Renz Pijnenborgh: openstellen delen en uitwisselen

Architect, Interview

Renz Pijnenborgh: openstellen delen en uitwisselen

Door: Peter de Winter | 10-01-2016

Architect Renz Pijnenborgh vindt dat je wonen, werken en voorzieningen niet los van elkaar  kunt zien en dat zuinig omspringen met natuurlijke bouwmaterialen en een goed binnenklimaat bij elkaar horen als metselstenen en schelpkalkmortel. Hij pleit voor behoud en vakmanschap en materiaalkennis en voor een hernieuwde samenwerking tussen artsen en architecten. Renz Pijnenborgh is de zestiende kandidaat in de interviewestafette. In de vorige editie wed hij uitgenodigd door Yaike Dunselman.

Yaike Dunselman van negen graden architectuur, de vorige kandidaat uit de interviewestafette, wil van zijn collega-architect Renz Pijnenborgh van Archi Service uit Den Bosch graag weten welk spanningsveld hij na 35 jaar werken en denken over binnenklimaat ziet tussen regelgeving en techniek. Met een dergelijke vraag weet de man van ‘bio-logisch bouwen’ wel raad, maar voordat hij er expliciet op ingaat, steekt hij van wal met het verhaal over MW2 wat staat voor Mens en Milieuvriendelijk Wonen en Werken. MW2 riep in 1984 de Nederlandse gemeentes op te stoppen met slaapwijken bouwen.

Wat nodig was, waren integrale woon-/werkwijken. De grootste naoorlogse ramp die ons land overkwam, zegt Pijnenborgh, is de planologisch scheiding van wonen, werken, verkeer en recreatie. Vroeger woonde je rond de fabriek waar je werkte. Na de oorlog kreeg je mobiliteit die ons nog lelijk zou opbreken, maar dat had toen niemand in de gaten. MW2 had het gevaar van sociale onvrede in slaapwijken haarfijn in de smiezen en wilde het anders doen. Bedenk daarbij dat tweeverdieners nog nauwelijks bestonden. Toen vrouwen massaal aan het werk gingen, was er overdag helemaal niets meer te doen in die slaapwijken. Van alle aangeschreven gemeentes gaven Dronten, ’s-Hertogenbosch en Amsterdam een positieve reactie. In Dronten bleef het bij plannen maken, in Amsterdam werd het Vierwindenhuis gerealiseerd en in Den Bosch initieerde stichting MW2 met een krantenadvertentie een bijeenkomst voor mensen die milieuvriendelijk wilden wonen en werken.

En toen?

Volle bak in het buurthuis. Er ontstond een groep waaraan ik mijn diensten aanbood omdat ik als architect de integratie van wonen en werken interessant vond. Uiteindelijk resulteerde die bijeenkomst in een vereniging en het eerste project MW2 Den Bosch. We kregen een locatie waarop we uiteindelijk zestien woningen konden realiseren. Ik blij, want ik was er al veel langer mee bezig en kon in Den Bosch voor het eerst bouwbiologisch aan de slag. Waar het ons om ging, was een gezond binnenklimaat te realiseren en door toepassing van natuurlijke bouwmaterialen de aarde niet te vervuilen. Alles boven de betonnen heipalen bestaat dan ook uit hout. Probleem daarbij was dat we geen aannemer konden vinden die de huizen wilde of kon bouwen voor de prijs die wij in ons hoofd hadden. Toen konden we niet anders dan alles zelf collectief gaan bouwen. Dat was al bijzonder, maar we hebben ook alle gemeentegaranties voor de hypotheken op één hoop gegooid en herverdeeld. Dat was nodig omdat niet alle kopers genoeg verdienden voor een hypotheek, maar wel de aflossing konden betalen. Er ontstonden dus sociale en financiële verbanden die het project mogelijk maakten.

Hoe functioneren die huizen na 30 jaar? 

MW2 Den Bosch was het eerste integraal ontworpen project uit die tijd. Samengesteld uit wat je nu het IFD-principe zou noemen (Industrieel Flexibel en Demontabel bouwen) en gedekt met projectmatige grasdaken. Dat was nog nooit vertoond in Nederland. Ik ben toen met een dakdekkerfirma en een hoveniersbedrijf om tafel gaan zitten om uit te vlooien hoe dat moest. Het dak ligt nu dertig jaar en functioneert nog steeds naar behoren. Een aardige anekdote is dat toen de eerste grasdaken er eenmaal op lagen, we op zaterdagavond op het achtuurjournaal kwamen. Op zondag stond er de hele dag file in de wijk van dagjesmensen die het zelf wel eens wilden bekijken.

Wat heeft uw brede ervaring met een gezond binnenklimaat en bouwbiologie aan inzichten opgeleverd?  

Als bouwer/architect kan je niet zonder materiaalkennis. Die kennis heb je nodig omdat bouwmaterialen elkaar onderling kunnen beïnvloeden, maar ook invloed op het binnenklimaat van een gebouw hebben. Mijn kennis heb ik opgedaan bij restauratieprojecten en bouwbiologie en samengebracht in nieuwbouwprojecten. Helaas dreigt die kennis verloren te gaan en dat is een slechte zaak. Zonder vakmanschap en grondige materiaalkennis kan je in principe nooit een goed gebouw maken. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat jonge architecten en ouwe rotten in het vak samenwerken. Daarmee voorkom je dat gebruikers van gebouwen de dupe worden van beginnersfoutjes. Begrijp me niet verkeerd. Iedereen moet leren en elke architect mag fouten maken, maar liever niet ten koste van bewoners. Wat dat betreft was het gildesysteem zo gek nog niet. Want waar leert een jonge metselaar, timmerman of stukadoor nou sneller dan op een bouwplaats waar hij met een volleerd vakman mag meelopen? Die brengt hem de kneepjes van het vak bij. Dat geldt evenzeer voor architecten en ontwerpers. Je moet je openstellen en willen uitwisselen en delen. Die houding maakt dat je er ook geen problemen mee hebt om van meet af aan met alle betrokken partijen rond de tafel te schuiven als je een project opzet.

Bedoelt u dat met gezond bouwen, wonen en werken, het motto van uw bedrijf?

Klopt. Het begint met een gezond sociaal proces en een integrale samenwerking, vooral met de gebruiker van het gebouw. Niets is zo moeilijk als een goede opdrachtgever zijn en je wensen en eisen formuleren. Dat lukt alleen als je vanaf het begin deelnemer bent aan het proces en blijft deelnemen. Wij beslissen altijd met bewonersgroepen volgens het sociocratisch model. We stemmen nooit. Als je stemt over iets roep je negatieve krachten op omdat je verliezers en winnaars hebt. Je moet altijd in consent besluiten wat je doet. Je moet het samen eens zijn over wat de beste oplossing is voor het belang van de groep. Dan ontstaat een heel andere energie dan wanneer gebruikers en andere deelnemende partijen beslissen bij meerderheid van stemmen. Bij sociocratie gaat het om elkaar respecteren en de houding die je aanneemt en om meewerken in plaats van elkaar tegenwerken. Dan gaat het al snel niet meer alleen over economie en wat het goedkoopste is. Er vallen dan heel veel bouwmaterialen af, die giftig zijn of de aarde vervuilen. Maar wat blijkt is dat je zonder al te veel problemen gebouwen kunt maken die in alle opzichten gezond zijn. Het resultaat dat je met elkaar wilt bereiken staat centraal en iedereen doet zijn best om dat betaalbaar voor elkaar te krijgen.

Ook op de bouwplaats?  

Die integrale samenhang van proces, materiaaltoepassing, concept en het bouwen daarvan werkt door tot op de bouwplaats. Ik hoor althans dat bouwvakkers erg enthousiast op mijn projecten reageren. Ze hoeven niet met steen- of glaswol te werken maar met thermohennep. Ook mogen ze hun vakmanschap uitleven in timmerwerk en metselen met schelpkalkmortel. Ze moeten wel, want purschuimbussen zijn op mijn bouwplaats verboden. Bio-ecologisch inbedden gaat behalve over materiaaltoepassing ook over omgangsvormen, gebruik en hergebruik. En vergeet het gezonde binnenklimaat niet. Wat nu duurzaam bouwen heet in Nederland, is meestal niet meer dan zonnepanelen op het dak en andere vormen van energiebesparing. Vervolgens maken we casco’s van betonnen elementen waar meer energie in zit dan je ooit kunt besparen met de huisgebonden installaties. Er wordt nauwelijks nagedacht over de energie-impact van bouwmaterialen, laat staan over de invloed daarvan op het binnenklimaat. Wat dat betreft is het jammer dat de innige samenwerking die rond 1900 tussen artsen en architecten bestond verloren is gegaan.

Waarom jammer?  

Destijds was die samenwerking bitterhard nodig omdat de bedompte woonomstandigheden voor veel mensen een eeuw geleden buitengewoon treurig waren. De woningwet is uit die samenwerking voortgekomen met als resultaat betere woonomstandigheden voor iedereen. Maar als het gaat over gezondheid en binnenklimaat, dan valt er ook vandaag de dag nog veel te winnen. Wat men vaak vergeet, is dat de eisen uit het bouwbesluit minimumeisen zijn. Vrijwel niemand probeert beter dan het minimum te bouwen, maar gaat er het liefst net iets onder zitten. Het zou dus mooi zijn als we die interdisciplinaire samenwerking tussen artsen en architecten opnieuw konden vormgeven en vertalen naar gezonde woonconcepten.

Is bio-ecologisch bouwen niet een tikje elitair?  

Beslist niet! Met het BrabantWoning-concept realiseerden we in Sint- Oedenrode 27 betaalbare, gezonde, ecologische en energieneutrale woningen die vallen binnen de normen van de sociale huursector. Ze zijn voorzien van groendaken op het noorden, zonneceldaken op het zuiden, houtskeletbouw gevels, kalkzandsteen binnenwanden met wandverwarming, natuurlijke ventilatie en noem maar op. Bio-ecologie is dus niet elitair of onbetaalbaar. Die woningen in Brabant zijn weliswaar iets duurder dan minder duurzame exemplaren, maar het kan toch uit omdat de bewoners, afhankelijk van hoe ze zich gedragen, geen energierekening meer krijgen. Sociale huur en bio-ecologie gaan dus heel goed samen, maar dan moet je wel kunnen samenwerken met een corporatie als Wovesto die meer wil dan de minimumeisen uit het Bouwbesluit. Overigens zijn alle financiële en bouwtechnische gegevens van het BrabantWoning-concept voor iedereen gratis te downloaden op vibaexpo.nl. Elke corporatie, architect en bouwer kan er dus mee aan de slag.

Tot slot. Wie van de jonge generatie wilt u dat ik ga interviewen en waar moet het gesprek over gaan?


Kim Verhoeven en Vincent Valentijn van ontwerperscollectief voor gezonde en duurzame architectuur ARCHI3O. Interessant om te zien hoe zij aankijken tegen gezond bouwen.

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Martin Wengelaar

Dit artikel werd gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 8 van 2015

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie