Nationale funderingsramp: herstel kostbaar en ingrijpend

Nieuws

Nationale funderingsramp: herstel kostbaar en ingrijpend

Door: d.vancapelleveen | 14-08-2019

De aanhoudende droogte van afgelopen zomer maakte duidelijk dat in Nederland een miljoen woningen van voor de jaren zeventig funderingsproblemen hebben. Deze problemen zijn op verschillende manieren te herstellen. Maar alle oplossingen hebben één ding gemeen: herstel is kostbaar en ingrijpend. Een funderingsonderzoek alleen al kost 4.000 à 5.000 euro. De kosten voor funderingsherstel bedragen gemiddeld 54.000 euro tot zelfs 100.000 euro per woning.

Funderingsproblemen kunnen op verschillende manieren hersteld worden. Een ervan is de tafelmethode. Hierbij wordt een betonnen vloer ingekast in de bestaande fundering en vervolgens op nieuwe palen gezet. Een andere manier is de zogenoemde ‘Momfer de Mol’-methode. Hier wordt een tunnel gegraven onder de woningen door, zo’n 2 meter onder beganegrondvloer, om plaats te bieden aan een kleine heistelling die nieuwe palen aanbrengt. De VDM-methode is een andere mogelijkheid. Hierbij wordt een sparing gemaakt in de dragende muur met daarin een opvangconstructie voor de muur. De sparing zelf wordt gebruikt om een stalen buispaal in de fundering te persen.

Bij funderingen op staal kunnen de problemen vaak opgelost worden door (plaatselijk) grondverbetering uit te voeren of door de constructie te verlichten – bijvoorbeeld door de zandlaag onder de vloer te vervangen door schuimbeton dat samen met de bouwmuren een geheel vormt. In extreme situaties moeten stalen buispalen rondom worden toegepast.

Kostbaar en ingrijpend

Alle oplossingen hebben één ding gemeen: herstel is kostbaar en ingrijpend. Een funderingsonderzoek alleen kost al gauw 4.000 tot 5.000 euro. “Als je gezamenlijk onderzoek doet per bouwblok, kun je de kosten reduceren tot 1.500 euro. We zijn ook bezig met de ontwikkeling van een soort quickscan waarbij we sneller en goedkoper kunnen vaststellen of er problemen zijn”, zegt ir. Dick de Jong, directeur van Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). “De kosten voor herstel zelf kunnen oplopen van 40.000 tot 80.000 euro of meer. Bedragen die maar weinig mensen op hun bankrekening hebben staan.”

Onderzoek en herstel

Behalve de kosten is een complicerende factor dat je de funderingsproblemen bij woningblokken altijd in hun geheel moet onderzoeken en herstellen. Dat lukt alleen als je al de bewoners en/of eigenaren meekrijgt. Volgens De Jong negeren veel woningbezitters dan ook de problemen in de hoop dat het mee zal vallen. Daardoor wachten ze vaak te lang, totdat de gevolgschade ernstig is en preventie niet meer mogelijk is.

Waarde van huis minder

Hij begrijpt die houding wel. Bewoners die ineens te horen krijgen dat er iets mis is met de fundering van hun huis gaan door een soort rouwproces heen. Eerst is er ontkenning, daarna woede en dan krijgt de gemeente, het waterschap of iemand anders de schuld. “En die partijen kúnnen allemaal een rol spelen, maar daar heb je weinig aan. Bewoners zijn dus erg terughoudend om schade te melden, omdat dan de waarde van je huis gelijk een stuk minder is en ook slecht verkoopbaar wordt. Uit rechtszaken blijkt dat je achteraf maar moeilijk kunt bepalen wat de oorzaak is van funderingsschade en wie daar dan verantwoordelijk voor is. Uiteindelijk ben je in de huidige situatie voor de wet zelf verantwoordelijk voor het probleem. Daar komt bij dat gemeenten niet op dit dossier zitten te wachten, wat blijkt uit het feit dat iets meer dan tien van de 130 Nederlandse gemeenten waar wij problemen zien, serieus met de funderingsproblematiek bezig is.”

Omgaan met funderingsproblematiek

De Jong wijst er in dit verband op dat inmiddels dertig gemeenten informatie over zakkende grond hebben ingewonnen. KCAF geeft binnenkort voorlichtingsavonden over hoe om te gaan met de funderingsproblematiek. Tot zijn verbazing zijn er ook gemeenten die de problematiek ontkennen. De Jong denkt dat dit komt omdat bewoners de problemen nog niet gemeld hebben bij de gemeente. “En als bewoners dat dan wel doen, dan zeggen die gemeenten dat het niet hun verantwoordelijkheid is. De landelijke overheid biedt ook geen soelaas want die zegt dat alles gedecentraliseerd is en je dus bij de gemeente moet zijn. Het is een vicieuze cirkel en die moeten we doorbreken.”

Groninger aardbevingsproblematiek

De Jong vergelijkt het met de Groninger aardbevingsproblematiek. Ook daar is niemand bereid echt verantwoordelijkheid te nemen terwijl de schade aan woningen en gebouwen steeds groter wordt en mensen te lang moeten wachten op schadevergoedingen. “Daar ben ik wel bang voor ja, maar de vraag is of de overheid juridisch gezien de verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners mag neerleggen. In de waterwet is namelijk opgenomen dat gemeenten een zorgplicht hebben als het gaat om grondwater en hemelwaterafvoer. Als lokale overheid op dat vlak aantoonbaar nalatig is, dan blijft die eigen verantwoordelijkheid van burgers voor het waterbeheer op eigen terrein juridisch gezien misschien niet overeind. Dat moeten we afwachten, want de waterwet is er nog maar net.”

Fonds Duurzaam Funderingsherstel

De Jong vindt dat als funderingsherstel onvermijdelijk is er een goede financiering moet komen voor huiseigenaren. Een eerste stap in die richting is het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Hiermee kunnen bewoners het funderingsherstel financieren. Tot nu toe doen er nog maar drie gemeenten officieel aan mee.

Drie vormen van preventie

Voorkomen is beter dan genezen, zo ook bij funderingsproblemen. KCAF ziet preventiemogelijkheden op drie gebieden. Als eerste een goede voorlichting en communicatie. “Dus kopers en bewoners informeren. Dat doen wij bijvoorbeeld al met onze nieuwsbrieven, maar gemeenten spelen daarbij ook een rol. Verder geven we cursussen aan gemeenten en diverse beroepsgroepen.”

Een tweede preventieve maatregel is actief grondwaterbeheer. “Als lokale overheid kun je met goed beheer het grondwaterpeil op niveau houden en zo droogstand en inklinking in stedelijke gebieden voorkomen. Dat gebeurt nu te weinig, terwijl er in veel steden peilbuizen staan. Het is dus zeker te realiseren.” Als laatste is er de aanpak van de bacterie die houten funderingspalen aantast. “We doen samen met het SHR onderzoek om de bacterie te doden. De resultaten zijn veelbelovend. Een houten paal blijft in de grond water transporteren en dat voedt de bacterie. Door dat transport te stoppen gaan ze dood. Als we de financiering voor vervolgonderzoek rond krijgen, willen we de methode in de praktijk gaan testen bij een aantal woningen.”

Herstel van de markt

Als er dan toch hersteld moet worden, lijkt er een compleet nieuwe markt voor bouwbedrijven te ontstaan. De eerste partij die met een relatief goedkope en weinig ingrijpende methode op de proppen komt, kan zomaar eens spekkoper zijn. Toch ziet De Jong ook daar problemen. “De bouwmarkt is natuurlijk helemaal overspannen. En als een heibedrijf moet kiezen tussen heien in een bestaande situatie met alle risico’s of ergens in het weiland, dan kiest men altijd voor het laatste. Daarnaast zijn er maar weinig echte gespecialiseerde bedrijven, slechts tientallen.”

KCAF hoopt dan ook dat er snel beweging komt in een financieringsmodel om de markt op gang te krijgen. Want we kunnen niet al te lang meer wachten. “Er is iets aan het borrelen in de bodem van Nederland. Er hoeft nog maar zo’n zomer te komen en we zullen veel meer klachten en problemen krijgen en dat moeten we eigenlijk voor zijn”, besluit De Jong.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.