Recht volgens Ruby: Namaak of niet?

Wet- en regelgeving

Recht volgens Ruby: Namaak of niet?

Door: Ruby Nefkens | 25-02-2016

Wanneer is een gebouw auteursrechtelijk beschermd? Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden heeft daar onlangs haar licht over laten schijnen in het hoger beroep van een kort geding vonnis. Het hof geeft aan hoe moet worden beoordeeld in hoeverre een gebouw auteursrechtelijk beschermd is en wanneer (het ontwerp van) een gebouw inbreuk maakt op een ander gebouw. Het betreft een zaak over twee-onder-een-kapwoningen.

Advocaat Ruby Nefkens wil graag uw mening horen. U kunt reageren via nefkens@vandersteenhoven.nl

Criteria auteursrechtelijke bescherming

In de wet staat niet waar een gebouw aan moet voldoen om beschermd te zijn door het auteursrecht. In artikel 10 lid 1 van de Auteurswet staat alleen dat ‘bouwwerken’ en ‘ontwerpen, schetsen en plastische werken met betrekking tot de bouwkunde’ auteursrechtelijk beschermd zijn. In de praktijk is een bouwwerk echter niet zomaar beschermd. Het ontwerp moet voldoen aan criteria die in de rechtspraak zijn ontwikkeld. Lang gold in de rechtspraak het criterium dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat het werk oorspronkelijk is en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Met persoonlijk stempel wordt bedoeld dat de maker aantoonbaar creatieve keuzes heeft gemaakt. In 2009 is dit criterium opzij gezet door een ander: het ontwerp moet nu het resultaat zijn van een eigen intellectuele schepping van de maker. Inmiddels zijn we er wel achter dat dit nieuwe criterium niet veel verschilt van het oude. Het gaat om creativiteit. Verder geldt dat een ontwerp dat zo banaal of triviaal is dat geen sprake kan zijn van gemaakte creatieve keuzes, niet beschermd is. Daarnaast is uitgesloten van bescherming alles wat het resultaat is van een technisch effect. Als een technisch effect kan worden bereikt door een bepaalde vormgeving, kan deze vormgeving niet gemonopoliseerd worden.

Geschil

Architectenbureau B. heeft in 1999 nieuwbouwwoningen ontworpen van het type Orion I. Bouwbedrijf V. en Architectenbureau B. hebben later samengewerkt in een samenwerkingsverband met het oog op een nieuwbouwplan. Het type Orion I is toen iets aangepast en type Orion II kwam tot stand. De gemeente waar het plan aan werd voorgelegd ging niet met hen in zee. Orion II is dan ook niet gebouwd.
Bouwbedrijf V. heeft in de periode 2004-2006 vervolgens nieuwbouwwoningen gerealiseerd die erg leken op Orion I en II (verder genoemd type V.1) . Architect B. was daar niet bij betrokken. B. en V. hebben dit toen uitgevochten voor de rechter. Daaraan werden de vragen voorgelegd of
(1) de twee woningen die door B. zijn ontworpen (de Orion I en II) auteursrechtelijk beschermd zijn én
(2) V. met de woning die zij vervolgens gebouwd heeft inbreuk maakt op dat auteursrecht.

In 2010 heeft de rechter bepaald dat de Orion woningen van B. auteursrechtelijk beschermd zijn. Bovendien bepaalde de rechter dat de door V. gebouwde woningen (V.1) daar te veel op leken en inbreuk maakten op het auteursrecht van B.
V. werd bij vonnis verboden om door ‘onrechtmatig gebruik, openbaarmaking en verveelvoudiging’ inbreuk te maken op het aan B. toekomende auteursrecht op de twee-onder-een-kapwoning Orion. Overtreedt V. die veroordeling dan verbeurt V. een dwangsom van € 5.000 per overtreding, met een maximum van € 50.000.

Zes woningen V.2

V. bouwt vervolgens in 2012, zeer tegen de zin van B., zes nieuwe twee-onder-een-kapwoningen (V.2). B. verwijt V. daarmee opnieuw inbreuk op haar rechten op de Orion woningen te maken. B. verwijt V. niet alleen dat de nieuwe twee-onder-een-kapwoningen zijn gebouwd, maar ook dat deze worden afgebeeld in een verkoopbrochure en op de website van V., de naam van B. niet als architect en auteursrechthebbende wordt vermeld, de ontwerptekening is gekopieerd en nog een vonnis niet is nagekomen en de volle € 50.000 aan dwangsommen moet betalen. B. legt ten behoeve daarvan derdenbeslag op de bankrekening van een opdrachtgever van V. V. start daarop een kort geding, waarin zij opheffing van dit beslag vraagt. V. wint dit kort geding en het beslag wordt opgeheven. B. gaat daartegen in hoger beroep.

Beoordeling in hoger beroep

Een kort geding waarin de executie van dwangsommen wordt aangevochten (een zogenaamd executie kort geding) is anders dan een ‘gewoon’ kort geding, waarin de rechter zich moet buigen over de vraag of er sprake is van auteursrechtelijke bescherming en inbreuk op dat auteursrecht.
Het Gerechtshof stelt daarom eerst vast dat wanneer sprake is van een algemeen verbod (om inbreuk te maken op de auteursrechten op de Orion woningen) dan alleen die handelingen verboden zijn, waarvan in ernst niet getwijfeld kan worden dat zij inbreuken opleveren. Het hof stelt vervolgens in zijn algemeenheid vast dat van een nabootsing sprake is als de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Orion woningen (I en II) herkenbaar zijn overgenomen in de V.2. Als de woningen kopieën zijn of een grote gelijkenis vertonen met de Orion woningen dan kan er in alle ernst niet aan getwijfeld worden dat de woning V.2 onder het inbreukverbod valt. Het enkele feit dat de woningen een zekere gelijkenis vertonen is dus niet voldoende. Er moet een zodanige mate van gelijkenis zijn dat er – in alle ernst – geen twijfel mogelijk is.

Indruk totaal of losse elementen?

Hoe gaat het hof dat beoordelen? Het hof borduurt voort op het kort geding vonnis waartegen beroep is ingesteld. Daar beoordeelde de rechter de totaalindruk tussen de Orion en de V.2. Het hof stelt vast dat dat bij woningen eigenlijk geen juiste vergelijking is, omdat bepaalde elementen ook los van elkaar al auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, en dat ook die losse elementen in een dergelijk geval niet mogen worden nagebootst. De auteursrechtelijk beschermde elementen zouden dus eigenlijk apart moeten vergeleken. Het hof vervolgt echter dat dat in dit geval geen verschil maakt.

Totaalindruk vergeleken

Bij het vergelijken van totaalindrukken moeten al die elementen worden weggedacht die niet voldoende creatief zijn (banale of triviale elementen), omdat die om die reden niet beschermd kunnen zijn. Daaronder vallen ook alle technisch bepaalde elementen, die niet anders konden worden vormgegeven juist vanwege die technische functie. De 30-jaren stijlelementen komen ook niet voor bescherming in aanmerking, tenzij daaraan een eigen creatieve draai is gegeven. Het hof komt tot de tussenconclusie dat het goed mogelijk is dat de totaalindrukken wel overeenstemmen, maar dat er desondanks geen of te weinig daadwerkelijk beschermde elementen zijn overgenomen, zodat van inbreuk geen sprake is. Het omgekeerde is ook mogelijk: dat er veel verschillen zijn, maar juist wel de auteursrechtelijk beschermde elementen zijn overgenomen, wat tot gevolg heeft dat er sprake is van inbreuk.

Het hof begint met de opsomming van de punten van verschil, o.a.:
– een afwijkende voorgevel: geen steen maar glas tot aan de grond
– een andere steensoort
– afwijkende kleuren
– het ontbreken van een kenmerkend toiletraampje
– een afwijkende luifel boven de voordeur
– de afwijkende situering van het keukenblok
– de andere inrichting van de badkamer

De punten van overeenstemming zijn volgens het hof o.a.:
– vormindeling en maatvoering van de woning, in het bijzonder de breedte van de tuingerichte kamer en de positionering van het toilet in de hoek van de woning
– positionering raamopeningen en muurdammen
– de tussendorpels in de kozijnen op de eerste verdieping
– maatvoering van de erker (doorlopend en met fors overstek)
– handhaving van een luifel boven de voordeur
– de uitvoering van de garagemuur in baksteen
– het vierzijdige schild
– horizontale lijnen in de gevel

Oordeel: geen sprake van auteursrechtinbreuk

Al die punten van overeenstemming mogen B. echter niet baten. Het hof vindt dat deze punten allemaal veel gebruikt zijn in andere woningen, banaal zijn of bouwtechnisch bepaald. Op zichzelf kunnen deze elementen dan ook geen bescherming genieten en zijn zij vrij om overgenomen te worden. De combinatie van al deze elementen zou wellicht kunnen duiden op het maken van creatieve keuzes, zodat de combinatie toch beschermd kan zijn. Dat heeft B. niet toegelicht, zodat het hof daaraan voorbijgaat. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat er geen sprake is van auteursrechtinbreuk en dat er geen dwangsommen verschuldigd zijn.

Bodemprocedure  

Tussen B. en V. loopt op het moment van het schrijven van dit artikel ook nog een gewone procedure (bodemprocedure). Wellicht kan B. daarin profiteren van het feit dat het hof in dit kort geding iets beperkter heeft kunnen kijken naar de gestelde inbreuk. Het hof kon de executie van de dwangsommen immers alleen laten doorgaan wanneer in alle ernst niet getwijfeld kon worden aan de inbreuk. In een gewone procedure kan de rechter ruimer toetsen. Daarnaast kan B. nog beter trachten te motiveren dat de gemaakte combinatie van overeenstemmende elementen wel creatief is en dat V. deze te veel heeft gekopieerd.
Of B. daarin zal slagen is de vraag. Het is wel duidelijk dat V. gebruik heeft gemaakt van de tekeningen en van veel elementen van de Orion I en II. Op de vingers getikt door de rechter heeft zij de woning V.1 nog verder gewijzigd tot de woning V.2. De erker van V.2 is anders vormgegeven en ook de losse elementen zijn bijna allemaal – net even – anders.
B. voelt zich bestolen, maar ik kan mij wel vinden in de uitspraak van het hof, dat hier in (alle) ernst kan worden getwijfeld of de woning V.2 inbreuk maakt op het auteursrecht op de Orion woningen (I en II).
Bij het ter perse gaan van ArchitectuurNL 01 2016, waarin dit artikel is gepubliceerd, informeerde de advocaat van B. mij dat de gewone procedure geen doorgang vindt. Wij zullen dus niet weten wat het eindoordeel van de rechter is in deze zaak.

Wat vindt u?

Ik ben benieuwd wat u van deze zaak vindt. Is V. ook bij de woning V.2 te ver gegaan en lijkt deze nog te zeer op de Orion woningen (en de V.1)? Of is de V.2 te beschouwen als een eigen ontwerp van V. en is er geen sprake van inbreuk op auteursrecht? Stuurt u mij uw reactie toe? Alvast veel dank! nefkens@vandersteenhoven.nl

Tekst: Ruby Nefkens, advocaat intellectueel eigendom, ICT, design, architectuur, kunst, media.

Dit artikel werd gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 1 van 2016

Gerelateerd

Tags: , , , , ,
  1. wIETSE B. LIGTHART

    De lokale overheid wil vaak ook bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen vast leggen voor een gebied. Dan wordt je als ontwikkelaar en ontwerper ook in een bepaalde hoek gezet. Wordt er voor het gebied gebouwd of voor de opdrachtgever? Alles staat met communicatie en gunning tussen alle partijen. Delen is vermenigvuldigen!

    Reageer
  2. Mayke

    Om eerlijk te zijn zie ik hier een alledaags ontwerp, met een enkel afwijkend element. maar dat is zo summier.
    Ik snap dat B. hier op in gaat. Het is duidelijk dat V. zijn ontwerp gebruikt dan wel misbruikt. Dit omdat bekend is dat V. het ontwerp van B. heeft ontvangen. B. had wellicht vooraf moeten aangeven dat zijn ontwerpen gebruikt mogen worden, mits hij hierover een bedrag ontvangt per uitgevoerde woning.
    Maar auteursrechtelijk is moeilijk te winnen. Met name architectuur in de projectmatige woningbouw, is niet bijzonder afwijkend van andere ontwerpen. De plattegronden blijven van het type ‘doorzon-woning’, ook al is er het een en ander verschoven. En de jaren 20/30 stijl is populair en de bijbehorende elementen komen vaak terug, zij het in wisselende combinaties.
    ‘Architectuur: beter goed gejat, dan slecht verzonnen’. Uitspraak geleerd tijdens studie op de universiteit!

    Reageer

Schrijf een reactie