Woonhuis Wouter Corvers op maat ontworpen

Inspiratie

Woonhuis Wouter Corvers op maat ontworpen

Door: Jeroen Junte | 10-03-2020

De kapstok naast de voordeur van Wouter Corvers (1991) hangt scheef. Dat lijkt een frivool detail, een slordigheidje misschien wel. Maar in het woonhuis van een ontwerper bestaat geen toeval. “Op deze manier kan ik mijn jas prettig ophangen maar mijn vriendin ook”, zegt Wouter Corvers, zelf 2.05 meter. Zijn partner is 1.70. Daarom hangen er ook een hoog én een laag kastje in de badkamer en is het kookeiland gedeeld in een hoge en lage helft. “De gootsteen zit aan de hoge kant dus je ziet wie hier de afwas doet”, grapt Wouter Corvers. Achter deze ontwerpkeuze schuilt diepe ernst. “De standaardhuizen zijn eigenlijk niet geschikt voor mensen met lichaamsafwijking.”

Woonhuis Wouter Covers

Wouter Corvers heeft zijn woonhuis letterlijk op maat ontworpen. Ruimtes in zijn oude woonhuis waar hij vaak in de knel kwam, waren met name de keuken, de badkamer en de woonkamer. “Het varieert van slechte zichtlijnen door ramen die eigenlijk te laag zijn tot fysieke ongemakken als voortdurend moeten bukken vanwege te lage kastjes. Ook een krappe wc-pot, te kort bad en te lage douchekop zijn storende tekortkomingen, vooral ook omdat je daar elke dag weer mee wordt geconfronteerd.” Ook vaak problematisch: “Zolder, kelder en schuurtje.” Wat Corvers vreemd vindt, is dat de markt voor kindvriendelijke interieuraanpassingen enorm is – van kleine tafels en stoeltjes tot veilige traphekjes. “Maar volwassenen zijn schijnbaar allemaal hetzelfde.”

Testcase voor publieke ruimte

Het huis op maat is voor Corvers ook een testcase voor de inclusieve publieke ruimte. Stoplichten, straatmeubilair, pinautomaten, metropoortjes – het is allemaal ontworpen voor de doorsnee man van 1 meter 77. Want ook vrouwen komen er vaak bekaaid vanaf, bijvoorbeeld toegangsdeuren die zwaar zijn of een te hoge greep hebben. “Waarom kan ik wel kiezen uit 15 paar verschillende schoenmaten maar moet ik in de trein of het vliegtuig altijd op te korte of te krappe stoelen zitten?” Zijn studie Public/Private aan de Design Academy Eindhoven rondde hij af met het project Scale 1:1,6, een serie zitmeubels voor de publieke ruimte die geschikt zijn voor personen van uiteenlopende lichaamslengtes. Een van de meubels was een bankje met uitschuifbare poten dat op plekken met een schuine ondergrond kan worden geplaatst, zoals een trap of een talud. “Daardoor kan iedereen een zithoogte kiezen die bij hem past.” Twee jaar geleden plaatste Corvers de bankjes illegaal in een woonwijk in Den Bosch; ze staan er nog steeds. Inmiddels zijn er in samenwerking met de gemeente ook elf permanente stoelen in de binnenstad geplaatst.

Ultieme toegankelijkheid

In zijn woonplaats Den Bosch richtte Corvers zomer 2019 Het Inclusieve Park in. Deze tijdelijke verblijfplaats in het Zuid-Willemspark streeft naar ultieme toegankelijkheid zodat niemand zich meer hoeft aan te passen. In de ontwerpfase maakte Corvers gebruik van negentien ‘experts’ oftewel Bosschenaren met uiteenlopende fysieke en mentale afwijkingen. Zo was er een rolstoelgebruiker, een hoog-sensitief persoon die slecht tegen geluid kan en iemand met incontinentie. “Hun ervaringen waren het uitgangspunt voor een helling en zitsteiger langs het water met zo min mogelijk prikkels, belemmeringen en moet toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht wie dan ook”.

Inclusieve park pilot project

Het Inclusieve Park was een pilot project in opdracht van de gemeente Den Bosch. “Deze winter publiceren we een rapport met onze bevindingen.” Zo bleek dat inclusieve oplossingen ook gebruik van doorsnee personen verbeterde. “Mensen met een gehoorbeperking zijn gebaat bij visuele markering die in de stoep of straat zijn verwerkt. Omdat steeds meer mensen tegenwoordig naar beneden kijken op hun telefoon heeft iedereen daar baat bij.” Soms bleken de belangen juist tegenstrijdig. “Voor rolstoelgebruikers hadden we een schuine stoep bedacht, als een op- en afrit. Dat vinden blinden weer onprettig.” Ook waren er onverwachte uitdagingen. Zo bleek de hoge kuipstoel, waarin hoog-sensitieve personen met een kap zijn afgeschermd van verkeersdrukte, ook in trek bij blowende tieners. “Is dat erg? Zo ja, wat kun dan doen om eventuele overlast te beperken?”

Testcase voor flexibele architectuur

De ontwerppraktijk van Corvers is gebaseerd op live action research waarbij zijn prototypes in de realiteit worden getest door gebruikers. “Met deze feedback kan ik mijn ontwerp direct verbeteren.” Zijn inclusieve woonhuis is ook een testcase voor flexibele en circulaire architectuur. “Ik had mijzelf de opdracht gegeven om binnen één maand een huis te realiseren van uitsluitend gerecyclede materialen. Ons budget was bovendien slechts vijfduizend euro.” Alle materialen voor zijn huis vond Corvers op Marktplaats en executieveilingen. “Alle 13 dubbele raamkozijnen kochten we voor 15 euro. Daar hebben we feitelijk het huis omheen ontworpen.” Op zijn erf staat zelfs een zwembad gebouwd van afgedankte legioblocks. Cruciaal voor het welslagen was de regelarme bouwlocatie Poeldonk, een voormalige stortplaats waarvoor de gemeente een vijfjarige woonvergunning heeft afgegeven.

Woonerf Minitopia

Op dit woonerf Minitopia staan inmiddels bijna dertig tiny houses en andere duurzame woningen. “Het hele erf is ook weer één groot experiment. Elektriciteit, riool en waterleiding hebben we collectief geregeld.” Dat hij geen gevestigde architectuuropleiding heeft gedaan, ziet Corvers dan ook niet als beperkend. “Als ontwerper van de Design Academy ben ik gewend om vrijer te denken en te improviseren.” Zo bedacht hij een oplossing voor de afvalstromen in de bouw. “Elk nieuwbouwproject zou een tijdelijke bouwmarkt moeten hebben voor resthout of overtollige bakstenen. Of er moeten kavels worden vrijgemaakt voor innovatieve woonhuizen van al het restmateriaal.”

Herbruikbaar hout

Ook Het Inclusieve Park was vervaardigd van herbruikbaar hout “Het hout kochten we nieuw omdat het een keurmerk moest hebben. We hebben al het hout opgeslagen om het in de toekomst opnieuw duurzaam in te zetten.” “Bij evenementen als Dutch Design Week of World Expo’s kunnen de tijdelijke paviljoens niet gek genoeg. Maar in de alledaagse realiteit van de openbare ruimte is er nauwelijks ruimte voor tijdelijke architectuur. Terwijl er door het gebrek aan vaste regels een sterk signaal kan worden afgegeven waaraan behoefte is. Juist in deze tijd van grote transities in energie, grondstofgebruik en mobiliteit biedt deze vrijheid door tijdelijkheid een groot potentieel.”

Projectgegevens

Locatie: Vaartgraaf 21 ’s-Hertogenbosch
Architect: Ilse Zuidinga & Wouter Corvers
Technisch advies: Henk van Laarhoven
Aannemer: Zelfbouw
Voornaamste toeleveranciers: Marktplaats, executieveilingen en tweedehands bouwmarkten.
Bruto vloeroppervlakte: 78m2
Bruto inhoud: 254m3
Tekst: Jeroen Junte
Fotografie: Martin Wengelaar, Wouter Corvers

Dit artikel is gepubliceerd in Bouwwereld nummer 1 van 2020 in de rubriek Mijn Eerste, waarin het eerste gebouw, een bijzondere opdracht of een speciale techniek van jonge architecten wordt belicht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.