Trends en visies op DDW 2017

Design

Trends en visies op DDW 2017

Door: Jeroen Junte | 18-12-2017

‘Ik wil meehelpen om de relatie tussen product en toekomstige stad te verbeteren’, omschrijft Winy Maas zijn missie als architectonische ambassadeur van de Dutch Design Week 2017. ‘We moeten de manier waarop we nadenken over onze steden en onze toekomst stretchen.’ Stretch is ook het thema van de Dutch Design Week. De innovatieve ideeën die in Eindhoven gepresenteerd werden, strekken zich uit van stad tot stoel en van ambacht tot robot.

Trends en visies

Het WeGo Hotel van architectenbureau MVRDV bestaat uit een kleurrijke stapeling van mini-woningen in uiteenlopende vormen. Een paarse studio oogt als een T met bovenin een vertakte slaapkamer. Een getrapte woning heeft op elke trede een andere leefruimte. Als een Tetris-spel vallen de acht tiny apartments in elkaar. Het idee achter dit (W)ego Hotel is dat deze woonvorm veel meer keuzevrijheid biedt aan de bewoners. Tegelijkertijd wordt zo een puzzel van kamers gecreeerd, zodat je om elkaar heen kronkelt en het gevoel hebt dat je vlak bij de buurman ligt, maar toch privacy hebt. De bedoeling is dat je van ego naar we go gaat, dat je nieuwsgierig wordt naar de ander. Dit WeGo Hotel is een opvallende installatie tijdens de Dutch Design Week (DDW), die traditiegetrouw eind oktober in Eindhoven werd gehouden.

Toekomstige stad

Aanvankelijk zou er daadwerkelijk geslapen worden in dit houten bouwwerk op de centrale Markt, zo was Maas’ idee. De gemeente gooide roet in het eten. Heel lang heeft Maas er niet om getreurd. De boodschap blijft in tact: ‘Als we met tien miljard mensen willen samenleven in steden met een hoge bevolkingsdichtheid, bij voorkeur in een prettige, harmonische en zuurstofrijke omgeving, dan moeten we de manier waarop we nadenken over onze steden en onze toekomst stretchen.’ Niet voor niets is Stretch het thema van de Dutch Design Week. Maas is met designjournalist Marcus Fairs van de invloedrijke blog Dezeen en het ontwerpduo Aterlier NL een van de drie ambassadeurs van de DDW. ‘Ik wil meehelpen om de relatie tussen product en toekomstige stad te verbeteren’. Omschrijft hij zijn missie als architectonische ambassadeur op deze designbeurs. Al zal er ook een strategische reden achter de uitnodiging aan Maas hebben gezeten. Maas is deze zomer aangesteld als supervisor van de Eindhovense binnenstad en zal adviseren over alle grote ruimtelijke plannen in de binnenstad en de openbare ruimte. De Dutch Design Week is tevens de kick-off hiervan. ‘Eindhoven is een beetje het Rotterdam van het zuiden, een stad met een verrommelde binnenstad met veel anonieme nieuwbouw. Tegelijkertijd is het een stad met veel potentieel.’ Al moet Eindhoven zich niet meteen rijk rekenen met bijvoorbeeld een eigen Markthal. ‘We zijn elkaar nu nog aan het aftasten. Als blijkt dat onze ambities niet aansluiten, blijft mijn rol beperkt tot advies.’

Circulair paviljoen

Toch valt Maas met zijn vergezichten nauwelijks uit de toon op DDW. Het interieurproduct speelt hier een ondergeschikte rol – in tegenstelling tot de Salone del Mobile in Milaan. ‘Ik vraag mij liever af met welke producten wij de toekomst tegemoet moeten treden’, aldus Maas. Deze vraag resoneert door de DDW, dat in vijftien jaar is uitgegroeid van een podium voor lokaal ontwerptalent tot een platform voor innovatieve ideeen die zich uitstrekken van stad tot stoel en ambacht tot robot. De cijfers spreken voor zich: ruim 2500 ontwerpers die zich met meer dan zeshonderd exposities, lezingen en andere activiteiten presenteren aan een publiek van 350.000 bezoekers. Maas is ook lang niet de enige architect die zich hier profileert. Zo heeft Bureau SLA samen met ontwerpbureau Overtreders W een circulair paviljoen vooral intermenselijk contact bevorderen, zoals een app die gelaatsuitdrukkingen vertaalt naar bewegingen van een pulserend handobject zodat blinden emoties kunnen voelen. Deze nieuwe lichting ontwerpers zet het ego opzij voor een wij-gevoel. Het kan haast niet anders of tussen deze talenten bevindt zich een nieuwe Winy Maas gebouwd van gerecyclede en geleende materialen. Na afloop worden de houtplaten en systeemwanden geretourneerd aan de sponsorende bouwbedrijven. Zelfs de grote winnaar van de Dutch Design Awards – toch onze belangrijkste designprijzen – is de Kleiburgflat van NL Architects en vastgoedbedrijf Kondor Wessels.

Geprinte terrazzovloer

Een meer productmatige invulling van de stedenbouwkundige toekomst is van Aectual, een spin-off van DUS Architects, het Amsterdamse bureau dat de afgelopen jaren pioniert met de realisatie van een 3D-gebouw. Aectual is een terrazzovloer die wordt gegoten in een 3D geprint patroon. Een robotarm print dit patroon, waarna op locatie de terrazzovloer wordt gestort. Daardoor is het mogelijk om elk design op maat en bovendien in grote oppervlakten te realiseren. De praktische haalbaarheid wordt bevestigd op Schiphol Airport waar DUS Architects een vloer van 9000 vierkante meter legt. ‘De productietijd is korter en het ontwerp is volledig on demand. Zo zit in de Schiphol-vloer een pijlvormig patroon dat de optimale looprichting van bezoekers stimuleert. Bovendien zijn de duurzame vloeren van bio-printplastic en gerecyclede terrazzo-materialen’, aldus Aectual- CEO Hans Vermeulen.

Relatie tussen mens en robot

Dit bewustzijn dat de toekomst vandaag al wordt gemaakt is de rode draad op DDW. Verspreid over de stad zijn er zes ambassades waarin thema’s als Zorg en Voedsel maar ook ‘zachte’ thema’s als Intimiteit worden verkend. Onder de noemer Robot Love wordt de ambivalente relatie tussen mens en robot verkend. Opvallend is daarbij de veelal optimistische toon. In het fictieve uitzendbureau voor mens en robot Hubot worden talrijke voorbeelden geschetst van hoe mens en machine versmelten. Een therapeut die met zes robothanden kan masseren of een mecanicien die bouwinstructies op het veiligheidsglas van zijn helm krijgt geprojecteerd. Deze speculatieve designs maken van DDW een intrigerend en inspirerend maar soms ook tenenkrommend event. Want in alle hoogdravende discussies over hoe design de wereld kan redden wordt soms de plank flink misgeslagen. Een paneldiscussie met als leidraad How design can fix the Brexit? is toch niet serieus te nemen.

Experimenten met materiaal en vorm

Maar gelukkig wordt er ook nog volop geexperimenteerd met materiaal en vorm. Plaatmateriaalleverancier Baars & Bloemhof vroeg ook dit jaar weer een zestal ontwerpers om iets te doen met zijn aanbod. Dat resulteert in ranke werktafels van ragfijn fineer (Christian Heikoop), een kast met glanzende prints van Google-earth die een marmerachtige uitstraling hebben (Bart Joachim van Uden) en ruige lampen van verhitte en uiteen getrokken stroken kunststof (Floris Wubben). Dit soort collaboraties tussen industrie en ontwerptalent zijn inmiddels een vast ingredient van DDW. Ook Luxaflex, Forbo en beddenfabrikant Auping zochten inspiratie bij Dutch designers. Maar het best geslaagd was een project waarbij producent Low & Bonar acht jonge ontwerpers uitnodigde aan de slag te gaan met colbackR, een gaasdoek van hoogwaardig kunststof dat wordt gebruikt als ondervloer, dijkversteviging of zelfs autofilters. Fascinerend hoe dit gaasdoek, dat normaal onzichtbaar blijft, in handen van ontwerptalenten over onvermoede kwaliteiten blijkt te beschikken. Rick Tegelaar maakte tafels uit een stuk, waarbij het materiaal door verhitting uitloopt in harde, stevige randen. Over het gaas tekende hij met een computergestuurde printer verfijnde geometrische patronen, ook van gesmolten colback. Klaas Kuiken heeft zijn materiaalstudie zelfs uitgewerkt tot productieklare prototypes van lampen van dit half-doorschijnende colback-doek. Prachtige meubels zijn het die een groter bereik verdienen dan een prototype op DDW.

Natuurlijke bodemstoffen

Zelfs tussen belangwekkende thema’s als robotisering en in de aanwezigheid van starchitects als Winy Maas blijft de belangrijkste attractie van de Dutch Design Week nog altijd het lokale ontwerptalent. Autonomie en zelfproductie staan in Eindhoven nog steeds hoog in het vaandel. Niet esthetiek, efficientie of gebruiksgemak maar ‘het proces’ en onderzoek zijn bepalend voor het eindresultaat. DDW-ambassadeur Atelier NL presenteert Zandglas, een jarenlang onderzoek naar ambachtelijke productie van glas met lokale zandsoorten, bijvoorbeeld Noordzeestrand of Brabantse heidegrond. Deze glascollectie van drinkbekers en kannen heeft niet alleen onderscheidende kwaliteiten – want gemaakt van glas uit je eigen streek – maar is ook bijzonder mooi. Dit jarenlange onderzoek levert bovendien een alternatief voor industriele glasproductie uit zandgroeves die uitgeput raken. Na een oproep van Atelier NL stuurden meer dan 350 mensen van over de wereld een fles zand op, waarna Aterlier NL hiervan een drinkglas vervaardigde. In een indrukwekkende installatie werden deze honderden glassoorten uit alle windstreken gepresenteerd, als een ode aan de rijkheid van natuurlijke bodemstoffen.

Zelfstandige ontwerpers

Verspreid over Eindhoven hebben tientallen zelfstandig werkende ontwerpers hun studio geopend. Soms schaamteloos hip en catchy, zoals de postmoderne meubelcollectie Hardcore van Tijs Gilde. Soms juist Spartaans, zoals de modernistische archetypes van OS Δ OOS. De voorraad aan talent lijkt onuitputtelijk. Sterker nog, een nieuwe lichting dient zich aan met de eindexamenexpositie van de lokale Design Academy, door Winy Maas omschreven als ‘een school met een enorme wilskracht om existentiele vragen te doorgronden’.

Nieuwe Winy Maas

Een visie die wordt onderschreven door de nieuwe creatief-directeur Joseph Grima (tevens oprichter van de architectonische denktank Space Caviar en curator van Architectuur Biennale van Chicago) in zijn maiden speech: ‘De Design Academy moet een vrijplaats zijn voor sensitiviteit, reflectie en verbeelding op onze toekomst’. Zoals het een vrijplaats betaamt, geven veel graduates commentaar op maatschappelijke ontwikkelingen. Vooral de oprukkende digitalisering moet het daarbij ontgelden. Zo zijn er veel ‘analoge’ oplossingen zoals architectuur met een natuurlijke airconditioning door een constructie van poreuze en vochtige stenen of een speelse opstelling waarbij plastic gebruiksvoorwerpen worden gepresenteerd als archeologische artefacten uit een voorbije tijd. Ook zijn er opvallend veel ontwerpen die buurtgevoel en saamhorigheid versterken – van een gedeelde compostbak tot flexibel straatmeubilair dat sociale interactie uitlokt. Zelfs als technologie wordt ingezet, moet dat vooral intermenselijk contact bevorderen, zoals een app die gelaatsuitdrukkingen vertaalt naar bewegingen van een pulserend handobject zodat blinden emoties kunnen voelen. Deze nieuwe lichting ontwerpers zet het ego opzij voor een wij-gevoel. Het kan haast niet anders of tussen deze talenten bevindt zich een nieuwe Winy Maas.

Tekst: Jeroen Junte

Dit artikel is gepubliceerd in Architectuur NL nummer 6 van 2017

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.