Sabine Marcelis speelt met licht

Design

Sabine Marcelis speelt met licht

Door: Viveka van de Vliet | 13-09-2017

Het zijn veelbelovende dertigers binnen de creatieve wereld. Gedreven, talentvol, eigenzinnig en ambitieus. Ze kiezen een eigen pad, experimenteren en zoeken samenwerking. Deel 25 van een serie: Sabine Marcelis en haar spel met licht, kleur, transparantie en intensiteit.

Sabine Marcelis

Tegenover de Rotterdamse Merwedehaven die gedomineerd wordt door zowel oude hijskranen als het meest protserige zeiljacht, meeuwen en wind, staat een levendig verzamelgebouw waar veel bedrijven en ontwerpers hun machines delen. Ook de blokken giethars van Sabine Marcelis worden hier gegoten en gepolijst tot perfecte kubussen in smakelijke kleuren, als uit de kluiten gewassen blokken voedsel. In haar compacte studio werkt ze te midden van experimenten en prototypes samen met haar geoliede team dat bestaat uit studio manager Wout Dullaert en designer Adeline Faveau. Met z’n drieën kunnen ze grootschalige projecten aan. Het echte vakwerk, zoals het buigen van neon, doet ze in samenwerking met experts. ‘Ik ben geïnteresseerd in hoe dingen worden geproduceerd. Maar mijn rol is ideeën bedenken en die vertalen voor specialisten. Ik ben de ‘verse geest’ voor de vakmensen binnen de industrie; samen lossen we nieuwe, gekke designproblemen op.’

Transparantie en reflectie

Marcelis fascinaties en liefdes beginnen met materialen. Ze heeft een voorkeur voor glanzende en dure materie als marmer, giethars, maar ook neon en glas. Ze houdt van heldere vormen en speelt graag met kleur, transparantie, reflectie en de effecten van het licht op die materialen. Met licht zet ze het verborgene in de schijnwerpers. Voor haar Voie Lights bijvoorbeeld versterken de twee gecombineerde materialen elkaar zoals een en een drie kan zijn. Een blok gekleurd giethars en een tube gebogen neonlicht omarmen elkaar niet alleen, ze helpen elkaar in het benadrukken van ieders schoonheid: het neonlicht versterkt de kleur van het giethars en dat materiaal manipuleert het licht waardoor het diffuser wordt.

Happy accident

Marcelis zegt snel verveeld en ongeduldig te zijn, maar ze is evengoed nieuwsgierig, leergierig en alert; ze zuigt informatie op als een spons. Ze krijgt energie van nieuwe challenges, gelooft niet in one hit, altijd vindt ze weer iets nieuws dat haar uitdaagt. En als een experiment mislukt, is het een happy accident, die in een ander project juist nieuwe mogelijkheden biedt. Om zichzelf steeds uit te dagen, werkt ze ook graag aan verschillende projecten tegelijk.
Nog een reden is overigens dat ze alles onderschat, zegt ze zelf. Een voorbeeld is de aankoop van een oude papierfabriek in Rotterdam die ze samen met haar vriend, een Franse architect die bij OMA (Office for Metropolitan Architecture) werkt, verbouwt tot drie appartementen. Een enorme klus. ‘Op het moment dat ik besef dat ik de hoeveelheid werk heb onderschat, zit ik er al zo diep in dat ik niet meer terug kan. Het voordeel daarvan is dat ik hoe dan ook een oplossing vind.’

Winkels en warenhuizen

De schaal maakt haar niet uit. Het kan net zo goed een klein product zijn voor een galerie of museum, als het vormgeven van een architectonische ruimte, zoals ze voor een groot aantal winkels heeft gedaan. Ze voegt met deze opdrachten iets wezenlijks anders toe in dit soort omgevingen. Met haar eigen benadering van materialen, kleuren en licht, creëert ze sfeer, luxe, ruimtelijkheid, gelaagdheid en soms iets bijna mysterieus en poëtisch. Zo kreeg ze in 2016 van OMA de opdracht materialen te ontwikkelen voor de nieuwe Flagship store van Repossi in Parijs. Een high end juwelierswinkel aan de Place Vendôme. Marcelis bracht met gelamineerd en semi-reflecterend glas, spiegels en aluminium panelen diepte en gelaagdheid aan door te spelen met reflectie en het breken van licht en kleur. Speciale displays vormen een podium waarop de juwelen kunnen schitteren.
In hetzelfde jaar volgde een groter project, ook van OMA. De architecten hadden het warenhuis in Berlijn, het Kaufhaus des Westens (KaDeWe), gerenoveerd en samen met Marcelis de nieuwe hoofdingang gerealiseerd. Ze gebruikte lichtstrips en met kleur behandeld glas dat als een goudglanzend geometrisch hekwerk een immense diepte suggereert.
Patrick Munster, eigenaar van Salle Privée,  vroeg Marcelis elementen voor de winkel te ontwerpen voor de lancering van de collectie in Parijs tijdens de Fashion Week; ook vroeg hij haar als art director van de parfumcampagnes die eind juni gelanceerd zijn. Binnenkort gaat ze voor zijn eerste showroom van 200 m2 in Milaan het gehele ontwerp realiseren in een prachtig oud pand. Een klus die binnen de kortste keren klaar moet zijn. Maar het gaat lukken, van hard werken is ze niet vies. De voorwaarde bij elke opdracht is echter: er moet een goede klik zijn. ‘Alles kan als iedereen zich on the same page bevindt.’

Wellington, Eindhoven, Rotterdam

De met Engelse woorden gelardeerde zinnen, verraden haar achtergrond: Marcelis groeide op in Nieuw Zeeland. Haar ouders verhuisden hierheen vanuit Krimpen aan de IJssel toen Sabine (geboren in Rotterdam in 1985) een jaar of negen was. Op haar zestiende won ze al een New Zealand Young Designer of The Year Award voor haar modeontwerpen, maar ze wilde eigenlijk snowboarder worden. Omdat ze zichzelf niet getalenteerd genoeg vond, deed ze Industrial Design aan Victoria University. ‘Deze met onze TU vergelijkbare studie, is een goede technische basis waar ik profijt van heb, maar ik wilde daarnaast vrijer en experimenteler werken.’ Ze vertrok naar Nederland en studeerde aan de Design Academy Eindhoven. Na haar afstuderen in 2011 wist Marcelis een ding zeker: ze wilde voor zichzelf beginnen. Aanvankelijk verdiende ze geld als freelancer voor kunstenaars en modeontwerpers, in 2014 werd het echt serieus dankzij een bedrag van het Stimuleringsfonds.

Eigen projecten

Haar eerste eigen projecten: Seeing Glass, de serie spiegels met optisch effect die ze samen met Brit van Nerven maakte, en de Voie Lights, bezorgden haar bekendheid. Galerie Etage Projects in Kopenhagen en Victor Hunt Gallery in Brussel hadden direct een blind vertrouwen en boden de ontwerper een goed podium. De Dawn Lights werden vervolgens geëxposeerd in het Boijmans van Beuningen. De sneeuwbal begon te rollen en is niet meer gestopt.

Tekst Viveka van de Vliet, gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 van 2017

Gerelateerd

Tags: , , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie