Lloyd Industrials runnen bedrijf in afgedankte industriële lampen

Materialen

Lloyd Industrials runnen bedrijf in afgedankte industriële lampen

Door: Peter de Winter | 11-11-2020

Dat René Marijnissen en Dennis van de Zand van Lloyd Industrials een succesvol bedrijf runnen in afgedankte industriële lampen, berust op louter toeval. Op een dag kochten ze een oud pakhuis en gingen op zoek naar een lichtobject. Geen standaard lamp, maar iets aparts dat paste bij het karakter van hun woning. Via Marktplaats vonden ze een serie verwaarloosde filmspots uit de studio van fotograaf Paul Huf. Dat was het begin van Lloyd Industrials, een onderneming die van afgedankte industriële armaturen tijdloze lichtobjecten maakt.

Dennis van de Zand had destijds een goede baan bij een corporatie en René Marijnissen was agent bij het korps Haaglanden. Op een gegeven dag kochten ze in Rotterdam een pakhuis met bouwjaar 1911 en wilden de ruimte voorzien van bijpassende verlichting. Niet zomaar een lamp, maar iets aparts en tijdloos. Via Marktplaats kwamen ze op het spoor van een paar verwaarloosde filmspots uit de studio van de beroemde fotograaf Paul Huf. Ze besloten de spots volledig uit elkaar te halen en zelf te restaureren. In een zoektocht naar de juiste onderdelen en technieken ontstond al doende hun passie voor het behoud van oude industriële lampen. En zo ontdekten René en Dennis vanuit hun eerste restauratieproject een hobby die in de loop van de tijd zou uitgroeien tot Lloyd Industrials, een succesvolle onderneming die afgedankte industriële lichtobjecten nieuw leven inblaast.

Vier van de vijf filmspots van Paul Huf werden na restauratie doorverkocht, en de verzamel- en restauratiedrift had definitief wortel geschoten bij de heren; vijf lampen werden er zeven, werden er tien en nu beheren en behouden ze als professionele restaurateurs in hun studio onder de monumentale Hofbogen in Rotterdam en het werkatelier in Hengelo (Gld) een collectie van een paar duizend industriële lampen.

Getekend door de plek

De lampen die ze onder handen nemen, zijn getekend door de plek waar ze soms decennia lang gehangen hebben. Tijd, stof en intensief gebruik geven de lampen hun zo typerende patina. Dat maakt ieder exemplaar tot een object met een eigen, uniek verhaal. De fabriekslampen worden door de beide mannen vakkundig gerestaureerd en gereed gemaakt voor energiezuinige lichtbronnen. Omdat de kwaliteitseisen van Lloyd Industrials hoog zijn, vraagt dit om een continu creatief proces waarbij ambachtelijk maatwerk voorop staat.

“Zeker in het begin hadden we echt geen idee waaraan we begonnen”, zegt Marijnissen. “Maar door veel te proberen en bijvoorbeeld een straalcabine te kopen om de lampen met zorg te ontdoen van corrosie of een loszittende laklaag, kregen we stap voor stap het vak in de vingers. Na acht jaar hard werken, kan je gerust zeggen dat wij onze weg in de wereld van verlichting zo langzamerhand gevonden hebben.”

Industriële lampen

De industriële lampen worden vooral in Frankrijk, maar ook in België en Italië gekocht en gevonden. In de beginjaren ging het vooral om zware industriële armaturen – rauwe, niet te gelikte objecten – maar de laatste tijd is er een omslag naar ietwat meer verfijning. En net als in de modewereld ontkomt ook die van verlichtingsobjecten niet aan trends in vorm, kleur en afwerking met dit verschil dat de smaakopvatting wat lampen betreft bij het publiek minder snel wisselt.

Klantenbestand

Voordat corona het land in zijn greep kreeg, bestond het klantenbestand van Lloyd Industrials voor driekwart uit projectinrichters. De rest van de lampen vond zijn weg naar particuliere huishoudens. Sinds maart is het marktaandeel nagenoeg omgekeerd. “Eerlijk gezegd is de consumentenmarkt veel leuker,” zegt René. “Projectinrichters denken in grote getallen. Die willen tien, twintig of meer verlichtingsobjecten om een interieur aan te kleden. Daar is niks mis mee, het is goed voor de business, maar een klant die bij ons zoekt naar een mooi verlichtingsobject, past eigenlijk beter bij hoe wij naar lampen kijken.”

Collega Dennis voegt eraan toe dat het misschien niet erg zakelijk klinkt als hij zegt dat het hem niet alleen om inkopen om te verkopen gaat. “We zijn in die zin geen handelaren. Waar het ons om gaat, is nieuw leven blazen in oude industriële objecten die anders op de schroothoop zouden belanden. In onze ogen zijn het niet ‘zomaar’ lampen. Het is industrieel erfgoed dat het verdient behouden en gekoesterd te worden. Die liefde voor objecten komt bij een particulier toch beter tot uitdrukking. Zij kopen bij ons een mooie lamp waar ze nog jaren van gaan genieten. Bij zakelijke klanten speelt emotie minder een rol. Dat neemt natuurlijk niet weg dat iedereen, klein of groot, bij ons meer dan welkom is.”

