Special Editions

Design, Inspiratie

Special Editions

Door: Jeroen Junte | 30-10-2012

Een meubel dat voor een specifiek project is ontwerpen wordt soms later in productie genomen – waarom ook niet. Immers, er is een kant-en-klaar ontwerp van bewezen kwaliteit, anders zou de opdrachtgever wel klagen. Zo lanceerde ontwerpbureau i29 onlangs een collectie gebaseerd op hun interieurontwerp voor reclamebureau Gummo. Voor Richard Hutten is het business as usual dat zijn meubels buiten een uniek interieur hun weg vinden.

As good as new

Geen moment had het Amsterdamse ontwerpbureau i29 bedacht dat het interieur dat ze in 2009 ontwierpen voor het reclamebureau Gummo zou leiden tot een complete meubelcollectie. Gummo nam destijds intrek in een tijdelijke kantoorruimte, waardoor er geen budget was voor een ingrijpende verbouwing. De oplossing van i29 was meubilair opkopen op Marktplaats en dit laten coaten door een bedrijf dat zeecontainers behandeld. De muren en vloer kregen dezelfde donkergrijze tint, waardoor het kantoor een herkenbare en eigenzinnige uitstraling had – precies waar het reclamebureau om had gevraagd.

Toch lanceerde i29 met Gummo in september 2012 de meubelcollectie As good as new bestaande uit meubels uit kringloopwinkels en van Marktplaats die zijn behandeld met dezelfde industriële coating. ‘Ons werd zo vaak gevraagd waar die meubels te koop waren, dat we besloten ze als één collectie te verkopen. We gebruiken meubels uit verschillende stijlen en tijdperken door elkaar. Met die de egale kleur worden de verschillende meubels toch één familie en creëer je een vervreemdend effect.’

Museumstoelen

Een meubel dat voor een specifiek project is ontwerpen dat vervolgens in productie wordt genomen – waarom ook niet. Immers, er is een kant-en-klaar ontwerp van bewezen kwaliteit, anders zou de opdrachtgever wel klagen. Voor ontwerper Richard Hutten is het zelfs business as usual dat ook zijn meubels ook buiten een specifiek interieur hun weg vinden. Onlangs is nog een tafel en hanglamp die hij ontwierp voor het Fotomuseum in Rotterdam in productie gegaan bij nGispen, het eigentijdse label van gevestigde naam Gispen. De komende twee jaar voert het Fotomuseum het thema zwart/wit. Hutten werd gevraagd om een bijpassende entree te ontwerpen. ‘De tafel is bijna tegelijk met de oplevering van de museumentree gepresenteerd op de designbiënnale Interieur 2012 in Kortrijk.’

Dat Hutten net als i29 zijn meubels niet in eigen beheer hoeft te produceren is natuurlijk omdat hij creatief directeur is van Gispen. De Rotterdamse ontwerper heeft inmiddels zelfs een bescheiden collectie museumstoelen in productie bij Gispen. Voor het Zuiderzeemuseum ontwierp bij een minimalistische variant op de ouderwetse houten knoppenstoel. De Berlagestoel was ontworpen voor het Gemeentemuseum in Den Haag en de Centraal-Museumstoel voor het gelijknamige museum in Utrecht. ‘Ik produceerde deze stoelen al jaren in eigen beheer.

Pas toen Gispen in 2009 de rechten op mijn complete oeuvre opkocht, werden ze opgenomen in de Gispen-collectie.’ Nog nooit ontwierp hij een projectmeubel met een fabrikant in het achterhoofd. ‘Een ontwerper die zowel de opdrachtgever als een potentiële fabrikant wil behagen, maakt waarschijnlijk iets dat beide niet willen. Twee keer niks dus.’ Dus zit de Rotterdamse ontwerper in de ontwerpfase uitsluitend met de opdrachtgever aan tafel. ‘Pas als het ontwerp is goedgekeurd en moet worden ontwikkeld, ga ik met een fabrikant praten. Natuurlijk is Gispen dan de voor de hand liggende eerste keuze.’

Gispen is zeker niet de enige fabrikant die aast op deze specials. ‘Elk jaar nemen we minstens een of twee meubels in productie die voor een specifiek project zijn ontworpen’, zegt Hans Lensvelt van Lensvelt Projectinrichting. ‘En dat zijn echt niet allemaal stoelen waarvan de houdbaarheidsdatum na een jaar al weer is verlopen. Het bestverkochte product van 2011 was de AVL Office Chair van Joep van Lieshout. Deze stoel is al bijna tien jaar geleden ontworpen voor het interieur van verzekeraar Interpolis.’ Wel moeten er vaak aanpassingen aan een ontwerp worden gedaan voordat het geschikt is voor brede productie. ‘Niels van Eyck en Miriam van der Lubbe hadden voor het Philips Muziekgebouw in Eindhoven een monumentale stoel ontworpen. We zijn inmiddels al een jaar aan het puzzelen hoe we die tegen een aanvaardbare prijs kunnen produceren.’

Het is ook wel eens gebeurd dat Lensvelt een bestaand projectontwerp in zijn collectie opneemt. ‘Ineke Hans had een kapstok gemaakt die oogt als een boom. Die paste naadloos bij ons. Wel is de uiteindelijke versie uitgevoerd in metaal, wat voor ons makkelijk was om te produceren.’ Andersom gebeurt ook. ‘De 5 O’Clock Chair van ontwerpster Nika Zupanc wilden wij in productie nemen’, zegt Casper Vissers, zakelijk directeur van designlabel Moooi. ‘Terwijl wij het ontwerp aan het ontwikkelen waren tot een produceerbaar meubel, gebruikte de Zupanc de stoel in een project. Wat fijn was, want zo was een minimale afname gegarandeerd.’

Afspraken over een eventueel tweede leven van een uniek projectmeubel worden zelden gemaakt. Hutten: ‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat een opdrachtgever niet wil dat de stoel aansluitend in een collectie wordt opgenomen.’ Wat wel voorkomt is dat opdrachtgevers specifieke eisen hebben, bijvoorbeeld een exclusieve kleur. ‘Het Centraal Museum eiste dat mijn ontwerp de Centraal Museum Stoel zou heten. Die stoel zul je dan niet meer zo snel in een ander museum zien.’

Succesfactoren

Het voordeel voor een opdrachtgever is dat de ontwikkelingskosten kunnen worden gedeeld met de fabrikant. De Gothic Chair die Studio Job ontwierp voor de VIP-lounge van het Groninger Museum was er niet geweest als het Nederlandse succeslabel Moooi niet had geïnvesteerd in de mallen voor het rotatiegieten, een bedrag van 40 duizend euro. ‘Die Gothic Chair was met zijn bizarre vorm een risico. Een love it or hate it, zoals wij dat noemen. Als je dan weet dat de eerste honderd stoelen al zijn verkocht aan een museum, dan zeg je toch iets makkelijker: go!’, aldus Vissers. ‘Zeker omdat zo’n museumproject ook weer publiciteit genereert.’

De Gothic Chair is – net als de AVL Office Chair en de Centraal Museum stoel – uitgegroeid tot een goedlopend product. Het geheim achter dit succes is dat opdrachtgever, ontwerper en in een later stadium ook de fabrikant aan één tafel zitten, meent Lensvelt. ‘Het gebeurt niet vaak dat de uiteindelijke gebruiker mag meedenken over het eindproduct.’ Wat ook helpt volgens Lensvelt is de strakke deadline waar deze ontwerpen zijn gebonden. ‘Zo’n kantoor of museum moet openen en dan moet de stoel er zijn. Juist die daadkracht zorgt vaak voor een helder en goed uitvoerbaar resultaat. Het zijn vaak de laatste 5 procent van het ontwerpproces die lang duren. Terwijl een meubel lang niet altijd beter wordt van dat laatste beetje.’

Volgens Vissers van Moooi is interieurontwerp een generator voor verrassende ideeën. ‘Architecten en ontwerpers hoeven geen rekening te houden met technische eisen van een fabrikant of marketingoverwegingen maar kunnen hun creativiteit de vrije loop laten.’ Daarom startte Moooi afgelopen jaar de Frame Moooi Award, een designprijs waarvoor alleen meubels die zijn ontworpen voor een specifiek project mogen meedingen. Het enige jurylid Philippe Starck riep Stairway to heaven van Bertjan Pot uit tot winnaar – een keukentrap met ledlampen die in een restaurant in Schiedam hangt. Deze curieuze kroonluchter is inmiddels in productie, opvallend genoeg niet bij Moooi. ‘Maar wij zijn deze prijs niet gestart om onze collectie aan te vullen.’ Al is het natuurlijk altijd inspirerend om de meer dan 800 inzendingen te selecteren, beaamt Vissers.

Natuurlijk zijn niet alle meubels geschikt voor productie. ‘Soms is een stoel of tafel zo expliciet dat het buiten de context niet overeind blijft. Daarmee zal een ontwerper niet zo snel bij een fabrikant aankloppen vanwege de veronderstelling: ‘Dat zal toch wel te wild zijn.’ Terwijl het toch potentie heeft door de originaliteit.’ Als voorbeeld noemt Vissers een nominatie voor de Mooi Frame Award van het Nederlandse ontwerpbureau Lab3 dat voor een school in Baarn op de lockers van de scholieren volgens een hufterproof procedé een foto inbrandde van wat er in kluisjes zou kunnen liggen. ‘Daar zit niet meteen een product in, zou je zeggen. Maar als ik producent was van lockers zou ik meteen afspreken met deze ontwerpster om te onderzoeken of er een serieproduct van te maken is.’
Tekst: Jeroen Junte

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 7-2012.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.