Scandinavisch design VOLA 50 jaar

Design

Scandinavisch design VOLA 50 jaar

Door: Peter de Winter | 24-01-2019

Grondlegger van het Scandinavisch design van VOLA is de Deense architect Arne Jacobsen. Hij ontwierp in 1968 de eerste mengkraan voor de Nationale Bank van Denemarken. Deze klassieker is nog steeds in productie. De kraan wordt net als de andere producten in Denemarken gemaakt door VOLA A/S uit massief, geborsteld messing of roestvrij staal. Door de hoogwaardige manier van produceren en de tijdloze Scandinavische vormgeving zijn de producten inmiddels wereldwijd door architecten voorgeschreven in woningen en utilitaire gebouwen.

Architect en ontwerper Arne Jacobsen (1902-71) – godfather van het Scandinavisch design – studeerde in 1927 af aan de Koninklijke Deense kunstacademie. Zijn doorbraak als architect kwam in 1929 met het winnende ontwerp voor de wedstrijd van het Huis van de Toekomst. Kenners beschouwen dit gebouw als de introductie van moderne architectuur op Deens grondgebied. Vanaf 1950 ontwerpt Jacobsen (ook) meubels, die toonaangevend waren in hun tijd, gewild zijn op hedendaagse veilingen en bovendien nog steeds worden geproduceerd. Zijn eerste succes boekte hij in 1952 met de stoel ‘de Mier’. De Mier werd opgevolgd door de stoelen de Zwaan en het Ei, inmiddels klassiekers. Oorspronkelijk waren ze bedoeld voor het door Jacobsens ontworpen SAS Hotel in Kopenhagen.

Nieuw type kraan

Kort nadat Arne Jacobsen in 1961 de wedstrijd won voor zijn ontwerp voor de Nationale Bank van Denemarken nam de eigenaar van VOLA A/S, Verner Overgaard, contact met hem op. Hij was zeer onder de indruk van het talent van de jonge Deens ontwerper en zocht samenwerking. Overgaard had een idee voor een nieuw type kraan. Hij wilde alle technische delen in sleuven in de muur wegwerken zodat alleen de knoppen en uitloop zichtbaar waren. Toentertijd een compleet nieuw concept. Jacobsen realiseerde zich dat dit idee goed aansloot op zijn eigen opvattingen over functionele vormgeving. Met dit principe in het achterhoofd ging Jacobsen aan de slag.

Over de hele wereld

In 1968 ontwierp hij de mengkraan 111 voor de Nationale Bank van Denemarken. Meer dan 45 jaar later is het tijdloze ontwerp – schoolvoorbeeld van Scandinavisch design – nog steeds in productie. Sinds die tijd zijn de kranen en douches van VOLA toegepast in toonaangevende gebouwen over de hele wereld waaronder het ARoS Aarhus Kunstmuseum, BMW Welt in München, het Festspielhaus St. Pölten en het Old Treasury Hotel in het centrum van Perth. In Nederland werd VOLA voorgeschreven in gebouwen als het Stedelijk Museum, Museum MORE en het Mauritshuis.

Dissing + Weitling

Na zijn afstuderen aan de Koninklijke Deense Kunstacademie (Kopenhagen) in 1966 kwam Teit Weylandt in dienst bij Arne Jacobsen. Hij werkte er van 1966 tot 1971. Bij het overlijden van Arne Jacobsen in 1971 werd diens kantoor voortgezet door Dissing + Weitling en in 1985 werd Weylandt partner van dit nog altijd gerenommeerde architectenbureau. Sinds 1971 werkte hij met Carsten Overgaard samen om voor VOLA een aantal nieuwe producten te ontwikkelen. In 2005 ontwierp Weylandt de VOLA 050 hoofddouche.

Dochteronderneming

Overigens zijn er designliefhebbers die voor VOLA-ontwerpen sparen en ze verzamelen. Wat dat betreft heeft ontwerper van het eerste uur Arne Jacobsen goed werk geleverd. Dochteronderneming VOLA was vanaf 1970 tot 1999 in Nederland verkrijgbaar via een importeur. Sinds 1999 wordt VOLA in Nederland geïmporteerd en gedistribueerd door VOLA Nederland BV, een zelfstandige dochteronderneming van de Deense VOLA holding. Het assortiment bevindt zich wat de prijs betreft in het topsegment en is verkrijgbaar via geselecteerde sanitair speciaalzaken in heel Nederland. Zo’n 80% van het assortiment vindt zijn weg naar de markt voor particulieren. Zo’n 20% komt op voorspraak van architecten terecht bij de zakelijke markt.

Cilindrische vormen

Alle sanitaire componenten worden in Denemarken door VOLA A/S gefabriceerd. Volgens het bedrijf een schoolvoorbeeld van Scandinavisch vakmanschap in combinatie met de nieuwste technologieën. De verschillende onderdelen van VOLA-sanitair zijn modulair en altijd afgeleid van cilindrische vormen of staven en staan haaks op elkaar. Ze worden gemaakt uit massieve schuiven roestvrijstaal of messing. Bij de productie van een messing douchekop bijvoorbeeld wordt een massieve schijf van 10 tot 12 kilo nauwkeurig verspaand. Aan het eind van de productie blijft slechts 10 procent van het oorspronkelijke materiaal over. VOLA kiest voor deze arbeidsintensieve productiewijze omdat de haakse hoeken die kenmerkend zijn voor de verschillende ontwerpen niet met een giet- of stanstechniek gerealiseerd kunnen worden. Overigens wordt er geen spaan van het materiaal verspild. Alle het messing en roestvrijstaal wordt hergebruikt.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 6 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.