgt om je in alle openheid te manifesteren, afhankelijk van je schooltype.
De zeer consistente zoektocht heeft geleid tot een aanpak waarin alle interieuronderdelen, zoals kasten, aanrechten en garderobes totaal geïntegreerd werden in de constructieve celdeling van het gebouw, in een vloeiende architectonische ruimtelijke ervaring. Vorm en constructie werden één samenhangend tektonisch spel van materiaal en ruimte. De gelaagdheid van het constructiemateriaal, voortkomend uit de gelaagde papieren maquettes, werd consequent doorgewerkt in de detaillering van gevel, interieur en openingen.
Een inspirerende en verrassende zoektocht met een adembenemend eindresultaat waarin je als kind met plezier naar school zou willen gaan.

Maartje Lammers (24h Architecture), mentor en lid Afstudeercommissie

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.