Enquête Europese aanbestedingen

Kennis, Onderzoek

Enquête Europese aanbestedingen

Door: Anka van Voorthuijsen | 31-08-2015

Uit een enquête onder Nederlandse architectenbureaus over Europese aanbestedingen blijkt 94% van de ondervraagden kritiek te hebben op het huidige systeem. Architect Rudy Uytenhaak, één van de initiatiefnemers voor de enquête, concludeert dat de huidige praktijk niet leidt tot betere architectuur. ‘Nooit wordt duidelijk gezegd waarom een ontwerp afviel. Door een meer alfa-achtige beoordeling zou een kwaliteitsdebat kunnen ontstaan.’

Architectenbureaus maken veel te veel kosten en steken veel te veel onbetaalde werkuren in deelname aan selectieprocedures bij Europese aanbestedingen. Uit een uitgebreide enquête waaraan 40 Nederlandse bureaus mee deden, blijkt 94% van de ondervraagden die kritiek te hebben op het huidige systeem. Omdat deelname meestal niet tot een opdracht leidt is mee doen ‘niet rendabel’ (80%) en is het gezien het vele onbetaalde werk dat erin wordt gestopt zelfs een risico voor de bedrijfsvoering. Bijna 90% van de ondervraagden vindt dat deelname aan zulke procedures veel meerwerk oplevert, dat het leidt tot prijsduiken en dat er sprake is van uitbuiting. Vaak zijn het stagiaires op bureaus die er het meeste werk voor verzetten.

Referenties

Waarom architecten dan toch massaal meedoen aan de selecties? Vooral om zo nieuwe referenties te verzamelen, die op de lange duur de kans op een opdracht kunnen vergroten, zegt 66% van de ondervraagden. En ook al is de onvrede over de praktijk groot, actiebereidheid is er nauwelijks onder architecten, merkten de opstellers. ‘Het merendeel van de respondenten slaat die vraag over. Soms gemotiveerd met: dat kunnen we ons nu niet permitteren.’ Niet meedoen betekent dat er ook geen nieuwe referenties bijkomen die het mogelijk maken om in de toekomst mee te dingen. ‘We laten ons gijzelen’, zegt architect Rudy Uytenhaak, één van de initiatiefnemers voor de enquête. De huidige praktijk is economisch onhoudbaar en leidt niet tot betere architectuur, concludeert hij.

40 uur werk per aanmelding

Uytenhaak zette het onderzoek op met ondersteuning van Alijd van Doorn (TU Delft) en Architectuur Lokaal. Ongeveer de helft van de bureaus die werden aangeschreven, vulde de uitgebreide vragenlijst in. Zij doen over het algemeen meerdere keren per jaar mee aan zulke selectieprocedures. De deelnemende bureaus hebben samen al meer dan 2100 keer mee gedaan aan een inschrijving en stoppen, zeggen ze, elke keer ‘minstens 40 uur werk’ in deelname aan een aanbesteding. Ze halen hooguit in 20% van de gevallen de tweede ronde, blijkt uit de cijfers. Uytenhaak: ‘Bij een flinke opdracht doen er al snel 30-60 bureaus mee. Dan gaat het dus om meer dan een manjaar werk dat er gezamenlijk wordt verzet, zonder dat er enige financiële vergoeding tegenover staat.’ Na de eerste ronde gaan er vaak vijf bureaus door ‘die al snel 400 uur werk in een tweede fase stoppen.’ Dus, stelt Uytenhaak: ‘Er is al 4000 uur verspijkerd voordat er überhaupt een opdracht wordt vergeven.’ Waarbij het bij de meeste prijsvragen om uiteindelijke honoraria van €120.000 tot €700.000 gaat: ‘Dat betekent dat er dus buitenproportioneel veel wordt geïnvesteerd.’ Uytenhaak: ‘Op basis van de uitkomsten blijkt dat een bureau 24 keer inschrijft om 4 keer geselecteerd te worden en één keer een opdracht te winnen.’ Het gaat ook steeds vaker niet om een 100% opdracht, maar een deel van het werk. ‘Alleen voor het VO en het DO, en daarna gaat een opdrachtgever de markt op.’ De praktijk van de Europese aanbesteding komt erop neer dat architecten nu onbetaald een ontwerp leveren, onder het mom van een offerte. Van de deelnemers aan de enquête vindt 87% dat er in de selectiefase relatief teveel inspanningen worden geleverd ten opzichte van een eventuele opdracht. De gevraagde referenties zijn vaak veel te gedetailleerd (‘heeft u de afgelopen 3 jaar een collegezaal gerealiseerd met 300 stoelen, indeelbaar in secties van 75 stoelen’), vindt 76% van de deelnemers en leiden tot uitsluiting van jonge bureaus (72%).

Kijkje in de keuken

De onvrede over het systeem van Europese aanbestedingen is natuurlijk al langer bekend, maar dit is voor het eerst dat bureaus een kijkje in hun keuken geven, en uit de doeken doen wat meedoen hen kost, dan wel oplevert. Er is al vaker protest geuit tegen de praktijk van Europese aanbestedingen maar dat waren vaak persoonlijke acties die weliswaar laten zien dat er wat aan de hand is maar niet tot verandering leiden, aldus de opstellers van deze enquête. ‘De kritiek wordt vaak afgedaan met de opmerking: architecten blijven inschrijven, dús werkt deze praktijk.’


Transparantie ver te zoeken

Europees aanbesteden had moeten leiden tot eerlijker concurrentie, meer marktwerking, betere samenwerking, meer transparantie en uiteindelijk tot betere architectuur. Maar het tegendeel is het geval, stelt Uytenhaak. Vooral de transparantie is ver te zoeken. In de enquête vindt slechts 17% van de ondervraagden dat de huidige selectiemethodes leiden tot meer transparantie. Uytenhaak: ‘Uiteindelijk wordt nooit duidelijk gezegd waarom jouw ontwerp afviel en de voorkeur naar een ander uitging.’ Dat maakt meedoen niet alleen onbetaald en onvruchtbaar, maar ook oneervol: ‘Vier van de vijf ontwerpen verliezen en worden zonder waardering doorgespoeld.’

 Frustratie

Hij kreeg zelf na deelname ook weleens een kort briefje met een afwijzing in de bus, zegt hij. ‘Daar staat dan alleen maar op: de winnaar was net iets overtuigender. En nummer 3 en 4 blijken exact hetzelfde briefje te krijgen.’ Uytenhaak: ‘Dat frustreert enorm. Je voelt je belazerd en het wrange is: je leert er als architect helemaal niets van. Soms zie je in een later stadium wat een collega ervan heeft gemaakt en dan kun je denken: oké, dat is echt beter. Die is anders met de eisen om gegaan. Wij dachten dat we klem zaten in een keurslijf maar zij hebben dat zus en zo opgelost. Dan verlies je heel anders en dat stimuleert je om de volgende keer op het puntje van je stoel te gaan zitten en het nog beter te doen.’

Maatschappelijk debat

Meer transparantie bij dit soort procedures kan leiden tot een waardevol maatschappelijk debat over architectuur, denkt Uytenhaak. ‘Iedere keer dat er 5 ontwerpen openbaar worden gemaakt is men verwonderd over de verschillen. Geef daar inzicht in. Door een meer alfa-achtige beoordeling kan er een kwaliteitsdebat op verschillende niveaus ontstaan: van toekomstige opdrachtgevers tot en met liefhebbers, gebruikers en vakmensen. Je kunt als opdrachtgever laten zien dat er wat te kiezen valt en je kunt erover praten waar de verschillen zitten tussen de diverse ontwerpen. Wat symboliseert een bepaald ontwerp, waarom is voor het één of het ander gekozen, dat is ingewikkeld, maar cultureel waardevol. Het maakt lering mogelijk en stimuleert kwaliteit.’ De nu verzamelde gegevens moeten meehelpen om te komen tot een ‘klantvriendelijke en gezond proportionele wijze van aanbesteden.’ De opstellers hopen op een publiek debat.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2015

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.