Biënnale Venetië: Work, Body, Leisure

Inspiratie

Biënnale Venetië: Work, Body, Leisure

Door: Jeroen Junte | 26-06-2018

Welke invloed heeft de oprukkende technologie op ons dagelijks leven, dat is de centrale vraag in de Nederlandse inzending op de Architetuurbiënnale in Venetië. Onder de noemer Work, Body, Leisure wordt het spanningsveld tussen kille efficiëntie en menselijke eigenschappen als creativiteit en intimiteit – oftewel tussen werk en privé – verkend. Het is een vrijmoedige interpretatie van het overkoepelende thema Freespace van deze Biënnale.

Nederlands paviljoen op de Biënnale Venetië

Het bed van John & Yoko uit het Amsterdamse Hilton. De tomatenkassen in het Westland. Het 17e-eeuwse slavenfort in de Ghanese kustplaats Elmina. De ‘homo ludens’ van kunstenaar Constant. En de Utrechtse hoerenbuurt. Dit zijn de vijf uitgangspunten van het Nederlandse paviljoen op de 16e Architectuurbiënnale in Venetië. Uitgangspunten zonder enige overlap, zo lijkt het op het eerste gezicht. Er valt dan ook veel te ontdekken in dit speelse paviljoen. Bij binnenkomst in het Nederlandse paviljoen (architect Gerrit Rietveld, 1954) is er slechts een langgerekte oranje muur zichtbaar, opgebouwd uit lockerkastjes en deuren naar vijf achtergelegen expositiekamers, die zijn gevuld met bijvoorbeeld plattegronden van dat monsterlijke fort aan de West-Afrikaanse kust of een exacte replica van de witte hotelkamer 902, inclusief Peace-spandoeken.

Work, Body, Leisure

Welke invloed gaat de oprukkende technologie hebben op ons dagelijks leven, dat is de verbindende vraag in de Nederlandse inzending van ’s werelds belangrijkste architectuurevenement, verklaart hoofdcurator Marina Otero Verzier, die als onderzoeker is verbonden aan Het Nieuwe Instituut. ‘Nederland is met zijn geautomatiseerde landschap van computergestuurde havens en gerobotiseerde teelkassen een voorbode van een wereld die steeds meer gedomineerd wordt door technologie. Onder de noemer Work, Body, Leisure wordt dit spanningsveld tussen kille efficiëntie en menselijke eigenschappen als creativiteit en intimiteit – oftewel tussen werk en privé – verkend.’ De ruimtelijke verdeling met een muur van alledaagse lockers lag vervolgens voor de hand. ‘Daarmee wordt benadrukt dat we nog steeds een keuzevrijheid hebben over de verdeling werk en vrije tijd. De vraag is of dat ook zo blijft?’

Koloniale boetedoening

Een hoofdrol in Work, Body, Leisure speelt de optimistische toekomstvisie New Babylon van kunstenaar Constant Nieuwenhuys (19202005) waarin de mens bevrijd zal worden als robots het werk overnemen. ‘Maar nu zijn droom werkelijkheid kan worden, oogt de toekomst allesbehalve rooskleurig’, zegt Otero Verzier. ‘Het is nog maar de vraag of de mens wordt bevrijd door technologie. Algoritmes en kunstmatige intelligentie kunnen onze vrijheid ook juist beperken.’ Deze dubbelzinnigheid is in het paviljoen verbeeld met een exacte kopie van Constants schilderij Entrée du Labyrinth (1972) vervaardigd door een computergestuurde robotarm. ‘Bovendien gaat de vrijheid van het ene individu ten koste van de vrijheid van een ander.’ Dat het knechten van de medemens nu eenmaal in onze aard zit, wordt kracht bijgezet met een architectonische studie van het fort in Elmina, dat twee eeuwen lang de spil was in de Nederlandse slavenhandel. Ondanks de thematische logica – ‘maakt technologie niet slaven van ons allemaal?’ – oogt deze historische zijsprong in het Nederlandse paviljoen toch ook als een knieval naar de actuele discussie over de koloniale boetedoening.

Freespace

Het Nederlandse paviljoen is een vrijmoedige interpretatie van het overkoepelende thema Freespace van deze Architectuurbiënnale, geformuleerd door Yvonne Farrell en Shelley McNamara, oprichters van het Ierse architectenbureau Grafton. Hiermee breekt dit vrouwelijke curatorenduo een lans voor architectuur die genereus is. Het begrip freespace slaat in eerste instantie vooral op architectuur in de openbare ruimte die iets teruggeeft aan iedereen, dus niet alleen opdrachtgever of gebruiker. Dat kan met schoonheid en verwondering – een fraaie gevel bijvoorbeeld of de wind die vrij spel krijgt tussen twee gebouwen – of met respect voor de aarde door gebruik van duurzame materialen. Daarnaast staat ‘freespace’ voor architectuur die vrij en ongedefinieerd is. Niet de architect staat daarbij centraal maar de gebruiker. Het is architectuur die bevrijdt en emancipeert, zoals een verlaten fabrieksloods die door bewoners in gebruik wordt genomen of een brug die een gespleten woonwijk verbindt.

