Minimalistisch design van De Intuïtiefabriek

Design

Minimalistisch design van De Intuïtiefabriek

Door: Viveka van de Vliet | 28-02-2018

Het zijn veelbelovende dertigers binnen de creatieve wereld. Gedreven, talentvol,  eigenzinnig en ambitieus. Ze kiezen een eigen pad, experimenteren en zoeken  samenwerkingen. Deel 28 van een serie: De Intuïtiefabriek van Eefiene Bolhuis (1985)  en Eva Gevaert (1986). Een ‘fabriek’ die producten produceert met een groot gevoel voor  verhoudingen, vormen, esthetiek, kleur, detail en afwerking.

De Intuïtiefabriek bestaat uit een dubbel  souterraingedeelte aan het Amsterdamse  Iepenplein. Het is enerzijds inderdaad een  fabriekje waar Eefiene Bolhuis en Eva Gevaert  hun eigen porselein vervaardigen. Er staat een  kiln (oven), emmers met pigmenten en klei, nog  ongeglazuurde en ongebakken espressokopjes  en een serie kleurrijke eieren in blauw, perziken  okertinten, die bij nader inzien zoutvaatjes  blijken te zijn. In de belendende ruimte is de  studio gevestigd waar onder andere ideeën  worden bedacht en uitgewerkt, en waar een  groot aantal van de designproducten zijn  uitgestald.

De Intuïtiefabriek lijkt op volle toeren te  draaien. Het collectief werkt aan zeker tien  opdrachten tegelijk en is zichtbaar aanwezig in  de designwereld. De ontwerpers werken voor  labels en galeries in binnen- en buitenland,  ze exposeren met regelmaat, staan op  (internationale) beurzen, werken in opdracht  van particulieren en designlabels en ze initiëren  minstens één eigen onderzoekend project  per jaar in alle creatieve vrijheid en zonder  concessies of deadline.

Idealisme en creativiteit

Maar het is ook hard werken om een redelijk  inkomen te vergaren, ondervindt Eefiene  Bolhuis. Samen met Eva Gevaert, Amba Molly  en Carolina Wilcke (de laatste twee begonnen  later voor zichzelf), startten de ontwerpers  De Intuïtiefabriek na hun afstuderen aan de Design Academy Eindhoven in 2009. Ze  zijn van dezelfde lichting als onder andere  de even getalenteerde Dirk Vander Kooij en David Derksen die ook midden in de crisis  afstudeerden. ‘Er was geen werk, geen geld  en je moest een lange adem hebben om te  overleven’, vertelt Bolhuis. Dat heeft ook z’n  voordelen: ‘Wij zijn geen ontwerpers die snel bij  de pakken neerzitten, we zijn ondernemend en  ontwerpen niet voor het grote geld maar meer  uit idealisme en creativiteit.’

Vliegende start Intuïtiefabriek

Met de mogelijkheid om meteen na hun  examen te exposeren op DMY International  Design Festival Berlin, genereerden ze in  een klap veel aandacht. Ze lieten toen al hun  handschrift zien met verhalende ontwerpen  waarin verschillende materialen worden  gecombineerd. Het resulteerde in hun eerste  project Excavations in 2011. Dit kabinet  staat nog steeds als een huis. ‘Glas biedt  gelaagdheid, het hout zorgt voor een extra  laag erachter. De materialen versterken elkaar  omdat keramiek net als hout leeft, terwijl glas  hard is.’

Porselein en beton

De Intuïtiefabriek lanceerde een aantal  nieuwe producten, zoals een combinatie van  architectonische bogen die doen denken aan  delen van een Romaanse kathedraal maar  dan uitgevoerd in verschillende kleuren beton  en fungerend als schalen, uitgebracht bij  designlabel New Duivendrecht.  Tussendoor is er altijd ruimte om in  hun porseleinfabriekje gestaag kleine  hoeveelheden producten te vervaardigen  zoals Tri (combinatie van schaaltje, kommetje  en deksel/schaaltje), Fête (drie verschillende  gebakbordjes), Ei (zoutvaatje), Flock (kleurige  schaaltjes), en ook de langstlopende en best  verkochte Sum-espressokopjes en -mokken  vinden nog altijd een weg naar restaurants,  koffietentjes en huiskamers.

Restmateriaal

Ook in het restmateriaal – kruimels gekleurd  klei – zien de ontwerpers potentie; zo  proberen ze niet alleen de hoeveelheid afval  te beperken, maar experimenten met het  hergebruik van de kleiresten leveren ook  prachtige kleurrijke nieuwe producten op.  Wanneer ze zo’n tweehonderd kilo restklei  hebben verzameld wordt het interessant: ‘Het  mooie van kleinschalig werken met porselein  is dat je zowel de klei als het glazuur kunt  kleuren, iets wat in de industrie zelden gebeurt’,  zegt Bolhuis.
Vanwege de grote hoeveelheid gebruikte  kleuren is het restmateriaal ook bijzonder  kleurrijk. En dat niet alleen. Door de manier van  produceren blijft het afval als ‘vlokjes’ tegen  elkaar aan kleven, zonder dat het echt versmelt.  Zo lijken de tijdens de Milaan Design Week  2017 gepresenteerde, maar nog tot eindproduct  door te ontwikkelen bordjes, schaaltjes en  kopjes uit de ‘Flock’-serie op pointillistische  schilderijen.

Minimalistische mini-architectuur

Ondanks dat De Intuïtiefabriek uiteenlopende  producten vervaardigt – van badspeelgoed  tot meubel – blijft het handschrift herkenbaar.  Het werk van de twee ontwerpers kan goed  omschreven worden als minimalistische en  esthetische mini-architectuur. Ze spelen met  verhoudingen, vormen en vlakverdelingen.  De composities zijn vaak helder, strak, stoer  èn elegant tegelijk, en altijd in evenwicht. Ook  bezitten de ontwerpers een verfijnd gevoel  voor kleur en oog voor detail. In het handwerk  schuilt een perfecte afwerking waarbij soms  de mooie gladde kant aan de binnenzijde zit  en de ruwere, matte buitenkant zorgt voor een  tactiel gevoel. Daarnaast combineren ze graag  uiteenlopende materialen als hout of porselein  met bijvoorbeeld glas en zijn de onderdelen van een product op verscheidene manieren te  gebruiken.

Japan en Milaan

In Japan willen ze een meubel gaan ontwerpen  van een lokale en duurzame houtsoort ‘De  samenwerking komt voort uit een contact  dat dat we opdeden toen we zo’n drie jaar  geleden in Japan exposeerden’, vertelt Bolhuis.  ‘Japanners snappen meteen wat wij willen  vertellen met name vanwege ons gevoel voor  detail en afwerking en de minimalistische  vormentaal.’
Nog een spannend toekomstig initiatief dat  hopelijk leidt tot een grote internationale  opdracht: het Nederlands consulaat-generaal  heeft De Intuïtiefabriek geselecteerd om  zich te presenteren op de Satellite 2018 van  de Salone del Mobile in Milaan. ‘Wij zien de  presentatie van nieuw werk op de Salone  als een mogelijkheid om ons internationale  netwerk te vergroten en contact te leggen  met merken waar we nog niet bekend mee  zijn. Hopelijk doen zich daar mooie nieuwe  ontwerpuitdagingen voor’, zegt Bolhuis.

Tekst Viveka van de Vliet i.s.m. Stichting Zetel
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 01 2018

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.