Heilige Huisjes

Projectanalyse

Heilige Huisjes

Door: Kirsten Hannema | 12-11-2018

Jarenlang gingen we steeds groter wonen, daarom is de opkomst van tiny houses en microwoningen een opmerkelijke trend. Hoe is deze ontwikkeling te verklaren? Biedt het kleine huis een oplossing voor het nijpende woningtekort? En wat is er nodig om een grote bouwstroom van kleine woningen mogelijk maken? Kirsten Hannema sprak hierover met architecten Jurgen van der Ploeg, Oana Rades, Joost Kühne en Daan Bakker.

BouwEXPO Tiny Housing

De treinen reden niet en het hoosde. Desondanks reisden duizenden mensen af naar de allereerste landelijke Tiny Housing Jamboree die de stichting Tiny House Nederland op 7 oktober 2017 organiseerde in samenwerking met de BouwEXPO Tiny Housing, in Almere Poort. Getooid met paraplu’s stonden bezoekers in de rij om schattige huisjes als de Tiny-A (50 m2) en Tiny TIM (13 m2) te bekijken. Ze hingen aan de lippen van Hennie Tibben, de eerste bewoner van de Tiny House buurt, die haar herenhuis in Utrecht verruilde voor een minimalistisch leven in het golfkartonnen Wikkelhuis (35 m2). Ze verdrongen zich bij de lezingen van woonpioniers Marjolein Jonker – bekend als ‘Marjolein in het klein’ – en Jelte Glas, die vertelden hoe zij leven op een paar vierkante meter: ontspuld, hypotheekvrij – gelukkig. De opkomst bij de Jamboree toont dat er een markt is voor klein wonen, zegt architect Jurgen van der Ploeg van FARO architecten, dat in 2015 de Tiny TIM ontwikkelde. Inmiddels zijn er drie van deze verplaatsbare huisjes gerealiseerd, terwijl samen met corporatie ELAN Wonen wordt gewerkt aan grotere, permanente variant van 27 m2. In Haarlem verrijst momenteel een (tijdelijk) wijkje met tien Tiny TIMs, en FARO werkt ook aan stedenbouwkundige plannen met tiny houses op Texel, IJburg en de Vinkeveense Plassen.

Hype of trend?

Het onderzoek ‘Klein wonen: hype of trend?’ dat adviesbureau Stec Groep in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in juni 2017 presenteerde, onderschrijft Van der Ploeg’s bevindingen: het kleine huis is een trend. Het fenomeen is natuurlijk niet nieuw, van de aloude hofjeswoningen tot Hotel Sfinx- het idee urban hotel als model voor massawoningbouw, opgenomen in Rem Koolhaas’ boek Delirious New York uit 1978 – hebben architecten door de eeuwen heen gezocht naar het Existenzminimum. De trend is wel opmerkelijk, want jarenlang gingen we steeds groter wonen en keken we neer op de aan het tiny house verwante stacaravan. Hoe is deze ontwikkeling te verklaren? Biedt het kleine huis een oplossing voor het nijpende woningtekort? En wat is er nodig om een grote bouwstroom van kleine woningen mogelijk maken, zoals Almere met de BouwEXPO beoogt.

Tiny House

Allereerst: waarin onderscheidt het tiny house zich van de ouderwetse bezemkast? De gemeente Almere definieert het als ‘een betaalbaar en compact huis(je) met een woonoppervlak kleiner dan 50 m2, ontwikkeld op initiatief van de eigenaar/bewoner’ (de huisjes op de BouwEXPO zijn de uitkomst van de prijsvraag die de gemeente in 2016 uitschreef). In het onderzoek van Stec Groep wordt onderscheid gemaakt tussen de tiny housing beweging, die tien jaar geleden – tegelijk met de economische crisis – overwaaide uit de Verenigde Staten, en de opkomst van de microwoning. Tiny housing draait om een filosofie: genoegen nemen met weinig ruimte, waarbij financiële vrijheid, een kleine ecologische footprint en wonen met gelijkgestemden centraal staat. De vele terreinen die tijdens de crisis braak lagen, boden de mogelijkheid om verplaatsbare huisjes als Tiny TIM zonder bijkomende grondkosten te realiseren.

