Boek: Zinderend oppervlak

Boeken

Boek: Zinderend oppervlak

Door: Jacqueline Knudsen | 09-10-2015

Wat aanvankelijk begon als een bijna 19de-eeuwse liefde voor de mogelijkheden van het kleine steentje is voor Koen Mulder, architect en bouwtechnoloog, uitgegroeid tot passie voor het metselwerkverband als patroonkunst. In zijn getekende boek Het Zinderend Oppervlak deelt hij zijn kennis over sub- en metapatronen en over de manier waarop het verband als compositiegereedschap en maatsysteem kan functioneren.

Bij HP Architecten in Rotterdam, waar ik een tijd heb gewerkt, gebruikten we het plastisch getal van Dom Hans van der Laan tijdens, maar ook nog eens aan het eind van het ontwerp. Tijdens het ontwerp zochten we ermee naar harmonische verhoudingen en duidelijke families van heldere herkenbare vormen. Maar ook aan het eind bleek de proportietheorie een prachtig middel om een gebouwgevel, na alle concurrerende ontwerp- en uitwerkingsbewegingen tot slot weer zorgvuldig in de maat te brengen: de puntjes op de i. Met dat extra moment van aandacht voor proportie en maatsystematiek bleef het ontwerp ook na weken aan de muur te hebben gehangen, prettig om naar te kijken. Het was geland; de computertekening met zijn millimeters en harde lijnen kon eindelijk wedijveren met de nog door het oog gecorrigeerde handschets.

Proportionerende werking  

Parallel aan mijn voortschrijdende metselwerkkennis ontdekte ik dat ook mooi metselwerkverband deze maatgevende en misschien zelfs wel proportionerende werking kan hebben. Een metselwerkverband kent een primaire stapeling van stenen, een secundair motief van stootvoegen en speciaal voor het verband typische randoplossingen. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan de valse kop in een kruisverband of de extra kop naast de kettingkop in een Noors verband om de laatste verticale kettinglijn nog helemaal op de muur te houden. Voor deze ordenende toepassing van het verband zijn onderleggers te maken en penant- en gatformules te schrijven. Bijzondere verbanden vertonen complexe, bijna muzikale ritmes van dunne en dikke lijnen, die je vooral van enige afstand of door je oogharen ziet. Hoeken en gaten zijn deel van de maatsystematiek en worden met veranderingen in het patroon in de rand aangekondigd. Zo kan een bijzonder metselwerkverband de delen van het gebouw met het geheel verbinden en het tot leven wekken. Het biedt de ontwerper een leidraad bij de gevelcompositie.

Baksteenjurk wordt maatpak  

Natuurlijk ben ik mij bewust van alle moderne mitsen en maren in de bouw. Maar het kán wel! Bij ons project in De Pijp [gepubliceerd in ArchitectuurNL #08/2011] was het metselwerkverband tot in elke steen onderlegger voor het ontwerp. Het werd genomineerd voor de Gouden A.A.P. en Amsterdamse Nieuwbouwprijs. Er was veel waardering voor het oppervlaktedetail dat zorgvuldig aansloot bij het zinderend oppervlak van de omringende negentiende-eeuwse stad. De gevel was niet enkel opgevat als grafiek of projectievlak. De gevel was als geheel weer logisch verbonden met muurpenanten en raamgaten via het oppervlaktepatroon en zijn ritmes. Die orde maakte mij als architect gelukkig. Voor mij was de tijd voorbij om de gevel enkel als plat projectievlak te zien. Het overtuigde mij ervan dat de moderne Nederlandse baksteenjurk weer een écht maatpak kan worden; een leidraad voor de geometrie. Het boek Het Zinderend Oppervlak wordt daar het gereedschap voor.

Systematiek van verband en patroon

Er zijn natuurlijk al honderden prachtige boeken over metselwerk. Vaak gaan ze over het materiaal, de kleur, de textuur en allerlei bijzondere ornamenten. Maar een boek dat zich alleen concentreert op de systematiek van verband en patroon was er nog niet. Gombrichs boek The Sense of Order was mijn belangrijkste inspiratie. Zoiets zou er voor metselwerk moeten bestaan. Tijdens mijn vooronderzoek interviewde ik veel architecten met een bijzonder metselwerk-oeuvre. Ook sprak ik uitgebreid met fabrikanten, geveladviseurs, bouwhistorici, wiskundigen en psychologen. Een systematisch boek over baksteenverband- en patroonkunst bleek écht nog niet te bestaan. Moderne baksteenpublicaties gaan vaak over bouwtechniek, geschiedenis of over architectonische betekenis; de bijzondere wegen van de patroonkunst zelf – van voeg en reliëf – worden altijd slechts oppervlakkig aangeroerd. En zoals F. Weijde, auteur van Metselen uit 1938 zegt: ‘Metselwerk, goed uitgevoerd, is mooi en deugdelijk en heden ten dage door nog geen ander materiaal geëvenaard. Als men het vak meester is, beoefent men het, ondanks vele schaduwzijden, met plezier en niets werkt vernederender op een mens, dan de kennis te missen, die redelijkerwijs van hem verwacht wordt’.

Vernuft van de ontwerper

De grootte van de steen en zijn verband verbinden de schaal van het gebouw met de maat van de straat. Bijzondere verbanden vertonen op verschillende afstanden andere patroonaspecten. Dat maakt de oude Hollandse binnenstad levendig, gevarieerd en toch bij elkaar passend. En het kan snel zo bijzonder worden! De patroonrijkdom is zelfs met enkel halve en hele 1x2x4-stenen al oneindig groot. Zie bijvoorbeeld hoe een primaire steenstapeling tot vele verschillende secundaire patronen kan leiden. Meer nog dan in Nederland hebben de Scandinavische landen hierin een belangrijke traditie. De primaire stapeling is gegeven; het secundaire patroon drukt het vernuft van de ontwerper uit. Zo gebruikt de architect het verband enerzijds om zijn respect voor de historie uit te drukken, maar krijgt hij tevens de achtergrond om zijn eigen vinding te laten schitteren.

Lagen, leggen en behangen

Het boek duikt eerst in de ‘technische’ diepte van de oude verbanden. Het oppervlaktepatroon staat daarbij haaks op de bouwrichting. Het is eigenlijk een tektonisch verklarend bijproduct. Het verband als constructieve stapeling ontwikkelt zich in de 19de eeuw, met het gebruik van de verblendsteen, tot een vaak puur esthetische buitenschil, een bekleding. Vanuit het lagenpatroon ontstaat een algemene systematiek voor patroonkunst met gestapelde of gelegde stenen. Daarbij dient ook de vrijheid van andere steenvormen zich aan en de richtingen waarin deze geplaatst worden. Deze ‘behangpatronen’ kennen hun eigen systematiek, herhalingstegels en randoplossingen; ook de vlakvulling kan als maatsysteem voor een gevel worden opgevat. Het heeft een ordenende werking, mits de architect bereid is ook de rand te ontwerpen en er niet wild op los te knippen. F. Weijde’s vermanende woorden zijn voor de ontwerper onverkort van toepassing.

Patronen en nieuwe technieken

Het boek eindigt met nieuwe geveltechnieken, van beplakte beplating, naar ingelegde prefabbeton en van in de fabriek gelijmde elementen naar met robots samengestelde, gedraaide en gelijmde oppervlakken. De montage staat aan het begin van zijn digitale revolutie, maar het noodzakelijk opknippen van het patroon kan op een architectonische betekenisvolle manier geschieden. Daarvoor moet het patroon worden doorgrond. En daarbij gaat het in wezen over voegen, die juist patroonnaad of verbinding kunnen zijn. Een belangrijke rol speelt daarbij het sub- en metapatroon, het reliëf en de driedimensionale vormvrijheid van elementen. De baksteenhuid kan veel meer zijn dan imitatie. Het Zinderend Oppervlak zoekt aan de hand van getekende voorbeelden naar de systematiek en wetmatigheden binnen die nieuwe, ogenschijnlijke onbeperkte vrijheid. Het geeft voorbeelden van ornamentiek die het oppervlak architectonisch verklaart. En het wenst met patroonkennis dezelfde gelaagdheid en verdieping in het moderne geveloppervlak terug te brengen, die onze oude binnensteden zo kenmerkte.

Wording van het boek

Het Zinderend Oppervlak wordt een echt plaatjesboek voor ontwerpers, bouwers en alle anderen die graag met baksteen werken. Het boek, geleverd met spreadsheets en computerprogramma’s, geeft ontwerpers in een vroeg stadium grip op de relatie tussen metselpatroon en gevelontwerp. Het onderzoek wordt financieel ondersteund door het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie. Daarnaast ondersteunen architecten, docenten en leveranciers de verschijning van Het Zinderend Oppervlak als crowdfunder.  Zomer 2015 zijn al 350 exemplaren bij voorinschrijving verkocht. Ook heb ik bij enkele grote architectenbureaus, de industrie, metselopleidingen en op verschillende universiteiten lezingen gegeven over de onderwerpen van het boek in wording. Alle hulp blijft welkom, bijvoorbeeld door voorinschrijving voor € 50. Het boek verschijnt naar verwachting eind 2015 / begin 2016. Op mijn blog www.zinderendoppervlak.nl is een flink uittreksel te bekijken.

Tekst en beeld: Koen Mulder

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 6 2015

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.