Zelf de boer op

Inspiratie, Nieuwe wegen, Ondernemen

Zelf de boer op

Door: Anka van Voorthuijsen | 30-10-2012

Hans Sluijmer en Michael van Leeuwen begonnen hun carrière halverwege de jaren tachtig toen er ‘absoluut geen werk’ was. ‘We hadden een eigen bureau, maar geen opdrachtgevers.’ De ervaringen die ze destijds opdeden met acquireren komen nu weer van pas, zeggen de Utrechtse architecten. Speuren naar kansen, naar plekken voor herontwikkeling, partijen bij elkaar brengen en eindeloos netwerken om te zorgen dat je project van de grond komt.

Kleine invullingen

Als er vanuit de markt geen vraag lijkt te zijn naar je product, dan is het de kunst om die vraag te creëren. In 1985 deden ze dat door samen door Utrecht te fietsen en de lege plekken die ze zagen, in kaart te brengen. Michael van Leeuwen: ‘We zochten in het archief uit wat er vroeger had gestaan. En als de plek zich er voor leende, maakten we een nieuw plan. Voor twintig van die snippers hebben we zo’n idee uitgewerkt en de plannen gebundeld in het boekje De stad is nooit af. Daarmee zijn we de boer opgegaan. Naar de gemeente, ontwikkelaars, makelaars. Het waren vaak kleine projectjes, maar de bouwopgave verschoof ook: van grootschalige nieuwbouwwijken en ziekenhuizen, naar kleine invullingen op complexe locaties in de stad. En we kwamen zo wèl aan het werk.’

Krimp

Na die moeizame begintijd ging het Architectuurbureau Sluijmer en Van Leeuwen voor de wind. Het werk stroomde vanzelf binnen. Dat is inmiddels weer anders. Het bureau moest krimpen. De opdrachtgevers staan niet meer in de rij. Dus werd de pro-actieve houding uit de begintijd grondig afgestoft. Van Leeuwen: ‘We kijken goed om ons heen. Maken plannen. We rekenen, tekenen en gaan ermee de boer op.’ De lege vlekken in de stad zijn inmiddels wel opgevuld, dus zijn de fietstochten van weleer deels vervangen door autoritjes en onderzoek op internet. Maar het principe is nog hetzelfde. Zelf investeren. Potentiële deelnemers zoeken. Plan uitwerken en ‘de deuren langs’.

Bij een woningbouwproject op een voormalig veilingterrein in Utrecht, maakten Sluijmer en Van Leeuwen – samen met Metname en Studio NLD – uit eigener beweging een aanvullend plan met ‘havengebonden elementen’ rond de voormalige veilinghaven. Ze tekenden ligplaatsen voor historische schepen, opperden dat voormalige zandtrechters dienst konden doen als bijzondere vergaderlocatie en kantoor. Vonden een bedrijf dat kosteloos een historische kraan ter beschikking stelde, ontwierpen een werkloods, bedachten een oplossing voor de werfkelders in de kademuur. Michael van Leeuwen: ‘Je initieert, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat een plan ook wordt omarmd en geadopteerd, dat gebeurde hier, door het bouwfonds en de gemeente. En dan kan er heel erg veel.’ Maar zelf risico’s durven nemen blijft cruciaal: ‘Die zandtrechters hebben we zelf ontwikkeld en verkocht.’

Droom in vervulling

Nog een voorbeeld: de afgelopen jaren participeerde Hans Sluijmer in een initiatiefgroep in de culturele sector die op zoek was naar een pand voor een nieuwe voorziening. Het betekende veel vergaderen, praten, overtuigen, op zoek naar panden, subsidie, partners, allemaal liefdewerk oud papier. ‘Niemand in dat gezelschap kreeg betaald. Maar het gaat nu eindelijk lopen en wij gaan ontwerpen. Omdat het nog niet helemaal rond is, houd ik de opgave wat vaag. De beloning voor vijf jaar hard werken is een mooie opdracht en een droom die in vervulling gaat. Met terugwerkende kracht ontvang je een deel honorarium, dat is de enige manier om zo’n initiatief van de grond te krijgen.’

Feitenkennis

Er is in die 25 jaar wel veel veranderd, constateert Van Leeuwen. ‘Er wordt meer samengewerkt tussen de verschillende partijen in de bouw, dat is goed. Maar de houding van veel partijen is wel anders. Die was toen: alles wat je fout doet, kun je weer herstellen. Men is nu veel minder tolerant ten opzichte van fouten en risico’s. Iedereen is berebang. Om die angst weg te nemen, moet je exact weten wat iets gaat kosten. Als we met een plan komen, hebben we alles al doorgerekend. Dan ligt er al een richtprijs van een aannemer. Zodat een belegger of woningbouwvereniging exact weet waar hij in stapt.’

Welke bijzondere vaardigheden daar voor nodig zijn? ‘Feitenkennis is heel belangrijk, je kunt je nergens doorheen bluffen. Je moet alle getallen in je hoofd hebben. Op alle niveaus kunnen onderhandelen over alles. Met overheden, subsidieverstrekkers, ontwikkelaars. Ieder heeft z’n eigen gevoeligheden: je moet die leren kennen en ermee om kunnen gaan.’

Nek uitsteken

Onlangs maakte het bureau op eigen initiatief een uitgewerkt stedenbouwkundig plan voor de herontwikkeling van een leegstaand fabriekscomplex in het midden van het land. Ongelofelijk veel uren gaan erin zitten: de historie uitzoeken, onderzoek doen naar demografie en lokale behoeftes en mogelijkheden. Praten met gemeentes, ontwikkelaars, makelaars. Er ligt nu een fraai boekje met voorbeelden van mogelijke ontwikkelingen en invullingen, veel uitgewerkt beeld, waarmee het bureau de markt op gaat.

Michael van Leeuwen: ‘We spreken vooraf met wethouders, eigenaren, projectontwikkelaars en doen onderzoek naar doelgroepen. Dan gaan we aan de slag: we willen prikkelen met onze ideeën. We weten nog niet of het wat wordt. Maar voor al die plannen geldt: als iemand met zo’n project bij je langs zou komen, zou je heel erg blij zijn. Als dat niet meer gebeurt, dan moet je het dus zelf gaan doen. We steken steeds onze nek uit. We zijn in eerste instantie architecten. Maar onze tweede liefhebberij is het in gang zetten van dingen. En het is fantastisch als het lukt, als je laat zien dat dingen, ook in deze tijd, wél kunnen.’

Van Leeuwen: ‘Het gaat om eigen investering, eigen initiatief. Als het goed loopt hebben we een prachtig project te pakken. Zo niet: vette pech. Maar dit liever dan dat we ons leeg laten zuigen door de boekhouders van een projectbureau bij een Europese aanbesteding. Dan investeer je bij wijze van spreken 25.000 euro in een presentatie, één bureau krijgt de opdracht en de rest houdt er niks aan over. Word je tweede dan krijg je een telefoontje: dankjewel.’

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.