Concept designer Lieke Willems spreekt dezelfde taal als architect

Design

Concept designer Lieke Willems spreekt dezelfde taal als architect

Door: Peter de Winter | 03-07-2018

Ooit probeerde ze een plaats aan de filmacademie te bemachtigen, maar kreeg te horen dat ze eerst maar eens levenservaring moest opdoen. Toch is werken aan films voor een architect minder gek dan je denkt, zegt concept designer Lieke Willems. ‘Bij film denk je mee over de setting waarin acteurs optimaal floreren. Bij een interieurontwerp denk je samen met de opdrachtgever mee over een sfeer waarin gebruikers van een gebouw optimaal kunnen functioneren.

Lieke Willems is concept designer bij tapijttegelfabrikant Interface in Scherpenzeel. In die kwaliteit ontwerpt ze in samenspraak met opdrachtgevers vloerplannen voor gebouwen, met als doel de sfeer en het gebruik van de ruimte te optimaliseren. Zij doorliep de HTS in Utrecht en ze studeerde in 2006 af als architect aan de TU in Eindhoven. Dat vak praktiseerde ze als assistent-architect ruim drie jaar bij BFAS architectuur en stedenbouw, een middelgroot bureau in Amsterdam.

Zelfstandig artdirector

Net als bij veel van haar jonge collega-architecten werd haar jaarcontract niet verlengd omdat de gevolgen van de crisis ook bij haar werkgever steeds voelbaarder werden. Ze begon voor zichzelf en vond als zelfstandig assistent artdirector haar broodwinning bij speelfilms als ‘Als je verliefd wordt’ en ‘Nova Zembla’. Als artdirector was ze belast met het zoeken en aankleden van locaties, het maken van affiches die in beeld komen, maar ze verrichtte ook hand- en spandiensten op de set. Werken voor de film was voor haar de invulling van een meisjesdroom. In haar jonge jaren probeerde ze namelijk een opleidingsplaats aan de filmacademie te bemachtigen, maar kreeg te Dezelfde designtaal horen dat ze eerst maar eens levenservaring moest opdoen. Kom maar terug als je volwassen bent, klonk het oordeel. Toch is werken aan films voor een architect minder gek dan je denkt, zegt de conceptdesigner. ‘Bij film denk je mee over de setting waarin de acteurs optimaal kunnen floreren. Bij een interieurontwerp denk je samen met de opdrachtgever mee over een sfeer waarin gebruikers van een gebouw optimaal kunnen functioneren. Het gaat in beide gevallen dus om concepten bedenken en sferen neerzetten.’ In 2012 kwam zij per toeval een tijdelijke baan als concept designer bij Interface tegen. De tijdelijke aanstelling beviel beide partijen bijzonder goed en na een jaar kreeg ze een vaste aanstelling.

