Woningbouw

Architect, Inspiratie

Woningbouw

Door: Vincent van Rossem | 15-04-2013

In NRC-Handelsblad van 28 maart stond een artikel van Bernard Hulsman over het beroemde woningcomplex van Michiel Brinkman in Rotterdam uit 1922. Een meesterwerk, bijna een eeuw oud, waarbij vergeleken hedendaagse woningbouw onbegrijpelijk dom is. Hulsman is geen slechte architectuurcriticus, maar in dit artikel laat hij toch steken vallen. De woningboer Woonstad wordt geprezen omdat het rijksmonument netjes is opgeknapt, ongetwijfeld met subsidie, door de architecten Joris Molenaar en Arjan Hebly die alle lof verdienen voor hun werk. Hulsman vermeldt bijna terloops, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en helaas, dat is ook zo, dat de corporatie het ook toen al wereldberoemde complex in de jaren tachtig van de vorige eeuw op een werkelijk misdadige wijze ‘gerenoveerd’ heeft. Toen wist men zogenaamd niet beter. Elke architectuurhistoricus in Nederland wist echter wel beter. Woningbouwcorporaties beheren woningen maar begrijpen niets van architectuur, toen niet en nu nog steeds niet. In Amsterdam zien de ezels niet dat Tuindorp Frankendaal een juweel is. De huisjesmelker Eigen Haard is vastberaden om de meest gave vroeg naoorlogse woonwijk in Nederland, Tuinstad Slotermeer, te vernielen met grootschalige sloop. Nota bene een stedenbouwkundig ontwerp dat essentieel is voor de geschiedenis van Amsterdam. Architecten en vakbladen zwijgen als het graf.

Hulsman eindigt zijn artikel met de observatie dat Woonbron het zegenrijke werk niet voort kan zetten wanneer de rijksoverheid de huursubsidie gaat terugvorderen van de corporaties. Welja, eerst hebben ze een beroemd woningcomplex op zwakzinnige wijze ‘verbeterd’, vervolgens is de schade hersteld met monumentensubsidie, en nu moet de belastingbetaler opdraaien voor het feit dat corporaties systematisch veel te dure huurwoningen bouwen. Er is geen enkele garantie dat deze dubieuze vastgoedbedrijven de huursubsidie gaan investeren in het beheer van hun monumentaal bezit. Integendeel, het zijn ordinaire huisbazen zonder enig benul van de bouwkunst, die oudere woningen beschouwen als afgeschreven rommel die opgeruimd moet worden. Omdat de corporaties belangrijke opdrachtgevers zijn, wordt hun warhoofdige en cultureel onverantwoordelijke beleid niet bekritiseerd door de enige mensen die er echt verstand van hebben, namelijk architecten. Dat was rond 1930 wel anders, toen de avant-garde systematisch kritiek leverde op de waardeloze en bovendien veel te dure woningbouw van traditionele huisjesmelkers.

Het wordt hoog tijd om de klassieke ‘volkswoningbouw’ in ere te herstellen. De corporaties zouden daarbij een rol kunnen spelen, mits met harde hand gesaneerd. Kostbaar en monumentaal bezit is natuurlijk ongeschikt voor woningen met een minimumhuur. Dergelijke complexen moeten verkocht worden aan bedrijven zoals het Amsterdamse Stadsherstel dat gespecialiseerd is in het beheer van monumenten. Ook het bouwen van dure koopwoningen behoort niet tot de volkswoningbouw. Het is onzinnig om met de winst op dergelijke woningen de sociale woningbouw te financieren. Dat leidt tot volkomen schizofrene bedrijven, met een linkerhand die ‘sociaal’ is en een rechterhand die kopers op de woningmarkt een poot uitdraait. Die constructie is maatschappelijk gezien een gedrocht. In de politiek is de afgelopen jaren veel onzin beweerd over de woningmarkt. Politici hebben nergens verstand van. Men verzint ‘oplossingen’ zonder ook maar een poging te doen om het probleem te analyseren. Het is pijnlijk na ruim een halve eeuw fabeltjesland om de kiezers uit te leggen dat gratis wonen voor iedereen niet realistisch is. Vreemd genoeg besteden ook architectuurtijdschriften nauwelijks aandacht aan de massawoningbouw, het meest wezenlijke probleem dat architecten moeten oplossen. In Delft leren studenten alleen maar over ‘conceptuele problemen’ na te denken, onder de bezielende leiding van een fantast als Winnie Maas. Alsof er niet genoeg concrete problemen bestaan.

Gemeenten dragen stiekem bij aan de problemen in de woningbouw. De prijzen voor bouwgrond maken het onmogelijk om een betaalbaar huis te bouwen, niet alleen in de sociale sector, maar ook in de particuliere bouw. In Amsterdam vraagt men voor een kavel van drie keer niks op IJburg een vermogen, dat niets te maken heeft met de reële prijs, want het grondbedrijf is een melkkoe. En dan nog begrijpt niemand waarom de woningbouw geheel tot stilstand is gekomen.

Vincent van Rossem
Architectuurhistoricus

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 3-2013.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.