Hof van Cartesius opgebouwd uit gebruikte materialen

Inspiratie

Hof van Cartesius opgebouwd uit gebruikte materialen

Door: Anka van Voorthuijsen | 26-04-2018

Op een industrieterrein aan de noordkant van Utrecht is in een periode van zes maanden een ‘hof’ met tientallen werkruimtes voor duurzame ondernemers gebouwd. (Bijna) alles is opgebouwd uit gebruikte materialen. ‘Het beeld dat je neer wilt zetten, kun je bij circulaire bouw niet vooraf framen. Je moet als opdrachtgever en architect flexibel zijn en steeds willen blijven veranderen.’

Opgebouwd uit gebruikte materialen

De kolommen in het hoofdgebouw waren ooit spoorrails. De stalen spanten komen uit een oude loods. De schuifpui en de kozijnen zaten vroeger in woningen en kantoren. Kabelgoten en elektrakasten werden gered uit slooppanden. De binnen/buitengevels bestaan uit gebruikte sandwichpanelen, die normaal gesproken als isolatiemateriaal worden gebruikt. Hier vormen ze tevens de afwerking. What you build is what you see, zegt architect Rolf Reichardt van RHAW Architecture over de keuze van de opdrachtgevers om zoveel mogelijk circulair te bouwen. ‘Geen gipsplaat. Het bouwmateriaal is ook de esthetische afwerking. Zo kun je het materiaalgebruik sterk reduceren.’

Panelen met verschillende kleuren

Initiatiefnemer en opdrachtgever Charlotte Ernst: ‘Die panelen hebben verschillende kleuren. Maar dat doet niets af aan de hoge isolatiewaarde.’ Als opdrachtgever, stedenbouwkundige én architect was Ernst van scratch betrokken bij het ontwerp van de Hof van Cartesius en ze is er nu creatief leider. Haar zus Bianca is zakelijk leider van het project. Het Hof van Cartesius biedt werkplekken aan creatieve en duurzame ondernemers. Daarnaast komen er moestuinen, is er horeca en zijn er vergaderplekken te huur. Ernst werkte samen met FLUX Landscape Architecture en RHAW Architecture. RHAW is verantwoordelijk voor het ontwerp van de paviljoens en de regie op het gevelontwerp van de huurders.

Werkspoorkwartier

Ernst reageerde een paar jaar geleden op een open call van de gemeente Utrecht om een duurzame, creatieve invulling te bedenken voor deze verwaarloosde groenstrook langs de spoorlijn. De gemeente wil het bedrijventerrein transformeren tot ‘Werkspoorkwartier’: een plek voor creatieve bedrijven. Ernst ontwikkelde al eerder dit type projecten, onder meer in Amsterdam Noord. ‘Dit is wat ik doe: een plek die niets is, boosten, samen met de creatieve sector.’ Het Hof van Cartesius is nu een circulaire proeftuin waar veel belangstelling voor is vanuit allerlei sectoren: de bouw, de duurzaamheidswereld natuurlijk, andere gemeentes en bedrijven die ruimtes willen huren voor bijeenkomsten. Het is bovendien een inspiratiebron voor bewoners van het aangrenzende, nog te ontwikkelen Cartesiuskwartier, waar de gemeente Utrecht de komende jaren een duurzame woonwijk wil realiseren. De coöperatie Het Hof van Cartesius heeft een huurcontract voor 20 jaar. De wachtlijst met geïnteresseerde huurders groeit gestaag en fase 2 is in voorbereiding. Het Utrechtse Architectencafé verhuist van de binnenstad naar deze locatie.

Rauw en puur bouwen

Het stedenbouwkundig ontwerp was aanvankelijk niet veel meer dan een opstelling van een aantal paviljoens, anonieme blokjes, rond een groen binnenhof. Maar eigenlijk wilde ze de architectuur en het duurzaamheidsniveau naar een hoger plan tillen, zegt Ernst. Ze benaderde Rolf Reichardt, wiens werk en aanpak ze goed kende. De keuzes van de opdrachtgever voor circulair bouwen met gebruikte materialen en een demontabel systeem, vroeg om een uiterst flexibele houding van de architect, die het ‘moest doen’ met materialen die door de bouwers en constructeurs werden aangedragen. Die rol ligt hem wel, zegt Reichardt. ‘Ik heb een voorliefde voor rauw en puur bouwen met natuurlijke materialen. Tijdens de crisis heb ik veel ervaring opgedaan met bouwprojecten met ‘uitdagende’ budgetten en afwijkende samenwerkingsconstructies. Ik ben inmiddels gespecialiseerd in casco-bouwen, zonder kostbare en intensieve afbouw/afwerkingslagen.’ Geen kit, geen verf, geen stuclagen: ‘Geen verhulling. What you see is what you get’.

Grafische logica

Het ontwerp is krachtig en heeft veel smoel. Ondanks het diverse materiaalgebruik is het een duidelijk ensemble. Vanaf het industrieterrein ogen de gebouwen op de hof als een gesloten en stoere wand. Aan de binnenkant is het beeld veel vriendelijker. De kappen lopen af richting binnentuin, alle werkruimtes hebben een grote transparante gevel aan de kant van de gemeenschappelijke binnentuin, en het geheel heeft een bijna dorps karakter. De paviljoens zijn allemaal anders in omvang en vorm, en ook in de gevelafwerking. Die moesten de gebruikers zelf verzorgen.

