Don’t trash our future

Nieuws

Don’t trash our future

Door: Kirsten Hannema | 26-02-2014

Door architectenbureau LIAG gepresenteerd als ‘het eerste energieneutrale, Cradle to Cradle schoolgebouw van Nederland’, geroemd door Michael Braungart himself, wekt het Schravenlant Lyceum in Schiedam de nodige verwachtingen. De indruk die het gebouw achterlaat is dubbel. Functioneel zit het ontwerp goed in elkaar, architectonisch overtuigt het niet. Wie de grote entreehal van het Schravenlant Lyceum in Schiedam binnenloopt, krijgt meteen al een paar ‘lessen’ mee. Life is like a container – things go in and things go out, lees je op de balustrades langs de reusachtige groene trap in het midden. Don’t trash our future staat daarnaast, en ‘Dingen in een nieuw daglicht zetten’. Elke dag worden leerlingen, terwijl ze in de pauze op de brede treden zitten, opnieuw geconfronteerd met deze, door henzelf bedachte slogans. Wat de decoratieve spreuken ook vertellen: dit is een Duurzame School. Van buiten zie je dat niet; met zijn slanke kolommen, horizontale bandvensters en witte stalen gevels oogt de school als een ‘klassiek’ modernistisch gebouw. Je zou nooit raden dat dit ‘het eerste energieneutrale, Cradle to Cradle schoolgebouw van Nederland’ is, ‘door Michael Braungart ‒ een van de grondleggers van de C2C-filosofie – geroemd vanwege de manier waarop leerlingen, gemeente en architecten samenwerken om tot een duurzaam geheel te komen’. Aldus architectenbureau LIAG. Het zijn mooie woorden ‒ net als op de balustrades. Maar welke betekenis hebben ze voor de architectuur? Wat de tekst in elk geval duidelijk maakt, is dat duurzaam bouwen nog altijd niet vanzelfsprekend is. Er is inmiddels veel kennis en techniek beschikbaar. Maar de bouw, traag en traditioneel van aard, is nog lang niet ‘om’. Bovendien heeft de markt duurzaam inmiddels ontdekt als een woord dat goed verkoopt; zo verwordt de zoektocht naar de meest effectieve maatregelen gemakkelijk in de bereiding van een ‘groen sausje’ dat aan het eind over een ontwerp heen gegoten wordt. Een groen dak hier, een paar zonnepanelen daar – klaar.

School als duurzame les

In Schiedam lijken de duurzame ambities oprecht. Een beter milieu begint bij de gemeente, besloot men vijf jaar geleden. Toen is een Milieubeleidsplan opgesteld, met speerpunten als duurzaam bouwen en Cradle to Cradle. Het Lyceum Schravenlant moest voorbeeldproject en proeftuin worden voor het toepassen van duurzame innovaties in scholen, woonwijken, openbare ruimten en op bedrijfsterreinen. Een school waar niet alleen taal, wiskunde en geschiedenis onderwezen wordt, maar die als project ook een ‘duurzame les’ zou zijn voor leraren, leerlingen, politici, ambtenaren, bouwbedrijven en toeleveranciers. Zo werden de leerlingen vooraf uitgedaagd om zelf een ontwerp te maken voor de nieuwe school, en mochten ze voorstellen inleveren voor het ontwerp van de receptiebalie. Er werd een excursie georganiseerd naar WORM in Rotterdam, een project dat 2012 architecten (nu Superuse Studios) ontwierp met uitsluitend zelf ‘geoogste’ bouwmaterialen. Michael Braungart kwam zelfs uit Duitsland over, om aan iedereen uit te leggen wat de C2C-filosofie inhoudt (wees good in plaats van less bad).

Bij de architectenselectie in 2010 mochten twee leerlingen meebeslissen over het winnende plan. De selectiecommissie koos voor architectenbureau LIAG, dat aanvankelijk een deel van het bestaande gebouw uit 1957 wilde hergebruiken. Renovatie bleek echter financieel niet haalbaar, en de oude school werd volledig gesloopt. Het ontwerp voor de nieuwbouw is vervolgens bedacht als ‘herinnering’ aan de vorige school. Maar het mist de lichtheid en de fraaie proporties die kenmerkend waren voor het naoorlogse betonnen pand, terwijl de nieuwe stalen façades al enigszins gedateerd ogen. Zal men over vijftig jaar deze architectuur goed genoeg vinden om te willen behouden? Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Hoewel de school ‒ voorheen georiënteerd richting het spoor – in de nieuwe situatie eindelijk een gezicht naar de stad heeft gekregen, hebben het grijze schoolplein met rijen fietsbeugels en de gesloten sporthal aan de achterzijde een beperkte waarde voor de omgeving. Maar functioneel zit het ontwerp wel goed in elkaar.

