Omdenken van creatie naar re-creatie

Omdenken van creatie naar re-creatie

Interview
Door: Peter de Winter | 28-07-2012

Als hoogleraar Housing Management en lector Vernieuwend Vastgoedbeheer, is bijdragen aan verduurzaming van de vastgoedvoorraad zijn missie. De cultuur in de vastgoedsector omsmeden tot een efficiënte en effectieve renovatiekolom is zijn hoogste ambitie. Geen wonder dat Vincent Gruis (40) een voortrekkersrol vervult bij de oprichting van de leergang Renovatie en Transformatie aan de TU Delft. De leergang is voor professionals in de breedte van de sector. Niet voor studenten.

 

Onderwijs gericht op de breedte van de sector

Vincent Gruis werd eerder dit jaar benaderd door het Nationaal Renovatie Platform (NRP) om een nieuwe samenwerking tot stand te brengen met als doel een hoogwaardige leergang voor renovatie en transformatie van bestaand vastgoed op poten te zetten. De opleiding richt zich niet op studenten maar op professionals in de breedte van de vastgoedsector. Denk hierbij aan opdrachtgevers, ontwerpers, adviseurs, beleggers, (gemeente) ambtenaren, bouwbedrijven en docenten in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. De leergang is modulair van opzet, cursisten kunnen de leergang als geheel doorlopen, maar ook afzonderlijke modules volgen. Verschillende kennisinstellingen, ook van buiten de TU Delft, dragen bij aan het programma. Zo worden partners van het NRP actief bij het onderwijs betrokken door het aandragen van casussen en praktijkmentoren.

Kennis en competenties

Volgens Gruis ligt een belangrijke taak bij de TU Delft om eerdergenoemde professionals te ondersteunen bij het verwerven, uitwisselen en ontwikkelen van specifieke kennis en vaardigheden op technisch, juridisch, bestuurskundig, ruimtelijk en financieel economisch gebied, toegespitst op renovatie en transformatie van vastgoed. De nieuwe leergang is daarvoor in zijn woorden een kernmiddel. Naast vakspecifieke kennis, ziet hij het als een spreekwoordelijke uitdaging professionals bewustzijn bij te brengen van competenties als ketensamenwerking en professioneel opdrachtgeverschap.

Verduurzaming vastgoedvoorraad

Ook wil hij aandacht en interesse voor beheer en herontwikkeling van vastgoed vergroten. Zijn hoogste ambitie is de cultuur in de sector omsmeden tot een efficiënte en effectieve renovatiekolom waarvoor verduurzaming van de vastgoedvoorraad vanzelfsprekend is. “In de eerste van vier modules staan Overzicht en Omdenken centraal. We willen de cursisten alle aspecten van het vak bijbrengen en ze onderling veel laten brainstormen over wat een succesvolle renovatie of transformatie in de weg staat. Cursisten moeten van ‘ja maar’ naar ‘ja en‘- denken komen. We stellen alles uit de bestaande praktijk ter discussie. Na afloop mag niets meer vanzelfsprekend zijn.”

Is het niet triest dat er een Leergang Renoveren en Transformeren moet komen om creatief talent te leren misbaksels van voorgaande generaties een nieuwe bestemming te geven?

‘Vernieuwen van wat er al staat wil ik niet direct triest noemen. Het is de opgave waar we voor staan. Wat me aanspreekt is dat zowel ‘het veld’ als onze faculteit in de breedte, de noodzaak ervan onderschrijft. En waar jij spreekt van misbaksels, heb ik het liever over gebouwen die gebouwd werden op een eigentijdse manier; met de middelen, opvattingen en overtuigingen en machtsverhoudingen van die tijd. Als je het een beetje postmodern bekijkt, passen dergelijke gebouwen per definitie bij het moment van de dag. Als je ervan uitgaat dat de context steeds verandert, dan lijkt wat gisteren nog goed functioneerde vandaag een misbaksel. In werkelijkheid is het geen misbaksel, maar een taart van een verdienstelijk banketbakker die oud is geworden en minder goed smaakt.’

Maar veel van wat er staat is toch foeilelijk?

‘Als je puur vanuit architectonisch perspectief kijkt – en dan moet je architectuur nauw definiëren als vakgebied, bijna uitsluitend esthetisch – dan kan ik me voorstellen dat je als architect zegt dat er veel misbaksels gebakken zijn. Ongetwijfeld zullen er vakbroeders zijn die elkaar over en weer beschuldigen van nog steeds veel misbaksels te maken, maar dan kijk je met een nauwe blik. Als je een ruimer perspectief kiest en durft te erkennen dat de gebouwde omgeving niet alleen gaat over esthetica in enge zin, dan kan een minder mooi gebouw uit economisch of maatschappelijk oogpunt een zeer gewenst product zijn. Wat je ziet, is dus zeer afhankelijk van de invalshoek, het perspectief tijd en de vakinhoud die je kiest. Ik pleit voor een ruime blik zonder oogkleppen.’

Maar het blijven gebouwen van anderen, waarom denkt de TU Delft daarvoor creativiteit en enthousiasme te kunnen mobiliseren?

