Bouwkundige aansluiting kozijnen: hoe hoort het eigenlijk?

Kennis

Bouwkundige aansluiting kozijnen: hoe hoort het eigenlijk?

Door: Redactie ArchitectuurNL | 16-05-2018

Een goede bouwkundige aansluiting bij kozijnen voldoet aan de eisen van lucht- en waterdichtheid en duurzaamheid. In dit artikel wordt uitgelegd hoe je aan deze eisen kunt voldoen.

Luchtdichte aansluiting kozijn en stelkozijn

Een luchtdichte aansluiting van de kozijnen is belangrijk met het oog op de totale luchtdichtheid van gebouwen. Hier worden namelijk hoge eisen aan gesteld vanwege onder meer EPC en BREEAM, en in de toekomst BENG (lees hier hoe je in 7 stappen een bouwwerk volgens BENG gegarandeerd luchtdicht krijgt).

De luchtdichtheid van de aansluiting tussen kozijn en stelkozijn moet worden gerealiseerd aan de binnenzijde, bij voorkeur door middel van een kitvoeg op rugvulling. Een alternatief is de aansluiting afdichten met een elastisch PUR-schuim en een kitvoeg aan de binnenzijde. Het voordeel hiervan is een verbetering van de warmteweerstand. Het nadeel is dat de ventilatie van het stelkozijn wordt beperkt en dat er vocht- transport plaatsvindt via het PUR-schuim, waardoor het risico op lekkage toeneemt. Deze afdichting heeft niet de voorkeur.

Luchtdichte aansluiting stelkozijn op binnenblad

De luchtdichte aansluiting tussen stelkozijn en binnenblad moet worden gerealiseerd met een kitvoeg op rugvulling of voldoende gecomprimeerd geïmpregneerd afdichtingsband of een elastisch PUR-schuim. Het afplakken van stelkozijnen op het binnenblad is uit oogpunt van luchtdichtheid in de praktijk niet voldoende. Sowieso is het zeer risicovol om de onderregel van het stelkozijn af te plakken op het binnenblad. Bij onvoldoende waterdichte stelkozijnen (verbindingen) wordt vocht opgesloten en ontstaat op termijn houtrot. Bij diverse projecten is hier grote schade door ontstaan. Stelkozijnen moeten wel aan de boven- en zijaansluitingen worden afgeplakt op het binnenblad, maar dan uit oogpunt van waterdichtheid.

Waterbelasting op het stelkozijn

Aluminium en kunststof kozijnen sluiten meestal aan op het stelkozijn met een rubber profiel. Afhankelijk van de detaillering (onder andere neggediepte), de oriëntatie en de hoogte van het gebouw, worden deze aansluitingen meer of minder zwaar met water belast. Er moet vanuit worden gegaan dat de aanslag van het kozijn op het stelkozijn niet waterdicht is. De hoeveelheid water in de aansluiting is afhankelijk van de kwaliteit van monteren en de kwaliteit van de binnendichting. Bij een onvoldoende luchtdichte binnendichting treedt er drukverschil op tussen de buitendichting (het rubber profiel) en de bouwkundige aansluiting, waardoor water gemakkelijker kan binnendringen (zie principe tweevoudige afdichting).

Tweevoudige afdichting bij aansluiting

Bij kozijnaansluitingen wordt nog te vaak een enkele dichting toegepast. Een klein defect in deze afdichting heeft al tot gevolg dat er bij een drukverschil over de gevel een luchtstroom naar binnen ontstaat. Wanneer er water langs de gevel stroomt, wordt het water gemakkelijk mee naar binnen gezogen. Daarnaast zijn tochtklachten een logisch gevolg. Een tweevoudige afdichting is veel beter. Het principe hiervan is dat over de buitendichting geen luchtdrukverschil aanwezig is. Dit wordt bereikt door de ruimte tussen de beide dichtingen in verbinding te stellen met de buitenlucht. Dit kan door de buitendichting te onderbreken op een positie waar waterintreding minimaal is.

Uitvoering met kit

Geadviseerd wordt het buitenafdichtingsrubber bij de stijlen (onderzijde) over 15 mm te onderbreken. Bij een defecte buitendichting stroomt er, als gevolg van deze drukvereffening, veel minder water in deze ruimte. Men moet er echter wel altijd van uitgaan dat er water in deze ruimte komt. Dit betekent dat de binnendichting lucht- en waterdicht moet zijn en de constructie (stelkozijn) duurzaam bestand moet zijn tegen vochtbelasting. Voor een binnendichting zijn afdichtingsbanden niet geschikt. Ze werken als spons, lopen in de hoeken rond, worden onderbroken door bevestigingsankers of hebben onvoldoende druk op de voegwanden. Een binnendichting moet daarom worden uitgevoerd met kit op een rugvulling.

Eis waterdichtheid kozijnen

Volgens het Bouwbesluit moeten uitwendige scheidingsconstructies waterdicht zijn volgens NEN 2778 ‘Vochtwering in gebouwen’. Volgens deze norm mag, na beproeving, het vochtgehalte van onderdelen van de gevelconstructie (lees houten stelkozijn) niet hoger zijn dan het evenwichtsvochtgehalte van deze onderdelen. In NEN-EN 1027:2016 en ‘Ramen en deuren – Waterdichtheid – Beproevingsmethode’, specifiek voor kozijnen, wordt in paragraaf 3.3 aangegeven dat onderdelen die niet zijn ontworpen om nat te worden, niet nat mogen worden. Bouwkundige aansluitingen moeten worden ontworpen volgens NEN 2778 respectievelijk NEN-EN 1027. In praktische zin komt het erop neer dat de stelkozijnen bestand moeten zijn tegen waterbelasting, zodat geen degradatie optreedt.

Eisen duurzaamheid stelkozijnen

Er wordt ten aanzien van de duurzaamheid voldaan aan NEN 2778 bij toepasssing van:

  • Kunststof stelkozijnen.
  • Houten stelkozijnen indien deze voldoende verduurzaamd zijn en de verbindingen waterdicht zijn.
  • Houten stelkozijnen waarvan de onderregel is ingeplakt met butyltape, waarop EPDM is verlijmd of een vloeibaar rubbersysteem is aangebracht. Bij toepassing van tape moet worden voorkomen dat water onder de tape kan komen. Het afdichtingssysteem moet bij de stijlen 100 mm worden opgezet.
  • Een combinatie van de laatste twee hierboven genoemde punten.
  • Kozijnen zonder stelkozijnen. Soms worden kozijnen gemonteerd op het binnenblad zonder stelkozijnen. De (aluminium) kozijnen zijn dan voorzien van een flens. Er wordt niet voldaan aan de duurzaamheid volgens NEN 2778 bij toepassing van:

– Onbehandelde houten stelkozijnen.
– Geschilderde houten stelkozijnen waarvan de verbindingen niet zijn afgedicht. Via de verbinding komt water in het kopse hout en ontstaat houtrot.
– Hsb-elementen (onbehandeld) die als stelkozijn dienen.

Beoordeling bij testen waterdichtheid

Voor de test moet worden beoordeeld of de bouwkundige aansluiting, het stelkozijn, zodanig is ontworpen dat er water mag komen en of dit naar buiten kan worden afgevoerd. Zo niet, dan moet het kozijn na de test worden gedemonteerd. Indien dan geen vocht wordt vastgesteld, wordt voldaan aan de eisen. Er zijn echter op termijn wel risico’s op degradatie.

Voorwaarden goede bouwkundige aansluiting

  • Het stelkozijn (of hsb-element als stelkozijn) moet voldoende verduurzaamd zijn om degradatie (houtrot) te voorkomen. Tevens mag er geen capillair aanwezig zijn tussen stelkozijn en aluminium of kunststof afwerkingsstrippen.
  • Het stelkozijn, meer specifiek de verbindingen, moet waterdicht zijn.
  • Er moet een lucht- en waterdichte afdichting (kitvoeg op rugvulling) aan de binnenzijde tussen stelkozijn en kozijn aanwezig zijn. Om een functionele afdichting aan te kunnen brengen, moet er voldoende ruimte zijn tussen kozijn en stelkozijn.
  • Er moet beluchting aanwezig zijn, zodat de luchtdruk in de bouwkundige aansluiting gelijk is aan de buitendruk. Hierdoor komt er minder of geen water oor de buitendichting. De beluchting is tevens belangrijk voor ventilatie van het stelkozijn. De beluchting kan worden gerealiseerd door het buitendichtingsrubber (in de flens van het profiel) in de hoeken van het kozijn 20 mm te onderbreken.
  • Er moet waterafvoer naar buiten aanwezig zijn.
  • De buitendichting moet voldoende waterkerend zijn. Indien er gebreken zijn (boven- en zijaansluiting) in de buitendichting, kan water in de bouwkundige aansluiting komen, ook zonder drukverschil als gevolg van de zwaartekracht.
  • Er moet een lucht- en waterdichte afdichting (kitvoeg op rugvulling) tussen stelkozijn en binnenblad aanwezig zijn. Om een functionele afdichting aan te kunnen brengen, moet er voldoende ruimte zijn tussen stelkozijn en binnenblad.

Advies goede bouwkundige aansluiting kozijnen

1.Om te beoordelen of kozijnen kunnen voldoen aan de gestelde eisen, moeten testen worden uitgevoerd op prototype kozijnen. In geval van CE-markering moeten volgens NEN 2778 (waterdichtheid) de prestaties worden overlegd, voor kozijnen volgens NEN-EN 12208. Ten aanzien van de luchtdoorlatendheid moeten de prestaties worden overlegd volgens NEN-EN 12207. Om te beoordelen of kozijnen en de bouwkundige aansluitingen voldoen aan de gestelde eisen, moeten in-situ-testen worden uitgevoerd.
2.Geadviseerd wordt de bouwkundige aansluiting altijd correct te ontwerpen volgens bovenstaande voorwaarden (zie ook figuur). Ook als er tijdens de test geen water in de bouwkundige aansluiting komt, wil dit niet zeggen dat dit later niet gebeurt. Door pompbewegingen van het kozijn en door het krimpen van afdichtingsrubbers is de kans groot dat er op termijn water bij komt.
3.In-situ-testen kunnen door BDA Geveladvies worden uitgevoerd zonder dat er een testkast hoeft te worden gebouwd. Met speciale apparatuur kan de gehele binnenruimte op druk worden gebracht. Dit bespaart veel kosten voor een test.

Literatuur

J.G. Dame; Geveldetail 44 ‘Lekkage door onjuiste aansluiting kozijn’, Bouwwereld 4, 1 maart 2004.
J.G. Dame; Geveldetail 54 ‘Waterdicht binnenblad noodzakelijk’, Bouwwereld 18, oktober 2006.
NEN 2778:2015 nl ‘Vochtwering in gebouwen’.
NEN-EN 1027:2016 en ‘Ramen en deuren – Waterdichtheid – Beproevingsmethode’.
NEN-EN 12207:1999 en ‘Ramen en deuren – Luchtdoorlatendheid – Classificatie’.
NEN-EN 12208:1999 en ‘Ramen en deuren – Waterdichtheid – Classificatie’.
NEN-EN 12154:1999 en ‘Vliesgevels – Waterdichtheid – Prestatie-eisen en classificatie’.  

Tekst en beeld: ing. J.G. (John) Dame, senior adviseur en teamleider BDA Dak- en Geveladvies B.V. (www.bda.nl) en Onderhoudskundige Vastgoed Sertum (www.sertum.nl).

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.