Prettig wachten

Inspiratie

Prettig wachten

Door: Jeroen Junte | 01-05-2014

Onder de noemer ‘Prettig wachten’ heeft ProRail 10 miljoen euro uitgetrokken om 25 kleinere stations een facelift te geven. In navolging van de grote stations waar gerenommeerde architectenbureaus als UN Studio (Arnhem) en Benthem Crouwel (Amsterdam én Rotterdam) zijn gevraagd, is ook bij ‘Prettig wachten’ gekozen voor architectonische kwaliteit met bureaus als ONIX, VMX, Moriko Kira en NL Architects. Architecten met weinig of geen ervaring in stationsarchitectuur, die out-of-the-box oplossingen bedenken. Inmiddels is de helft van de beoogde stations opgeleverd.

Barneveld Noord is maar een klein station. Alleen de boemel tussen Ede-Wageningen en Amersfoort stopt er. Toch is het niet te missen. Een verticaal geplaatste zwarte zeecontainer torent hoog boven de weilanden uit. De plint bestaat uit vier zeecontainers die zijn opengebroken. Hierop rusten ook weer zwarte zeecontainers. Ondanks de ruige uitstraling voorziet dit onconventionele station van NL Architects in kaartverkoop, wachtruimte en een ruimte voor het plaatselijke sociaal werkbedrijf RuiterActief. De medewerkers hiervan zorgen voor toezicht, houden het station netjes en beheren de fietsenstallingen. In de architectuur zijn zelfs enkele originele details verwerkt die het wachten breken; in de verticale container zit een toilet met een extreem hoog glazen plafond. Tijdens de sanitaire stop drijven in de verte de wolken voorbij. Deze eenvoudige maar verrassende architectuur is een verademing naast het grauwe comfort op de meeste kleine treinstations. Daar moet worden geschuild in een kale glaskubus, die op de een of andere manier altijd op het perron aan de overkant ligt, waardoor je eerst een enge tunnel met zwerfvuil door moet. Kortom, er moest wat gebeuren op tientallen kleine NS-stations door heel Nederland. Hier ervaren reizigers de wachttijd wel tot drie keer zo lang als op de grote stations met een AKO en Smulshop of zelfs een Starbucks, HEMA en een AHsupermarkt, zo bleek uit onderzoek.

Vooral de nieuwe stations van de grote steden – Amsterdam, Rotterdam en Utrecht – zijn multifunctionele ‘hubs’ met horeca, winkels, aansluiting op ander transport en tal van voorzieningen als Wi-Fi-punten en stomerij. Om de treinreiziger die is aangewezen op kleine stations tegemoet te komen, heeft ProRail onder de noemer ‘Prettig wachten’ 10 miljoen euro uitgetrokken om 25 kleinere stations een facelift te geven. En vooruit, ook vanwege de doelstelling die het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt in het ‘Actieplan’ om groei op het spoor te realiseren. In de jaren tachtig en negentig zijn veel authentieke en kenmerkende elementen verdwenen door het toepassen van een eenvormige huisstijl en een systematische aanpak van alles wat met het spoor te maken heeft. Stations zijn hiermee de binding met het dorp en het landschap kwijtgeraakt en worden daardoor als onpersoonlijk en onaangenaam ervaren. Daarom is per locatie een inventarisatie gemaakt voor een plaatsgebonden aanpak. ‘Deze inbedding in de lokale omstandigheden vergroot het gevoel van veiligheid en het comfort’, zegt projectmanager Annelies Bosman van ProRail.

In navolging van de grote stations waar gerenommeerde architectenbureaus als UN Studio (Arnhem) en Benthem Crouwel (Amsterdam én Rotterdam) zijn gevraagd, is ook bij ‘Prettig wachten’ gekozen voor architectonische kwaliteit met bureaus als ONIX, VMX en NL Architects. De selectie werd gemaakt door Spoorbouwmeester Koen van Velzen. ‘Hierbij was het geen vereiste om een achtergrond te hebben in infrastructuur. Elk station moet een eigen identiteit en karakter krijgen.’ De ontwerpen betreffen landschappelijke, stedenbouwkundige, architectonische en interieur ingrepen. Zo is door architectenbureau Ton Venhoeven CS de oostgevel van Station Amsterdam Muiderpoort bedekt met planten die via een besturingssysteem op afstand worden verzorgd met water en voedingsstoffen.

Gorinchem, Breukelen en Wolvega

Inmiddels is de eerste helft van de beoogde stations opgeleverd. Soms waren ingrepen in het interieur voldoende, zoals bij station Gorinchem. Architectenbureau Hollandse Nieuwe heeft de wachtruimte tot het oorspronkelijke jaren-zestigontwerp teruggebracht. De stationshal is nu één transparante open ruimte met het originele houten plafond met opvallende plafondverlichting. De natuurstenen ‘tafelbanken’ worden verwarmd. Bij station Breukelen werd de bestaande wachtruimte op het perron door beeldend kunstenaar Sanja Medic getransformeerd met een vloer van mozaïektegels waarin reizigersfiguren zijn opgenomen.Daaronder is vloerverwarming aangebracht.  Het plafond is voorzien van pleisterwerk, versierd met bijbehorende figuratie. Tot slot is er een gratis internetverbinding in de wachtruimte. Bosman: ‘Dat klinkt als een detail maar soms is dit juist doorslaggevend voor een aangenaam wachtverblijf.’

Op station Wolvega bleef de ingreep zelfs beperkt tot een herprogrammering van het bestaande gebruik. ‘De bloemist kreeg bijna de hele wachtruimte tot zijn beschikking. In ruil daarvoor zet de ondernemer koffie en houdt een oogje in het zeil op de wc’s. De wachtruimte is nu een soort huiskamer geworden, waar aan een speciaal ontworpen houten tafel met bloemen koffie kan worden gedronken’, zegt Sylvia Karres, als landschapsarchitect van Karres & Brands verantwoordelijk voor deze ingreep.

Klanken en geuren

De ruimtelijke ingreep door ‘belevingsregisseur’ Maarten Hartveldt op station Roermond is zelfs grotendeels onzichtbaar. Onder zijn regie werd het station opgeschoond met historische wanddecoraties, meer groen en een verfbeurt. De belangrijkste de kwaliteitsimpuls is het afspelen van een zorgvuldig samengestelde geluidsband. ‘In de drukke ochtenduren wordt bijvoorbeeld het geluid van voorjaarsvogels afgedraaid’, legt Hartveldt uit. ‘Na de spits klinkt er energieke, ritmische Zuid-Afrikaanse muziek. In de avonduren met hangjongeren kan de muziek worden aangepast van rustgevende zeeklanken naar Bach of andere klassieke muziek. Daar hebben ze een hekel aan.’ Akoestiek is weliswaar onzichtbaar maar daarom niet minder bepalend voor de ruimtelijke beleving. ‘Op Hollands Spoor in Den Haag heb ik in de wachtruimtes een citrusgeur verspreid. Reizigers beoordeelden vervolgens het hele station als schoner. En veiliger.’

Oranje huisjes met puntdak

 Naast deze programmatische oplossingen voor generieke problemen als kou, onveiligheid en anonimiteit was in veel gevallen serieuze architectuur noodzakelijk om de ruimtelijke kwaliteit naar een hoger plan te tillen. Bij Den Haag Moerwijk werden de bestaande overkappingen over de trap gesloopt en door de landschapsarchitecten van Karres & Brands vervangen door opvallende oranjerode huisjes. Deze huisjes bieden reiziger een betere beschutting tegen de hevige wind op deze hooggelegen perrons. Onderbewust draagt het archetypisch puntdak bij aan een huiselijk gevoel van geborgenheid. Daarbij maakt de oranje signaalkleur de huisjes tot opvallende elementen in de grijze en anonieme stationsomgeving. ‘De opgave was om de identiteit van het station te vergroten. Op veel stations weet je niet eens meer waar je bent. Hier wel’, vertelt Sylvia Karres. Bij Station Den Helder, waarvoor Karres & Brands ook het ontwerp mocht maken, was zelfs een echt woonhuis op het perron bedacht. ‘De beste manier om een station een persoonlijk karakter te tegen is door het te laten bewonen. Daarbij wordt zo het gevoel van veiligheid sterk vergroot. Helaas is dit ontwerp niet uitgevoerd.’

Tijdelijk station

Bij het al eerder genoemde ‘containerstation’ Barneveld Noord was niet een herkenbare identiteit de belangrijkste opgave maar tijdelijkheid. Het station moet over een paar jaar een paar honderd meter worden verplaatst naar de definitieve locatie. Daarom koos NL Architects voor een constructie van drie opengebroken zeecontainers met wanden van glas. Daarop zijn drie zeecontainers geplaatst voor installaties en bergruimtes. In de wachtruimte zelf is de vloer van bovenliggende container weggehaald, zodat er een hoog plafond ontstaat, wat een ruimtelijk gevoel versterkt. ‘Deze zeecontainers zijn low budget en hufterproof maar vooral ook makkelijk te verplaatsen’, zegt projectarchitect Gerbrand van Oostveen. Ook boden de zeecontainers door een creatief ontwerp een onverwacht aanknopingspunt met de lokale context. De zevende, verlengde zeecontainer werd verticaal geplaatst met op de top een ‘windkip’. Geen haan, dit is Barneveld tenslotte. ‘Hiermee is een referentie gemaakt naar de vele kerktorens in deze omgeving. Bij Barneveld begint de Bible Belt met de bekende Niet Vloeken-posters op de perrons’. Het versterken van het persoonlijk karakter van een station betekende in veel gevallen ook een betere aansluiting op de bebouwde omgeving en bestaande verkeersstromen.

Groene muur voor station Almelo

Voor Station Almelo bedacht architect Moriko Kira een nieuw interieur met een groene muur. ‘De loketten zijn de afgelopen tien jaar allemaal gesloten waardoor de stationshal een kille plek is geworden. Door de reizigersinformatie te verpakken in een muur van planten krijgt de kille architectuur letterlijk leven en warmte.’ Daarnaast ontwierp ze in samenwerking met landschapsarchitecten van Parklaan een nieuwe inrichting van het stationsplein met zitplekken en groenstroken. ‘Veel stations fungeren als eilandjes. Door ze te verbinden met de omgeving worden ze toegankelijker en aangenamer. De treinreis en dus ook het wachten begint al buiten het station.’ Maar, zo zegt Kira, het zijn vaak kleine nietarchitectonische ingrepen die een groot verschil maken. Zo stelde ze voor om de trein niet meer tot het einde van het perron te laten doorrijden maar ze in het midden te laten stoppen. ‘Daardoor lijkt het station aanzienlijk kleiner en dus intiemer.’ Het zijn juist deze out-of-the-box oplossingen die de toegevoegde waarde van de geselecteerde architectuurbureaus onderstrepen, meent Karres. ‘Architecten met weinig of geen ervaring in stationsarchitectuur zitten ook niet vast aan ingesleten reflexen als: zo doen we dat nu eenmaal altijd. Zo krijg je uiteindelijk stations waar het door de bijzondere identiteit prettig wachten is.’

Tekst: Jeroen Junte
Fotografie: Ton Poortvliet, Jeroen Poortvliet, Francois Wieringa, Karres & Brands, Marcel van der Burg

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.