Maquettes en bouwtekeningen

In het centrale paviljoen is het thema Freespace door het curatorenduo geïllustreerd met talloze projectfoto’s, maquettes en bouwtekeningen. Neem de verfijnde schaalmodellen van Peter Zumthor, minutieus vervaardigd van uiteenlopende materialen als steenkool, knoestig hout en roestig staal, grove brokken natuursteen maar ook kwetsbaar papier en smetteloos wit gipswerk. Het heeft een materiële kwaliteit waar veel gerealiseerde architectuur nauwelijks aan kan tippen; in het Nederlandse paviljoen is deze architectonische fijnzinnigheid in elk geval ver te zoeken. Genereus is ook een vloer van tegels, die van lokale vervuilde kleigrond zijn vervaardigd door werkloze jongeren in Liverpool, een project van het Britse kunstenaarscollectief en Turner Prizewinnaar Assemble. Of de sculpturale kwaliteiten van de nooit gerealiseerde gebouwen van Frank Lloyd Wright en Le Corbusier, waarvan metersgrote schetsen worden getoond. Het is een blijvende inspiratie voor architecten.

Hoogstaande architectuur

Het is een duizelingwekkende parade van hoogstaande architectuur die door Farrell en McNamara is geselecteerd. Maar het resultaat is allesbehalve een ‘vrije ruimte’ maar juist een klassieke, zelfs ietwat beperkte architectuurtentoonstelling. Een gemiste kans, want hierdoor ontbreekt op deze biënnale een dwingende visie op architectuur, zoals Rem Koolhaas die in 2014 wél formuleerde met zijn herbezinning op architectonische fundamenten als vloer, raam of deur.

Bijtende humor

Het begrip Freespace wordt dan ook ruim geïnterpreteerd in de 63 landenpaviljoens. Soms met bijtende humor, zoals Tsjechië dat met de fictieve organisatie Unes-Co vrijwilligers werft om in toeristische trekpleisters (wie weet straks ook de Grachtengordel?) te figureren als de laatste echte bewoners. Soms met fantasie, zoals Zwitserland dat een standaard huurappartement heeft voorzien van deuren, plinten en stopcontacten van opgeblazen dan wel gekrompen proporties. Deze ‘Alice in Wonderland’-ervaring is als beste paviljoen onderscheiden met een Gouden Leeuw. Uitgesproken politiek is het paviljoen van Duitsland, dat de transformatie toont van gebouwen en landschap in de voormalige IJzeren Gordijn zone. Maar het meeste opzien baart het Britse paviljoen, dat leeg bleef als een ‘plek voor reflectie’. Via een brute steigerconstructie kan wel het dak worden beklommen voor een uitzicht op de rest van de wereld in de vorm van de overige landenpaviljoens. Conclusie: de Britten weten het echt even niet meer na de Brexit.

Render farms

In deze zeer diverse landenparade valt de Nederlandse inbreng op als speels en uitnodigend. De lompe muur van lockers oogt in eerste instantie afstotend maar blijkt genereus in gebruik. Achter elk oranje deurtje wacht een nieuwe ontdekking. Het ontrafelen van Work, Body, Leisure vergt wat associatief vermogen maar uiteindelijk vallen dan toch alle bouwstenen op hun plaats. Het bed van John & Yoko staat voor de vervagende scheidslijn tussen werk en privé. ‘Door de vele interviews en statements die zij in dat bed maakten, werd het publiek domein. Het bed werd een werkplek die werd gedeeld met anderen. Wie leest er tegenwoordig geen e-mails in bed?’, verheldert Otero Verzier. De indringende foto’s van peeskamers en afwerkplekken verbeelden dat het bed ook op andere manieren is verworden tot werkplek, ten koste van.

Robots, digitalisering en globalisering

Concrete architectuur is grotendeels afwezig in het Nederlandse paviljoen, behalve dan de plattegronden van het slavenfort of de geautomatiseerde controlekamers en de hijskraanchoreografie van de Rotterdamse haven. De enige verwijzing naar de actuele architectuurpraktijk is het prikkelende statement dat de digitale computertekeningen van spectaculaire bouwprojecten van starchitects veelal worden vervaardigd door laagbetaalde werknemers in ‘render farms’ in India. Ook architectuur ontkomt niet aan de scheve machtsverhoudingen mogelijk gemaakt door oprukkende technologie. Waar het curatoren-duo Farrell en McNamara zich niet waagt aan een prikkelende toekomstvisie op architectuur, daar blikt het Nederlandse paviljoen met open vizier – en met zichtbaar plezier – vooruit. Hoe wij werken, wonen en samenleven, zal de komende jaren sterk veranderen onder invloed van robots, digitalisering en globalisering. Als we geen toekomst willen waarin de mens een willoze slaaf is van algoritmes en kunstmatige intelligentie, dan moeten we daarover nu al nadenken. Het Nederlandse paviljoen is een daarvoor een genereuze uitnodiging.

 

Disclaimer
Onder Nederlandse architecten wordt gemopperd over het gebrek aan Nederlandse inbreng in Work, Body, Leisure. Curator Marina Otero Verzier is geboren en opgeleid als architect in Spanje. Daarnaast zijn vier van de vijf ruimtes in het paviljoen ingericht door buitenlanders, waaronder voor de hand liggende namen als Mark Wigley en Beatriz Colomina. ‘Nederland is nu eenmaal een land met een internationale blik. Bij grote bureaus werken zelfs in meerderheid buitenlandse architecten’, zegt Otero Verzier. ‘Bovendien zijn buitenlandse architecten en beschouwers bij uitstek geschikt op om van afstand te reflecteren op de Nederlandse architectuurpraktijk.’ Ook benadrukt de curator dat de invulling van het paviljoen tot stand is gekomen met een open call. ‘Het is dus niet zo dat Nederlandse architecten zijn gepasseerd. Iedereen kon een plan inzenden.

De 16e editie van de Architectuurbiënnale Venetië is te bezoeken t/m 25 november 2018. www.labiennale.org

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie