Thomas Rau over een nieuwe manier van denken over gebouwen

Architect, Interview

Thomas Rau over een nieuwe manier van denken over gebouwen

Door: Peter de Winter | 12-10-2015

Thomas Rau ziet duurzaamheid als het grootste probleem van deze tijd. Volgens hem is ‘het systeem’ fout en foute dingen optimaliseren is zinloos. Hoogste tijd dus voor een nieuw systeem. Daarbij wil hij exact weten waar de materialen blijven als ze niet meer nodig zijn in een gebouw. Dat lukt alleen als je een gebouw niet ziet als vastgoed, maar als een tijdelijk materiaaldepot. Rau is de veertiende kandidaat in de interviewestafette. In de vorige editie werd hij uitgenodigd door Hein de Haan.

Net als Thomas Rau, onderschreef de onlangs overleden architect Hein de Haan de maatschappelijke noodzaak van anders duurzaam bouwen. Daarover moest ik van De Haan maar eens een boom opzetten met collega Rau. Waar De Haan vooral nieuwsgierig naar was, waren Rau’s aanbevelingen om de samenleving duurzaam in te richten. Een dergelijke vraag is aan Thomas Rau welbesteed. Als een bevlogen wereldverbeteraar schetst hij wat nodig is om tot anders denken te komen over onze rol als gast aan boord van ruimteschip aarde. Hij steekt van wal met te zeggen dat energie helemaal niet meer belangrijk is. Onze huidige manier van bouwen bevordert of veroorzaakt zelfs de problematiek rond duurzaamheid omdat opdrachtgevers meestal de verkeerde vragen stellen. ‘Als architect wordt ik zo gedwongen op foute vragen het beste antwoord te vinden, en dat is dus een fout antwoord. Daar doelde Hein de Haan volgens mij ook op toen hij in de vorige editie zei dat het programma van nieuwe wijken nog steeds te eenzijdig op het christelijk kerngezin uit de jaren zestig gebaseerd is, terwijl een combinatie van wonen, werken en voorzieningen nu veel beter werkt.’

Hoe kun je dan toch goede antwoorden geven?

Door goede vragen te faciliteren. Voor het kantoor van netbeheerder Alliander was het vertrekpunt ronduit ongunstig: een stel verouderde gebouwen op een lelijk industrieterrein bij Duiven. Welke vraag moest Alliander de markt stellen om op die plek iets te creëren dat zo attractief is dat iedereen er wil komen werken en dat tegelijkertijd maatschappelijk verantwoord is om te doen. We hebben samen drie maanden aan die vraag gewerkt. Voor het allereerst had ik te maken met een opdrachtgever die zei dat hij niet de vraag kon stellen die hij graag zou willen stellen. Een vraag stellen impliceert namelijk beperkingen van het antwoord en dat wilde hij niet. Waarom de opdrachtgever die vraag niet kon stellen? Zijn vragen gingen over zaken als vierkante meters, bruto/netto factor, het nieuwe werken, gebouwen behouden of slopen. Daarover had hij geen helder idee. Dat is ons vak, was zijn redenering.

En u hebt wel heldere ideeën op dit vlak?

Wij maken als bureau al ruim tien jaar energiepositieve gebouwen. De beperking ligt voor ons dus niet zozeer in de techniek, maar in onze mentale gesteldheid. Ik beschouw duurzaamheid als één van de grootste problemen van deze tijd en het spijt me te zeggen dat de hele duurzaamheidsbeweging deel van het probleem is. Voor mij is duurzaamheid optimalisatie van het systeem: minder materialen, minder energie, minder CO2. Ik ben van mening – net als Hein de Haan – dat de fout in het systeem zelf zit en een fout systeem optimaliseren is zinloos. Waar het om gaat, is criteria voor een nieuw systeem formuleren.

Wat bedoelt u met nieuw systeem?

Het systeem omvat bouwen, scholen, gezondheid, verkeer, productie ofwel de hele samenleving. De vraag is hoe we de architectuur van de samenleving kunnen veranderen. Daarbij gaat het niet om wat Thomas Rau belangrijk vindt, maar om het ontdekken van universele wetmatigheden die ons zijn op aarde faciliteren. Alles wat we doen moet binnen die wetmatigheden vallen, alles wat erbuiten valt is fout. Naar die wetmatigheden ben ik op zoek geweest en ik heb er een paar gevonden. Een voorbeeld? Niemand zal ontkennen de aarde om de zon draait, dus stemmen we al ons handelen af op periodes van donker en licht. Geen fabrikant zal dus auto’s op de markt brengen zonder koplampen.

Hoe vertaal je als architect die universele wetmatigheden in tijdelijke gebouwen?

Inspiratiebron van al mijn gedachten over transformatie van het systeem is de eerste foto die 1968 vanuit de ruimte van de aarde gemaakt is. Die foto is de oorsprong van alle milieubewegingen omdat hij ons bewust maakte van ruimteschip aarde waarop wij tijdelijk verblijven. En wat is het kenmerk van een ruimteschip? Je kunt niet beschikken over wat je niet meeneemt en wat aan boord is, is beperkt. We zijn dus te gast in een gesloten systeem met gelimiteerde bronnen. Zo is er vandaag de dag exact zoveel goud aan boord als 50 miljoen jaar geleden. Aan ons de taak ervoor te zorgen dat de fysieke stoffen die eindig zijn niet verloren gaan. Wat we verkwanselen, komt nooit meer terug. Interessant daarbij is dat alles tijdelijk is – een mens, deze tafel, dit gebouw – alleen duurt die tijdelijkheid soms zo lang dat we ons dat niet realiseren. Het zijn is dus tijdelijk, maar de gevolgen van het zijn, zijn permanent. Dát moet tot ons bewustzijn doordringen. Daar komt bij dat geen mens ter wereld de toekomst kent. We kunnen hooguit een optie nemen op de toekomst. Die optie moet zodanig zijn dat hij aan het begin hetzelfde is als op het eind. En dat brengt me bij m’n gedachten over circulariteit. Een circulaire economie is voor mij tijdelijkheid door de tijd heen faciliteren zonder dat er iets verloren gaat. Zo wil ik naar gebouwen kijken.

Wat zijn de consequenties van circulariteit in de bouw?

Dat we allereerst onze taal moeten aanpassen. We spreken over ‘vastgoed’ omdat we in businessmodellen denken die ons houvast geven. Maar vastgoed bestaat helemaal niet! Het is ‘losgoed’; alles is immers tijdelijk. Dan ontkom je niet aan grondig nadenken over tweede en derde cycli. Als architect wil ik bijvoorbeeld weten wat er met de bouwmaterialen gaat gebeuren als ze niet langer nodig zijn in een gebouw. Dat lukt alleen als je gebouwen ziet als depots waarin je voor bepaalde tijd bouwmaterialen deponeert. Dat doen we nu niet. De meeste gebouwen zijn op hun best een optelsom van materialen die na gebruik in de anonimiteit verdwijnen. Aan ons de taak dat materiaal identiteit te geven en als grondstof te beschouwen. Hoe? Door een materialenpaspoort voor alle depots te maken. En dat is meer dan een mooie theorie alleen. Alliander kreeg als eerste gebouw ter wereld een paspoort waarin exact staat hoeveel en welk materiaal waar in het gebouw zit.

Dus bouwmaterialen zo toepassen dat ze hun waarde behouden als grondstof voor de toekomst?

Exact. Wij willen de dingen altijd afschrijven. Het woord zegt het al: we willen er van af. Ik heb kinderen en daar schrijf ik beslist niet op af. Zijn ze mijn eigendom? Nee. Zijn ze het meest waardevolle wat ik heb? Ja. Dus het meest waardevolle wat ik heb, daar schrijf ik niet op af terwijl het niet mijn eigendom is. Dat bracht me tot de slotsom dat als je ‘afschrijft’ op een gebouw, het door de tijd heen geen waarde voor je heeft. Kijk je naar datzelfde gebouw als depot, dan schrijf je af naar de waarde die er in zit. Als je die gedachtegang kunt volgen, dan wordt alles anders. En alles moet anders en wel zo snel mogelijk.

Al een kwart eeuw bent u gefascineerd door duurzaamheid. Wat zijn de belangrijkste lessen?

Tijd is kwaliteit. Wat ik niet gezaaid heb, kan ik ook niet oogsten. De natuur doorloopt in 365 dagen de vier seizoenen en begint dan opnieuw. Als mens doen we over die cycli ons hele leven. We hebben ook een voorjaar en een zomer en voor mij komt het najaar eraan. Het bouwproces doorloopt die cycli ook. De eerste cyclus is sterk communicatief, gedreven vanuit idealisme om iets te maken. Vanuit de noodzaak het gebouw te realiseren, is de tweede cyclus sterk financieel gedreven. Het aanbestedingsmoment ligt in het menselijk leven rond de 50, dan ga je de balans opmaken. Een cruciaal moment waar het vaak fout gaat. Op dit punt beslis je of de curve omlaag gaat – Ferrari, echtscheiding, golfclub, Rotary – of omhoog. In mijn lente als bureau heb ik alles uitgeprobeerd: energieneutraal, energiepositief, Cradle to Cradle. Tegen de zomer werd mijn bureau volwassen en ontdekte ik dat ik het verkeerd zag.

Want?

Duurzaamheid gaat over optimaliseren van het systeem. Daarom heb ik Turntoo opgericht, een tweede bureau van waaruit ik de nieuwe architectuur van het systeem propageer. We werken onder meer aan de architectuur van businessmodellen van grote bedrijven zoals Philips. Wat wij te bieden hebben? Hen handvatten geven om intelligentere producten te produceren. De bouwsector heeft ook een ander soort intelligentie nodig. In mijn optiek gaat de transformatie zich organiseren over drie lagen. De eerste laag is de fysieke laag, de materialenstroom. Die is relatief gemakkelijk te organiseren. De volgende laag is de markt. Die vraagt om nieuwe businessmodellen. Producten en materialen worden service, daar gaan mensen zich al oncomfortabel voelen, omdat ze weten dat het bijvoorbeeld Cradle to Cradle moet, maar niet weten hoe dat te organiseren. De volgende laag betreft mentale transformatie. In die laag voelen veel mensen zich nog ongemakkelijker. In die laag ontleen je je identiteit namelijk niet meer aan wat je hebt, maar aan wie je bent. Ik denk dat we aan de vooravond staan van een zijnsrevolutie.

We zijn als mens in staat om ons ruimteschip om zeep te helpen tenzij we wezenlijk andere keuzes maken ten aanzien van het systeem. Als dat niet lukt, dan is het niet omdat het niet kan, maar omdat we het niet willen. Ik doel op de keuze om van binnenuit de mechanismen in de maatschappij te gebruiken om tot noodzakelijke veranderingen van het systeem te komen. Bij Alliander hebben we een andere bril opgezet en is het ons gelukt de meeste bouwmaterialen die voor één cyclus bedacht waren een tweede leven te geven. Een gebouw dat nooit als depot ontworpen werd, hebben we toch als zodanig benaderd. Mijn belangrijkste inzicht? Duurzaamheid leidt niet tot verandering. Hooguit tot suboptimalisatie van het bestaande systeem en dan blijven we de oude fouten maken. Ik ben geïnteresseerd in dingen die ik nog niet ken. Naar gebouwen kijken als depot bijvoorbeeld. Daarbij is Alliander zeker een mijlpaal in mijn zelfgegeven opdracht het systeem te veranderen, maar het weerspiegelt mijn gedachtegoed van drie jaar geleden. Voor alle architecten geldt: Toon mij uw gebouw en ik zal zeggen wie u wás.

Tot slot. Wie van de jonge generatie ga ik interviewen en wat wilt u dat ik ga vragen?

Vraag Yaike Dunselman maar welk mensbeeld voor zijn bureau negen graden het vertrekpunt is van de architectuur.
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 6 oktober 2015.

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Martin Wengelaar

Gerelateerd

Tags: , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.