Compact

De ruime, lichte hal waarin je binnenkomt – een nadrukkelijke wens van de leerlingen ‒ is het kloppend hart van de school. De hoge ruimte geeft niet alleen overzicht en een gevoel van rust, de trap maakt het ook bij uitstek een ontmoetingsplek. Tussen de lessen door wordt er gekletst en gestudeerd. Bij bijzondere gelegenheden fungeert de hal als aula en de trap als tribune; voor extra zitcomfort zijn van oude tapijtstalen en autogordels hippe kussentjes gemaakt. Zelfs na schooltijd blijken de leerlingen niet van de treden weg te slaan; dan wordt er regelmatig muziek gemaakt en gechilld. De compacte opzet, met de leslokalen rond de hal en de gymzaal erachter, is niet alleen in sociaal opzicht slim, maar vormt ook de basis van het duurzame concept. Met een minimum aan gangen zijn de leidingen kort en blijft ook het energieverlies via gevels beperkt. Bovendien biedt de structuur de nodige flexibiliteit. Als de school krimpt, dan kunnen twee deuren op slot gedraaid worden en een deel van de klaslokalen omgebouwd tot buurtvoorziening. De gymzaal is zo ontworpen dat hij nu al apart verhuurd kan worden. Mocht de school groeien, dan biedt het dak ruimte voor de bouw van extra lokalen. Door de combinatie van goede isolatie, het binnenhalen of weren van zonlicht en duurzame energiebronnen moet de school energieneutraal gaan draaien. Op het dak liggen 120 zonnepanelen, er wordt gebruik gemaakt van warmte/koudeopslag en de toiletten worden doorgespoeld met regenwater. De extra investering is gedaan met een lening van de gemeente, die wordt terugbetaald met de besparing op de energierekening.

Bonte stoet van materialen

Het gebouw is geïnspireerd op de Cradle to Cradle filosofie. Dat betekent dat de gebruikte materialen recyclebaar én vrij van gif zijn. De bekabeling bevat niet de gebruikelijke halogenen, in het tapijt zit geen lijm verwerkt en het wordt door de fabrikant teruggenomen ‒ net als de gevelplaten. De binnenwanden zijn gemaakt van gipskarton en bamboe, in de hal vind je een muur van mos en ook een deel van het dak is begroeid. Het meubilair is al voor het merendeel hergebruikt, soms met een creatieve toevoeging. Zo zijn de oude lockers omtimmerd met het bord dat op de bouwplaats stond. De draagconstructie van beton lijkt binnen deze filosofie niet ideaal. Het materiaal kan immers niet terugkeren naar zijn oorspronkelijke grondstoffen. Mocht het gebouw uiteindelijk afgebroken worden, dan zal het beton in zijn geheel vermalen moeten worden en opnieuw hergebruikt, in beton of een ander steenachtig product. Volgens de huidige wetgeving mag nieuw beton maar twintig procent hergebruikte toeslagstof bevatten, in de toekomst zal dit wellicht veranderen. Al met al omvat het project een groot aantal elementen die je als duurzaam kunt bestempelen. Het probleem is alleen dat de verschillende onderdelen nergens echt bij elkaar komen. Vooral wanneer je de bonte stoet aan materialen in de hal aanschouwt, ervaar je het gemis van een krachtige visie. Wat LIAG met het Schravenlant Lyceum in elk geval laat zien, is dat duurzaamheid niet hoeft te resulteren in een ‘ander’ soort architectuur. Het is een gewone school geworden, die haar gebruikers prima lijkt te bevallen. Maar als inspiratiebron voor de toekomst overtuigt deze architectuur niet. Tekst: Kirsten Hannema Fotografie : Moni van Bruggen en Sebastiaan Knot

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.