De Kunsthal werkt weer

Inspiratie, Projectanalyse

De Kunsthal werkt weer

Door: Kirsten Hannema | 23-04-2014

Een goed gebouw lekt’, zo wordt wel eens gezegd. Dat gold ook voor Rem Koolhaas’ Kunsthal, een van dé iconen van de architectuur uit de vorige eeuw. Maar dankzij de ‘onzichtbare’ renovatie, uitgevoerd door OMA zelf, behoort wateroverlast tot het verleden, is de energiezuinigheid verbeterd terwijl de architectuur niets aan kracht heeft ingeboet.

‘De Kunsthal werkt’ luidde de titel van de tekst die redacteurs Piet Vollaard en Allard Jolles schreven in het architectuurjaarboek 2011/2012. Voor deze jubileumeditie ‘25 jaar Architectuur in Nederland’ werden tien gebouwen uit de afgelopen kwart eeuw besproken die ‘er werkelijk toe doen’. De Kunsthal – in 2002 door de Union Internationale Architects (UIA) al benoemd tot een van de belangrijkste gebouwen uit de vorige eeuw ‒ was het enige project dat op unanieme steun van de redactie kon rekenen.

Het gaat dan ook om het gebouw waarmee architect Rem Koolhaas in 1992 internationaal doorbrak, een sleutelproject in het oeuvre van OMA, een van de iconen van de heropleving van de Nederlandse architectuur van de afgelopen decennia. Om een gebouw dat afrekende met het idee van een museum vol donkere ruimten. Dat zich naar de stad presenteerde met zalen als etalages. Dat met zijn complexe ruimtelijke opbouw, scheve kolommen, boomstammen, hellingbaanroute en cheape, ‘koud gemonteerde’ materialen als kunststof golfplaten, metalen roosters en multiplex, de bestaande ideeën over architectuur en constructie op zijn kop zette. En dat uiteindelijk toch wonderwel in Rotterdam is geland, mede dankzij de twee routes door het gebouw, die het stevig op zijn plek tussen de Westzeedijk en het Museumpark verankeren. Ofwel: de Kunsthal werkt, ‘wat critici ook mogen zeggen over de onvindbare entree, de onbegaanbare, hellende vloeren of de roostervloeren waar niemand over durft te lopen’, aldus Jolles en Vollaard.

Gebreken

De ironie wil dat op het moment dat het jaarboek verscheen, de Kunsthal bepaald niet optimaal functioneerde. Al sinds 2009 werd gesproken over de noodzaak om te verbouwen. Zo waren er al jarenlang allerlei lekkages, waarvan niemand de precieze oorzaak kon achterhalen (al zou je dit als een bevestiging van de architectonische kwaliteit kunnen opvatten; ‘If the roof doesn’t leak, the architect hasn’t been creative enough’, zei Frank Lloyd Wright, wiens lekkende daken legendarisch zijn). Een andere kwestie was de torenhoge energierekening, opgelopen van 100.000 euro per jaar in 2005 naar 250.000 euro in 2009. Dat lag niet alleen aan de stijgende energieprijzen, maar ook aan het bouwfysisch ontwerp; doordat de Kunsthal naar alle zijden grotendeels glazen gevels heeft en als een doorlopende open ruimte was opgebouwd, vloog de warmte naar buiten. Zo kwam de begroting steeds verder onder druk, ook omdat het gebouw moeilijk te exploiteren was. De verschillende ruimtes konden immers niet afzonderlijk gebruikt worden. Daardoor liep het museum inkomsten mis die het in deze tijd van bezuinigingen hard nodig heeft. En tot slot was er die beschamende kunstroof in oktober 2012, waarbij zeven beroemde schilderijen gestolen werden. Waaruit bleek dat de beveiliging in elk geval niet werkte.

Veerkracht

Toch onderstreept de renovatie, uitgevoerd door OMA zelf, vooral de kwaliteiten en de veerkracht van de Kunsthal. Het gebouw lekt dan wel niet meer, maar aan de architectuur is geen enkele concessie gedaan. Door een beperkt aantal ingrepen, gerealiseerd in slechts zeven maanden en binnen het budget van 6,3 miljoen euro, oogt het gebouw als nieuw, zijn de gebruiksmogelijkheden uitgebreid en is het installatietechnisch weer bij de tijd. Vergeleken met de verbouwingen van het Rijksmuseum (375 miljoen euro, 10 jaar gesloten) en Stedelijk Museum Amsterdam (125 miljoen, 8 jaar dicht), is dat op zichzelf al een prestatie.

Anders dan bij de Amsterdamse musea lijkt er in de Kunsthal weinig veranderd. Voor de glazen pui aan het Museumpark liggen wel een paar flinke keien, die een ramkraak moeten verhinderen, en in hal 1 is voor de (inbraak)veiligheid een metalen rooster voor het cassetteglas gehangen. Maar van de state of the art beveiligingsinstallatie zie je helemaal niets. OMA heeft de ingrepen onzichtbaar gedaan, gebruik makend van het bestaande materialenpalet. ‘Voor ons is dit toch een soort monument’, verklaart OMA-partner Ellen van Loon deze aanpak. Een argument om de roostervloeren, onbegaanbaar voor hakkendraagsters, niet te voorzien van glasplaten, zoals de kunstinstelling wenste. Een statement is en blijft de Kunsthal.

Winst

De belangrijkste aanpassing is de nieuwe, rolstoelvriendelijke entree; deze is verplaatst van de hellingbaan naar het Museumpark. Voortaan kom je binnen in het café-met-bookshop, dat toevallige bezoekers moet verleiden een kijkje te nemen in het museum. Het café kan onafhankelijk van de expositiezalen geprogrammeerd worden, net als het auditorium, toegankelijk via de oude hoofdingang. Meer nog dan de sequentie van open ruimten al was, is de Kunsthal op deze manier multifunctioneel inzetbaar, niet alleen voor tentoonstellingen, maar ook voor culturele evenementen, workshops en lezingen. Dat is de grootste winst van het project.

Architectonisch viel er ook het een en ander te verbeteren. Het meest sprekende voorbeeld is de garderobe, voorheen een drukkende ruimte, nu het overzichtelijke hart van het gebouw. In plaats van het oude verlaagde plafond bepaalt nu de markante hellingbaan het aanzien van deze ruimte, met fraaie doorkijk naar buiten.

14 tinten glas

De directe aanleiding voor de verbouwing waren de installaties die na 20 jaar ‘op’ waren en vanwege hun beperkte rendement bijdroegen aan het lage energielabel G. In de nieuwe situatie wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp met warmteterugwinning en CO₂-regeling, waardoor veel minder lucht van buiten aangezogen hoeft te worden. Alle expositiezalen hebben klimaatscheidende glazen deuren gekregen, die verhinderen dat de lucht wegstroomt richting het auditorium. Daarnaast is al het glas in de gevels vervangen door HR++ glas (driedubbel glas had niet gepast in de bestaande, beeldbepalende kozijnen). Waarbij het de kunst was om een ‘kopie’ te vinden voor elk van de 14 oorspronkelijke glassoorten, die variëren in translucentie. Dit alles, in combinatie met de nieuwe, energiezuinige verlichting, moet zorgen voor een energiebesparing van 30 procent. Een consortium van drie bedrijven (bouwbedrijf Dura Vermeer, installatiebedrijf Roodenburg en energiebedrijf Eneco) heeft 1,5 miljoen euro geïnvesteerd. Dit bedrag wordt over een periode van 15 jaar door de Kunsthal terugbetaald uit de besparingen op energie en onderhoud.

De energierekening is teruggebracht tot 130.000 euro, een bedrag dat de komende jaren uiteraard zal meestijgen met de energieprijzen; economisch is de renovatie een oplossing met een beperkte duurzaamheid. De troef die het gebouw nu is voor de kunstinstelling, zou op termijn een ‘blok aan het been’ kunnen worden. De volgende uitdaging wordt om het museum te laten draaien op hernieuwbare energie. Maar voor nu geldt: de Kunsthal werkt weer.

Tekst Kirsten Hannema
Fotografie Jeroen Musch, Ossip van Duivenbode, Michel van de Kar.

Gerelateerd

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.