Concept designer is ideale baan

Voor Willems is concept designer bij Interface naar eigen zeggen een ideale baan. Het is haar taak klanten te inspireren en dat lukt haar goed omdat ze als voormalig architect de designtaal spreekt en verstaat waar opdrachtgevers als (interieur-) architecten en andere vormgevers zich graag in uitdrukken. ‘Dat lukt me vaak beter dan mijn salescollega’s. Als een architect mij iets vraagt, hoor ik net iets anders als achterliggend gevoel dan een sales collega.’ De meeste klanten die zich bij haar melden, vinden het tijd voor een nieuw tapijt op kantoor. Tegelijkertijd heeft zij te maken met het stoffige imago dat nog steeds rond tapijttegels hangt. ‘Maar de tijd van het standaard ‘grijsje’ is al lang voorbij. De laatste vijf, zes jaar is onze collectie zo groot en divers geworden dat klanten een enorme keuze hebben. Zelfs als een architect een paar van onze stalenboeken in de kast heeft staan, zal je net zien dat het boek ontbreekt waarin tapijtstalen zitten die bij zijn ontwerp passen. Dan nemen wij op basis van hun ideeën een aantal tassen met stalen mee en kunnen ter plaatse samen de juiste producten met elkaar matchen. Mocht het gewenste design onverhoopt niet in de boeken zitten, dan kunnen we voor een klant ook customizen zowel in kleur als textuur.’ Sommige (interieur-) architecten weten precies wat ze willen en hebben de tijd voor een eigen vloerontwerp, maar er zijn er ook die zoveel om handen hebben dat de tijd ontbreekt om ook nog eens over tapijtontwerp of vloerplan na te denken. En dan kloppen ze bij Willems aan met de verwachting dat zij als expert een vloerplan kan maken dat past bij de sfeer waarnaar ze op zoek zijn. ‘De vraag is dan vaak of ik een paar concepten in verschillende sferen wil neerzetten waarna we via een ontwerpschets op het definitieve ontwerp uitkomen. Het begint dus vooral bij inspiratie en daarna ligt het bij de architecten in hoeverre zij onze diensten willen implementeren. In het kader van inspireren geeft Willems tegenwoordig ook vaak lunchlezingen met het thema Biophilic design of een workshop Mix & Match als een bureau weer even bijgepraat wil worden over de nieuwste collecties. Het is vooral deze veelzijdige dynamiek die de baan interessant maakt.’

Aantoonbare winst

Concept designer Willems zegt dat een goed doordacht vloerplan aantoonbaar winst voor een organisatie of bedrijf kan opleveren. ‘Mensen vergeten vaak hoe belangrijk een vloer is. De vloer is het grootste oppervlak van de binnenkant van een gebouw en daarmee heel bepalend voor hoe gebruikers de binnenruimte ervaren. Op het moment dat je de vloer vergeet en ‘grijs’ invult, kan zelfs het mooiste ontwerp saai worden. Je kunt uiteraard de vloer als basis gebruiken en met meubels van alles doen, maar dan nog kan het interessant zijn om met tapijt in verschillende kleurnuances en texturen een sfeer op te roepen die de mensen verrast. Zonder overdrijving durf ik te stellen dat een vloer een gebouw naar een hoger plan kan tillen en dat is iets wat veel gebouweigenaren zich nog te weinig realiseren.’

Koudwatervrees

In haar dagelijkse praktijk als concept designer komt Lieke Willems nog veel koudwatervrees tegen bij klanten. ‘Veel mensen weten niet goed wát ze willen en kiezen dan maar voor wat ze al kennen. Vaak vanuit het idee dat de achterban toch behoudend is en dat het vloerontwerp niet al te vernieuwend mag zijn. Het is dus belangrijk dat je als concept designer veel verschillende inspirerende voorbeelden kunt laten zien.’ Ze legt uit dat je een pand een heel eigen identiteit kunt geven door op de vloer verschillende kleuren en texturen aan te brengen. ‘De keuzes die je daarbij maakt, zijn zeer sfeerbepalend. Zo kan je – zelfs zonder een muur neer te zetten – met vloerbedekking binnen hetzelfde plan de werkruimtes nadrukkelijk bij de gang betrekken of ze er doelbewust van afsluiten. Dat geldt ook voor de routing. Die kan je met vloerbedekking op een heel natuurlijke manier aangeven door gebruik te maken van wisselende kleurnuances of texturen. En als het om sferen gaat kan je de vergaderruimte zakelijk maken, het restaurant gastvrij en uitnodigend, de meetingroom sprankelend en toegankelijk en de werkruimtes rustig.’ Elke sfeer vraagt om zijn eigen kleur en textuur en het is aan mij om aan te voelen welke collecties daarbij passen. Waar het om gaat, is te komen tot de juiste mix van shabby of chic, sprankelend of ingetogen, uitbundig of contemplatief, extravert of juist terughoudend. Aan mij als conceptdesigner de taak om al die wensen te vertalen en de klant de juiste productmix te laten zien.’

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2018

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.