Wie was Karl Moser?

Inspiratie

Wie was Karl Moser?

Door: Vincent van Rossem | 30-10-2013

De meeste architecten slaan zich dapper door het leven met een minimum aan architectuurhistorische kennis. Dat minimum bestaat meestal uit drie namen: Le Corbusier, Frank Lloyd Wright en Mies van der Rohe, de grote pioniers van het modernisme. Onze eigen H.P. Berlage en zijn beroemde beursgebouw zullen ook wel bekend zijn. Maar wie Karl Moser was, weet bijna niemand. Zelfs onze trouwe souffleur, Wikipedia, maakt nieuwsgierigen niet veel wijzer. Gelukkig bestaat er een solide monografie, Zürich 2010, onder redactie van Werner Oechslin. Zelfs degenen die geen Duits lezen, kunnen veel leren van de afbeeldingen. Berlage en Moser waren vrijwel even oud en opgeleid aan dezelfde school, de ETH in Zürich. Beiden hebben een nieuwe generatie architecten geïnspireerd. In Zwitserland spraken de jongeren liefkozend van ‘Papa Moser’, terwijl Rietveld, Oud en andere radicale modernisten bij het overlijden van Berlage een heel nummer van het Nederlandse avant-garde tijdschrift de 8 en Opbouw vulden met hulde aan de overledene.

Het meest wonderlijke van architectuurgeschiedenis is misschien wel dat je na enige tijd gaat begrijpen, bij mij heeft dat overigens lang geduurd, dat moderne architectuur van alle tijden is. Op school had ik geleerd dat witgepleisterde gebouwen met platte daken en zwarte stalen raamkozijnen modern zijn. Daarom was het me ook nooit geheel duidelijk wat er zo modern was aan de beurs van Berlage. Dat wordt pas evident wanneer je vanuit een negentiende-eeuws perspectief leert kijken. Moser lijkt op het eerste gezicht zelfs een traditionele architect. Juist zijn werk maakt duidelijk dat ‘modern’ zijn voor een echte architect geen krampachtige keuze is, maar een tamelijk ontspannen ontwikkeling. Hij heeft decennia lang gebouwen gemaakt die in monumentenbeschrijvingen met de meest vreemde stilistische termen worden geduid omdat men er geen raad mee weet.

Tenslotte valt alles een beetje op zijn plaats, vooral voor wie de moeite neemt om ook eens op geboortejaren te letten. Onze P.J.H. Cuypers zag het levenslicht in 1827. Dat is heel lang geleden en daarom begrijpen alleen specialisten nog waarom zijn neogotische kerken zo spectaculair modern waren. Berlage, geboren in 1856, begreep dat nog heel goed, hij beschouwde Cuypers als de grote vernieuwer van de negentiende eeuw. In Amerika was het Henry Hobson Richardson die de weg wees. Zijn geboortejaar, 1838, betekent de generatie van Cuypers. Richardson introduceerde in Amerika een nieuwe architectuur die zelfs nu nog niets aan kracht verloren heeft. Zie de monografie met schitterende kleurenfoto’s, M.H. Floyd, New York 1997. Richardson had een deftig diploma op zak, uit Parijs, maar demonstreerde in zijn geboorteland dat een architect helemaal opnieuw kan leren bouwen, met lokale materialen, de blokhut opnieuw bedacht door een genie. Louis Sullivan (1856) en Frank Lloyd Wright (1867) waren zijn dankbare erfgenamen. Ja, Wright bouwde gesublimeerde blokhutten.

Als Richardson wordt genoemd, mag de architect Norman Shaw (Edinburgh 1831) niet ontbreken, ook generatie Cuypers. Shaw historiseerde een beetje, men noemt dat in Engeland ‘Queen Anne’ stijl, maar zijn landhuizen waren baanbrekend en zouden ook in Duitsland en Nederland grote invloed hebben op het vrijstaande huis. Zijn meest briljante leerling was C.F.A. Voysey. De Engelse weekendhuizen die Voysey rond 1900 bouwde, waren heel wat aangenamer om in te verblijven dan de wonderlijk oncomfortabele Villa Poissy van Le Corbusier. Goede architectuur is niet uitdrukkelijk modern maar geeft gestalte aan een programma van eisen.

Wanneer ik ArchitectuurNL doorkijk, valt mij vaak de gemakzucht op, de trucjes, schoolboekjes, standaardoplossingen en alle voorgebakken architectuur die in de advertenties wordt aangeprezen. Het gaat niet om historiserend bouwen, het gaat erom opnieuw fundamenteel na te denken over de bouwkunst, zoals Cuypers, Shaw en Richardson hebben gedaan. Daarom is het zinvol voor architecten om zich serieus te verdiepen in de geschiedenis van hun vak, om goed naar het werk van voorgangers te kijken en zich bij elk detail weer te verwonderen over de scheppingskracht van toen. Scheppingskracht, het is een raar woord, maar toch, elk detail uit de catalogus is waardeloos.

Vincent van Rossem
architectuurhistoricus

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.