Luchtig leren

Inspiratie, Kennis, Onderzoek

Luchtig leren

Door: Anka van Voorthuijsen | 30-09-2013

Honderd jaar geleden opende in Den Haag de Eerste Nederlandse Buitenschool. Een zogeheten ‘openluchtschool’, vooral bedoeld voor kinderen met tuberculose. Er waren beschutte lesplekken buiten en het gebouw was zo ontworpen, dat de kinderen ook binnen optimaal konden profiteren van de heilzame werking die werd toegeschreven aan de buitenlucht. Architect Micha de Haas vroeg zich af of de uitgangspunten van destijds nu ook nog relevantie hebben, bijvoorbeeld bij het streven naar frisse scholen en de wens om energieneutraal te bouwen. Samen met de onderzoeksafdeling van de BNA en een kleine twintig vakgenoten, werkte hij aan de update van enkele openlucht-ideeën.

Onderzoek

Zie ze zitten op een zwart-wit foto uit 1922: de leerlingen van de Haagse buitenschool krijgen – dik aangekleed en onder warme dekens – les in een besneeuwde duinpan. Dat Nederlandse kinderen anno 2013 in skipak gekleed buiten les krijgen, dat ziet hij niet gebeuren, zegt Micha de Haas. Maar andere aspecten van de openluchtscholen zijn wel degelijk aantrekkelijk en nog steeds bruikbaar, vindt hij. Bijvoorbeeld het uitgangspunt om de buitenruimte enigszins te ‘klimatiseren’ of eerst te zoeken naar bouwkundige oplossingen ‘in plaats van automatisch een batterij installaties op het dak te plaatsen om het binnenklimaat te reguleren.’

Zeker gezien een aantal actuele discussies rondom scholenbouw – een vaak slecht binnenklimaat, hoge energiekosten, te volle klassen en gebrek aan ruimte om de individualisering van het onderwijs te faciliteren – leek het De Haas de moeite waard om serieus onderzoek te doen. In het najaar van 2012 zette de Amsterdamse architect samen met BNA Onderzoek een studie op, waar 18 collega architecten aan meededen. Centrale vraag: wat was er zo kenmerkend aan de openluchtscholen en zijn er componenten – eventueel in aangepaste vorm – ook nu nog bruikbaar bij de bouw en verbouw van scholen?

Externe experts zoals bouwfysici en de directeur van de nog steeds bestaande openluchtschool in Amsterdam zorgden voor input tijdens workshops. Hij was zelf verbaasd om te horen dat buitenlucht, ook in een grote stad als Amsterdam en ondanks fijnstof en luchtvervuiling, beter van kwaliteit is dan de lucht in een vol klaslokaal. De Haas: ‘Dat alleen al maakte ons onderzoek relevant.’

Voor Yvette Vervoort, adviseur bij het landelijk steunpunt brede scholen en één van de deelnemers aan de studie, staat de relevantie van dit onderzoek buiten kijf. Er gaat zo veel mis in de scholenbouw, zegt ze. Veel schoolgebouwen zijn op dit moment absoluut niet toegerust voor de flexibiliteit die van de gebouwen wordt gevraagd. Er is vaak sprake van voorschoolse en naschoolse opvang, delen van het gebouw worden verhuurd ’s avonds en in het weekend. Vervoort: ‘Er is door de diversiteit in het gebruik een grote variatie aan klimaatzones nodig. Niet iedere activiteit heeft dezelfde warmtebehoefte.’

Iedereen die weleens in een school komt, weet het: ondanks de vaak hoge investeringen in technische installaties is het binnen vaak te koud of te warm, benauwd en muf. Vervoort: ‘Er is behoefte aan snelle individuele regelbaarheid van het binnenklimaat. De meeste mensen zetten het liefst zelf even een raampje open.’ De lokalen in openluchtscholen hadden vaak twee wanden met ramen zodat bij elke windrichting geventileerd kon worden zonder dat de schriften van tafel waaiden. De Haas: ‘Bouwkundige oplossingen zijn in aanvang misschien kostbaarder, maar verdienen zich snel terug.’

Liever buiten dan binnen

Dat openluchtscholen de buitenruimte gebruikten als lesplek is natuurlijk een interessant uitgangspunt, zegt Micha de Haas. ‘Als je die vierkante meters ook benut, krijg je letterlijk en figuurlijk meer lucht voor het onderwijs.’ Vooral het aspect van de variatie aan verschillend geklimatiseerde ruimtes in en om de vroegere openluchtscholen bleek een grote inspiratiebron, zeggen de architecten die meededen aan de studie. Erik Workel van IAA-architecten: ‘Het bezoek dat we brachten aan de openluchtschool aan de Cliostraat in Amsterdam vond ik erg inspirerend. Aan de éne kant kun je de buitenwereld binnen halen, door bijvoorbeeld grote ramen, schuifpuien en veel ventilatiemogelijkheden, maar je kunt ook proberen om die buitenwereld zo aantrekkelijk te maken, dat iedereen gráág naar buiten wil. Een beschermd microklimaat creëren rond school, zodat je meer dagen per jaar buiten kunt zitten.’ De school aan de Cliostraat staat bijvoorbeeld zeer beschut, omringd door hogere huizenblokken.

