PosadMaxwan: Make Space Great Again

Kennis

PosadMaxwan: Make Space Great Again

Door: Kirsten Hannema | 01-07-2019

‘Een toekomstbeeld dat je niet kunt waarmaken, is een gratuit verhaal’, zegt stedenbouwkundige Rients Dijkstra, die samen met partners Emile Revier en Han Dijk het – pas gefuseerde – bureau PosadMaxwan leidt. Maar hoe breng je in de huidige complexe ruimtelijk-maatschappelijke context een grootscheepse stedenbouwkundige visie in de praktijk? Hun geheime wapen: strategisch ontwerpen

Stad heeft toekomst

De stad heeft de toekomst, daar is iedereen in de architectuurwereld het inmiddels over eens. Veelzeggend is dat de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam al vijftien jaar over stedenbouw gaat. Na de eerste editie in 2003 met als thema Mobiliteit volgden The Flood (over de relatie water-stedenbouw), Power (over de krachten die de hedendaagse stad vormen), Open City (sociale duurzaamheid), Making City, Urban by Nature (steden bouwen met natuur) en The Next Economy, een zoektocht naar een betere ‘balans tussen systeem en individu, rijk en arm, jong en oud, duurzaamheid en groei’. Tel de titels bij elkaar op, en het lijkt duidelijk wat Nederland te doen staat: we moeten de overgang bewerkstelligen van een lineaire naar een circulaire economie, van stoken op aardgas naar groene energie, van een verzorgingsstaat naar een ‘participatiemaatschappij’. Maar die toekomst is niet evident, zien stedenbouwkundigen Rients Dijkstra en Emile Revier.

 

Toekomstplannen niet laten stranden

‘Jij zegt dat iedereen het heeft over inclusiviteit, het klimaat en de kringloopgedachte, maar toch gaat het in de politiek momenteel vooral over geld’, zegt Dijkstra. Het is de week voor de provinciale verkiezingen op 20 maart. De grote winnaar zal Forum voor Democratie van Thierry Baudet worden, die kiezers trekt met zijn schets van een weinig inclusieve samenleving en zijn uitspraak dat ‘totaal nutteloze’ klimaatplannen Nederland zeker 1000 miljard euro gaan kosten. ‘Zo gaat het ook met de toekomst van de stad. Ontwerpers weten wat ze willen, maar gaan we die plannen ook maken? Kunnen we mensen uitleggen dat je daarvoor bepaalde dingen moet opgeven, of veranderen? Het is niet interessant om een visie te schetsen waar je niet kunt komen; dan is het een gratuit verhaal.’ Maar hoe kom je daar dan wel? Het interview met Dijkstra en bureaupartner Emile Revier vindt plaats in het kantoor van PosadMaxwan in Den Haag, bovenin het bedrijfsverzamelgebouw BINK36. Het bureau is vorig jaar ontstaan uit de fusie tussen Dijkstra’s bedrijf Maxwan architects+urbanists en Posad spatial strategies. Ze vonden elkaar in hun interesse voor stedelijke vraagstukken, veelal rondom mobiliteit en gezondheid. Posad werkte onder meer aan onderzoek naar ruimtelijke effecten voor Smart Mobility, visies voor gezonde verstedelijking, de gebiedsvisie voor de TU Delft en de omgevingsvisie voor Rotterdam. Maxwan maakte masterplannen voor Leidsche Rijn, Leiden Centraal Station, Rotterdam CS en voor stadsuitbreidingen in Londen en Moskou. Dijkstra was tussen 2012 en 2016 Rijksadviseur voor Infrastructuur en Stad en is sinds 2015 hoogleraar Stedenbouw aan de TU Delft, waar hij onder meer onderzoek doet naar de invloed van zelfrijdende auto’s op de stedelijke omgeving.

Smart mobility

Hij pakt zijn laptop en toont een powerpointpresentatie die hij pas heeft gegeven, met plaatjes van de hypermoderne Robocar. ‘De bijeenkomst ging over de toekomst van de stad, ik vertelde over de evolutie van de zelfrijdende auto; een onderwerp dat een belangrijke rol speelt in het debat. Maar dat debat wordt nu gemaakt door de mensen uit de autoindustrie, de softwareontwikkelaars: zij hebben een business case, een product dat ze aan de man willen brengen. Wat het vooralsnog oplevert, is autoshows met futuristische bolides, die over 30 jaar met 130 kilometer per uur rondrijden, als we de fabrikant moeten geloven. Maar het zegt niets over de stad; de zelfrijdende auto is hooguit een metafoor voor de beoogde verbetering: de toepassing van nieuwe techniek. Waar het mij om gaat: welke kwaliteit kun je de stad met zo’n uitvinding geven, hoe kun je onze leefruimte beter en prettiger maken?’ ‘De stad van de toekomst is in elk geval een stad die bijdraagt aan een goede gezondheid’, beaamt Revier. ‘Als de invloed van een nieuw product op de gezondheid negatief is, moet je het weren, als het positief is, kun je het in je plannen betrekken.’ Het bureau combineert daarbij strategie met ontwerp en (ontwerpend) onderzoek. ‘Het ontwerp kun je zien als een maanlander, de strategie als de raket, het vehikel om het ontwerp op de plek te krijgen waar het kan landen’, legt hij uit. ‘Want het idee van de zelfrijdende auto is leuk, maar ik kan het niet aanbieden aan de wethouder; er is zeker vijftien jaar nodig om het voor te bereiden, met slimme regelgeving, nieuwe parkeeroplossingen, heringerichte straten …’