Gevels

De gevels fungeren nu soms als visitekaartje: de bakkerij koos voor een afwerking van witte moutzakken, de bamboe-specialist werkte zijn buitengevel uiteraard af met bamboe. Ondanks die verscheidenheid in kleur en materiaal zijn de paviljoens duidelijk familie van elkaar. Reichardt stuurde daarin zegt hij, zodat er een ‘grafische logica’ ontstond tussen alle gebouwtjes. ‘Het is een lappendeken van vormen en materialen, maar die heeft wel structuur en de vlakverdeling klopt met de ruimte ernaast. Als een soort quilt.’ Het zorgt voor een fraai en intrigerend beeld: een gevel van gevulde moutzakken, een andere gevel is verfraaid met verschillende uitgestanste metalen printplaten uit de computersector, weer een ander heeft zwart verbrand hout (volgens de Japanse techniek shou sugi ban) toegepast.

Rol van de architect

De rol van de architect is in zo’n circulair bouwproces compleet anders dan de traditionele, zeggen Ernst en Reichardt. Reichardt: ‘Normaal gesproken bepaal je als architect het materiaal van elk latje en zit je bovenop elk detail’. Ernst: ‘Er was maar een klein budget, dat maakt nauw samenwerken noodzakelijk. Hier hebben wij als opdrachtgever de kaders geschetst en daarna moet je samen materialen gaan zoeken. Opdrachtgever, architect, constructeur en bouwer zijn met elkaar zowel ontwerp- als bouwteam. En afhankelijk van de beschikbaarheid daarvan, gaat het ontwerp nog tien keer op z’n kop.’ Dus? ‘Alle betrokkenen moeten dingen los kunnen laten. Het vergt een heel andere mindset en ook een wat minder groot ego. Maar je hebt ook een vrijere en creatieve rol: wat vind je gedurende het proces, wat kun je daarmee? Het is continu schakelen met alle betrokkenen. En daarbij wil je steeds de scherpte van het ontwerp en de kwaliteit bewaken.’

Circulair bouwen

Hoe het er uiteindelijk uit gaat zien, is bij circulair bouwen minder duidelijk dan bij de traditionele bouw, waarbij het resultaat vaak een kopie wordt van de artist impression. Reichardt: ‘Je werkt met uitgangspunten: de opdrachtgever wilde transparantie naar de binnentuin toe. Maar hoe de kozijnen eruit zien is afhankelijk van het materiaal dat je kunt vinden.’ Wat hem 100% meeviel: ‘We hebben de gemeente constant onze revisies gestuurd en zij zijn daar goed in meegegaan en toonden zich blij verbaasd over de kwaliteit. Welstand toetste de uitgangspunten en vanuit de gemeente kregen we in goed vertrouwen de rol van coördinerend architect over de planontwikkeling zonder dat de materialen vooraf überhaupt bekend waren.’

Materialenzoekmachine

Bij dit project werkten constructeur, bouwers en ontwerpers samen als ‘één grote materialenzoekmachine’, omschrijven Ernst en Reichardt. ‘Eén persoon alleen kent al die materialenstromen niet. Samen kom je verder en weet je meer. Constructeur Pim Peters wist van die oude spoorrails, dat je die als kolommen in kunt zetten. Peters is zeer ervaren met circulair bouwen en dus ook als het gaat om het inzetten van gebruikte constructieve elementen.’ Uitgangspunt was steeds: kan het van gebruikte bouwmaterialen? ‘We kwamen balken van 4 meter tegen, terwijl het stramien op 5 meter was. Daar vind je als architect dan een oplossing voor.’

Biobased

Veel materiaal kwam via tussenleveranciers als gebruiktebouwmaterialen.nl, maar ook via Marktplaats en sloopbedrijven. Ernst: ‘Maar het aanbod is nog beperkt. Als het niet beschikbaar was, was onze tweede keus: biobased. We wilden zo ver mogelijk komen en zijn daarin ook wel extreem ver gegaan.’ Enig pragmatisme is ook nodig, heeft ze inmiddels wel ervaren, zegt Ernst. ‘Hoe ver ga je? Dat leer je tijdens zo’n proces.’ Zo moest een partij oude balken van spijkers worden ontdaan, geschaafd en op maat gezaagd. ‘Er zijn ook sloopbedrijven, van Liempd bijvoorbeeld, die dat tweedehands al kant-enklaar kunnen leveren. Dat scheelt heel veel werk en tijd. We hebben uiteindelijk zelfs nog een paar nieuwe balken moeten kopen: het materiaal was gewoon óp.’

Initiatiefnemer en ontwerp Charlotte Ernst
Landschapsarchitect Gerwin de Vries (LINT Landscape Architecture)
Ontwerp paviljoens  RHAW Architecture
Circulaire materialen  Gebruikte Bouwmaterialen.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 2 van 2018

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie