Supergaaf volgens architect Dorte Kristensen

Inspiratie

Supergaaf volgens architect Dorte Kristensen

Door: Jacqueline Knudsen | 30-09-2020

Al lang koestert Dorte Kristensen, architect en directeur bij atelier PRO architecten, een liefde voor béton brut. “Tijdens mijn studie Bouwkunde aan de TU Delft heb ik in Londen stage gelopen bij Denys Lasdun, een brutalistische architect, sociaal geëngageerd en met oog voor esthetische aspecten in zijn overwegend betonnen architectuur. Uiteraard koos ik niet zomaar Denys Lasdun’s bureau als stageplek, de belangstelling voor zijn werk was er al, maar de liefde is zeker toegenomen.”

Dorte Kristensen

Gevraagd naar welk gebouw Dorte Kristensen supergaaf vindt, kwam ze eerst met het gebouw SESC Pompeia van Lina Bo Bardi op de proppen. Ook zo’n krachtig betonnen gebouw met een sterk maatschappelijk aspect. Maar aangezien een reisje naar Sao Paulo Brazilië iets boven ons budget ligt, is de keuze gevallen op de Visafslag in Scheveningen. Waarom?

Visafslag Scheveningen

“Ik hou in het algemeen erg van plekken en gebouwen die schuren, op de rand van stad en industrie of haven. De Visafslag en omgeving is bij uitstek zo’n plek. Wat de Visafslag supergaaf maakt heeft met verschillende kwaliteiten te maken. Allereerst maatschappelijk: De visserij hoort van oudsher bij Scheveningen. Met de schaalvergroting van de zeevisserij in de wederopbouwperiode werd een grotere visafslag noodzakelijk. In 1962 ontwierp Sjoerd Schamhart (destijds gemeentearchitect van Den Haag) daarom een grote nieuwe visafslag aan de eerste binnenhaven. De visserij heeft ook slechte jaren doorgemaakt, maar de laatste jaren is de omzet weer verviervoudigd. De vissers willen op deze plek blijven. Elke ochtend lossen de vissers aan de kade voor de afslag hun vangst, die geveild wordt en aan de andere kant het gebouw weer verlaat op weg naar winkels en restaurants.”

Gebouw als een slapende draak

En daarmee komen we direct aan de stedenbouwkundige kwaliteit: het enorme gebouw van 400 bij 26 meter beslaat de volledige westkant van de eerste binnenhaven. Het is op betonnen palen uitgebouwd boven het talud in de haven, met een 3 meter brede kade over de hele lengte. Aan de landzijde is een doorlopend laadperron op één meter boven straatniveau. De 345 meter lange kolomvrije afslaghal met 23 sheddaken ligt parallel aan haven en zee. “Het is stedenbouwkundig en functioneel prima verankerd in de omgeving. Vanuit het hogere kopgebouw kan de Havenmeester de haven en de havenmond overzien en de schepen zien komen en gaan. Ik zie het gebouw als een slapende draak, met een lang geschubd lichaam en de kop aan de zuidkant. Slapend, want het gebouw wordt nu maar ten dele gebruikt, het heeft zoveel mogelijkheden. Toen er jaren geleden de klad in de zeevisserij zat, was het de vraag of het gebouw nog wel kon blijven functioneren als visafslag, het was veel te groot voor die functie. Ik heb destijds gedacht: we storten zand erin en openen de gevels, dan zou het gebouw als overdekte camping een toekomst kunnen krijgen. Met het aantrekken van de visserij is dit idee weer helemaal van de baan, maar het gebouw biedt meer mogelijkheden dan er nu benut worden.”

Staal en beton

“Op architectonisch niveau is het gebouw een geweldig voorbeeld van hoe de combinatie van tectoniek en constructie resulteert in een krachtige en functionele ornamentiek. Dat is iets waar ik grote bewondering voor heb. Het gebruik van ruwe onbehandelde bouwmaterialen als staal en beton is gecombineerd met archaïsche vormen, sterk gelede volumes en een afleesbare constructie. Het gebouw is heel ingetogen ontworpen, alles heeft een betekenis en een doel. Vanuit de constructieve noodzaak ontstaat zo een expressieve plasticiteit en schoonheid.” Kristensen wijst op diverse voorbeelden hiervan: “De uitstekende V-vormige liggers die de sheddaken van de grote afslaghal dragen, zijn functioneel als waterspuwers maar tegelijkertijd sieren en ritmeren ze de lange gevel aan de haven. De gevouwen daken in het kopgebouw zijn zowel binnen als buiten tegelijk functioneel constructief als esthetisch en ornamenteel. De kolommen die in de entreehal het dak van het kopgebouw dragen, staan op scharnierende voeten, bestaan uit betonplaten met een V-vormig kapiteel, die aansluit op het gevouwen dak.” De constructie van kolommen en plafonds vormen een krachtig ruimtelijk lijnenspel.

Grindbetonnen wandreliëfs

Op drie wanden in de hoge entreehal zijn  grindbetonnen wandreliëfs gemaakt door schilder en beeldhouwer Aat Verhoog. “Dat vind ik ook een bijzonder aspect in het werk van Schamhart, de kunsttoepassing als intrinsiek onderdeel van het gebouw.”De visafslag is vorig jaar op de rijksmonumentenlijst geplaatst. “Ik ben blij dat het gebouw nu zeker behouden blijft. Er zijn plannen voor een nieuwe mijnzaal, tegen het bestaande dienstgebouw, want de huidige is door de digitalisering van de handel sterk verouderd en functioneert niet goed. En een nieuwe grote schouwzaal voor een efficiëntere logistiek en bedrijfsvoering. Vooral in het dienstgebouw zitten drie prachtige ruimtes in die nu sterk verwaarloosd zijn. Daar zit zoveel potentie in, mijn handen beginnen gewoon te jeuken als ik hier rondloop, ik zou hier heel graag aan de slag gaan!”

Tekst: Jacqueline Knudsen
Fotografie: Bart van Hoek

Dit artikel is gepubliceerd in Bouwwereld nummer 5 van 2020 in de rubriek Supergaaf. Hierin is een bouwprofessional aan het woord over zijn of haar favoriete gebouw of interieur

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.