Lichtontwerper Ellen de Vries

Kennis

Lichtontwerper Ellen de Vries

Door: Anka van Voorthuijsen | 30-10-2018

Ellen de Vries is lichtontwerper en oprichter van Het Lux Lab. Ze werkt veel in de openbare ruimte, vaak in opdracht van een gemeente. De Vries beschouwt licht als een ‘immateriële bouwstof’, zegt ze. ‘Ik zorg dat je door verlichting méér ziet. Meer gevoel krijgt van de karakteristieke eigenschappen van een gebouw of een plek.’

Lichtontwerpbureau Het Lux Lab

We zitten aan de voet van de 15e-eeuwse Grote Kerk in Breda. In het lichtplan dat haar lichtontwerpbureau Het Lux Lab voor in totaal 30 monumentale gebouwen in de stad ontwierp, wordt deze kerk omschreven als een ‘grand old lady’. De kruisbasiliek is binnen Nederland het meest gave en elegante voorbeeld van de zogeheten Brabantse gotiek. Deze kerk is het belangrijkste monument van Breda, vertelt Ellen de Vries. Tot twee jaar terug werd de kerk ’s avonds verlicht met een aantal enorme felle gele spots, die bevestigd waren aan de gebouwen rondom de kerk. De Vries: ‘Het was vooral veel. Dan wordt zo’n kerk als één ding, in z’n totaal, zichtbaar. Er was geen kop of staart. Er ging erg veel licht de lucht in. Dat is niet wat je wilt.’

Lichtaccenten

Inmiddels is de verlichting van de toren en de balustrades aangepast aan het voorstel van Het Lux Lab, de rest van de kerk volgt naar verwachting later dit jaar. ‘Ik heb natuurlijk gekeken naar de historie van deze kerk, de Brabantse gotiek. Het licht voegt nu iets toe: je ziet de verschillende onderdelen waar de toren uit bestaat, het is niet meer één groot geheel. Je ziet meer decoraties, de opengewerkte ajourrand, dat het dak van groen koper is, hoe de toren er van binnen uitziet, de rood-witte luiken. Door de verlichting laten we de accenten van de bouwmeesters beter naar voren komen.’

Dienstbaar

Om goed te kunnen zien, is soms niet zo veel kunstlicht nodig, zegt De Vries. ‘Het gaat erom: hoe werken je hersenen? Die vullen veel in. Daar maak ik gebruik van. Je kunt met weinig kunstlicht, heel veel voor elkaar krijgen. Ik wil met minder energie, meer effect. Het gaat bij kunstlicht om psychologische, economische en ecologische effecten. Daar kijk ik naar: verlichting zo efficiënt mogelijk aanbrengen en zo min mogelijk (milieu) schade veroorzaken.’ Less is more dus? ‘Als ik uit m’n dak wil gaan, dan doe ik wel met een lichtfestival mee. Licht moet dienstbaar zijn, want er gebeurt al zoveel in de openbare ruimte. Je moet het licht niet loszingen van al die andere verhalen, dan krijg je een kakafonie, dat helpt niet.’

Icoon van Breda

De Grote of Onze Lieve Vrouw kerk, zoals het monument ook heet, is hét icoon van Breda, zoals de Eiffeltoren dat is van Parijs en het Opera house van Sydney. De Vries: ‘Bij al die iconen zie je dat ze nét even iets meer doen met de verlichting. Dat doen we hier nu ook. Het hele jaar door, maar soms nog even iets extra’s. Deze kerk is weliswaar een ‘grand old lady’, maar een paar dagen per jaar, trekt die oude dame iets feestelijks aan. Op Koningsdag staat ze in het oranje en rood, wit, blauw. Tijdens carnaval trekt ze bij wijze van spreken een boerenkiel aan en zet ze een mutsje op, en tijdens Oud en Nieuw draagt ze glitterende strassoorbellen: dan viert ze een feestje.’

In het goud

Enige tijd geleden werd het centrum van Breda verkozen tot ‘mooiste binnenstad van Nederland’. De Vries: ‘Toen heeft ze ’s avonds in het goud gestaan.’ Dat levert natuurlijk veel aandacht op: op Instagram, op de site van de gemeente, zulke foto’s zijn ideaal materiaal voor citymarketing. Het moet geen kermis worden, benadrukt De Vries: ‘maar Breda is trots op deze kerk en dat gevoel versterk ik met de verlichting. Ik vind het mooi om meer betrokkenheid te genereren.’ Dat werkt, hoort ze. ‘Je kunt er lacherig over doen dat de kerk op Koningsdag in het oranje staat, maar jongeren noemen dat ‘supergaaf’. Door een relatie te leggen tussen een bijzonder moment en de verlichting laat je zien dat zo’n monument deel uitmaakt van een hedendaags gevoel, dat ’ie bij deze tijd en bij de bewoners van nu hoort.’

Niet serieus genomen

Ellen de Vries heeft inmiddels 15 jaar een eigen bedrijf als lichtontwerper en werk in overvloed. Maar haar vak wordt nog steeds niet echt serieus genomen Als architecten en stedenbouwkundigen al een lichtontwerper inschakelen, dan gebeurt dat vaak pas aan het eind van een ontwerpproces. ‘Maar als lichtontwerper wil je graag mee weven, het licht moet niet losgezongen zijn van het ontwerp.’ Bovendien zijn we in Nederland nogal van soberheid, duurzaamheid en doelmatigheid: ‘Het zuinige komt vaak om de hoek. En als lichtontwerpers zitten we al aan de achterkant, in die fase is de zuinigheid vaak nog sterker.’ ‘Niemand bedenkt het om studenten te vragen om het nieuwe Ministerie van Binnenlandse Zaken of een ziekenhuis te laten ontwerpen. Zo van: laten we eens proberen of ze daar leuke ideeën voor hebben. Maar met licht gebeurt dat wel: er zijn zoveel challenges voor studenten industrieel vormgeven: doe eens wat leuks met licht, bedenk eens iets creatiefs. Dan wordt er vooral naar het object gekeken en het wordt beoordeeld alsof het straatmeubilair is. Maar je moet iets ontwerpen dat goed licht geeft.’

Intrinsieke kwaliteit

En wat is dat dan, goed licht? ‘Ik ben bezig met de intrinsieke kwaliteit van licht. Ik wil de kwaliteit van een ruimte bij daglicht, vertalen naar een oplossing voor ’s nachts. Licht ’s avonds wordt te vaak op mathematische wijze toegepast: hoeveel licht is er nodig op maaiveld? Daar zijn richtlijnen voor en daar houdt men zich dan aan voor de oplossing. Dat is net zoiets als het bouwbesluit vertalen naar een huis: daar wil jij niet wonen. Een ruimte neem je natuurlijk niet alleen op maaiveld-niveau waar.’ Naast de verlichting van de 30 monumenten, werkt ze voor Breda ook aan een nieuw lichtconcept voor de markt. Daar staat nu een rijtje wanstaltige grove en grote armaturen (de kunstgebitten, in de volksmond), die meer op hun plek zouden zijn in een stadion dan in deze historische binnenstad.

Verhullen en onthullen met licht

De markt wordt omzoomd door prachtige panden, maar die zijn soms wel, soms helemaal niet, en soms afzichtelijk (met neongroene schijnwerpers) verlicht. Ellen de Vries: ‘Je kunt met licht verhullen en onthullen. Nu verlicht zo’n spot soms één meter, en daarna is de gevel helemaal donker. De vorm van de markt als geheel neem je nu helemaal niet waar. Ik wil graag dat de historie van het plein leesbaar wordt, dat je de prachtige kroonlijsten kunt zien en de afzonderlijke gevels, maar de gebouwen samen ook als wanden ervaart. Dan zorg je voor omsluiting, dat geeft sfeer, dan zie je dat het een markt is. Ik houd ervan als je verschillende lagen kunt zien en begrijpen. Je kunt de sfeer van deze plek met licht versterken en begrijpelijk maken.’

Goed lichtontwerp

Afgezien van de techniek gaat het erom dat een goed lichtontwerp met drie dringen matcht, zegt De Vries. Met identiteit, perspectief en activiteit: ‘In een split second doet dat allemaal wat.’ Ondanks het feit dat ze vindt dat haar professie soms met wat dedain wordt bekeken, constateert ze wél dat licht een enorme hype aan het worden is. ‘Dat zie je aan die lichtkunstfestivals. Je hebt voor licht natuurlijk een canvas nodig, en dat is de stad voor die festivals, ze laten soms onbekende plekken heel mooi zien. Dat vind ik gaaf.’

Meer informatie is te vinden op hetluxlab

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2018

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.