Life sciences en social design op DDW 2015

Design, Inspiratie

Life sciences en social design op DDW 2015

Door: Jeroen Junte | 18-12-2015

Design is meer dan kant-en-klare producten, zo veel is duidelijk op de veertiende editie van de Dutch Design Week in Eindhoven. Nieuwe materialen worden ontwikkeld en gekweekt, voor afval worden nieuwe design toepassingen getoond. Naast innovatie focust DDW ook op design met een maatschappelijke impact. Het geloof in design als innovatieve en sociaalverantwoorde aanjager van een betere, of anders wel leukere toekomst is onwankelbaar op DDW. De samenleving is weer maakbaar – al dan niet met een afgedankte ‘fietsbezem’ of leer van vissenhuiden.

Bio Art

Op een laboratoriumtafel in een leeg fabriekspand in Eindhoven staat een ingenieuze installatie van scheikundige buizen, rubberen slangetjes, tubes en glazen bollen. In een van die laboratoriumbollen borrelt een modderig goedje. Deze installatie is onderdeel van de expositie Bio Art op de Dutch Design Week (DDW) in het Veemgebouw in Eindhoven. Het modderige goedje is een simulatie van het befaamde Miller-Urey-experiment uit 1953 waarbij primitieve levensvormen werden gecreëerd met gassen, mineralen, waterdamp en een elektrische lading. Natuurlijk brengt de provisorische oersoep in Eindhoven geen nieuw leven voort. Maar de mogelijkheden van life sciences – de hippe naam voor genetica en biotechnologie – zijn immens, dat is de boodschap van de makers, het Bio Art Lab. Dit kennisinstituut zoekt naar innovatieve voor toepassingen van levende organismen in kunst en design.

Playing Life

Daarmee is de nijpende vraag beantwoordt wat deze installatie op een designevenement heeft te zoeken. Meer en meer zullen ontwerpers gebruik maken van levende materie. Op de Playing Life expositie staat een installatie met lange stroken leer van vissenhuiden. Bij de visindustrie worden huiden vaak gezien als afval. Nienke Hoogvliet ontwikkelde Re-Sea-Me, een procedé om van deze huiden een eigenzinnig leer te maken. Van het vissenleer is een serie intrigerende vloertapijten vervaardigd. Ook te zien is Fungi Fest, een project van Tessa Kuipers. De jonge ontwerpster bedacht een doe-het-zelf-kit om paddenstoelen te kweken in een houten doos. Van deze schimmels kunnen kleurpigmenten worden gemaakt voor drukwerk. Kuipers hoopt uiteindelijk ook architectonische toepassingen te vinden voor deze ‘schimmel-inkt’.

Robotarm

Design is meer dan kant-en-klare producten, zo veel is duidelijk op deze veertiende editie van de Dutch Design Week, met 2500 exposanten verdeeld over honderd locaties, waaronder zowel gekraakte werkplaatsen van jonge ontwerpers als ook het enorme Klokgebouw, de fabrieksloods op het voormalige Philipsterrein Strijp-S dat het hart is van de DDW. Maar naar blitse en ook nog eens betaalbare stoelen is het lastig zoeken. Liever wordt onderzocht hoe we in de toekomst zullen zitten. Wat er op neerkomt dat er veel maakprocessen onder de loep worden genomen. Zo is er een workshop over 3D-printen met beton en in een tijdelijke werkplaats zoeken studenten van de lokale Design Academy naar toepassingen van het afval dat de 250 duizend bezoekers achterlaten; een goedbedoeld initiatief maar veel meer dan wat lelijke lampenkappen van papier-maché levert dit niet op. Een gebrek aan presentaties van commerciële interieurlabels is dan ook een grote tekortkoming van DDW. Een uitzondering is Spectrum, een merk dat boogt op een gedegen historie. In een museale stijlkamer wordt een tafeltje van COBRA-oprichter Constant Nieuwenhuijs uit 1953 getoond. Het tafeltje heeft een ragfijn frame van dunne metalen buizen en is nu pas voor het eerst leverbaar; het is het enige meubelontwerp van Constant. De spectaculaire comeback van Spectrum werd eerder al onderstreept met de heruitgave van de Press Room Chair (1958) van Gerrit Rietveld. Af en toe resulteren deze experimenten ook in kant-en-klare producten. Meer van deze tijd is een serie van lampen van de Rotterdamse ontwerpstudio Atelier Robotiq, Met een robotarm worden carbondraden om een contramal gespannen in een complexe wiskundige figuratie. De ovale lampenkapen zijn vederlicht en werpen door de open, geometrische structuur een spannend schaduwspel over plafond en wand.

Alternatief voor uitgewezen asielzoekers

Naast innovatie focust DDW ook op design met een maatschappelijke impact met vier thematische exposities onder de noemer It’s Your World. Onder de noemer ‘Neighbour’ zijn projecten verzameld die sociale cohesie in de samenleving versterken. Het vermelden waard is de In Limbo Embassy. Om uitgewezen asielzoekers een stem en gezicht te geven bouwde ontwerpster van Manon van Hoeckel een schaftkeet om tot een mobiele ambassade waar Nederlanders met deze onzichtbare groep in gesprek kunnen gaan. Daarnaast zijn prachtige staatsieportretten gemaakt van deze illegalen, waarop de grijze opvangdekens als ambtskleed fungeren. Deze foto’s kunnen onder de vrijheid van pers in de ambassade worden verkocht. De In Limbo Embassy biedt een kleinschalig maar menselijk alternatief voor het vastgelopen asielbeleid in Nederland.

