Nezu Aymo: a whisper of Japan and Denmark in Amsterdam

Architect, Platform jong talent

Nezu Aymo: a whisper of Japan and Denmark in Amsterdam

Door: Jeroen Junte | 12-01-2013

Ze zijn opgeleid in Denemarken en Japan en werken sinds vijftien jaar in Nederland. Toch voelen ze zich geenszins beklemd tussen twee werelden. De Deen Skafte Aymo-Boot en de Japanse Yukiko Nezu zijn Nederlandse architecten, met een internationaal sausje, dat wel. Het is de architectonische vrijheid die ze aan Nederland bindt. ‘Nederlandse architecten hebben een open mind. Ze zijn altijd op zoek naar het experiment en blijven kritisch over zichzelf’, aldus Nezu.

Nederlands experiment

Ze kwamen in Nederland tijdens de hoogtijdagen van de Superdutch, de eigenwijze generatie architecten die de wereldwijde lof kreeg toegezwaaid voor avontuurlijke gebouwen. Maar de glorietijd van de Superdutch van tien, vijftien jaar geleden is inmiddels voorbij. Dat wil zeggen: ‘De aanstormende bureaus van toen, zoals MVRDV en OMA bouwen nu hoofdzakelijk in het buitenland. In Nederland heeft experimentele architectuur met bijbehorende iconische gebouwen plaats gemaakt voor een meer down to earth architectuur – als er al wordt gebouwd door economische crisis’, vat Aymo-Boot samen. ‘Al is de drang van Nederlandse architecten om te zoeken naar onconventionele oplossingen onverminderd sterk.’

Pragmatisme met twist

De conceptuele helderheid die zo kenmerkend is voor Nederlandse architectuur wordt Nezu Aymo gepaard aan hedendaags pragmatisme. ‘Een ontwerp moet altijd voldoen aan het programma van eisen maar tegelijkertijd proberen we een twist aan het ontwerp mee te geven waardoor het zich onderscheidt. Die twist kan voortkomen uit de functie of de context maar ook uit het materiaal. Maar die twist mag nooit zo dominant zijn dat het programma er door onder druk komt te staan.’

De gemeente Amsterdam vroeg vier bureaus, waaronder Nezu Aymo, om na te denken over de herinrichting van de openbare ruimte rond het treinstation Sloterdijk in Amsterdam. Door de leegstand van kantoorgebouwen is dit kansgebied verworden tot een hoofdpijndossier. De andere drie deelnemers aan het project probeerden door het plaatsen van kunst en sfeerverlichting te verbloemen dat Sloterdijk in de eerste plaats een transportknooppunt is.

Nezu Aymo maakte dat gegeven juist tot het uitgangspunt van het ontwerp. ‘Je vindt er treinen, taxi’s en bussen maar geen fietsen. Terwijl een goede fietsroute het gebied ontsluit voor de achterliggende wijken. Daarnaast kunnen de fietspaden worden gecombineerd met parken, winkels en andere faciliteiten; met de fiets ben je immers flexibel. Het fietsparkeerprobleem is opgelost door de ronde fietsenstalling een dubbelfunctie te geven van sportaccommodatie, eetstal of een panoramaterras. ‘Door het programma extreem letterlijk te nemen is er een verrassend en toch functioneel ontwerp gerealiseerd.’ Inmiddels is Nezu Aymo gevraagd om de plannen verder uit te werken.

Provinciaals

Nezu kwam eind jaren negentig naar Nederland voor een studie aan het Berlage Instituut en besloot vervolgens te blijven hangen. ‘Ik wilde graag freelance werken omdat ik mij zo optimaal kan blijven ontwikkelen. In Japan is dat hoogst ongebruikelijk. Zeker de gevestigde bureaus denken dan al snel dat je niet goed genoeg bent. In Nederland is het juist een aanbeveling als je met verschillende bureaus hebt samengewerkt.’

Daarbij was het architectonische klimaat in Nederland rond 2000 uitstekend. ‘Ik kon meteen na mijn afstuderen aan de slag’, zegt Nezu die werkte aan projecten van Petra Blaisse, SeARCH en landgenoot Toyo Ito. De gunstige vooruitzichten voor jonge architecten trokken in diezelfde tijd ook Aymo-Boot na het afronden van zijn architectuurstudie in Kopenhagen naar Nederland, waar hij meteen aan de slag kon bij VMX, toen een aanstormend bureau. ‘Nederland, daar moest je zijn in die tijd. De Deense architectuur had zich na de bloeiperiode in de jaren zestig nauwelijks nog ontwikkeld. Terwijl de Superdutch de wereld veroverden.’ En hoewel de hedendaagse Deense architectuur tegenwoordig in sommige kringen als toonaangevend wordt gezien, kan deze volgens Aymo-Boot nog steeds niet tippen aan Nederland. ‘Feitelijk doen ze niets anders dan de Superdutch na-apen. En als je nu iets anders doet, tel je niet mee in Denemarken. Het blijft een beetje provinciaals.’

