Bouwputten Noord/Zuidlijn als schilderkunst

Inspiratie

Bouwputten Noord/Zuidlijn als schilderkunst

Door: Peter de Winter | 11-09-2018

Kunstenaar Ton Leenarts was totaal niet geïnteresseerd in de bouwputten Noord/Zuidlijn totdat een kennis die er werkte zei dat het wél interessant was. Leenarts bekeek foto’s van een metrostation in aanbouw op internet en het eerste wat bij hem opkwam was: Piranesi. En dan vooral de etsen van imaginaire kerkers van deze Italiaanse kunstenaar. Met dit beeld in zijn achterhoofd begon hij aan een serie van acht Noord/Zuidlijn schilderijen.

Op de schilderijen die Ton Leenarts van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn maakte, is geen mens te bekennen. Wat je ziet zijn lege ruimtes. ‘Tijdens de bouw van de stations wemelde het er van de bouwvakkers met helmen. Maar het ging mij om de gebouwen en niet om de mensen die eraan werkten. Dat is een bewuste keuze en de enige manier om een verstild effect te bereiken. Althans, zo werkt dat bij mij. Verstilling bereik je het beste met leegte.’

Bouwputten Noord/Zuidlijn

De link tussen het werk van Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) en de ruwe 21e eeuwse bouwputten komt tot uitdrukking in de sfeer van de doeken die ook wel wat weghebben van decors van een wereld van na de Apocalyps. Leenarts haalt er de Ruinenwert-theorie van Albert Speer bij aan. Die vond dat je zo moest bouwen dat elk gebouw na een paar honderd jaar in schoonheid à la de Romeinse ruïnes moest vervallen. ‘Dat is natuurlijk klinkklare onzin, maar stel dat over een paar duizend jaar archeologen de metrostations gaan uitgraven, dan treffen ze waarschijnlijk een soort beeld aan als dat op mijn schilderijen.’

Afvalcontainers

Om de dimensies binnen de metrostations zichtbaar te maken, stoffeerde hij zijn doeken met afvalcontainers. ‘Een gelukkig toeval. Die dingen stonden overal in het rond. Ik heb ze quasi nonchalant, maar soms ook als Romeinse soldaten in slagorde, in de ruimtes gezet om de toeschouwer toch een idee te geven van welke gigantische afmetingen die ondergrondse stations hebben.’ Volgens de kunstenaar ontstaan er op zijn doeken wel vaker dingen door toeval. In de ruwheid van de wanden zag hij al schilderend ineens hiërogliefen en het aanzicht van een Egyptische tombe en dat liet hij toen maar zo
staan.

Leenarts baseerde zijn schilderijen van de Noord/Zuidlijn op foto’s. Dat kon niet anders omdat er voor een schildersezel ‘en plein air’ de kwast hanteren absoluut geen ruimte was. ‘De bouwvakkers keken er toch al van op dat er een vreemde vogel liep te fotograferen. Bovendien was het lawaai er oorverdovend en het licht maar matig. Bepaald geen omstandigheden waaronder je als kunstenaar de monumentaliteit van de ondergrondse stations in aanbouw in olieverf wil vastleggen.’

Kathedraalachtige ruimtes

En dat is precies wat de acht schilderijen tot uitdrukking brengen: vervreemdende, kathedraalachtige ruimtes van monumentale kwaliteit. Niet herkenbaar als toekomstig metrostation, maar dat was ook niet wat Leenarts in gedachten had. Wat hij wilde schilderen, waren ruimtes die nu niet meer bestaan; alle stations zijn nu klaar, strak en afgewerkt met moderne bouwmaterialen. Wat Leenarts laat zien, is de ruwe kant van de ondergrondse constructies. Hij gebruikte foto’s als uitgangspunt, maar toch zijn de schilderijen geen fotografische weergave van de werkelijkheid. Het zijn verstilde ruimtes waarin een Hopperiaans licht subtiel over de stempels, containers en andere bouwmaterialen strijkt.

Pompeiaanse zuilen

Zelf zegt hij erover dat voor het schilderij ‘Station de Pijp’ gebruik is gemaakt van foto’s van de in het station aanwezige elementen zoals de ‘Pompeiaanse’ zuilen (in werkelijkheid fors uit de kluiten gewassen stempels die de betonconstructie ondersteunen), de abstracte rode rechthoeken en de in een bocht verdwijnende tunnel. Maar de compositie van het schilderij is bedacht. Het toont slechts schijnbaar de realiteit, maar is in werkelijkheid een door Leenarts geïdealiseerde weergave van de werkelijkheid, uitgedrukt in olieverf.

Monumentale open ruimte

Een vergelijkbaar beeld roept ‘Metro Station C.S.’ op. Nu is het een monumentale open ruimte. Op het schilderij kregen de stempels een basement, schacht en kapiteel als waren het Toscaanse zuilen. Licht stroomt overvloedig de ruimte binnen. In de plassen op de grond weerspiegelt zich de betonconstructie. Leenarts is overigens niet van plan de metrostations nogmaals, maar dan afgebouwd in olieverf vast te leggen. ‘Wat ik heb vastgelegd zijn ruimtes die voorgoed verloren zijn gegaan. Er zijn wel foto’s van gemaakt, maar voor zover ik weet, ben ik de enige die schilderijen van de bouwputten Noord/Zuidlijn maakte.’

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 van 2018

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.