Remontabel bouwen met kanaalplaten

Kennis

Remontabel bouwen met kanaalplaten

Door: Redactie ArchitectuurNL | 19-04-2018

Remontabel bouwen is goed mogelijk met kanaalplaten. Bij de uitbreiding van Agro NRG in Ootmarsum was de staalconstructie al bijna klaar toen probleemloos de omslag naar remontabel werd gemaakt. Met geringe aanpassingen konden de druklaag en sleufsparingen in de kanaalplaten achterwege worden gelaten. Zo kunnen aan het eind van de levensduur van een gebouw de kanaalplaten zeker nog een tweede ronde mee. Esmee Heebing en Ruben Buunk maakten hier hun afstudeerproject van voor hun opleiding Bouwkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Om te ontdekken hoe het zou moeten, is geanalyseerd welke aspecten remontage belemmeren. Heebing en Buunk kwamen tot de conclusie dat in het werk aangebrachte mortel niet per se een probleem is. Specie voor kelkvoegen en dekvloeren hecht niet sterk en is vrij gemakkelijk weer te verwijderen. Een druklaag daarentegen heeft een veel sterkere hechting en is daardoor niet zonder schade te scheiden van de kanaalplaat. Ook de natte knopen van de sleufsparingen waarin koppelstaven naar de staalconstructie worden aangebracht, maken hergebruik vrijwel onmogelijk. De uitdaging was dus een constructief ontwerp te maken zonder druklaag en sleufsparingen. ‘De druklaag wordt vaak standaard toegepast, terwijl die volgens ons meestal niet nodig is. Vaak is de benodigde schijfwerking ook op te lossen door te rekenen aan de voegen en deuvels toe te voegen. Met een trekbanddrukboogsysteem is geen druklaag nodig. Alleen als er sprake is van hoge puntlasten of van torsie door ongelijke belasting van vloervelden is een druklaag wel nodig. In normale kantoorgebouwen is dit doorgaans niet het geval. Daar hebben we ons dus op gericht.’

Staalconstructie als trekband

Basis van de oplossing is het gebruik van de staalconstructie als trekband rond de vloervelden. Behalve het gebruikelijke staal voor oplegging van de kanaalplaten is er wel een extra staalprofiel nodig langs de zijkanten van de vloervelden, om de trekband compleet te maken. ‘Vooral met een geïntegreerde hoedligger is deez oplossing heel makelijk te realiseren.

Kanaalplaten

Je kunt de kanaalplaten dan opsluiten door de voegen en de randen aan te storten. Dat beton wordt dus alleen op druk belast. Als bij latere demontage de trekband wordt onderbroken, kunnen de kanaalplaten worden losgetrokken en laat dit beton weer los. Belangrijk is wel om de koppen van de kanaalplaat af te schermen met een plaat of een dikke sticker. Normaal worden de kanalen dichtgezet met kanaaldeksels. Doordat deze verdiept in de kanalen liggen vormt het beton dat hierin loopt een nok, waardoor een kettingwerking ontstaat in de kopvoeg. Dit vergroot de aanhechting van de voeg met de vloer, wat je bij demontabel bouwen juist wilt voorkomen.’

Hoedligger

Met een hoedligger kunnen ook de sleufsparingen op de koppen probleemloos achterwege worden gelaten. Een staaf aanbrengen in de langsvoegen is voldoende. De staaf zal overigens bij demontage moeten worden afgeslepen. Ook al wordt deze met een boutverbinding aangebracht, dan nog is de bout door het aanbrengen van het natte beton uiteindelijk nauwelijks meer te demonteren. Of dat beter kan, is nog onderwerp van verdere studie. Omdat hoedliggers vrij duur zijn, wordt in de bouwpraktijk vaak gekozen voor geïntegreerde I-profielen. Voor remontabel bouwen is dat echter lastig. ‘Bij het toepassen van zo’n geïntegreerde ligger liggen de kanaalplaten vrij ver uit het hart van de ligger op. Deze excentriciteit wordt meestal gecompenseerd door twee staven aan te brengen in sleufsparingen, maar dat wil je dus niet bij remontabel bouwen. Daarom is het aan te raden om een torsiestijve ligger toe te passen zoals een hoedligger.’

Opgelegde kanaalplaatvloer

Behalve geïntegreerde hoedliggers is het wel mogelijk om de kanaalplaten op te leggen op een staalconstructie van I-profielen. ‘In dat geval gebruiken we de kolommen als deuvels om de verbinding te vormen tussen de vloervelden en de onderliggende staalconstructie. Daarvoor moet je dan wel de zijkanten van de kolommen constructief dichtzetten met een lasplaat erop. Dan kan het beton zijn drukkracht afvoeren en blijven de boutverbindingen van de kolom op de ligger bereikbaar voor demontage.’ Deze opgelegde oplossing is ook toegepast bij Agro NRG / Home NRG in Ootmarsum. ‘Daar was de staalconstructie al bijna geproduceerd toen de opdrachtgever besloot tot remontabel bouwen.

Remontabel bouwen

De aanpassingen die daarvoor nodig waren, waren heel beperkt. Dat betrof het oplassen van platen op de zijkant van de kolommen en het opschuiven van de koppelingsstaven, zodat die niet in sleufsparingen kwamen maar in de plaatvoegen. En in de uitvoering moesten dus geen kanaaldeksels worden gebruikt, maar moesten de kanalen met een vlakke plaat worden afgedekt.’ Nadeel van deze remontabele bouwmethode is dat voor de kolommen sparingen worden aangebracht in de hoeken van de aangrenzende kanaalplaten. Daar liggen dus geen volle onbeschadigde platen. Dat maakt de herbruikbaarheid in een ander gebouw iets lastiger, maar niet onmogelijk.

Aandachtspunten ontwerp

Om bij demontage volle, onbeschadigde kanaalplaten te verkrijgen, hebben Heebing en Buunk aanbevelingen opgenomen voor ontwerpers. Eén daarvan is om op stramienmaat 1,20 meter te ontwerpen, zodat er geen pasplaten nodig zijn. Een tweede is om het aantal sparingen te minimaliseren, onder meer door leidingen te verzamelen op één plek. Ook in lengte zijn er aanbevelingen, gebaseerd op constructieve optima: 7,20 meter bij een dikte van 200 mm tot 14,40 meter bij een dikte van 400 mm bij standaard belastingen.

Hoogtewinst

Het weglaten van de druklaag bespaart niet alleen op gebruikte materialen in de vloer en kilogrammen in de constructie, maar betekent ook hoogtewinst. Als dat al in de ontwerpfase zit, vertaalt zich dat ook in geveloppervlak en daarmee in bouwkosten. Een afwerkvloer op de kanaalplaten blijft wel nodig, al was het maar vanwege de toog in de kanaalplaten en de toleranties in hoogte. Die kan bijvoorbeeld bestaan uit een (droge) computervloer, een cementdekvloer of een dunne gietvloer. Consequentie van een dunne dekvloer is uiteraard wel dat er geen of minder ruimte meer is voor leidingen door de vloer, maar daar kan in het ontwerp rekening mee worden gehouden.

Tekst Henk Wind
Fotografie VBI

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 2 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie