Oude meuk

Inspiratie

Oude meuk

Door: Vincent van Rossem | 20-09-2013

De BNA organiseert jaarlijks in juni de Dag van de Architectuur, dit jaar waren er 100.000 bezoekers. Een mooi resultaat. Ook de Open Monumentendag is een jaarlijks terugkerend gebeuren, de afgelopen jaren telde men meer dan 900.000 belangstellenden. Ruim 300 gemeenten doen mee in Nederland. Sinds 1991 organiseert de Raad van Europa de European Heritage Days, met 47 deelnemende landen in 2005. Amsterdam als monumentenstad bij uitstek wordt natuurlijk het best bezocht, maar in de top ontlopen de bezoekersaantallen elkaar niet zo heel veel, vorig jaar scoorde de hoofdstad 35.000, op de voet gevolgd door Dordrecht met 33.000, Den Haag 28.000, Bergen op Zoom 20.000 en zelfs Rotterdam kwam aan 19.500 bezoekers.

Het is de vraag wat al die mensen zo boeit. De leegstaande gevangenis De Blokhuispoort werd in 2008 door 18.000 mensen bezocht. In 2012 was de Trêveszaal de winnaar met 10.000 nieuwsgierigen, maar ook het juist gerestaureerde Kasteel de Haar van P.J.H. Cuypers kreeg 5000 bezoekers. Zelfs het complex De Lichtenberg behorend bij het Bisschoppelijk College in Weert mocht zich verheugen in 3000 liefhebbers van wederopbouwarchitectuur. Elk jaar staan er bij tal van Amsterdamse grachtenhuizen lange rijen wachtenden. Natuurlijk is het ook gewoon een dagje uit, het kan begin september nog heel mooi weer zijn. Maar er komen niet alleen mooiweerwandelaars. Dit jaar werden in Amsterdam ook al in februari open monumentendagen georganiseerd, omdat de grachtengordel vier eeuwen bestaat. Er woei een snijdende oostenwind, maar toch stonden velen te kleumen, zelfs voor grachtenhuizen die helemaal niet spectaculair mooi zijn.

Wat is de aantrekkingskracht van al die oude meuk? Het sprookje wil toch dat frisse nieuwe gebouwen ons veel gelukkiger maken. Soms denk ik wel eens dat alleen de overheid echt gelooft in nieuwe gebouwen. Mijn middelbare school was gevestigd in een neogotisch kasteeltje uit 1896 en verhuisde vanwege de Mammoetwet, ook al zo’n vergissing, in 1967 naar ongelukkig gesitueerde nieuwbouw aan de rand van Wageningen. Dat bleek fataal voor mijn schoolcarrière. Inmiddels is het gebouw uit de jaren zestig alweer afgebroken, het kasteeltje heeft in 2001 de monumentenstatus verworven. Ambitieuze schoolbesturen gaan maar door met bouwen. Universiteiten natuurlijk ook, het historische vastgoed wordt schaamteloos verpatst. Elk gemeentebestuur wil een nieuw ‘stadskantoor’ realiseren, terwijl de burgers daar zelden of nooit blij mee zijn. Deventer biedt wel het meest schrijnende voorbeeld.

Het is eigenlijk een drama. Mensen gaan alleen maar in nieuwbouw wonen omdat oude huizen in een leuke buurt schaars en dus duur zijn. Een monument in een beschermd gezicht, dat is de top van de woningmarkt, die bovendien in deze crisisjaren redelijk waardevast blijkt te zijn. En dan natuurlijk de vakantie. Heel Nederland zwermt uit naar middeleeuwse stadjes in zuid Europa met van die fijne eetgelegenheden aan pittoreske pleintjes. Ook de inrichting van het agrarische landschap heeft daar nog een overwegend traditioneel kleinschalig karakter. Klaarblijkelijk zijn dat essentiële voorwaarden voor de vakantieganger om zich eens echt gelukkig te voelen.

Ontwerpers denken nog altijd dat het hun plicht is om een nieuwe wereld te bedenken. De Rotterdam van OMA, in de gelijknamige havenstad, is weer een schoolvoorbeeld. Hoe gaan ze die kolos ooit vol krijgen? Puur technisch gezien is het een duurzaam gebouw, maar in een wat breder perspectief gaat het volgens mij om pure verspilling. Bijna een miljoen mensen bezoeken jaarlijks de Open Monumentendag omdat zij behoefte hebben aan echte duurzaamheid, aan een wereld die een prettige schaal heeft, aan huizen die geen ‘woonmachine’ zijn en aan materialen die op een mooie manier verouderen. Natuurlijk is het zogenaamde historiserend bouwen ook een schijnoplossing, net als de duurzaamheid van onze Delftse wonderkinderen. Het wordt hoog tijd voor een fundamentele koerswijziging die veel meer impliceert dan wat modieuze aanpassingen aan de naoorlogse bouwwoede. Niemand weet waarheen het moet, maar het zou nuttig zijn voor ontwerpers om eens wat te filosoferen over hun vak. Wat meer belangstelling voor de geschiedenis van architectuur en stedenbouw zou ook geen kwaad kunnen.

Vincent van Rossem
architectuurhistoricus

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.