Workel werkte zijn ideeën uit in het concept ‘Liever buiten dan binnen’: zoals de vroegere leerlingen van de buitenschool les kregen in een duinpan, zo kun je scholen ook nu op een binnenplaats zetten, lesplekken afschermen met glazen schermen (zoals bij een strandtent) of een bomenhaag, een soort ‘dijk’ om een nieuwe school bouwen ‘zodat je wel profiteert van de zonnekracht maar de wind buiten sluit’. Op de Cliostraat zag hij hoe architect Jan Duiker mensen verleidde om de gevel open te zetten: ‘In het gymnastieklokaal zitten prachtige taatsramen die je met een fraai mechaniek open kunt zetten. Dat is zo prachtig, daar wil je gewoon aan zitten.’

Energyboost

Ook projecttrekker Micha de Haas zocht oplossingen in het creëren van diverse klimaatzones binnen en buiten het gebouw, met het concept BuitensteBinnen, dat hij samen met Peter Elemans (Elemans Postma en Van den Hork architecten) ontwikkelde. Kernruimtes in het hart van een gebouw, waar minder daglicht en weinig buitengeluid doordringt, bufferzones die grenzen aan de buitenwereld, wanden die helemaal of gedeeltelijk opengeschoven kunnen worden.

Afhankelijk van activiteit en seizoen is een ruimte geschikt voor een bepaalde bezigheid: waar het ’s zomers snel warm wordt, zal het ’s winters juist koud zijn. Wie geconcentreerd stil zit te werken heeft een andere basistemperatuur nodig dan in een handenarbeidlokaal. ‘Dat brengt ook een andere manier van roosteren met zich mee. Je moet kijken wat je op welk moment, waar het beste kan doen.’

Architect Bart van den Hork probeert in zijn onderzoek iets te doen aan het nu vaak zo ‘vlakke’ klimaat in scholen. Hij kwam met het voorstel om ‘spui-momenten’ in te stellen op scholen die voor een ‘energyboost’ kunnen zorgen. ‘Na anderhalf uur wordt iedereen duf. Dan is het goed om de gevel even helemaal open te gooien zodat er frisse lucht binnen kan komen. En de leerlingen naar buiten te sturen zodat ze ook weer even op kunnen laden.’

Tussen de voorstellen zitten zowel wilde ideeën als plannen die zonder moeite toepasbaar lijken. Variërend van de oproep ‘trek af en toe wat warms aan’, de verstrekking van voorverwarmde polsbanden aan leerlingen, tot de bouw van een kasconstructie over een lokaal heen, en de plaatsing van een semipermanent paviljoen van tentdoek op een schoolplein ‘zodat er op een groot plein toch een besloten plek ontstaat’.

Om de realiteit niet uit het oog te verliezen was het wel de bedoeling dat de oplossingen ook bij renovaties en bij gestapelde bouw toegepast zouden kunnen worden. De Haas: ‘We hebben een gereedschapskist ontworpen met bouwkundige elementen die je zou kunnen toevoegen aan een bestaand gebouw of kan gebruiken bij nieuwbouw.’ Sommige ideeën zijn totaal ‘out of the box’, maar de studie heeft hem voor toekomstige opgaves zeker bewuster gemaakt van de mogelijkheden die er zijn, zegt Erik Workel.

Buitenmeubilair

De meerwaarde van openluchtonderwijs is anno 2013 nog erg groot, vindt Onno van Ulzen, directeur van de eerste openluchtschool voor het gezonde kind aan de Cliostraat in Amsterdam-Zuid. Eén van de workshops vond plaats in ‘zijn’ school, en hij was als adviseur en klankbord betrokken bij de studie. De school aan de Cliostraat kreeg van architect Duiker in 1931 grote overdekte balkons, maar die werden de laatste jaren nauwelijks meer gebruikt, vooral omdat er geen meubilair meer voor was. Het van binnen naar buiten sjouwen met schoolbanken gaf veel onrust en dat gebeurde dus niet. Maar om die balkons nauwelijks te gebruiken was echt zonde vond Van Ulzen en ook de ouders bleken het buitenonderwijs graag weer in te willen voeren. De ouders zorgden dat er voldoende geld bij elkaar kwam om speciale banken en tafels te laten ontwerpen en produceren.

Sinds begin mei zijn er op elk van de drie balkons nu twintig werkplekken voor kinderen. Niet dat er nu de hele dag buiten les wordt gegeven, zegt Van Ulzen. ‘Er is natuurlijk geen sprake meer van klassikaal frontaal onderwijs op die balkons.’ Maar als het even kan, zitten leerlingen er wel te werken, alleen of in groepjes. Dat geeft inderdaad meer ‘lucht’ in het klaslokaal, zeggen docenten. ‘En de kinderen vinden het heerlijk, in de buitenlucht.’ Van Ulzen: ‘Het gaat mij er niet om dat het zo gezond zou zijn, maar dat ze zich meer bewust zijn van de natuur en ruimte om hen heen. Er zijn vogels, er is wind en zon. Als je een merel hoort fluiten, kijk dan even. Buiten is leuk en fijn, dat wil ik ze meegeven. En door ook buiten te kunnen werken, denk ik dat ze een nog mooiere schooltijd beleven.’

De resultaten van de studie ‘openluchtschool revisited’ worden gebundeld als handreiking voor zowel architecten als opdrachtgevers zoals schoolbesturen. Meer informatie is ook te vinden op www.bna-onderzoek.nl/kennisbibliotheek.php

Tekst: Anka van Voorthuijsen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.