Wet Blue lichtplan voor Waalwijk

Kennis

Wet Blue lichtplan voor Waalwijk

Door: Anka van Voorthuijsen | 04-07-2018

Wie over de A59 bij het Brabantse Waalwijk rijdt, ziet sinds kort een gebouw dat opvallend lichtblauw wordt aangelicht, de toren van het nieuwe gemeentehuis. In het centrum van de stad duikt hetzelfde blauwe schijnsel ook bij verschillende andere gebouwen op. Wat begon als een afstudeerproject van lichtontwerper Arjen van der Cruijsen, is uitgegroeid tot een originele en permanente citymarketing voor Waalwijk.

Lichtontwerper Arjen van der Cruijsen

Die typisch lichtblauwe kleur heet wet-blue, zegt lichtontwerper Arjen van der Cruijsen. Het is de kleur die een dierenhuid krijgt nadat die een tijd in een chroombad heeft gelegen, een traditionele methode om leer te looien. Waalwijk was ooit het centrum van de schoenenindustrie. Elke inwoner
had op de een of andere manier wel met de productie van schoenen te maken: of het nou als boer, arbeider, schoenmaker of verkoper was. Iedereen in Waalwijk kent de term wet-blue dus ook. In de regio is de leer/schoenenindustrie ook nu nog volop aanwezig, al is het  roductiewerk veelal naar lagelonenlanden verplaatst.

Afstudeerproject als masterstudent

Van het rijke industriële en ambachtelijke verleden rondom de leerverwerkende industrie was eigenlijk maar weinig zichtbaar in de stad, ontdekte Van der Cruijsen, wiens schoonfamilie uit Waalwijk komt. Voor zijn afstudeerproject als masterstudent aan de Universidad Politécnica de Madrid, ontwierp hij een paar jaar geleden een lichtplan voor Waalwijk, geheel geïnspireerd op wet-blue. Door deze typisch Waalwijkse kleur in te zetten als marketinginstrument heeft de stad een unique sellingpoint, was zijn standpunt. Inmiddels hebben zowel gemeente als een aantal ondernemers het project omarmd en duikt de kleur ’s avonds steeds vaker en op verschillende plekken, op.

Licht versterkt architectuur

Op de gevels van een rij voormalige schoenmakershuisjes aan de Hooisteeg zijn projecties te zien van hedendaagse variaties op een historische foto. De schoenlappershuisjes zijn tegenwoordig in gebruik als atelier. In het pand van de Rabobank is ’s avonds een felle lichtblauwe lichtlijn te zien, die de vorm van een schoenleest volgt. Een oude stadspoort wordt binnenkort in het donker bezaaid met verlicht schoenlappersgereedschap als hamers en leesten en vanaf de stadskant is het nieuwe stadskantoor ook lichtblauw verlicht. De manier waarop dat gebeurt, versterkt het architectonische beeld. ‘Het is spelen met contrast. Ik verlicht niet het hele gebouw, dan is de spanning weg. Ik heb hier gezorgd dat de horizontale speklagen nu beter zichtbaar zijn door de manier van aanlichten.’ De verlichting benadrukt ook de twee gezichten van het gebouw: sterk vanaf de snelweg, vriendelijk vanaf de binnenstad.

Lichtroute

Het is de bedoeling dat steeds meer gebouwen/ondernemers bij Wet Blue aan zullen sluiten, zodat er een serieuze lichtroute door Waalwijk ontstaat en het licht het verhaal van de regio vertelt. Het matcht op drie fronten met de ambities van de gemeente, betoogt Van der Cruijsen. Economisch: ‘Je zet hier de unieke geschiedenis in voor de citymarketing van Waalwijk.’ Ecologisch: ‘Om 24.00 uur gaat de speciale verlichting uit. Daarmee laat je zien dat je als gemeente nadenkt over duurzaamheid en energieverbruik, hoe zuinig dit systeem ook is.’ En sociaal: ‘Het stadskantoor werkt zo echt als een baken.’

Wat wil de architect?

Van der Cruijsen is altijd gefascineerd geweest door licht, zegt hij. ‘Als kind maakte ik met batterijen en fietslampjes al kerstverlichting.’ Na een opleiding in de elektrotechniek en een baan bij Philips ontdekte hij dat het niet zozeer de uitvoering was die hem trok, maar juist het ontwerpen. ‘Als ik ergens mee bezig was dacht ik steeds vaker: dat zou ik anders hebben gedaan.’ Met licht zorg je voor een vertaalslag, vindt hij. ‘Je moet een idee, vertalen naar een effect. Wat wil de gebruiker of wat wil de architect?’

Zien, kijken en verwonderen

Het leidde tot een master lichtontwerp in Madrid. Wat hij nu weet? ‘Het draait bij een goed lichtontwerp om drie dingen: zien, kijken en verwonderen.’ Zien is de basis. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over de diverse normen en over veiligheid: zorgen dat werk goed uitgevoerd kan worden en je niet over een drempel struikelt. Of je je veilig voelt op straat.’ Maar licht kan ook schijnveiligheid veroorzaken: ‘Stel je een verlicht park voor, maar er loopt ’s avonds helemaal niemand. Dan kan je beter de paden er buiten omheen juist goed verlichten, zodat mensen het park mijden in de nachtelijke uren.’

Wat heeft de architect bedoeld?

Het tweede aspect is: kijken. ‘Wat heeft de architect bedoeld? Wat moet er naar voren komen en hóe wil je gezien worden? Ben je een rooms-katholieke kerk of een Aldi supermarkt? Werk je met subtiele spots of felle gelijkmatige verlichting? Dat doet wat met hoe je je ergens voelt.’ Een derde kenmerk van een goed lichtplan is de verwondering, vindt Van der Cruijsen. ‘Bij een goed lichtplan moet je twee keer kijken. Bijvoorbeeld omdat je niet ziet waar het licht vandaan komt. Of wat dat lijntje betekent, bij dat gebouw. De verwondering zorgt voor de herinnering: dat is de extra laag die je als ontwerper toevoegt.’ Een goed voorbeeld vindt hij de luifel op de bovenste verdieping van het Okura-hotel in Amsterdam: ‘De kleur verandert, afhankelijk van de weersvoorspelling.’

Dynamische verlichting

Bij de verlichting van de toren van het gemeentehuis heeft hij ook een vorm van dynamische verlichting toegepast die is gebaseerd op de natuur. ‘Vanaf de snelweg zie je steeds wat anders, want de verlichting gaat mee met de kant waar de wind vandaan komt en varieert in kleur, afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid. Dus zullen passanten misschien denken: héé, is ‘ie stuk? Of zich verbazen als het licht op een andere wand schijnt. Dat zorgt dat je steeds weer kijkt, omdat je niet weet wat je gaat zien.’ In de toekomst wordt de verlichting uitgebreid, hoopt Van der Cruijsen. ‘Ik zou graag zien dat het gebouw ook licht uitstraalt, dat ervaar je weer sterker dan bij het aanlichten zoals nu gebeurt. Of dat het af en toe kan knipperen, dat die toren als het ware gaat bruisen.’ Zo is de toren van het stadskantoor een visitekaartje voor de gemeente, verwacht hij. ‘Het mag van mij nog wel wat meer knallen, we moeten onderzoeken of we dat in een tweede fase kunnen realiseren. Natuurlijk is licht een kostenpost. Maar het levert veel op: aandacht.’

Identiteit versterken van Waalwijk

Hij constateert dat lichtroutes, zoals Trajectum Lumen in Utrecht, het Amsterdam Lightfestival en Glow Eindhoven veel publiek trekken. Wet Blue is natuurlijk van een andere orde qua omvang ‘maar dit is permanent en vertelt het verhaal van de lokale leer- en schoenenindustrie. Nu komen er géén mensen naar Waalwijk. Het versterkt de identiteit van de gemeente en je moet het natuurlijk verder uitbouwen, nieuwe locaties aanpakken en een eigen ontwerp geven op basis van de micro-identiteit van een plek. Daar zijn de Rabobank, het citymanagement en de gemeente al druk mee bezig en uiteindelijk versterkt alles elkaar.’

Fotografie Hans van der Ven Photography.
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie