Lichtplan voor atrium The Edge

Kennis

Lichtplan voor atrium The Edge

Door: Anka van Voorthuijsen | 03-05-2018

Het is een gebouw met compleet transparante glazen gevels, heeft een overweldigend atrium van 15 verdiepingen hoog, en tóch voelt het kantoor van Deloitte aan de Zuidas in Amsterdam huiselijk aan. Dat ligt natuurlijk aan de gekozen materialen, aan de akoestiek, aan de architectuur, maar zeker ook aan het lichtontwerp, dat Robert Jan Vos maakte voor The Edge, zoals het gebouw heet.

Duurzaam kantoorgebouw

Hij constateert het zelf ook, als hij binnenkomt. Ondanks de imposante omvang heerst hier de sfeer van een huiskamer. ‘Er is sprake van een intiem karakter, er is rust.’ En bijzonder: er zijn nauwelijks lichtarmaturen aanwezig in de ruimte. Twee oversized schemerlampen staan op een verhoogd plateau bij de koffiebar en boven de entreebalie hangt een luchtig ogende armatuur, dat meer decoratief dan functioneel lijkt. Dat lijkt weinig, voor de omvang van de ruimte. The Edge was bij de oplevering in 2014 één van de grootste (40.000 m²) kantoorgebouwen ter wereld en ook het meest duurzame, met een ‘outstanding’ BREEAM-NL score. Regenwater wordt opgevangen en ingezet voor het spoelen van de wc’s, er is een warmte-koude opslaginstallatie, er zijn zonnepanelen, er is veel aandacht gegeven aan daglichttoetreding naast enorm veel andere duurzame maatregelen: het gebouw is energieneutraal. Medewerkers kunnen met een app op hun smartphone klimaat en verlichting op hun werkplek regelen. Gegevens daarover leiden weer tot meer inzicht in hoe het gebouw wordt gebruikt om zo de efficiëntie te vergroten.

Lichtontwerp atrium

Via projectontwikkelaar OVG werden Robert Jan Vos en zijn collega lichtontwerper Hans Wolff al kort na het stadium van voorontwerp bij het project betrokken, om het lichtontwerp voor het atrium te realiseren. Vos: ‘Het moment waarop je er als lichtontwerper bij wordt gehaald is belangrijk. Je wilt het licht zoveel mogelijk in de bouwkundige schil verwerken. Dan kun je het licht kostenneutraal mee ontwerpen en voor hetzelfde geld echt meerwaarde genereren.’

Lichtontwerper

Hij noemt zichzelf nadrukkelijk lichtontwerper en geen lichtarchitect, zegt Vos. ‘Ik zoek in de architectuur waar ik iets kan toevoegen. Ik wil dat wat de architect heeft bedoeld, kracht bij zetten. Ik ben de toegevoegde waarde.’ Uitgangspunt van de lichtontwerpers bij dit project: zo weinig mogelijk elementen toevoegen. ‘Dus wat we vooral níet hebben gedaan, is van alles aan het plafond hangen.’ Want ja, eigenlijk verwacht je een spectaculair lichtobject bij zo’n enorm atrium, erkent Vos. ‘Maar dat kan ook intimideren. En dingen wegnemen die je had moeten zien. Omdat je oog zo sterk reageert op het licht zie je zo maar de achtergrond minder goed.’

Lichtgevende entreegevel

 Maar waar komt het licht dan wel vandaan? Dat moet Vos ons echt aanwijzen, want op het eerste gezicht lijkt hier (overdag) eigenlijk alleen daglicht te zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo. ‘Het idee dat veel daglicht per definitie prettig is, klopt ook niet. Daglicht is koel wit licht. Als je zo’n bulk licht direct op je werkplek hebt, hoeft dat niet per se plezierig te zijn. In dit gebouw hebben veel werkplekken uitzicht op het daglicht: dat is prettiger.’ De inbreng van Vos en Wolff begint al voor de entree: daar steekt een lichtgevende witte corian wand met de naam van het gebouw, door de buitengevel heen, zodat binnen en buiten fraai worden verbonden. Boven de receptie binnen bevindt zich een gestucte ‘poort’ die over de hele breedte van de entree licht uitstraalt en dus ook de werkplekken van de baliemedewerkers mooi diffuus verlicht. De balie zelf, ook van wit corian, is van blauwe lichtlijnen voorzien: een mooi accent en het meubel licht van binnenuit op.