Social label

Dit design met een impact is goed vertegenwoordigd. In het imposante designcomplex van Piet Hein Eek is naast blitse en toch functionele interieurproducten ook ruimte gemaakt voor Social Label, een opmerkelijk project dat bekende ontwerpers als Piet Hein Eek, Roderick Vos en architectenbureau Onix koppelt aan werkplaatsen voor mensen met achterstand tot de arbeidsmarkt. De producten hebben een stoere no-sign-of-design uitstraling omdat ze eenvoudig moeten zijn te maken. Zo worden oude fietsframes omgelast tot stoere bezems en worden afgedankte De Waard-tenten omgenaaid tot schorten. Tegelijkertijd hebben ze een bijzondere betekenis door de trots en uiteindelijk ook de vaardigheden die het de makers ervan verschaft. Op den duur moet deze sociale productieketen zoveel inkomsten genereren voor de werkplaatsen dat deze zelfstandig kunnen functioneren.

Dutch Design Awards Exhibition

Het groeiende maatschappelijke bewustzijn van ontwerpers blijkt ook bij de Dutch Design Awards Exhibition, die zich de afgelopen jaren heeft ontpopt tot een belangrijke publiekstrekker. De overall winnaar is Refugee Republic, een multimediaal journalistiek project over het dagelijks leven in een Koerdisch vluchtelingenkamp. Winnaar in de categorie Habitat is een ambachtsschool op het platteland van Bangladesh van architectenbureau Schilder Scholte. Het duurzame gebouwtje is vervaardigd van lokale materialen. De hoge verwachtingen van life sciences wordt ook hier bevestigd door de toekenning van de Young Talent Award aan Teresa van Dongen voor Ambio, een lamp gebaseerd op lichtgevende bacteriën. Andere winnaars zijn onder meer een multimediale tour door het Van Goghmuseum (Communicatie) en een architectonisch onderzoek in postcommunistisch Bosnië van Arna Mackic (Research).

Urban camping

Natuurlijk is jong designtalent goed vertegenwoordigd op de DDW; Eindhoven is tenslotte thuishaven van de meest in het oog springende ontwerpopleiding van Nederland. Nergens is de blik zo ferm op de toekomst gericht als op de Graduation Show van de lokale Design Academy waar studenten ongehinderd door de druk van commercie, efficiëntie of haalbaarheid kunnen dromen. Opvallend is de positieve, bij vlagen ronduit nuchtere mentaliteit van de jongste ontwerplichting. Een student bedacht een soort airbnb-systeem voor nationaliteiten. Wie bijvoorbeeld afreist naar Italië kan daar het paspoort – en dus ook de bijbehorende rechten én plichten – van een uitgereisde Italiaan lenen; het eigen paspoort kan voor die periode worden uitgeleend aan een buitenlander op bezoek in Nederland. To Many Places is een hotelconcept dat inspeelt op zowel de groeiende leegstand als het toenemende aantal festivals in steden. Met eenvoudige tenten kan een tijdelijke urban camping worden ingericht in lege kantoorpanden. Gemeenschappelijke activiteiten als ontbijt, yogalessen of een bioscoop zijn onderdeel van het concept.

Mind the step

Inmiddels ook niet meer weg te denken is de Mind The Step, de expositie van het beste afstudeerwerk van TU-studenten uit Delft, Eindhoven en Twente. Vanzelfsprekend ligt de focus hier op technologie en toepasbaar design. Technologie wordt hier ingezet om het alledaagse leven comfortabeler, bijna vriendelijker te maken. Mizu is een ‘slimme’ wastafel waarvan warmte en kracht van de waterstraal met twee sensorische ringen op de rand van de wasbak kan worden ‘geswipet’ als op een iPad. Daarbij is de watervoorziening gekoppeld aan het internet en slaat de boiler automatisch af als niemand thuis is. Zelfs de BH wordt slimmer gemaakt. Na het maken van een bodyscan kan met een 3D-printer een cup op maat worden vervaardigd. Het parametrische design past zich vanzelf aan de nieuwe pasvorm aan. Het basisontwerp en de kleur kan de consument zelf kiezen.

Bourgondisch optimisme

Met het voorradige talent zit het wel goed. Wat nog moet volgen is de lastige stap naar de zelfstandige ontwerppraktijk. Dat hiervoor bluf en branie vereist is, bewijst de jonge hond Aart van Asseldonk. In de Augustijnenkerk toont hij de Allegorie van het Zuiden, een entourage bestaande uit een 20 meter lange eettafel waaromheen hij zijn monumentale kandelaars, kroonluchters en schenkkannen heeft geplaatst. Een Michelinsterren-kok serveert elke avond een maaltijd en op het kerkplein staan marktvrouwen met lokale waar. De Bourgondische presentatie is een treffende verbeelding van de optimistische sfeer op de DDW. Het geloof in design als innovatieve en sociaalverantwoorde aanjager van een betere, of anders wel leukere toekomst is onwankelbaar op DDW. De samenleving is weer maakbaar – al dan niet met een afgedankte ‘fietsbezem’ of leer van vissenhuiden.

Tekst: Jeroen Junte

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 8 van 2015

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.