Alle macht aan master builder nieuwe stijl

Architect, Interview

Alle macht aan master builder nieuwe stijl

Door: Peter de Winter | 15-03-2014

Afstudeerder van het jaar 2013 aan de faculteit Bouwkunde, 25.000 euro subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, cum laude afgestudeerd op zijn ontwerp voor een digitaal gefreesde woning voor Haïti. Pieter Stoutjesdijk barst duidelijk van het talent. Als het aan hem ligt, is de architect die leuke schetsjes met een idioot idee bouwend weet te krijgen achterhaald. De toekomst is aan de master builder als optelsom van de visies van alle creatieve actoren in het bouwproces. Een gesprek over de toekomst van het vak.

Creativiteit en innovatie

De essentie van architectuur lijkt in de optiek van creatief ondernemer Pieter Stoutjesdijk op taarten bakken: allerlei ingrediënten samenvoegen om iets te creëren dat meer is dan de som der delen. Innovatie door toevoeging van ongebruikelijke ingrediënten om iets compleet nieuws te bakken, hoort er uiteraard bij. En of die taart dan een gebouw is, een website of iets anders, doet er niet toe. Volgens Stoutjesdijk zijn creativiteit en innovatie essentieel voor het vak. Samen met Hugo Nagtzaam (managing partner) en Vincent Mak (designing partner) zwaait hij de scepter over ECOnnect – a house for everyone – en is hij onder meer bezig zijn ‘cum laude’ concept voor Haïti door te ontwikkelen voor de West-Europese markt.

Loopt dat een beetje?

Zeker. Op basis van de digitaal gefreesde woning voor Haïti [zie ArchitectuurNL #04/2013] ontwikkelden we bij ECOnnect een muziekpaviljoen van 42 vierkante meter dat we komende maand in Huis ter Heide gaan opbouwen. De opdrachtgever – mijn tante is onze eerste opdrachtgever – wil niet langer muziekles in de woonkamer geven maar in een apart onderkomen in de tuin. Uiteraard moet de akoestiek goed zijn en staat een vrij uitzicht op de tuin in haar programma van eisen. Vandaar dat de kopse gevel van glas is. De overeenkomst met mijn afstudeerontwerp is dat we ook dit gebouwtje met een CNC-frees maken. Wat deze opdracht bovendien interessant maakt, is dat we het concept kunnen aanpassen aan de wensen van een klant in West- Europa. Het ontwerp is een digitaal 3D model en ruim 90 procent van de componenten kunnen we uit hout frezen. Overigens heb ik bewust voor de bewezen techniek van de freesmachine gekozen. De mogelijkheden van zo’n machine zijn ongekend en direct toepasbaar. Wat dat betreft heeft deze digitaal aangestuurde technologie op korte termijn veel meer potentie dan het veel geroemde 3D-printen. Die technologie heeft op de korte termijn geen grootschalige mogelijkheden en is het maar de vraag of het ooit ver zal komen in het architectonisch domein.

Dat huisje van je tante, bestaat dat à la Haïti ook uit één materiaal?

Niet helemaal. De kopse gevel is van glas en de buitengevel is bekleed met hardhout en komt dus niet uit de freesmachine. Verder hebben we de file zodanig aangepast dat ons ontwerp voldoet aan de bouwfysische eisen en het Bouwbesluit zoals dat geldt in Nederland. In tegenstelling tot het concept voor Haïti hebben we onder meer folies moeten toepassen. We hebben gekozen voor spinvliesdoek, een biobased materiaal. Wat hetzelfde is als het Haïtiaanse concept, is dat we het materiaal exact op maat frezen en op pallets laden. Het ontwerp is zo uitgevoerd dat de ruwbouw in een week kan staan.     Door de hardhouten gevelbekleding en de glazen pui, werd het met 30.000 euro een knap prijzig paviljoentje. In een eenvoudiger uitvoering zal een huisje van 40 vierkante meter rond de 20.000 euro kosten. Zonder meer een concurrerende prijs. Ik denk dat het ontwerp dus ook bij ons een goede kans maakt. Denk bijvoorbeeld aan kinderen die hun ouders willen verzorgen. Een eenvoudige zorgwoning voor oudere mensen is met ons digitale proces volledig aan te passen aan de behoefte van de gebruiker en de lokale context: maatwerk met de voordelen van massaproductie.

Hoe combineer je architectuur en ondernemerschap?

Het huidige bouwproces is compleet gefragmenteerd met maar een heel klein rolletje voor de architect. Wat mij voor ogen staat, is van alle actoren in het proces één team maken. Dat proberen we ook in ons eigen bedrijf. Zaken zoals BIM en digitale productietechnieken kunnen ervoor zorgen dat wát je als architect tekent, één op één – file to factory – gemaakt wordt.

De architect krijgt dus weer de leiding in het proces?

Niet op de ouderwetse manier. Voor de renaissance was er een bouwmeester die het hele proces overzag. Hij was tegelijkertijd engineer en architect. Doordat perspectieftekenen nog niet bestond en er slechts een paar vage ontwerpschetsen voorhanden waren, zat het eindresultaat alleen in het hoofd van de architect. Wat hem voor ogen stond, kon hij niet laten zien en dus had hij uit noodzaak de controle over het gehele traject. Gaandeweg is dát verloren gegaan. Maar juist de digitale productie- en ontwerptechnieken kunnen de architect veel meer invloed geven in het proces. De nieuwe master builder wordt gevormd door de optelsom van digitale technieken die ervoor zorgen dat alle actoren uit het ontwerp- en bouwproces veel dichter bij elkaar komen. De nieuwe master builder is daarbij niet langer een individu dat alles weet, maar de optelsom van de visies van heel veel creatievelingen. De architect is er maar een van. In ons bedrijf heeft elk lid van het team zijn eigen expertise. Hugo Nagtzaam heeft een achtergrond als industrieel ontwerper en Vincent Mak is goed in de laatste stap. Hij maakt de technische tekeningen. We vullen elkaar goed aan en vormen samen de master builder waarbij geldt dat 1 + 1 + 1 in ons geval minstens zes is.

De ouderwetse aannemer is dus verleden tijd?

Toch niet. Een aannemer die constructief meedenkt met het verbeteren van een bouwsysteem als dat van ons, is goud waard. We hebben aannemers met veel ervaring met folies gevraagd naar ons systeem te kijken. Die praktische input heeft ons behoed voor de nodige missers in ons ontwerp. Hun meedenkende rol is dus nog lang niet uitgespeeld.

Waar heb je de uitverkiezing ‘Afstudeerder van het jaar’ aan de faculteit Bouwkunde aan te danken?

Aan m’n afstudeerproject dat met twee tienen is beoordeeld. Ik wist dat m’n onderzoek en ontwerp goed waren, maar twee tienen had ik beslist niet durven hopen. Of dat druk op me legt? Niet echt. De ambitie om goed te presteren komt uit mezelf. Ik voel geen verplichting. Ik wil voorloper zijn in wat ik de nieuwe industriële revolutie noem, die zich momenteel voltrekt onder invloed van de digitale technieken.

Heb je het gevoel dat je op een kruispunt in de tijd staat?

Niet met ons huidige bedrijf, daar zijn we veel te klein voor, maar wel de met de bouwwereld an sich. We staan op een maatschappelijk, ecologisch en economisch keerpunt. De bouw is daar integraal deel van. En de architectuur die in de jaren negentig is bedacht en waar Nederland zo bekend om staat, zal in belang afnemen.

Op welke architectuur doel je?

