Associatieve architectuur van Tomas Dirrix

Platform jong talent

Associatieve architectuur van Tomas Dirrix

Door: Jacqueline Knudsen | 25-09-2019

‘Ik ben op zoek naar een architectuur van persoonlijke ervaring en verbeelding. Ik zet fragiliteit tegenover bruutheid. Beslotenheid naast open ruimte.’ De tegenstelling die architect Tomas Dirrix zoekt, uit zich ook in de materiële afwerking. ‘Bij de bistro Inside Out op het dak van het Schieblok in Rotterdam heb ik in een bestaande muur gaten geslagen als raam. Om deze ingreep te dramatiseren, heb ik de ruwe steen in het zicht gelaten. Een strak raamkozijn brengt spanning tussen het oude en het nieuwe.’

Voor de inrichting van de alternatieve kunstbeurs Unfair in 2018 heeft architect Tomas Dirrix (1988) zich laten inspireren door de oervorm van een beurs: een tentenkamp. ‘De allereerste beurzen waren tijdelijke nederzettingen van doeken en stokken met in het midden een plein waar werd gehandeld. In de tenten, de nissen en de gangpaden werd gekookt, geslapen en gefeest.’ De rechthoekige plattegrond van Unfair is door Dirrix gevuld met drie langgerekte kronkelende gangpaden van houtplaten met vouwen, plooien en hoekjes, net als tenten eigenlijk. De beursvloer oogt als een labyrint. In de witte wanden – ‘het is tenslotte ook een tijdelijk museum’ – zitten gaten die onverwachte doorkijkjes bieden. ‘Soms loop je door een nauwe gang, soms sta je met andere bezoekers op een open plek en zie je meerdere kunstwerken tegelijk. Een kunstbeurs is immers ook een plek om je te laten verrassen. En om andere mensen te bekijken.’

Bouwen als kunst

Het portfolio van Dirrix (TU Delft, 2014) bestaat hoofdzakelijk uit dit soort autonome ontwerpen met een intensieve ruimtelijke ervaring. ‘Architectuur is voor mij een culturele discipline. Het is niet voor niets ook bouwkunst. Bouwen als kunst.’ Oftewel: ‘Hoe transformeer je materiaal tot een ruimtelijke structuur die de verbeelding prikkelt.’ Dat scheppende proces is voor Dirrix het wezen van architectuur. ‘Ik wil daarbij zo veel mogelijk bereiken met zo min mogelijk ingrepen. Ik woeker met materialen en gestalte.’ Momenteel werkt Dirrix aan een paviljoen voor het Vlaamse kunstfestival Horst op een voormalig fabrieksterrein nabij Brussel, een uitnodiging die elk jaar naar een jonge architect gaat. ‘Het ontwerp transformeert een vierkante put, reeds aanwezig op het perceel, in een verdiepte arena waarin het publiek een concert of voorstelling kan bijwonen. Erboven wordt een enorme platte ballon opgehouden door gesnoeide bomen en stammen. Dirrix zet een maquette op de werktafel in zijn Rotterdamse studio en blaast met een flexibele pvc-buis lucht in een plastic zak, die aan rechtopstaande stokjes is geknoopt. Het is nogal levendige visualisatie, maar essentieel voor Dirrix. ‘Het helpt mij grip te krijgen op een structuur die ik nog nooit eerder heb gebouwd, met een techniek en materialen die ik ook nog nooit eerder heb gebruikt.’ Hurkend met zijn oog op tafelhoogte: ‘Kijk, zo zweeft het paviljoen laag boven de grond als je komt aanlopen.’

Tegenpolen

Voor zijn afstuderen verdiepte Dirrix zich in de Romantiek, de kunststroming uit de eerste helft van de 19e eeuw. ‘Net zoals dit een reactie was op het dwingende gedachtegoed van de Verlichting, ben ik op zoek naar een architectuur van persoonlijke ervaring en verbeelding in een tijd waarin de bouwwereld steeds onpersoonlijker en systematischer wordt.’ Kenmerkend voor de Romantiek is het verenigen van tegenpolen: Het gevoel versus de ratio. De mens versus de natuur. De eenzaamheid van het individu versus de massaliteit van de mensheid. Exact wat Dirrix ook nastreeft met zijn architectuur. ‘Ik zet fragiliteit tegenover bruutheid. Beslotenheid naast de open ruimte.’ De tegenstelling die Dirrix zoekt, kan zich ook uiten in de materiële afwerking. ‘Bij bistro Inside Out op het dak van het Schieblok in Rotterdam heb ik in een bestaande muur gaten geslagen als raam. Om deze ingreep te dramatiseren, heb ik de ruwe steen in het zicht gelaten. Aan de buitenkant zitten juist strakke raamkozijnen over de grillige gaten. Hierdoor ontstaat een spanning tussen het oude en het nieuwe. Tussen binnen en buiten ook.’ Materialiteit speelt een dominante rol in de architectuur van Dirrix. Voor een prijsvraag voor een wooncomplex in een bosrijke rand van Eindhoven bedacht hij vier ranke woontorens met elk vier zelfstandige woonlagen. De vier gebouwen zijn geheel van hout en zijn geschakeld met een luchtbrug die tevens balkon is voor de woningen op de tweede en derde verdieping. ‘Ik heb bewoners de intense ervaring willen geven daadwerkelijk tussen bomen te leven. Daarom zijn de buitengevels bekleed met boomstammen met schors, het restmateriaal van houtproductie feitelijk. Door die opbollende planken met een grillige structuur staan de gevels onder een natuurlijk spanning. In het midden van de vier woontorens staat bovendien een grote boom.’

Aanzet tot verwondering

Met zijn autonome architectuur met kunstzinnige aspiraties lijkt Dirrix zich te onttrekken aan de tijdgeest zoals deze werd geschetst in het recente Architectuur Jaarboek 2018-2019. Architectuur is daarin geformuleerd als een ‘antwoord op de toenemende druk die zich overal in het maatschappelijk en economisch domein manifesteert’, zoals een toenemende mobiliteit en zorgvraag, verhit klimaatdebat en overkokende huizenmarkt. Na de iconische Superdutch van het fin de siècle en de bottom-up initiatieven en tijdelijkheid van de crisisjaren wordt er weer naar architectuur gekeken voor oplossingen. ‘Ik focus op het ontwikkelen van een architectuur die ons bewust maakt van de fundamentele aspecten van het bestaan. Gebouwen die ons iets zeggen over de plek en tijd waarin ze staan en door middel van hun gestalte en materiaalgebruik persoonlijke verbindingen en associaties mogelijk maken’, verduidelijkt Dirrix zijn keuze. ‘Om te spreken met de woorden van Novalis: Romantiseren betekent ons bewust maken van de magie, het mysterie en het wonder van de wereld. Het leert onze zintuigen het gewone te zien als buitengewoon, het vertrouwde als vreemd, het alledaagse als heilig, het eindige als oneindig.’

Multisensory museum

Dat betekent overigens niet dat Dirrix zich niet verhoudt tot maatschappelijke vraagstukken. ‘Door het bevragen van de status quo in architectuur draag ik bij aan bewustwording. Misschien moeten we niet meer alles maar in beton gieten maar leren denken in opblaasbare constructies. Of bouwen in samenhang met de natuur.’ Voor het Van Abbemuseum in Eindhoven boog hij zich over het multisensory museum, een museum dat niet alleen visueel prikkelt en uitdaagt. ‘We hebben de witte muren vervangen door gekleurde en gekromde wanden die uitnodigen om te worden aangeraakt, als een lichaam bijna. Het steriele afstandelijke museum wordt zo een tactiele en haptische ervaring.’ Een actueel en urgent thema wat daarbij werd uitgediept is inclusiviteit. ‘Wij hebben ook gekeken hoe we het museum toegankelijker kunnen maken voor mensen met een handicap. In de wanden zitten gepolijste geleidelijnen op verschillende hoogte voor slechtzienden en mensen met een rolstoel. Ook hebben we de loopbrug verhoogd voor beter zicht.’ Na zijn afstuderen werkte Tomas enige tijd met zijn vader Bert Dirrix, medeoprichter van Diederendirrix, een bureau dat gekenmerkt wordt door maatschappelijke opgaven met een complex en technisch programma van eisen, zoals woningbouw, scholen en herbestemming. ‘Natuurlijk heeft mijn vader grote invloed op mij gehad. Al was het al in mijn keuze voor de TU Delft en niet Eindhoven, waar hij de faculteit heeft ontworpen. Maar onze interesses verschillen. Niet voor niets werkte ik op hun onderzoeksafdeling. Uiteindelijk was de logische stap in 2017 de start van een eigen bureau om zo mijn persoonlijke visie verder ontwikkelen: atelier Tomas Dirrix. Al krijg ik steeds meer respect voor de complexiteit van de projecten waaraan ze bij Diederendirrix werken.’

Possible structures

Een doorlopend onderzoeksproject is Possible Structures. ‘Dat is een vrije oefening in ruimte en constructie door het maken van vormstudies en maquettes. Van abstracte vormen in klei die niet meer zijn dan gedachtenspinsels, tot schetsen of maquettes van een mogelijk gebouw. Het zijn verkenningen van wat architectuur ook allemaal zou kunnen zijn.’ In zijn studio in het Oude Noorden van Rotterdam wordt de centrale plek ingenomen door een ouderwetse hoge werktafel. Daarop staan geen computers of andere digitale apparatuur maar liggen vellen schetspapier, een schaal vol potloden en pennen, mesjes en scharen. Onder de tafel staan dozen vol vormstudies van klei, papier, gaas en andere materialen van de bouwmarkt. De stellingkast naast deze werktafel staat vol maquettes en sculpturen waarin vagelijk een architectonische constructie is te herkennen. ‘Het is mijn persoonlijke bibliotheek waaruit ik inspiratie haal.’

Envisions

Als enige architect is Dirrix lid van Envisions, een gelegenheidscollectief van alumni van de Design Academy Eindhoven dat in samenwerking met de industrie of opdrachtgevers zoekt naar innovatieve materialen of alternatieve productietechnieken. Het laatste project was een onderzoek naar bestrating, een opdracht van de gemeente Eindhoven. ‘Bij het bestaande stedenbouwkundig plan moest een bijpassende steen worden ontworpen. Wij zijn op fabrieksbezoek geweest en deze werktafel lag vol met steensoorten. Waarvan kan een straatsteen worden gemaakt? En hoe moet deze er dan uitzien? Als architect geeft dit mij de mogelijkheid niet alleen met een bouwsteen iets te ontwerpen, maar in dit geval ook de andere richting uit, de bouwsteen zelf vorm te geven.’ Bovendien vindt Dirrix de samenwerking met productontwerpers verfrissend. ‘Als architect word je uiteindelijk opgeleid om bij een bureau te werken. Ontwerpers zijn juist individueel ingesteld. Daar herken ik mij in.’

Favoriet historisch gebouw? De Bedouintent. Het is waanzinnig dat na duizenden jaren een constructie gemaakt van zwart kameelhaar nog steeds op dezelfde manier wordt gebruikt. Geen enkel stenen gebouw doet dit na.

Favoriet hedendaags gebouw? Gebouwen die op een uitdagende en inventieve manier met materiaal en structuur – ruimtelijk en als constructief idee – omgaan bijvoorbeeld het Noorse Forkvik Ferry Port gebouwtje van Manthey Kula Arkitekter.

Favoriet Nederlands gebouw? De ogenschijnlijke eenvoud en het vervreemdende effect van de Rotating house van John Körmeling in Tilburg.

Favoriete architect? De architect die op een verbeeldende manier uitdrukking geeft aan de architectuur, zoals Lina Bo Bardi, Alexander Brodsky, Kazuo Shinohara.

Favoriete hedendaagse architect? De meeste inspiratie krijg ik van samenwerkingen met leeftijdgenoten en bevriende ontwerpers, architecten en kunstenaars, waarvan enkele ook reeds in deze rubriek Platform zijn belicht.

Favoriete Nederlandse architect? Mijn vader, Bert Dirrix. Hoewel ik vaak ook een andere kijk op de architectuur heb, zijn er weinig anderen waarvan ik weet dat ze zich zo genereus en kundig hebben ingezet voor de stedelijke ontwikkeling in Nederland, daar heb ik echt bewondering voor.

Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Ik voel me niet specifiek verbonden aan Nederland. Ik ben telkens opzoek naar andere werkcondities, plaatsen, technieken. In januari ga ik voor een residency naar Senegal, ik zal daar met de lokale middelen en directe context werken.

Wat zou je nooit ontwerpen? Iets waarvan de opgave niet deugt of waarvoor eigenlijk geen ontwerp nodig is.

Wat irriteert je het meest in het vak? Het businessmodel. Grensverleggend ontwerp wordt binnen de architectuur nauwelijks gestimuleerd en gewaardeerd. Het is vanzelfsprekend dat je voor een bijzonder kledingstuk of stoel een meerprijs betaalt voor het ontwerp. Bij de aanschaf van een huis is dat vaak niet zo, het maakt feitelijk niet uit hoe het is gemaakt.

Wat is je droomopdracht? Een cabane of huis op een aansprekende plek.

Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Situaties, materialen of omstandigheden die ik in het dagelijks leven tegenkom en beeldende kunst.

Meest waardevolle advies ooit? Stel het bouwen zo lang mogelijk uit, aldus Rem Koolhaas. Het heeft mij doen inzien dat bouwen niet het doel is maar een methode om iets te realiseren en dat een project ook simpelweg bestaat als idee, op zichzelf.

Dit artikel is geschreven door Jeroen Junte en gepubliceerd in ArchitectuurNL 4 2019

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.