Lisser Art Museum

Nieuws

Lisser Art Museum

Door: Emy Vesseur | 01-11-2018

KVDK Architecten ontwierp op Landgoed Keukenhof een museumgebouw voor de collectie van de VandenBroek Foundation. Rekening houdend met de natuur- en cultuurhistorische plek en de specifieke wensen van een supermarkteigenaar als opdrachtgever, ontstond een ingetogen, transparant en flexibel instapmuseum waar kunst kijken en natuur beleven centraal staan: het Lisser Art Museum, dat najaar 2018 zijn deuren opent voor het publiek.

Landgoed Keukenhof

Op Landgoed Keukenhof in Lisse, waar de wereldberoemde bollentuin deel van is, bevindt zich een historierijke buitenplaats uit 1638 met een parkachtige tuin. Tussen de bomen van het park staat sinds begin dit jaar het Lisser Art Museum(LAM). Het museum is het onderkomen van de VandenBroek Foundation, een kunstcollectie met als thema voedsel en consumptie, opgericht door Jan van den Broek (bekend van onder andere de Dirk-supermarkten). Arie Korbee van KDVK Architecten uit Noordwijk, maakte het ontwerp: ‘De opdrachtgever wilde geen blackbox, maar een laagdrempelig en transparant museum voor iedereen, dat uitnodigt tot kunst kijken en de natuurlijke omgeving beleven.’ Om de groeiende collectie te kunnen wisselen en ook bruikleen mogelijk te maken, moest het museum bovendien flexibel zijn met een hoog technisch niveau.

Glas en baksteen

Het LAM is gesitueerd op een kunstmatige dijk in een zichtas van het park en bestaat uit twee volumes met vier lagen. ‘De dijk was een verrommelde plek met toeristische winkeltjes. Met de komst van het museum zijn de winkeltjes verdwenen en konden we het dijklichaam weer in zijn oude vorm herstellen. Daarnaast vroeg de monumentale status van de tuin om een gebouw dat geen aandacht vraagt en niet refereert aan de buitenplaats. Een modernistisch, hoog en smal gebouw met een ingetogen, natuurlijke materialisering en veel glas paste daar het beste bij,’ aldus Korbee. Een hoge entreehal is gedeeltelijk in de dijk geschoven. Glazen wanden zonder kozijnen en tussenregels zorgen voor volledige transparantie. In dit basement rijzen vier betonnen kolommen omhoog die een bakstenen volume met tentoonstellingszalen dragen. De kolommen zijn met boomschors bekleed, refererend aan de bomen in de omgeving. Een tweede bakstenen volume met tentoonstellingsruimte, kantoorgedeelte en depot, staat op de dijk en heeft een schuin aangesneden achtergevel. Als baksteen koos Korbee een handgevormde, langformaat Petersen-steen. De kleurschakeringen van de steen zijn afgestemd op het gebladerte en de schors van de omringende bomen. Ook het plafond in de entreehal is van baksteen.

Guggenheim-principe

Een loper van terracottakleurige bakstenen in tegelverband die van buiten af doorloopt in de glazen entreehal, leidt de bezoeker de dijk in. Een deel van de loper loopt langs de entreehal door de dijk langs verlichte kunstetalages. Korbee: ‘Als het museum gesloten is, kunnen wandelaars zo toch naar binnen kijken en een deel van de collectie zien. Iets wat de opdrachtgever als winkeleigenaar graag wilde.’ In de entreehal versterken wanden van bruingrijs hardsteen het dijkgevoel. Een brede trap voert naar het daglicht achterin. Hier gaat een kooiloze glazen lift naar de bovenste verdieping, het startpunt van de museumroute. Volgens het Guggenheim-principe passeert de bezoeker al dalend over brede trappen alle museumzalen. Korbee: ‘Het is een eenduidige route, dus je kunt niet verdwalen. De trappen zijn ook als tribune en tentoonstellingsruimte bruikbaar.’ Waar de twee baksteenvolumes in elkaar overgaan, bevindt zich op elke verdieping een glazen loopbrug. Vanaf deze brug heeft de bezoeker door diverse raampartijen aan vier kanten uitzicht op de natuur. Een verticaal hoekraam in de voorgevel biedt uitzicht op het kasteel.

Daglicht op elke verdieping

In deze zaal is een permanent kunstwerk van Itamar Gilboa de blikvanger, met witporseleinen afgietsels van duizenden supermarktproducten op lange planken. ‘Omdat de zalen 3,6 meter hoog zijn, wat voor museale doeleinden vrij laag is, zijn er vides aangebracht. Hier kunnen hogere kunstwerken een plek krijgen,’ legt Korbee uit. ‘Een bijkomend voordeel is dat het daglicht uit de entreehal op elke verdieping doordringt.’ Alle techniek is verwerkt achter akoestische plafond- en wandpanelen. Ten behoeve van de flexibiliteit zijn de museale ruimtes in de breedte opdeelbaar en is tegen de plafonds een grid met rails bevestigd, waaraan de beweegbare verlichting hangt.

Geen tekstbordjes

Naast de doordachte inrichting beschikt het gebouw over een aantal duurzame oplossingen, zoals een bezettingsgestuurde luchtbehandelingsinstallatie, warmte/koudeopslag, grijswatersysteem voor de toiletten, een betreedbaar sedumdak en een verlaagd energieverbruik door de ruime mate aan gefilterd licht. Het depot bevindt zich in de dijk, waardoor verkoeling en verduistering niet nodig zijn. In nog een ander opzicht is het museum anders: tekstbordjes ontbreken. Bezoekers krijgen bij binnenkomst een digitale tour langs vijf werken. Het idee hiervan is, dat ze met aandacht kijken om daarna te wandelen in het park en een andere keer weer terugkomen.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2018

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.