Masterplan Leidsche Rijn

Nu er sprake is van niet één, maar een handvol transformaties, die spelen op verschillende schaalniveaus, is breed en strategisch denken over de stad steeds belangrijker. De blik moet voorbij de G4, voorbij de grenzen tussen beroepsgroepen. Het masterplan voor Leidsche Rijn is een voorbeeld. ‘Wij zijn het gevecht aangegaan met de mensen van Rijkswaterstaat, die vonden dat alleen zíj over snelwegen mochten praten’, vertelde Dijkstra in een eerder interview. ‘Hun sectorale plannen voor verbreding van de A2, met geluidsschermen erlangs, zouden de nieuwe stad voor 100.000 mensen en de stad Utrecht van elkaar hebben gescheiden. Het plan heeft voorkomen dat het een satellietstad werd aan de andere kant van ‘de Muur’. Daarbij gaat het om manieren vinden om in gesprek te komen met wegenbouwers, manieren om hen te overtuigen dat je geen bedreiging bent, maar nieuwe kansen brengt.’ De complexiteit van stedelijke opgaven vraagt ook om een kritische blik, vervolgt Revier. ‘Een aantal jaar geleden kregen wij de vraag om een ondergrondse parkeergarage bij station Leidschendam-Voorburg te implementeren. Onze eerste vraag was: waarom? Moet het ‘blik van de straat’? Wij vonden dat het beschikbare budget beter ingezet kon worden om de stationsomgeving te verbeteren. We hebben een ander – strategisch – voorstel gemaakt, en kregen opdracht om voor het zelfde budget als de parkeergarage het hele gebied aan te pakken; zo hebben we en betere openbare ruimte gecreëerd, terwijl het aantal reizigers is gestegen.’ Dijkstra: ‘Natuurlijk luisteren we allereerst goed, maar we stellen ook vragen, doen extra onderzoek; we zijn een gesprekspartner. Waarbij de uitkomst – als het goed is – iets is wat je niet had kunnen dromen.’

Grote woningbouwopgave

Hij benadrukt nogmaals dat ‘het ontwerpen aan de toekomst van de stad niet hetzelfde is als het maken van de toekomstige stad’. Daarmee schaart hij zich achter het motto van de IABR 2018-2020, The Missing Link, over de vraag wat nodig is om, met alle kennis die we inmiddels in huis hebben, het klimaatprobleem te tackelen. Revier: ‘Dat is waar al ons werk uit bestaat. Je ziet de afgelopen jaren waterpleinen en luchtbruggen die stedelijke thema’s aankaarten, er zijn nieuwe technieken. Onze missie is om van leuke en inspirerende projecten de sprong naar een energieneutrale stad te maken. En dat bereik je niet door honderd keer een pilotproject te kopiëren. Het meest ingewikkelde – dat is de grote trendbreuk met de vorige eeuw – is dat er grenzen rond de stad getekend zijn. In het verleden maakten we een stuk stad met een masterplan in een weiland, nu moet je dat masterplan óver de stad heen leggen. De grootste woningbouwopgave van Den Haag moet hiernaast gaan plaats vinden’, wijst hij naar buiten, op het gebied langs het spoor richting station Den Haag Centraal. En in de Binckhorst, aan de andere kant; voor dat gebied maakte PosadMaxwan een typologische ontwikkelingsvisie, die als ruimtelijk kader dient voor verdere ontwikkelingen in het gebied. Het bureau heeft ‘spelregels’ geformuleerd voor de beeldkwaliteit van de verschillende deelgebieden, de gewenste voorzieningen en zogenoemde gebiedspaspoorten, voor stedenbouwkundige uitwerking op een kleinere schaal.

Geheim van stedelijke transformatie

Tien jaar geleden maakte Dijkstra het masterplan voor de stationsomgeving van Rotterdam Centraal, waarvan hij nu supervisor is. Wat is het geheim van deze vooralsnog succesvolle stedelijke transformatie? ‘We hadden gesprekken met verkeerskundigen over de belangrijkste aspecten van duurzaamheid. Hun vraag was: hoe kun je mensen verleiden om met het openbaar vervoer te reizen; dat is immers heel duurzaam. Maar vlakbij een station wonen is ook energetisch en economisch duurzaam! Ons advies was dus simpel: zullen we niet veel meer verdichten dan jullie van plan waren? In Rotterdam is dat nog steeds onderwerp van discussie, in Leiden is dat gelukt; daar wordt nu intensief gebouwd rond het station.’ Naast gezondheid, bereikbaarheid, innovatie en duurzaamheid is aantrekkelijkheid een speerpunt dat het bureau op zijn website benoemt. Dat laatste zie je onder meer terug in het ontwerp voor de bushaltes bij station Rotterdam: een viertal poederroze stalen constructies, met opbollende daken – luchtig als suikerspinnen. Aanvankelijk zouden er helemaal geen bushaltes komen; het budget was na de verbouwing van de stationshal op. Dijkstra: ‘Ik heb toen gezegd: weet je zeker dat je nu je dat prachtige stationsplein hebt gemaakt, ernaast twaalf abri’s wilt zetten, of willen jullie doorgaan met het maken van hoogwaardige en bijzondere projecten? Dat wilden ze wel, maar niet met extra geld. Ik heb voorgesteld om zelf voor dat abri-budget iets te ontwerpen.’ De bushaltes vormen een poëtische noot in de grootstedelijke omgeving, en dat is precies wat Dijkstra hoopte te bereiken. ‘Strategie wordt gezien als iets dat bij ngenieursbureaus hoort, maar je kunt het ook verbinden aan schoonheid.’

Denken vanuit de techniek

Revier: ‘Veel mensen op ons bureau hebben een TU-achtergrond, we zijn bedreven in het denken vanuit de techniek. Maar de rol die we in consortia innemen is gericht op het uitleggen waar het plan over gaat. Doe je dat niet, dan stuit je onvermijdelijk op weerstand.’ Dijkstra: ‘Neem de participatiesamenleving. Als je in een buurt vraagt: zullen we hier de boel eens flink opschudden, zullen we de buurt helemaal anders organiseren, dan zeggen bewoners steevast: nee! Tot je ze apart spreekt over wat zij willen voor hun hulpbehoevende kind of zorgbehoevende ouders. Dan wordt het verhaal genuanceerder en verandert hun mening vaak. Het vertellen van het verhaal is een cruciaal onderdeel van ons vak, waar we – afhankelijk van het project – onze partners op selecteren. Zo hebben we voor station Leidschendam-Voorburg samen met kunstenaars gewerkt, maar het kunnen ook economen of ecologen zijn.’

Make Space Great Again

De afgelopen tijd werkte het bureau onder meer aan ‘Make Space Great Again’, een studie naar verbetering van binnenstedelijke leefbaarheid door middel van alternatieve verkeer- en parkeeroplossingen in Utrecht, als onderdeel van NL Fietsland, een rijksprogramma om fietsgebruik te stimuleren. Ze schetsen nieuwe straatprofielen met een compacte weg en brede voet- en fietspaden, en stellen voor om het parkeren van fietsen – die nu vaak de stoep blokkeren – te koppelen aan het uitbreiden van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door stallingen aan kades te bouwen, met publieke dakterrassen erop. Een interessant prototype, dat ook in andere steden toepasbaar is. ‘Maar de essentie van de studie is de ‘voorrangspositie’ van de voetganger, de fiets en het openbaar vervoer in de stad, en dat je daarna pas naar de auto kijkt’, legt Revier uit. ‘Ik herinner me nog dat ik als junior architect leerde dat je altijd eerst moet beginnen met het tekenen van de parkeergarage onder een gebouw; en zo is het in feite nog steeds. Vanuit deze nieuwe visie op mobiliteit willen we het gesprek met de gemeente aangaan.’

Tijd van grote plannen tekenen en uitrollen is voorbij

De recente quickscan voor een luchthaven in zee, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Water, is een verhaal dat helpt om te beslissen over de toekomst van Schiphol. Is het een goed idee? Revier: ‘Het is te makkelijk om te roepen: moet je doen, of: kan niet. Daarvoor zouden we veel meer zaken op een rij moeten zetten. Sommigen zeggen dat je de grond rond Schiphol perfect kunt gebruiken voor het bouwen van nieuwe woningen. Maar dan vergeet je dat dat eiland er op z’n vroegst in 2050 is en dan is er wellicht geen vraag meer naar huizen. Onze bestuurlijke expert stelde dat onze democratie te ver is doorontwikkeld om een dergelijk project zomaar uit te voeren; daarvoor heb je een alleenheerser nodig. De tijd van grote plannen tekenen en uitrollen is voorbij.’

Democratie

Democratie kan echter ook iets nieuws opleveren, zoals bij het project voor de Groene Singel rond Antwerpen. Dijkstra: ‘Dat wordt een kruising tussen een park en een ringweg – prachtig. Bedacht door niemand anders dan de omwonenden, die zeiden: het plan voor de autoweg dat er nu ligt, dat pikken wij niet, wij willen dat er iets anders komt. Vanwege het democratische, complexe karakter van de ontwikkeling is het nog niet af, maar je krijgt wel iets dat bijdraagt aan een meer leefbare stad.’

Tekst: Kirsten Hannema
Beeld: Posadmaxwan

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2019

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.