The manufacturing church van Jos Neering

Architect, Master among masters

The manufacturing church van Jos Neering

Door: Jacqueline Knudsen | 22-10-2015

Voortbouwend op een in groepsverband ontwikkeld masterplan voor South Chicago bedacht Jos Neering een verrassend gebouw: The manufacturing church: een fabriek en een kerk gecombineerd in één volume. Een schizofreen gebouw dat een verrassend architectonisch beeld oplevert. Op deze studie naar de integratie van functies, architectonische talen en nieuwe productietechnieken in een complexe context, studeerde Jos Neering af bij de leerstoel Complex Projects aan de TU Delft met een 9 en eervolle vermelding.

Amerikaanse steden kampen al tientallen jaren met leegloop. Mensen trekken naar een andere stad of een betere buurt, en laten een gebied achter dat met veel problemen te maken krijgt. Chicago vormt geen uitzondering op deze ontwikkeling. Op meer dan 15 kilometer ten zuiden van het bruisende en rijke handelscentrum van de stad ligt zo’n buurt die met veel problemen kampt: South Chicago. Een typische Suburbia, een monofunctioneel stuk stad met eindeloze zee van kavels met bungalows, in een zakelijk grid dat Amerikaanse steden zo kenmerkt. Langs Lake Michigan, midden in deze woonwijk, ligt een opvallend groot en leeg gebied: South Works Chicago, de overblijfselen van de staalfabriek die vanaf eind 19e eeuw het staal produceerde voor de explosief groeiende immigrantenstad. Tijdens deze jaren floreerde de stad en de buurt. US Steel bood samen met andere fabrieken in Chicago veel werkgelegenheid. Vanaf de jaren ’70 werd echter door stijgende lonen in eigen land veel productie verplaatst naar Azië, waardoor de werkgelegenheid afnam en de verpaupering van de buurt intrad. Dit alles leidde in 1992 tot de sluiting van de staalfabriek. Deze locatie vormt het beginpunt van de afstudeeropdracht. Zonder een duidelijk programma van eisen was de vraag: hoe ontwikkel je dit gebied in deze complexe maatschappelijke problematiek?

Masterplan

Het ontwikkelde masterplan formuleert twee hoofdproblemen: het weggevallen van productiewerk en de slechte stedenbouwkundige opzet van de suburbs. Door het monofunctionele karakter is de suburb totaal niet toekomstbestendig: wanneer er een voorziening wegvalt, is er vaak geen alternatief in de buurt om op terug te vallen. Er ontstaat een vicieuze cirkel: mensen verlaten de buurt door het gebrek aan publieke functies, die weer moeten sluiten omdat er steeds minder mensen zijn. Daarbij zijn suburbs door de enorme afstanden tussen functies helemaal niet duurzaam, temeer door het ontbreken van een goed openbaarvervoersnetwerk. Het masterplan, de Manufacturing node, is een commentaar op deze twee hoofdproblemen. Het herintroduceert fabricage en productie in het gebied. Er is een enorm potentieel om dit te doen: de lonen in Azië stijgen, waardoor veel bedrijven hun productie weer terughalen naar de VS. Het plan mixt zo veel mogelijk functies in een zo hoog mogelijke dichtheid, gebaseerd op een duurzaam openbaar vervoersysteem. De kwaliteiten van de plek worden maximaal benut door de ontwikkeling als een lint langs het prachtige Lake Michigan te laten plaatsvinden, zo ver mogelijk van de bestaande stad af. Maar hoe integreer je industrie met andere functies in een stedelijk weefsel met hoge dichtheid? Deze vraag vormde het beginpunt van het architectonisch onderzoek dat geleid heeft tot het uiteindelijke gebouwontwerp.

Integratie van functies

Behalve werk, is de kerk historisch gezien één van de belangrijkste voorzieningen in een nieuwe nederzetting. In Chicago, een echte immigrantenstad, brachten nieuwelingen hun eigen geloof mee, wat geleid heeft tot een enorme hoeveelheid kerkgemeenschappen. Ook een nieuwe nederzetting als de Manufacturing node heeft dus een geloofshuis nodig. Een typisch Amerikaans fenomeen is de zogenaamde Megachurch waar duizenden mensen tegelijk kerkdiensten bezoeken. Het houdt niet op bij bidden: deze megakerken zijn vaak enorme multifunctionele complexen, met school, bibliotheek, boekwinkels en zelfs een Starbucks. In principe is zo’n megakerk uitermate geschikt om in het masterplan opgenomen te worden: het multifunctionele karakter sluit aan op de gewenste mix van functies. Er zit alleen wel een keerzijde aan zo’n religieus megacomplex. De commerciële en spirituele wereld vloeien in elkaar over, waardoor de grens tussen de twee verdwijnt. Veel megakerken zijn van buiten niet eens meer te onderscheiden van een winkelcentrum. Als we naar de overeenkomsten en verschillen tussen de twee belangrijkste functies van het masterplan – fabriek en kerk – kijken, komen in de eerste instantie vooral verschillen bovendrijven. In een kerk moet het vooral stil zijn, terwijl het in een productiehal rommelig en lawaaierig is. Daarnaast heeft een kerk een publiek karakter. Iedereen is er welkom, terwijl een fabriek uit veiligheid juist heel gesloten is. Er zijn echter ook veel overeenkomsten: beiden hebben vaak één grote centrale hal met grote overspanning. Ook in logistieke zin lijken ze op elkaar: beide moeten grote aantallen mensen / producten kunnen verwerken, en hebben grote installaties nodig om verse lucht rond te pompen of vuile lucht af te voeren. Daarbij hebben beiden vaak een indrukwekkende monumentale uitstraling. Ze lijken dus meer op elkaar dan je in eerste instantie denkt.

Kerk op fabriek

Het hoofdconcept van het ontwerp is gebruik te maken van de overeenkomsten tussen een kerk en een fabriek om, zoals de uitdaging van het masterplan luidt, functies maximaal met elkaar te combineren. Door gebruik te maken van de grote overspanning die beide functies nodig hebben en een megakerk óp de fabriek te zetten, ontstaat een hoge dichtheid, één van de andere uitdagingen van het masterplan. Daarnaast kan de zoekgeraakte grens tussen de commerciële en spirituele wereld in een multifunctionele megakerk teruggebracht en zelfs gedramatiseerd worden, door beide werelden een totaal andere sfeer te geven. De commerciële functies van de kerk, de boekwinkels en de koffietentjes, bevinden zich in de schil van de fabriekshal. De commerciële wereld ademt een sfeer van beweging, pragmatisme en geld, en is uitgevoerd in stalen balken en betonnen vloeren. De roltrappen brengen de kerkbezoeker via de fabriekshal langzaam naar boven, waardoor deze onderdeel wordt van het spel van beweging. Via een dikke vloer die beide werelden scheidt komt de bezoeker in een totaal andere wereld, de spirituele wereld, met een heel andere uitstraling. Dit is een representatieve, organische en geornamenteerde wereld met glas-in-lood en enorme sierlijke houten gewelven. Hier gaat het juist om bezinning, de spirituele ervaring. Hier bevinden zich functies als de bibliotheek, de ingetogen kapel, onderwijsruimtes en de grote zaal, met prachtig uitzicht over Lake Michigan.

Twee werelden, één organisme

Ondanks de gescheiden werelden, zijn dit niet twee verschillende gebouwen op elkaar. Op technisch vlak werkt het gebouw juist als één organisme, profiteren de functies van elkaar of werken ze samen. Allereerst het klimaatsysteem. Beide functies hebben veel ventilatie nodig. Het ventilatieprincipe is gebaseerd op een zogenaamde windtoren: een opening hoog in het gebouw zorgt voor onderdruk die leidt tot passieve afzuiging van lucht. De ventilatieschachten zijn geïntegreerd in de constructie, en zijn bepalend voor de architectonische uitstraling van het ontwerp dat beide werelden juist bindt. De windtoren vervangt de iconische kerktoren en fabrieksschoorsteen en voegt hieraan een nieuwe functionele betekenis toe. Voor de verwarming van het gebouw wordt de hitte van de machines in de fabriek gebruikt, en de inkomende lucht wordt verwarmd met behulp van de stabiele bodemtemperatuur. Het gebouw wordt gekoeld met water uit Lake Michigan. Dit principe wordt gecombineerd met principe van de double skin facade, die het gebouw in de zomer afkoelt. De binnenste schil van zo’n façade hoeft slechts enkelglas te zijn, maar wel zonwerend. Dit is in het gebouw gecombineerd met een glas-in- loodpatroon met gekleurd glas, die te veel zon tegenhoudt maar tegelijkertijd een esthetische functie heeft. Ook op constructief vlak werken de twee werelden samen. De houten spanten van de kerk, die bestaat uit plakjes gelaserd cross laminated wood, worden in de fabriekshal beneden geproduceerd. Door de grote vormvrijheid die deze techniek biedt, is het mogelijk de kerk een bijzondere architectonische uitstraling te geven. Zodra de kerk af is, kan de fabriek doorgaan met het produceren van deze spanten, en is het mogelijk ze via Lake Michigan te verschepen. Zo kunnen er in de toekomst méér (mega)kerken gebouwd worden in de VS die niet lijken op grote winkelcentra, maar de bijzondere spirituele uitstraling kunnen krijgen die ze verdienen.

Contrast en versmelting (beoordeling afstudeermentoren)

De bijzondere aard, integrale uitwerking en sprekende verbeelding van dit project deden de afstudeercommissie besluiten het afstudeerwerk van Jos Neering te waarderen met het cijfer 9 en een eervolle vermelding. Een uitdagende combinatie van programmaonderdelen, op conceptuele wijze samengebracht, kenmerkt het project. De botsing tussen de pragmatische en logistieke benedenwereld en de expressieve en spirituele ruimte bovendeks is dramatisch geënsceneerd. Het is de esthetiek van het contrast die leidend is geweest in het project. En dan toch de dramatische versmelting van die twee werelden in de parabolische curve. Deze theoretische en conceptuele benadering heeft niet geleid tot compromissen in de technische uitwerking, integendeel. De sterke integratie van architectonische en bouwtechnische aspecten geven het project een grote realiteitszin en heeft tot innovatieve ontwerpoplossingen geleid. Het project straalt een bijzondere combinatie van bravoure en elegantie uit. De verbeelding van zowel het concept als de uitwerking van het ontwerp zijn van hoog niveau. Jos heeft zijn voortdurend kritische houding productief weten in te zetten en het project steeds weten te verbeteren. Zijn project is consistent uitgewerkt door alle schalen en spreekt bovendien sterk tot de verbeelding.
Mick van Gemert, mentor Architectuur, TU Delft

Het vermogen van Jos om bij iedere begeleiding scherp te visualiseren waar hij staat in zijn proces en waar hij naar op zoek is heeft geleid tot een iteratief ontwerpproces. Vanaf de start heeft Jos daarom integraal het ontwerp kunnen benaderen. Niet alleen op architectonisch, contextueel en sociaal maatschappelijk vlak maar ook zijn constructie, klimaattechniek, materialisatie en detaillering nauwgezet onderzocht en afgestemd op het totaal. Hiervoor zijn verantwoorde voorbeeldprojecten bestudeerd en vertaald naar zijn eigen opgave. Zijn bewustwording van techniek als hulpmiddel voor architectuur én het ontdekken dat hij daar gevoel voor heeft of lol aan beleeft, is een grootse beloning voor een begeleider.
Suzanne Groenewold, mentor Techniek, TU Delft

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.