Zintuigelijke meubels van René Siebum

Design

Zintuigelijke meubels van René Siebum

Door: Viveka van de Vliet | 03-07-2019

Het zijn veelbelovende dertigers binnen de creatieve wereld. Gedreven, talentvol, eigenzinnig en ambitieus. Ze kiezen een eigen pad, experimenteren en zoeken de samenwerking. Deel 38 van de langstlopende serie in ArchitectuurNL: René Siebum (1981) en de Japans ogende meubels die eenvoud en details combineren, design en ambacht, en die vaak de zintuigen van de gebruiker prikkelen.

Zijn pure ontwerptaal straalt iets Japans uit; de vaak minimalistische vorm is van een grote helderheid, niets is verborgen. Siebum is twee keer in Japan geweest, de cultuur, vormgeving en het ambacht blijken inderdaad een grote inspiratiebron te zijn voor de Eindhovense ontwerper.

Opvallende details

In René Siebums praktijk speelt de ambachtelijke manier waarop met liefde voor het vak in zijn eigen werkplaats designproducten vervaardigt, een rol. Of het nu vrij werk is, een opdracht voor een meubelstuk of een geheel interieur, de balans lijkt telkens zitten in de heldere eenvoud gecombineerd met subtiele maar opvallende details. Een walnotenhouten krukje met een geraffineerde curve, een trapleuning die de zintuigen prikkelt of een op een ruggenwervel lijkend krukje om actief op te zitten, zijn ontwerpen zijn altijd gereduceerd tot de essentie. De vorm communiceert, het functionele object interacteert met de gebruiker. Op die gebruiker wordt vaak een beroep gedaan in het werk van Siebum.

Japanse architect Tadao Ando

Hij haalt inspiratie uit documentaires en boeken, zoals over de Japanse architect Tadao Ando (die ook het vak leerde van een timmerman), of het boek ‘The Eyes of the Skin’ van de Finse architect Juhani Pallasmaa, dat gaat over architectuur en de zintuigen. Hoe wij dingen gebruiken vertaalde hij bijvoorbeeld in de kast Kokoro. In de Japanse cultuur betekent Kokoro de onzichtbare energie in ons, als bron van onze gemoedsgesteldheid, activiteit, intenties, emoties en kennis. Die benadering is verwerkt in de kast waarin het maakproces en de manier waarop de gebruiker ermee omgaat is verborgen. ‘Ik maak de Kokorokast menselijk. De constructie kent slechts acht planken én een nadrukkelijk detail – aan de ene zijde zijn de planken dik en sterk en aan de andere fragiel waardoor je als gebruiker voorzichtig, met zorg en aandacht, en dus bewuster met je bezit omgaat’, legt hij uit

Ontwerpen ontstaan op zaagtafel

Schetsen doet hij nauwelijks, zijn ontwerpen ontstaan vaak al doende aan de zaagtafel. ‘Opeens ontdek ik iets, het zijn happy accidents’, zegt hij. Zo ontwierp hij voor een particulier een eettafel. ‘Het is het hart van het huis: een ontmoetingsplek waaraan je eet, praat, waarop je danst tijdens een feest en met je vuist slaat bij een stevige discussie.’ De details zitten verstopt onder het tafelblad waar een Y-vormige constructie de poten schuin uiteen laat lopen, zoals een giraffe die water uit een meertje drinkt. ‘Dat idee ontstond gewoon op de zaagtafel, als een kruiswoordpuzzeltje, toen ik de poten met tape vastplakte aan het tafelblad.’

Ontwerper houdt van hout

De ontwerper houdt van hout, van accoya, lariks, walnoten-, en vooral essenhout. ‘Dat is mijn absolute favoriet. Het vlammende aan de ene kant en de fijn getekende andere zijde maakt het ’t mooiste hout dat er is.’ Dat hij zo handig is met dat materiaal heeft hij min of meer aan zijn vader te danken. Toen René een jaar of veertien was, bezorgde zijn vader hem een bijbaantje op zaterdag in een timmerfabriek. ‘Je verdient geld maar leert meer dan van een krantenwijk, dacht mijn vader zonder me te pushen.’ Het wekelijkse bijbaantje begon met bezemen en eindigde met het vervaardigen van volwaardige meubels. ‘Zagen schaven, timmeren, ik kreeg tien jaar lang een soort wekelijkse mini-workshop meubels maken’, zegt Siebum, en zo had hij een voorsprong toen hij uiteindelijk aan de Design Academy Eindhoven begon. Dat had tegelijkertijd tot gevolg dat hij daar het vak houtbewerken niet zo spannend vond.

Balans tussen vrij werk en opdrachten

Intussen probeert hij het vrije werk en de opdrachten in balans te houden. ‘Vrij werk is voor mijn plezier, om het spannend te houden en een interessant onderzoek te kunnen doen. Een gerichte opdracht waarbij ik iemands interieur of een expositie in een museum mooier kan maken, is even interessant. De mix is het leukste en de vrijheid om dat vanuit een eigen studio te doen is een luxe.’ Dat vertelt hij ook aan zijn derde- en vierdejaars studenten – Siebum doceert anderhalve dag per week Vormgeving aan de St Lucas in Boxtel – aan wie hij bijvoorbeeld uitlegt wat een ondernemer is in zijn vakgebied. Dat betekent dat je zelf bepaalt wanneer je naar de kapper gaat, dat je niemand toestemming hoeft te vragen, legt hij hen uit.

Samenwerking met architecten

Ontwerpers komen bij hem omdat Siebum goed door de ogen van andere ontwerpers kan kijken en hun ontwerpprobleem kan vertalen. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met architecten aan grotere projecten. Siebum werkt vaker samen met onder andere Harm Rensink en Lex Hildenbrant. ‘Rensink zegt dat ik zijn ideeën precies kan vertalen zoals hij het voor ogen heeft. Dat komt omdat ik meteen snap wat hij wil en bedoelt’, vertelt Siebum. ‘Rensink doet de gesprekken met de opdrachtgevers, de onderhandelingen, ik verkeer meer in de luwte en denk vanuit het maken. We spreken dezelfde taal, gebruiken elkaars kracht. Er is een synergie’, zegt hij. Zo deden ze samen de scenografie voor een expositie in het Nationaal Museum in Stockholm. ‘Ik zei dat ik dat wel kon terwijl ik het nog nooit had gedaan’, vertelt Siebum, ‘maar juist door onze synergie verliep het project vlekkeloos.’ Op dit moment werkt Siebum samen met Hildenbrant aan kapsalon ‘Cutting Edge’ in Eindhoven. Het is een kleine zaak die groeit maar omdat de eigenaar de locatie niet wil verlaten, wordt de ruimte efficiënter heringericht. De bijkeuken wordt bij de zaak getrokken, de wasbakken krijgen een extra functie, het bestaande zwarte mdf wordt met eikenhout verlevendigd. ‘Ieder detail, elke millimeter telt’, zegt Siebum. Op de vraag wat hij nog graag zou willen inrichten is het antwoord beslist: een sushirestaurant – uiteraard met veel hout. ‘Zoals Japanners zwarte theekommetjes gebruiken waar de groene thee nog groener in lijkt, zo wil ik het interieur in dienst stellen van het eten. Het moet een plek worden waar de gerechten er echt uit springen.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2019

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.