Tjeerd Veenhoven stampt mosselgranulaat tot zitobjecten

Design

Tjeerd Veenhoven stampt mosselgranulaat tot zitobjecten

Door: Viveka van de Vliet | 16-12-2020

Veel ontwerpers zijn uiterst creatief als het gaat over materiaalinnovaties of het gebruik van bestaande materialen op een nieuwe manier. Studio Tjeerd Veenhoven stampt oer-Hollands mosselgranulaat tot zitobjecten.

Tijdens het telefonische interview hoor je ritmisch gestamp op de achtergrond. In zijn Groningse studio stampt ontwerper Tjeerd Veenhoven letterlijk kilo’s mosselschelpen tot granulaat. Stampen heeft de voorkeur boven persen, je hebt meer controle over het proces. En je krijgt er als bijeffect sterke bovenarmen van, zegt de ontwerper. Gebonden met een biopolymeer leveren de gestampte mosselschelpen met hun blauwzwarte gloed ‘mosselpoefjes’ op. Een natuurlijk alternatief voor onder andere de bestaande betonnen zitmodules op de NS-stations.

Opwaarderen van organische reststromen

Het wordt wel eens gedacht, maar Veenhoven is niet gespecialiseerd in het recyclen van materialen. Zijn specialisme is het onderzoeken en ontwerpen van waardeketens. De ontwerper kijkt naar welke technieken het beste gebruikt kunnen worden om hoogwaardige bouwmaterialen te vervaardigen uit een areaal aan natuurlijk grondstoffen met elk een eigen habitat en relevantie. De ontwerper wordt wel ‘de materialenman’ genoemd, vanwege zijn enorme kennis als het gaat over het opwaarderen van organische reststromen voor toepassingen in de bouwsector, zoals in biopolymeren, cellulose, zetmeel, en mycelium. We kennen hem onder andere van de palmleren slippers, tulpenbladpigmenten, AlgaeFabrics, en binnenkort van de mosselzitmodule. Grote waardering heeft hij ook voor de kokkel met haar aardse zandkleur uit het dichter bij huis liggende waddengebied. Hij maakte eerder met kokkels uit de baai van Rio de Janeiro een 3D-printbaar product voor het Museum of Tomorrow in samenwerking met het consulaat. Ook in de oesterschelp ziet de ontwerper potentie.

Het Natuurlijke Station

Studio Tjeerd Veenhoven (STV) had nog niet eerder met mosselschelpen gewerkt totdat hij als een van de vier winnaars werd gekozen om in het What if Lab (een programma van Dutch Design Foundation in Eindhoven) samen met de andere winnende ontwerp- en architectenbureaus voorstellen te ontwikkelen voor de actuele vraag: ‘Wat als… we alle kleine stations in Nederland circulair gaan ontwerpen?’

Biobased grondstoffen

ProRail, NS Stations en Bureau Spoorbouwmeester staan namelijk aan de vooravond van een grote transitie naar een volledig circulaire bedrijfsvoering in 2050. Hierin spelen het spoor en de stations in Nederland een belangrijke rol, waarbij de organisaties streven naar een honderd procent afvalvrije bouw. Dat willen ze bereiken door zo min mogelijk (vervuilende) materialen en zoveel mogelijk biobased grondstoffen te gaan gebruiken.

Ontwerper en sociaal ondernemer Tjeerd Veenhoven is daarin al jaren thuis. Hij besloot zijn krachten te bundelen met een andere winnaar Leonie Welling van Welling Architects. Samen ontwierpen ze het ‘Natuurlijke Station’. Welling vanuit landschappelijk en architectonisch oogpunt, STV vanuit het ontwikkelen van duurzame alternatieven. Een happy encounter noemt Veenhoven de samenwerking.

Mosselschelpen uit de Oosterschelde

Hij nam betonranden, stoeptegels, glas en gegalvaniseerd staal onder de loep, materialen en producten die weliswaar bestendig zijn, maar tijdens de productie een hoge CO2-uitstoot hebben en moeilijk recyclebaar zijn. STV onderzocht deze materialen vervangen kunnen worden door lokale alternatieven die geschikt zijn voor organische circulariteit. In de buurt van station Yerseke in Zeeland bijvoorbeeld, trof de ontwerper bergen mosselschelpen uit de Oosterschelde, een nevenstroom van de mossel die normaalgesproken in de weg- en waterbouw wordt toegepast. Hij haalde met een vrachtwagen grote hoeveelheden van dit restmateriaal naar Groningen.

Mosselgranulaat en rieten sandwichpanelen

Na lang onderzoek en experiment kon Veenhoven het beton van de zitobjecten en plantenbakranden vervangen door het oer-Hollandse mosselgranulaat gebonden met een biopolymeer. Ook andere beschikbare materialen haalde hij als een strandjutter uit de stations- en spooromgeving, zoals lisdodde als composiet en isolatiemateriaal, lokale houtsoorten, leem en riet dat traditioneel als isolerende dakbedekking wordt gebruikt. “Binnen de rietsector worden de mechanische eigenschappen van riet echter onderschat”, vindt de ontwerper. “Zo’n tienduizend ton rietafval wordt jaarlijks in de fik gestoken. Zonde, je kunt er lichtgewicht sandwichpanelen van maken”, weet hij. Welling en Veenhoven bedachten ook duurzame wanden voor het schuin aflopende stationsgebouw waar onder andere de ticketautomaten in verwerkt zijn, gemaakt van vocht- en temperatuurregulerend leem en spanten van lokaal hout.

Samen met de landschappelijke elementen van Welling Architects die zowel ruimte bieden voor recreatie en een aangenaam verblijf, als een efficiënte routing over het station, kan de reiziger zich omringen met bomenrijen, heuvels, grassen, bloemen- en kruidenvelden, riet, leem, lisdodde en mosselschelpen, in plaats van te wachten op de trein in een betonnen omgeving. Het Natuurlijke Station sluit vloeiender aan bij de natuurlijke omgeving en bij de beleving van de reiziger en draagt bij aan een gezonde leefomgeving en biodiversiteit.

De eerste concrete uitwerkingen van Het Natuurlijke Station zijn tijdens Dutch Design Week 2020 online getoond.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.