‘Als je kijkt naar de TU Delft, dan blijft de nadruk zwaar liggen op oefenen in creëren van iets nieuws. Daar is uit didactisch oogpunt veel voor te zeggen omdat het een makkelijkere manier is om vrij te leren denken en creatieve vermogens verder te ontwikkelen. De uitdaging van de mensen achter de leergang en van de cursisten is, het creatieve vermogen tijdig te leren ombuigen naar een re-creatief vermogen en te herkennen dat je inspiratie kunt ontlenen aan de randvoorwaarden die de bestaande omgeving dicteert. Soms door te versterken van wat er al is, soms door het bijna te ontkennen, maar in elk geval met als doel de bestaande omgeving opnieuw leven in te blazen. Ik kan niet voor anderen spreken, maar ik kan me voorstellen dat je passie en voldoening kunt ontlenen aan het herbestemmen van gebouwen die vroeger onder de sloophamer vielen. Neem het Bouwkundegebouw hier in Delft: dat willen we toch nooit meer kwijt.’

Het gebouw had voor zijn transformatie in BK City al monumentale kwaliteiten. Hoe staat het met gebouwen met minder gunstige uitgangspunten?

‘De uitgangspunten waren inderdaad gunstig in Delft, maar het succes van BK City heeft te maken met het concept dat door de verschillende partijen voor het bestaande gebouw bedacht en uitgevoerd is. Gebouwen met een minder gunstig vertrekpunt vormen dus een grotere uitdaging. Ook op niet monumenten met dwingende randvoorwaarden kan je je in creatieve zin uitleven. Het gaat om ‘omdenken’. Wij gaan cursisten leren het vermogen te ontwikkelen dat ervoor zorgt dat dwingende randvoorwaarden geen remming worden voor het toevoegen van kwaliteit.

Precies daarom wordt de leergang belangrijk gevonden door de markt. Loskomen van denken in termen van nieuwbouw vraag een extra denkslag. Aan de bestaande omgeving kan je kwaliteiten toevoegen die zonder het bestaande onmogelijk waren. Met de leergang Renoveren en Transformeren willen we deelnemers bijbrengen hoe ze de creativiteit, die ze voor nieuwbouw al hebben ontwikkeld, kunnen inzetten voor de herontwikkeling van het bestaande. Zodat ze niet in hun schulp kruipen omdat ze de randvoorwaarden als beperking zien, maar met tegendraadse voorstellen komen waardoor betrokken partijen opnieuw verliefd worden op een gebouw omdat er plots nieuwe perspectieven gaan lonken. Dat is de kracht van goede ontwerpers: soms zijn ze tegendraads en gaan ze te ver tegen maatschappelijke en economische randvoorwaarden in en zijn ze contraproductief, maar soms leveren ze zulke creatieve ideeën dat maatschappij en beleggers zelf weglopen met het concept. Dan weet je dat je met kwaliteit te maken hebt.’

Wat zijn jouw drijfveren en motieven om je juist in de bestaande bouw te verdiepen?

‘Dat is vooral maatschappelijk nut. Dat was al zo tijdens m’n opleiding Bouwkunde en later in m’n specialisaties Volkshuisvesting en Bouwmanagement en Vastgoedbeheer. Noem het de aard van het beestje. Ik voel me het best als er op de een of andere manier nut wordt gerealiseerd. Vernieuwing en herbestemming van het bestaande propageren in de vorm van een nieuwe leergang, sluit daar naadloos op aan. Er is immers een groot maatschappelijk nut mee gediend.’

Is de nieuwe leergang een modeverschijnsel aangejaagd door de crisis?

‘Ik denk van niet. Weliswaar ligt nieuwbouw door de huidige economische omstandigheden vrijwel stil en buigt de sectoren en masse om richting vernieuwing van het bestaande, maar toch heb ik stiekem de hoop dat inmiddels de omslag in denken gemaakt is. Ik vind mijzelf geen optimist tegen beter weten in als ik stel dat ik verwacht dat zelfs als de nieuwbouw weer duurzaam aantrekt, de noodzaak van specifieke opleidingen en competenties voor herontwikkeling toch sectorbreed en blijvend onderschreven worden. Dat besef van urgentie is ook tot deze faculteit doorgedrongen. Dat is een teken aan de wand, want in Delft is men niet vanzelfsprekend enthousiast over meer onderwijs over renovatie in plaats van over nieuwbouw. Ik denk dat de nieuwe leergang een hele tijd meekan. Althans tot het moment dat vooropleidingen als de HBO’s en TU’s gaan beseff en dat het ook gaat om vernieuwen van het bestaande en dat daar specifi eke competenties voor nodig zijn én dat besef vertaald is in een aangepast curriculum. Tot we studenten gaan opleiden die én verstand hebben van nieuwbouw én van het bestaande is de leergang nodig om professionals om te scholen voor transformatie van vastgoed.’

Geïnteresseerden in de NRP opleiding kunnen contact opnemen met Reinier van der Kuij, opleidingscoördinator, r.s.vanderkuij@tudelft.nl.

 

Prof.dr.ir. Vincent Gruis (1972) studeerde Bouwmanagement & Vastgoedbeheer en Volkshuisvesting aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Gruis werkt sinds 1996 aan de TU Delft en promoveerde op de fi nancieel-economische grondslagen van corporaties. Gruis is hoogleraar Housing Management aan de afdeling Real Estate & Housing, en lector Vernieuwend Vastgoedbeheer aan de Hogeschool Utrecht. Hij geeft leiding aan de onderzoekslijn MOVe: Maatschappelijk ondernemerschap en voorraadbeleid woningcorporaties. Gruis is lid van de raad van commissarissen van twee woningcorporaties en bestuurslid van de Vereniging Onroerend Goed Onderzoekers Nederland. 

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Mirjam van der Hoek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.