Micro- woning

Micro-wonen wordt omschreven als een ‘stedelijk concept waarbij huishoudens kiezen voor een compacte, slim ingedeelde woning van maximaal 30 à 40 m2, vaak met gedeelde voorzieningen’. ‘De Fiat500 onder de appartementen’, aldus architect Joost Kühne. Klein, maar niet goedkoop; de woningen hebben een op maat gemaakt design interieur met klapbed en inbouwkasten, en zijn voorzien van alle gemakken. Aan de Rotterdamse Pannekoekstraat gaat hij een blok met 21 luxe studio’s (27 m2) bouwen; de bouwvergunning is in aanvraag. Een tweede voorbeeld is het woonconcept XS Deluxe, dat het Rotterdamse bureau Shift A+U samen met ontwikkelaar Synchroon heeft ontwikkeld. In de Amsterdamse Houthavens start volgend jaar de bouw van het pilotproject.

Relatief duur

Nu de huizenprijzen in de grote steden door het dak gaan, groeit de vraag naar kleine woningen; groot wonen is voor velen simpelweg onbetaalbaar. Ook het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens speelt een rol, stelt de Stec Groep. Maar het realiseren van kleine, betaalbare woningen blijkt niet eenvoudig. Om te beginnen is een klein huis relatief duur. ‘Men denkt vaak dat je voor 30.000 euro klaar bent, maar dan praat je over mensen die alles zelf bouwen’, legt Van der Ploeg uit. ‘Bedenk dat arbeid de helft van de kosten beslaat, en materialen de andere helft. De meeste mensen hebben geen tijd om zelf te bouwen; ze willen ontzorgd worden.’ Voor de (grote) Tiny TIM betaal je 80.000 euro, best veel geld voor 27 m2. Met name de technische installaties – zonnepanelen, composttoilet, waterzuiveringsinstallatie – zijn kostbaar (ca. 30.000 euro), maar daardoor is het huisje wel zelfvoorzienend en heb je dus geen energie- en waterrekening. ‘Of je nu 50 of 60 m2 beton stort, de betonmolen moet toch voorrijden’, zegt architect Daan Bakker van DaF, dat de (energieneutrale) Tiny-A ontwikkelde. Hij bouwde daarom met een bestaand daksysteem, ook omdat een dak goedkoper is dan een gevel. Kosten: 65.000 euro, exclusief de kavel van 40.000 euro, BTW en interieur. Slimme ruimtelijke oplossingen kunnen een obstakel vormen wanneer ze buiten het bouwbesluit vallen. Zo moest Bakker een ontheffing aanvragen voor de zogenoemde molenaarstrap die hij voor de Tiny-A ontwierp.

Houthavens

De routine in de massawoningbouw laat zich lastig doorbreken’, merkt architect Oana Rades van Shift A+U. ‘De standaard beukmaat van 5,40 meter, de tunnelbekisting, de 1,7 parkeerplaats per nieuwbouwwoning – alles is uitgedacht. Voor het gebouw in de Houthavens willen wij smalle diepe woningen maken, vanwege de noord-zuidoriëntatie; zo krijgt elke woning zon. Met een beukmaat van 5,40 meter gaat dat niet, maar daarvan afwijken bleek lastig. Uiteindelijk bouwen we nu beuken van 7,40 meter, waarbinnen we een niet-constructieve woningscheidende wand plaatsen.’

Afwijken van standaard oplossingen

Omdat de architecten een ruimtelijker woning willen maken dan het doorsnee studentenhok, laten ze de woning in plattegrond verspringen. ‘De aannemer vond dat ingewikkeld. Niet dat het constructief zo uitdagend is, maar het viel buiten zijn stramien. Hetzelfde geldt voor de ruimtebesparende oplossing die wij voor de installaties bedachten. Zo stelden we voor de WTW-unit, waarmee warmte wordt teruggewonnen uit ventilatielucht, boven het wc-reservoir te plaatsen en de meterkasten buiten de woning, geclusterd in een donkere hoek van het gebouw. We wijken af van de standaard oplossingen, dat vraagt van de bouwende partijen een andere manier van denken, en kost meer tijd.’ Micro-appartementen worden seriematig gebouwd en hebben minder geveloppervlak dan vrijstaande tiny houses, wat de kosten drukt. Maar aan ‘klein’ kleeft ook in het geval van het XS-Deluxe project een nadeel, vertelt Rades.