De samenwerking tussen de Deense en de Japanse architect ontstond min of meer pragmatisch. ‘Buitenlandse architecten trekken vooral op met andere buitenlandse architecten. De Nederlanders gaan aan het einde van de dag naar huis. De buitenlanders werken door of spreken af. Buitenlandse architecten zijn ook altijd op zoek naar andere architecten om samen in te schrijven voor een competitie. En dat zijn dan ook weer vaak buitenlandse architecten’, vertelt de Japanse architect.

Bamboe en papiergaren

Hoewel ze zijn doordrenkt van het Nederlandse gedachtegoed over architectuur, blijven ze ook buitenstaanders. ‘We dragen ieder ook onze culturele achtergrond mee.’ Bij de inrichting van ’t Japanse Winkeltje in 2010 werden op vernuftige wijze de Deense eenvoud en de Japanse harmonie met het Nederlandse experiment gebundeld. Onder de noemer ‘A whisper of Japan’ werd met materialen, kleuren en vormen een knipoog gemaakt naar de archetypische Japanse architectuur. Maar de toepassing was eigentijds en Westers. Bamboe dat normaal als fineer wordt gebruik, hangt nu in lange stroken over het plafond. Gordijnen van een weefsel van papiergaren ogen als een spinnenweb. Aymo-Boot: ‘Traditionele Japans architectuur pontificaal in de oude binnenstad van Amsterdam plaatsen was voor ons te eenvoudig. We hebben de winkel een eigen karakter gegeven dat voorbij de typische clichés gaat en onze persoonlijke interpretatie van het ‘Japanse’ is geworden.’ Het interieur werd in 2010 genomineerd voor de Lensvelt De Architect Interieurprijs.

Tegelijkertijd kijken ze met de blik van een buitenstaander naar de Nederlandse archetypes. Aymo-Boot pakt een maquette uit de kast in het piepkleine atelier in een creatief kantoorcomplex in het centrum van Amsterdam. ‘We zijn gevraagd om een bloemenwinkel te ontwerpen op de Bloemenmarkt aan de Singel in Amsterdam. Ooit meerden hier boten aan van waaruit de bloemen werden verkocht. Vervolgens verrezen er kleine gebouwtjes op de kade. Deze winkeltjes werden uiteindelijk zo groot dat ze de boten verdrongen. Op de huidige bloemenmarkt heb je helemaal niet meer het gevoel dat je op een gracht bent. Je ziet er zelfs amper bloemen; het zijn alleen maar zaden, bollen en souvenirs. Geen wonder dat slechts drie procent van de bezoekers Amsterdammers zijn.’

Om de band met deze rijke geschiedenis te herstellen, ontwierpen ze een bloemenwinkel die oogt als een glazen kas. ‘Het achterste deel van de winkel drijft op de gracht. Bij het naar binnen gaan zien je ook het water onder je. Eenmaal binnen kun je echt over het water uitkijken.’ Aan de metalen sponningen van de kas hangen bloempotten waarin seizoensbloemen bloeien. Ook het dak is bedekt met begroeiing. Een gracht vol bloemen, zo moet een bloemenmarkt in Amsterdam er toch uitzien?’ Toch maakt het duo kennis met een ander hardnekkig Nederlands fenomeen: de Welstandscommissie is tegen. ‘Ze vinden een groen dak niet aansluiten bij de bestaande bloemenstallen met lichte glazen daken.’ Maar het laatste woord is nog niet gezegd. ‘We zijn onderscheiden met de Groene Gevel Prijs in Amsterdam dus wie weet.’

Leegstand en woningtekort

Een thema dat naar mening van het internationale duo onevenredig veel aandacht krijgt van Nederlandse architecten is leegstand en hergebruik. ‘Het echte probleem is woningtekort’, zegt Aymo-Boot. ‘Hergebruik kan daarvoor een oplossing zijn maar het is niet het dominante probleem. Het is hooguit een onbenut potentieel. Iedereen heeft het erover maar ondertussen zijn er nauwelijks succesvolle herbestemmingsprojecten.

Als leegstand het echte probleem zou zijn, dan waren dat er wel veel meer geweest.’ Daarbij, leegstand is niet een probleem dat architecten kunnen oplossen, vult Nezu aan. ‘Het zijn de ontwikkelaars, de banken en de andere eigenaren van de leegstaande kantoorpanden die het initiatief moeten nemen. Zolang dat niet gebeurt, heeft het voor een architect niet zo veel zin om allerlei oplossingen te ontwerpen.’

Wat dan wel de grote uitdaging is voor de architect om de economische impasse te doorbreken? Een lange stilte volgt, die uiteindelijk door Nezu wordt doorbroken. ‘Samenwerking met professionals uit andere disciplines, zoals design, wetenschap maar ook filosofie en zelfs beeldende kunst. De uitkomst hoeft niet eens een gebouw te zijn. Een architect is in staat om verbanden te leggen die nog niet bestaan. Als je een fysieke ontmoetingsplek kunt ontwerpen, bijvoorbeeld een bibliotheek of een universiteitsgebouw, dan kun je ook een structuur ontwerpen waarin kennis kan worden uitgewisseld.’