Architect Adolf Meyer

Een prachtig voorbeeld van een industriële vondst zijn de Zeiss IKON lampjes die gevonden werden op een van de zoektochten door Frankrijk. Ze zijn rond 1927 ontworpen door architect Adolf Meyer, medewerker op het bureau van Peter Behrens en later bij Walter Gropius, via wie Meyer leraar werd aan het Bauhaus Weimar.

“Dergelijke pareltjes zijn een zeldzaam mooie vondst en verdienen het om door ons vertroeteld en gerestaureerd te worden. Als wij ze niet herkend en gekocht hadden, dan waren ze voorgoed verloren gegaan. Zo zie je maar dat het geen grootspraak is als ik beweer dat wij ons bekommeren om industrieel erfgoed.”

Snelweg A12 en A15

Een ander, recent voorbeeld van een eigentijdse draai geven aan het behoud van industrieel erfgoed zijn de armaturen die tot voor kort boven de snelwegen A12 en A15 schommelden. Deze lampen worden komende tijd vervangen door meer economische exemplaren. “Op een gegeven moment raakten we in gesprek met het bedrijf Compass dat die lampen vervangt in opdracht van Rijkswaterstaat. Zij zochten als opdrachtgever naar een meer circulaire bestemming voor de armaturen dan een enkele reis schroothoop en zo belandden de snelweglampen uiteindelijk bij ons in het atelier.”

Lloyd Industrials gaat de armaturen volledig redesignen. Ze worden gestraald, gepoedercoat en voorzien van een witte opaalkleurig kap aan de onderzijde. Dat is nodig omdat de oorspronkelijke kappen door de tijd zodanig zijn aangetast dat ze niet mooi meer te krijgen zijn. Er wordt ook een app ontwikkeld waarop een klant die zo’n snelwegarmatuur koopt precies kan zien waar de lamp ooit boven het asfalt hing. Een nieuw project dat momenteel volop in ontwikkeling is.

Samenwerking met ambachtelijke bedrijven

In de afgelopen jaren zochten en vonden René en Dennis samenwerking met kleine ambachtelijke bedrijven die kunnen voldoen aan de hoge standaard van afwerking die ze bij elk object nastreven. Een van de eerste partners was Hamax uit Hazerswoude. Dit bedrijf is gespecialiseerd in het poedercoaten, stralen, glasparelstralen, ontlakken en schooperen.

“Toen wij er een paar jaar geleden aanklopten, deed het bedrijf nog uitsluitend in auto-onderdelen. Ze keken toch ietwat verbaasd op toen we met onze lamponderdelen kwamen aanzetten. Inmiddels kunnen we met elkaar lezen en schrijven en weet het bedrijf precies wat onze kwaliteitseisen zijn als het om stralen en poedercoaten gaat.” Naast het restaureren van oude verlichting zijn Dennis en René ook bezig met de ontwikkeling van een eigen nieuwe lijn lampen. “Hiervoor ontwerpen wij armaturen die zijn afgeleid van modellen uit het verleden. Deze worden volledig uitgevoerd in kwalitatief hoogwaardig emaille. Een ambachtelijke techniek die in Nederland eigenlijk niet meer wordt toegepast.”

Hiervoor werken de heren samen met een andere partner, een bedrijf uit Brussel dat de kunst van het emailleren tot in de vingertoppen beheerst. “We kunnen daar letterlijk meekijken in de keuken als het om kleur gaat. Voor ons erg belangrijk want we willen niet zomaar een kleurtje. Het emailleren is weliswaar kostbaarder, maar wel van een kwaliteit die je nergens anders vindt.”

Oog voor detail

Hun oog voor detail komt ook tot uitdrukking in de ophanging van de gerestaureerde lampen. De exemplaren die mee naar Rotterdam worden genomen, dragen een hele geschiedenis met zich mee. Vaak blijken de zogenoemde ophangingen in zo’n slechte staat te verkeren dat het ondoenlijk is ze te restaureren. Om die reden gingen René en Dennis in gesprek met een bedrijf uit Delft over de ontwikkeling van een eigen ophang. Na het nodige uitwerken en finetunen is een mal gemaakt met als resultaat een uit aluminium gegoten ophang waarin het eigen logo subtiel is verwerkt. Op die manier krijgen de gerestaureerde lampen weer een compleet nieuw tweede leven met een verfijnde Lloyd Industrial touch.

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Martin Dijkstra, Marcel Krol

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.