Junkspace

Inspiratie

Junkspace

Door: Vincent van Rossem | 30-08-2012

Morgen zijn er verkiezingen. Het is een nek-aan-nekrace tussen links en rechts. Wanneer u dit leest, worden onderhandelingen over de kabinetsformatie gevoerd. Ik heb twee weken lang tot diep in de nacht voor de buis gezeten. Debatten. Over Europa en over de ziekenhuizen. Maar het ging nooit over de dingen die mij interesseren en die naar mijn mening ook erg belangrijk zijn voor het dagelijks leven in Nederland: de ruimtelijke ordening, de volkshuisvesting en het bouwbedrijf in het algemeen. Zelfs het hete hangijzer van de woningmarkt was de afgelopen dagen ineens niet actueel meer.

Politiek is een vreemd bedrijf. Het gaat altijd over abstracties, over honderden miljarden, of over Europa. Alleen de ouderenzorg lijkt nog een concreet probleem, je eigen demente moeder. Maar zelfs dan spreekt men alleen maar over geld, de miljarden. Architecten en stedenbouwkundigen spelen in het debat geen enkele rol. Terwijl juist zij verantwoordelijk zijn voor onze leefomgeving. De woonwijk waarin kinderen opgroeien en de gebouwen waarin zij onderwijs krijgen, hebben een diepgaande invloed op hun ontwikkeling. Stedenbouw en architectuur vormen de basis voor het functioneren van een fatsoenlijke samenleving.

Lang geleden waren ontwerpers zich terdege bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. De Internationale Congressen voor het Nieuwe Bouwen (CIAM) waren bijeenkomsten, van 1927 tot 1959, waarbij felle discussies werden gevoerd over de politieke rol van architecten. In Nederland vormen de naoorlogse woonwijken het meest tastbare resultaat van dit debat. Die wijken worden nu beschouwd als verouderde achterbuurten, door domme gemeentebesturen en woningbouwverenigingen die gewetenloze huisjesmelkers zijn geworden. Het Ministerie van VROM is afgeschaft. Wat vinden Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen eigenlijk van die ontwikkelingen?

Zij laten niets van zich horen. Men ontwerpt voor elke opdrachtgever die betaalt, daar komt het op neer. En, nog erger, men ontwerpt kritiekloos wat er gevraagd wordt. De internationale architectuursterren hebben daarbij bepaald niet het goede voorbeeld gegeven. H.P. Berlage deed dat destijds wel, door zich uitdrukkelijk bezig te houden met volkswoningbouw, maar sir Norman Foster kiest voor andere prioriteiten. Zoals gebruikelijk heeft Rem Koolhaas, zelf ook een ster in die schimmige wereld, het juiste woord gevonden: ‘junkspace’.

‘Junkspace’ is een schijnwereld, waardeloze architectuur. De naoorlogse woonwijken waren ooit een sober, maar geniaal ontwerp. De woningen, de scholen, het groen, de buurtwinkels, alles werkte. Nu domineert de supermarktketen en zijn de woningen zogenaamd te klein. Maar de ‘betere’ woningen van de afgelopen jaren hebben het verlies aan samenhang niet kunnen compenseren. Het is modieuze architectuur, zonder enige maatschappelijke inhoud, en stedenbouwkundig is er een rommeltje ontstaan. De herstructurering van de naoorlogse wijken was en is een ondoordachte en sociaal gezien uiterst bedenkelijke operatie. Dat heb ik maar heel weinig architecten luid en duidelijk horen zeggen.

Bij alle soms gerechtvaardigde kritiek op het modernisme heeft men het kind met het badwater weggegooid. Het vak is gereduceerd tot een schertsvertoning, schortjesarchitectuur en speculantenstedenbouw. Met alle aandacht voor duurzaamheid wordt nu de suggestie gewekt dat architecten wel degelijk een belangrijke bijdrage leveren aan de toekomst van onze samenleving. Maar dat is een puur technisch probleem. Wordt het niet eens tijd om weer een debat te voeren over de vraag waar architectuur en stedenbouw eigenlijk toe dienen?

Zou het werkelijk verstandig zijn om in Amsterdam Noord hoge torens te bouwen? Nederland heeft allemaal oude en mondiaal gezien hele kleine steden. Was het nou echt nodig om het silhouet van Deventer te bederven? Heeft men die stad zo werkelijk vooruit geholpen? Ik geloof er niets van. Hetzelfde geldt voor de eeuwige stadsvernieuwing. Waar is dat goed voor, en vooral ook: voor wie? Dergelijke vragen kennen natuurlijk een politieke dimensie. Nu de grote groei voorgoed voorbij lijkt te zijn, ligt het toch voor de hand dat academisch gevormde ontwerpers nog eens nadenken over dergelijke brute ingrepen. Enig verantwoordelijkheidsbesef kan het denken over architectuur en stedenbouw geen kwaad doen.

Vincent van Rossem
architectuurhistoricus

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.