In een project in Colombia vervult Nezu Aymo deze rol van ‘regisseur’ die verschillende professionals begeleidt. ‘De hoofdstad Bogotá wordt afgescheiden van de kleinere randgemeente door de rivier Bogotá. De druk op beide oevers van de rivier is groot. Maar er is geen platform waarin het bestuur van de betrokken gemeentes, lokale stedenbouwkundigen en wetenschappers en de natuuractivisten en andere lobbygroepen overleggen. Wij proberen nu met alle betrokken partijen de voorwaarden te formuleren over hoe en waarover onderhandeld moet worden. Wij ontwerpen niets anders dan een overlegstructuur.’

Architectuur en macht

Een ander interdisciplinair project waarbij het Deens-Japanse duo is betrokken is Power Toilets, een kunstproject dat de verwevenheid van architectuur en macht verkent. ‘Met het Deense kunstenaarscollectief Superflex hebben we een exacte kopie gemaakt van de wc-unit van de Veiligheidsraad in het VN-gebouw in New York. Hier komen de machtigste mannen ter aarde samen. Maar misschien worden de belangrijkste beslissingen wel op de wc genomen, waar ze privé en ongestoord kunnen overleggen. Onze kopie van de wc is toegankelijk voor publiek en staat op een strandje bij een recreatieplas in Heerhugowaard.’

Inmiddels is een tweede versie van Power Toilets gerealiseerd in Gent. ‘In een Turks restaurant hebben we de wc nagebouwd uit de Raad van Ministers van de Europese Unie in Brussel. Turkije wil graag bij de EU maar dat wordt geblokkeerd door de leden van het Europees Parlement uit verschillende landen en politieke partijen.’ Nieuwe projecten waarbij de wc’s van de Wereldbank en Unesco worden nagebouwd in respectievelijk Mexico-City en Zuid Korea staan op stapel. ‘Met deze kunst in de openbare ruimte stimuleren we mensen om na te denken over democratie maar ook over de rol die architectuur speelt in de politieke besluitvorming.’

Aymo en Nezu nemen met hun bureau verschillende posities in: regisseur, criticaster en reorganisator van de openbare ruimte. ‘Maar het meest dierbaar is het ontwerpen van gebouwen. Daarvoor zijn we tenslotte naar Nederland gekomen.’

Favoriet historisch gebouw? Alt Erlaa in Wenen van Harry Glück is een treffende combinatie van futuristische hoogbouw, zwevende tuinen en dakterrassen en was daarmee zijn tijd ver vooruit.
Favoriet hedendaags gebouw? Het Watercomplex voor de 9de South American Games in Medellin, een ontwerp van Paisajes Emergentes, is een recent project dat ons enthousiast heeft gemaakt. Het is een driedimensionaal landschap van zwembaden met een stoere maar verfijnde detaillering.
Favoriet Nederlands gebouw? Elke dag weer genieten we van de parkeergarage van de Bijenkorf, waarop we vanuit ons kantoor uitkijken. Ook bijzonder vinden we de parkeergarage aan de Marnixstraat in Amsterdam met de spiraalvormige op- en afritten. Het zijn anonieme gebouwen, maar elk met een uitgesproken karakter.
Favoriete architect? Naast Oscar Niemeyer, die zo ontzettend veel heeft gebouwd, willen we graag John Hejduk noemen. Hij heeft bijna niets fysiek neergezet maar hij was een excellent architectonische verhalenverteller.
Favoriete hedendaagse architect? Atmosfera uit Zagreb, Kroatië. Maar weinig bureaus zijn zo to the point en recht voor z’n raap als zij.
Favoriete Nederlandse architect? De bureaus waarvoor we hebben gewerkt buiten beschouwing gelaten, dan komen we uit op NL Architects. Zij beseffen als geen ander dat architectuur fun kan gebruiken.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zouden jullie dan willen werken? Brazilië. In volgorde van belangrijkheid: vanwege het klimaat, de muziek en de gebouwen.
Droomopdracht? Een groot woningbouwprojectin Nederland. Maar dat blijft dromen in deze tijd.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Twee basisinstrumenten om inspiratie te genereren zijn dialoog en schetsrol.

De Deen Skafte Aymo-Boot (1970) studeerde architectuur in Kopenhagen en werkte van 1999 tot 2009 bij VMX architecten. De Japanse Yukiko Nezu (1971) studeerde aan de City University in Tokyo en het Berlage Instituut in Rotterdam. Sinds 2001 werkte ze vanuit haar eigen bureau, Urbanberry Design in Amsterdam, voor SeARCH, Petra Blaisse en Toyo Ito. In 2009 richtten Skafte en Yukiko samen Nezu Aymo Architects op in Amsterdam.

Tekst: Jeroen Junte Fotografie: Jeroen Musch en Nezu Aymo
Gepubliceerd in ArchitectuurNL 01 2013

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.