Op uitsluitend esthetisch innoveren en een leuke schets met een idioot idee bouwend weten te krijgen. Op zich een knappe prestatie, maar nauwelijks innoverend in het vak zelf. In Dubai en China zal er nog wel vraag naar buitenissige iconen blijven de komende decennia, maar hier niet meer. En het is natuurlijk maar de vraag of die eenzijdige focus op esthetiek goed voor het vak geweest is.

En?

In mijn optiek is het behoorlijk uit de hand gelopen. De rol van de architect is de laatste paar decennia enorm afgenomen en dat heeft zeker met de eenzijdige esthetische focus onder architecten te maken. Men was te beperkt met vorm bezig, als gevolg waarvan we niet meer serieus genomen werden door andere leden van het bouwteam. Die bleven echter wel innoveren in materiaal en techniek terwijl de architectuur zich distantieerde van de kern van zijn vak. Het ‘fuck the detail’ is heel schadelijk geweest voor de beroepsgroep. Vanuit conceptueel oogpunt heeft het interessante experimenten opgeleverd voor collega’s en studenten, maar als het alleen bij esthetiek blijft, moet je niet klagen dat een bouwteam je negeert en je hooguit naar de vorm en kleur van de gevel laat kijken. Het is doodzonde dat we zover zijn afgedwaald. Als architect zou je je creativiteit juist moeten inzetten om het vak integraal te verbeteren. Esthetiek komt daaruit voort.

Is er voor al die architectuurstudenten die jaarlijks hun opleiding afronden nog wel een toekomst?

Van architecten à la de jaren negentig is slechts een handvol nodig. We moeten het vak breder trekken om de creatieve potentie, gecombineerd met engineering voluit te kunnen benutten. Creativiteit moet je namelijk breder zien dan het bepalen van kleur en vorm van gebouwen. Creativiteit zou gelijk moeten staan aan innovatie.

Maar daar heb je toch geen architecten voor nodig?

We denken bij een architect primair aan iemand die gebouwen ontwerpt. Schrap dat gebouwen maar. Een architect is een creatief ontwerper. Als hij zich dat proces goed eigen gemaakt heeft, dan is dat breder inzetbaar dan puur voor de gebouwde omgeving. Een goed ontwerper kan ook een detail bedenken, een oplossing zoeken voor mobiliteitsvraagstukken of uitdagingen aangaan op het vlak van duurzaamheid. Een architect moet zich profileren als creatief denker. Architecten zijn namelijk geen creatievelingen zoals op de kunstacademie. Ze brengen ook technische bagage mee.

Tot slot. Welke architect uit de vorige generatie moet ik gaan interviewen en wat wil je van hem weten?

Thijs Asselbergs, een architect van de ‘oude generatie’ die bezig is met de toekomst van het vak. Veel van zijn generatiegenoten waren innovatief in de jaren 90, maar praktiseren hun vak nu nog op dezelfde manier. Thijs Asselbergs daarentegen is volop bezig met de nieuwe ontwikkelingen binnen zijn vak, zowel via zijn bureau als op de TU Delft. Ik zou graag van hem weten in hoeverre de huidige situatie voor pas afgestudeerde architecten verschilt met die van de jaren 80 – toen hij van de universiteit kwam. Hoe moet volgens hem het architectuuronderwijs inspringen op de veranderde markt voor architecten. En kunnen digitale ontwerp- en productietechnieken de rol van verschillende actoren in het bouwproces beïnvloeden?

Pieter Stoutjesdijk studeerde in mei 2013 cum laude af in Architectuur en Building Technology aan de TU Delft, op zijn onderzoek en ontwerp voor een digitaal gefreesde woning voor Haïti. Hij schreef een artikel hierover voor ArchitectuurNL, dat is gepubliceerd in editie #04/2013. Met zijn bedrijf ECOnnect ontwikkelt Stoutjesdijk het bouwconcept verder, het eerste echte huis wordt voorjaar 2014 gefreesd en geassembleerd in Huis ter Heide. 

Fotografie: Roel Dijkstra
Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 2-2014. 

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.