Kathrin Hanf van SeARCH deelt haar expertise

Kennis

Kathrin Hanf van SeARCH deelt haar expertise

Door: Redactie ArchitectuurNL | 01-02-2019

Steeds meer architecten zetten in op duurzaamheid, maar opdrachtgevers gaan daar niet automatisch in mee. Zij zien milieuvriendelijke keuzes nog te vaak als een onnodige kostenpost of zelfs als een risico. Hoe overtuig je opdrachtgevers van het belang van duurzaamheid? Kathrin Hanf van het Amsterdamse architectenbureau SeARCH deelt haar expertise. In Hotel Jakarta paste ze onlangs houten constructies toe, maar ook beton en staal.

Hoe zou jij de ontwerpfilosofie van SeARCH omschrijven?

De basis van onze filosofie is dat we altijd de verbinding met de omgeving opzoeken. Dat kan heel letterlijk: in Zwitserland hebben we bijvoorbeeld een villa ingegraven in een berg. Maar we kunnen ook de stedelijke context als uitgangspunt nemen, zoals bij Hotel Jakarta in Amsterdam. De tuinen die zo kenmerkend zijn voor de woonblokken op Java-eiland zijn doorgezet in ons ontwerp. Zo ontstaat een tuin in het hotel, waar je die eigenlijk niet zou verwachten.’ ‘Een ander voorbeeld is de Nederlandse ambassade in Ethiopië. Voor dit gebouw hebben we het beton ingekleurd met ijzeroxide. Dit komt daar veel voor in de grond en geeft de aarde zijn typische rode kleur. Door het gebouw dezelfde kleur te geven, heeft het een directe relatie met de omgeving. We willen geen alleenstaand object maken dat voor zichzelf een kunstwerk wil zijn. Er moet een link zijn met de plek waar het gebouw staat.

Hoe past duurzaam in deze filosofie?

Duurzaam bouwen begon ooit in Nederland met het terugbrengen van energieverbruik om geld te besparen. Maar ik zie het veel breder. Duurzaamheid draait ook het om creëren van een gezonde leefomgeving voor de mens, zonder schadelijke materialen. En het gebouw moet zoveel mogelijk circulair zijn, zodat de impact op het milieu gedurende de gehele levenscyclus minimaal is. Bijvoorbeeld door te bouwen met hout in plaats van beton of staal.

Tijdens het het Interface DesignLAB-event Experts meet Experts gaf je een lezing over biophilic design. Hoe zie jij deze discipline?

Biophilic design is voor mij een onderdeel van duurzaamheid. In Hotel Jakarta hebben we de natuur letterlijk naar binnen gehaald, maar er zijn allerlei manieren om een natuurlijke omgeving te ontwerpen. Zorg bijvoorbeeld dat mensen in een gebouw altijd zelf een raam open kunnen zetten, zodat ze niet volledig afh ankelijk zijn van de techniek. En gebruik natuurlijke materialen zoals hout of leemstuc. Dat heeft zo’n grote invloed op het welzijn van de mens.’ ‘Wanden van leemstuc zijn goed voor het binnenklimaat. Bij een hoge luchtvochtigheid nemen ze vocht op. Maar als de lucht droog is, bijvoorbeeld in de winter, komt het vocht uit de wanden weer terug in de lucht. Daardoor krijg je geen droge neus en word je minder snel verkouden. Dergelijke principes houd ik altijd in mijn achterhoofd. Ik wil gezonde gebouwen maken die de kwaliteit van leven verhogen. Dat is toch het doel van architectuur?

Over hout gesproken: hoe brandveilig is bouwen met hout?

Als ik voorstel om met hout te werken, hoor ik altijd: Dan heb je toch een probleem met brandgevaar? Maar dat is een misverstand. Ik leg dan uit dat we overdimensioneren, zodat het hout dat nodig is voor de draagkracht wordt beschermd door een laag verbrande kool aan de buitenzijde van het hout. Daardoor voldoe je aantoonbaar even goed aan alle regels rondom brandveiligheid als een gebouw van beton of staal.’ ‘Tegelijkertijd moeten we het niet mooier maken dan het is. Het wordt lastig om met hout aan de allerhoogste brandeisen te voldoen. Dan ga je op een domme manier overdimensioneren en stop je zoveel materiaal in een gebouw dat het ineffi ciënt wordt. Wij maken altijd de afweging: is het zinvol om op die plek hout te gebruiken? Voor grote overspanningen is hout niet praktisch. Dan is een betonnen balk misschien beter. Je moet geen onzinnig dogma volgen.

Maar als de situatie het toelaat kies je uit idealisme wel voor hout?

Ik voel in ieder geval een soort verantwoordelijkheid om de wereld beter achter te laten. Maar de keuze voor hout moet wel zinvol zijn. We kiezen het alleen als het ook voor dat project de beste oplossing is. En los van alle logica: de emotie van de klant speelt ook een rol. Er zijn mensen die helemaal niks hebben met hout, net zoals er mensen zijn die juist aandringen op natuurlijke materialen. Hout heeft ook een eff ect op de sfeer.

Dus sfeer is ook van belang bij de materiaalkeuze?

Ik ben heel bewust bezig met de materiaalkeuze. Het principe ‘ruwbouw is afb ouw’ vind ik heel aantrekkelijk. Het is niet erg als een gebouw een beetje rauw is, het hoeft allemaal niet superchique afgewerkt te zijn. Juist dat oorspronkelijke kan bijzonder mooi zijn. Het zorgt voor een eigen esthetiek die karakter geeft aan het gebouw.

Hoe overtuig je opdrachtgever van het belang van duurzaamheid?

Je moet eerst de mogelijkheden verkennen en kijken of je de opdrachtgever kunt overtuigen om een stap verder te zetten. Vaak is dat een kwestie van heel veel uitleggen, je kennis delen, de opdrachtgever echt meenemen in het gedachteproces en succesvolle projecten laten zien.’ ‘Het is altijd de vraag in hoeverre een opdrachtgever bereid en in staat is om voor iets te kiezen dat misschien ook meer geld gaat kosten. In mijn ervaring is het belangrijk om de opdrachtgever op een positieve manier te benaderen. Dus niet: we moeten ook nog wat met duurzaamheid doen, want dat schrijft de wet nou eenmaal voor. Maar: we kunnen iets heel moois maken waar je ook nog van profiteert. Presenteer het als een kwaliteitsslag.

Moet je weleens met je vuist op tafel slaan?

Als een opdrachtgever tijdens een tender begint te twijfelen over het kostenplaatje, moet dat soms wel. Wanneer hij voorstelt te volstaan met het volgen van de minimumeisen die de gemeente oplegt, moet je wel duidelijk zeggen: we nemen geen halve maatregelen. Het is maar een kleine stap om echt een duurzaam project te realiseren. Aan de andere kant kun je niet verwachten dat er zomaar even vijf procent extra bouwbudget bijkomt.’ ‘We weigeren geen projecten omdat de opdrachtgever bijvoorbeeld niet met hout wil werken of een gebouw niet energieneutraal wil maken. Duurzaam bouwen heeft altijd onze voorkeur, maar het is geen harde voorwaarde. We kijken per opdracht wat er mogelijk is met de beschikbare middelen en hoe we het maximale resultaat kunnen bereiken.

Is het de laatste 15 jaar makkelijker geworden om opdrachtgevers te overtuigen?

Jazeker. Wat erg helpt is dat veel gemeentes tegenwoordig zeer hoge eisen aan duurzaamheid stellen. Dat leidt ertoe dat je in een tendertraject min of meer gedwongen bent om na te denken over de materiaalkeuze. In Amsterdam moet je eigenlijk al een goed argument hebben om niet met hout te bouwen. De discussie is omgedraaid. Hout is bijna een vereiste geworden om te voldoen aan duurzaamheidseisen en te concurreren met andere ontwikkelaars.

De eisen vanuit de overheid zijn dus cruciaal

Zonder die eisen bouwt iedereen op de traditionele manier verder. De Nederlandse bouwwereld is over het algemeen vrij traag en conservatief. Er zijn pioniers nodig, mensen met durf die het goede voorbeeld geven aan de grote organisaties. Bij duurzaam bouwen gaat het ook vaak om terugverdientijden en het financieringsmodel. Een bedrijf dat alleen projecten ontwikkelt en ze daarna afstoot, heeft er niks aan als een gebouw heel duurzaam is.’ ‘Voor bouwers is er geen financiële prikkel tot de markt bereid is om extra te betalen. Er is een transitieproces gaande, vergelijkbaar met de opkomst van de elektrische auto. De aangescherpte regelgeving draagt bij aan de transitie naar duurzaam bouwen

Is Nederland internationaal gezien een voorloper op het gebied van duurzame architectuur?

Nederland was lang toonaangevend als het gaat om woningbouw. In zekere zin zijn we dat nog steeds, maar niet op alle vlakken. We zijn altijd sterk geweest in ruimtelijke oplossingen. Efficiënt en innovatief omgaan met de beperkte ruimte, dat kunnen we goed. Maar qua duurzaamheid lopen we eerder achteraan. Dat geldt ook voor de bouwkwaliteit. Van Scandinavië tot Oost-Europa: er zijn zoveel landen waar de kwaliteit van uitvoering veel hoger is.’ ‘Op ontwerpvlak zijn we nog steeds vooruitstrevend. Mede dankzij de overheidsmaatregelen gaat het nu ook op het gebied van duurzaamheid de goede kant op – al is in de bouwwereld nog een flinke inhaalslag nodig. Die koers moeten we aanhouden. Maar de algehele bouwkwaliteit kan stukken beter. Een rijk en modern land als Nederland is dat aan zijn stand verplicht

Wat is de rol van architecten in dit proces?

Ik vind dat we ook kritisch naar onszelf moeten kijken. In Nederland worden architecten steeds vaker aan de kant geschoven na de ontwerpfase. Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van een gebouw veel hoger is als de architect tot het einde betrokken blijft bij het project. Die kwaliteitscontrole ontbreekt in Nederland. Dat is ook het grote verschil met het buitenland, waar de architect meer invloed heeft – en uiteraard ook meer verantwoordelijkheid.’ ‘Ik zie dat veel collega’s de neiging hebben in te stemmen met de eis om bijvoorbeeld alleen maar tot het DO te werken, uit angst de opdracht kwijt te raken. Dan wordt de bouw overgenomen en zie je het toch misgaan.

Wat is jouw belangrijkste advies aan beginnende architecten?

Iedere architect wil natuurlijk vooral aan de slag. Als concurrenten er bijvoorbeeld wél mee instemmen om alleen het ontwerp te maken, wordt het moeilijker om vast te houden aan je visie. Werk is werk, dat begrijp ik volledig. Maar op de lange termijn is het toch beter om betrokken te blijven bij een project tot het gebouw er staat. Dan heb je uiteindelijk ook een tevreden opdrachtgever die de volgende keer bij je terugkomt.’ ‘Dit spanningsveld is vergelijkbaar met het streven naar duurzame gebouwen. Het moet geen dogma worden. Wijs een project dus niet direct af als het niet superduurzaam is of als je alleen het ontwerp mag maken. Maar probeer samen met de opdrachtgever te kijken wat er binnen de geschetste kaders wél mogelijk is. Dat is iets heel anders dan meteen instemmen met een werkwijze waar je eigenlijk niet achter staat.’ ‘We zijn architecten en uiteindelijk willen we gebouwen maken. En voor mij persoonlijk hoort daar bij dat het gebouw zo duurzaam is als het maar kan. Als iedere architect zijn professie serieus neemt, kunnen we samen wel degelijk een mentaliteitsverandering realiseren.

Tekst: Daan de Winter
Fotografie: Iwan Baan

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 1 van 2019

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.