‘Ten opzichte van een regulier appartementengebouw heeft een microappartementengebouw van dezelfde omvang al snel twee tot drie keer zoveel badkamers, keukens en installaties. De bouwkosten per vierkante meter zijn daardoor beduidend hoger, terwijl de verkoopprijs per vierkante meter niet zoveel hoger ligt dan die van een gebouw met reguliere appartementen. Ook de grondprijs, die door de gemeente bepaald wordt aan de hand van het totale aantal vierkante meters gebruiksoppervlak, blijft gelijk ten opzichte  van een gebouw met minder woningen van grotere afmetingen. Door de woningen aan te bieden in de vrije huursector, is het uiteindelijk gelukt om de business case rond te krijgen. Om meer differentiatie in het woningaanbod te krijgen, zou het beter zijn om eerst met de gemeente af te stemmen wat voor woningen er komen, en dan pas de grondprijs te bepalen, mede aan de hand van het aantal woningen dat binnen de door de gemeente vastgelegde bouwenveloppe wordt gemaakt.’

PVE’s doorbreken

‘De bouw- en grondkosten stijgen momenteel enorm, vooral bij sociale woningbouw is dat een probleem’, zegt Van der Ploeg. ‘Als architect heb je daar geen invloed op; de belangrijkste knop waar wij aan kunnen draaien om het goedkoper te maken, is de plattegrond. Hij noemt als voorbeeld de badkamer, die tegenwoordig meestal rolstoeltoegankelijk wordt gemaakt en zo al snel 6 m2 beslaat. ‘Terwijl je, als je het minimaal doet zoals in de Tiny TIM, klaar bent met 2,2 m2.’ Het is een van de ontwerpoplossingen die FARO voorstelt in de studie ‘Heilige Huisjes’ die het bureau begin dit jaar deed in opdracht van corporatie Pré Wonen. Doel is om ‘dichtgetimmerde, prijsopdrijvende’ programma’s van eisen te doorbreken en zo compacte, betaalbare sociale huurwoningen te bouwen – zonder concessies te doen aan de architectuur. Van der Ploeg toont een serie plattegronden met bijbehorende kostenraming. ‘Een standaard tweekamerappartement van 50 m2 hebben we door een verbeterd plattegrondontwerp met 20% weten te verkleinen, wat 12% scheelt in de bouwkosten. Op deze manier kun je bovendien 44% meer woningen op eenzelfde stuk grond kwijt; dat kan voor corporaties heel interessant zijn.’ Hij denkt dat wonen op 40 m2 op deze manier goed mogelijk is, mits er ook gedeelde voorzieningen worden aangeboden. Net als bij XS Deluxe, dat voorziet in een gezamenlijke kookstudio, een logeerappartement en een wasserette. Binnen de appartementen is ruimte gewonnen door het interieur mee te ontwerpen; elke woning beschikt over een moderne bedstee en heeft ingebouwde kleding-, boeken- en badkamerkasten.

Smaakmakers

Juist omdat het bouwen van kleine woningen om een specifieke aanpak en (grond)beleid vraagt, denkt Van der Ploeg dat experimentele projecten als de BouwEXPO belangrijk zijn. ‘Onbekend maakt onbemind. Nu zeggen opdrachtgevers vaak: de mensen willen het niet, anders was het er wel.’ Niet dat hij gelooft dat we massaal klein gaan wonen. ‘Maar stel dat 1% van de mensen dat wil. Er zijn ruim 7 miljoen woningen in Nederland, dan heb je het toch over 70.000 kleine huizen waarvoor gemeentes ruimte moeten maken in stedenbouwkundige plannen.’ Omdat hij ziet dat deze woonvorm eigenzinnig types trekt, denkt Van der Ploeg dat die 1% de smaakmakers kunnen zijn tussen de gewone woningen, ‘de kruiden in de soep’. ‘Duurzame stedenbouw heeft ten slotte niet alleen te maken met energie en klimaat, maar ook met diversiteit: het ecosysteem is rijker als er meer soorten zijn.’

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2018

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.