Wanden, trappen en loopbruggen

In z’n algemeenheid streeft hij in dit concept naar licht dat van onderaf straalt, dat geeft meer intimiteit, zegt Vos. Maar met spots van onder moet je weer voorzichtig zijn. ‘Vooral vrouwen ervaren dat als vervelend en het kan snel verblinden.’ Hij is geen fan van alleen generieke ‘losse dotjes’ licht, zegt Vos. In de achterwand van het atrium is zichtbaar hoe het ook kan: In de vloer onder die met hout beklede wanden zijn verzonken lichtlijnen onder beloopbaar glas aangebracht. ’s Avonds gloeit de hele wand op. Bij de twee imposante trappartijen is onzichtbaar aan de onderkant van elke trede, in een gefreesde sleuf, een led-lijn aangebracht. ‘Daardoor geeft de trap nu zelf licht, het is één grote lamp geworden zonder dat er licht op staat.

Licht verscholen in treden

Het licht is verscholen in de treden.’ Bovenaan de trap zijn wel een paar plafond-spots: ‘die plafonds wilde ik niet te glossy, dan gaat het spiegelen door het weerkaatsen van het licht, dat is niet prettig.’ De onderzijde van twee loopbruggen, zichtbaar vanuit het atrium, is voorzien van wit spandoek waar ook diffuus licht doorheen schijnt. ‘De trafootjes zitten aan de uiteinden van de loopbrug, zodat je daar makkelijk bij kunt als ze vervangen moeten worden.’ De loopbrug zelf is op de vloer voorzien van enkele led-lichtlijnen. ‘Je hebt niet veel nodig. Dit is genoeg voor de way-finding.’

Glazen balustrades

De glazen balustrades die op elke verdieping als scherpe punten het atrium in prikken, worden elk afzonderlijk van onder af aangelicht. Overdag heeft het glas daardoor een subtiele groene zweem. ‘Maar die balustrades (voorzien van een overdag nauwelijks zichtbaar grid van geëtste puntjes) kunnen elk afzonderlijk, iedere gewenste kleur aannemen, ‘Zo kan het ook als showelement worden ingezet. Je kunt het licht bijvoorbeeld als druppels van boven naar beneden laten stuiteren. ’s Avonds gloeit dit hele atrium op. Het is één groot armatuur geworden zonder dat het allemaal losse elementen zijn die licht uitstralen.’

Verblindend

Hier en daar is niet alles perfect op elkaar afgestemd, laat Vos bij onze rondgang zien. Bij de inpandige shop is de beleving ineens heel anders. Keihard licht prikt daar uit felle plafondspots. Ook bij de liften en in de lift zelf doet het licht ineens verblindend aan. Bij de koffiebar op de begane grond zijn ook felle downlighters geplaatst, terwijl een verdieping hoger wel is gekozen voor een strakke ledlijn die voor veel prettiger en even functionele verlichting zorgt. ‘Heel jammer’, beaamt hij. ‘Knutseloplossingen, vind ik. De demarcatielijnen voor het lichtontwerp waren scherp. Die leiden soms tot een vreemd resultaat binnen één gebouw. Het gaat steeds om integraliteit, om rust. Je wilt geen losse dotjes licht.’

Impact van het licht

De impact van licht, van goed zien, wordt nog steeds enorm onderschat, zegt Vos. ‘Terwijl het een grote bijdrage levert aan de abstracte boodschap van de architectuur.’ Zien overrulet andere zintuigen, zegt hij. ‘Het schakelt de ratio uit.’ Als bewijs steekt hij beide handen met gespreide vingers omhoog en vraagt: hoeveel vingers zitten er aan tien handen? ‘Honderd’, zeggen we automatisch en trappen daarmee in het opgezette valletje.

Tekst: Anka van Voorthuijsen
Fotografie: Ronald Tilleman en Lida Chaulet

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 2 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie