Bloot Architecture: Functionele schoonheid is het hoogst haalbare

Platform jong talent

Bloot Architecture: Functionele schoonheid is het hoogst haalbare

Door: Jeroen Junte | 06-10-2015

2014 had een wervelend einde voor Tjeerd Bloothoofd (1982) van Bloot Architecture. In december won hij de Jonge Architectenprijs 2014 van Architectenwerk met zijn ontwerpen voor het Amsterdamse kunstencentrum P/////AKT. Maar voorjaar 2015 werd bekend dat zijn ontwerpen niet worden gerealiseerd, en enkele andere prijsvraagontwerpen die ook lof oogstten, evenmin. Deze zomer voltooide Bloothoofd wel een bijzondere uitbreiding van een boshuis en een fris interieur voor de Raad van de Kinderbescherming.

2015 had een wervelende start voor Tjeerd Bloothoofd (1982) van Bloot Architecture. Hij was winnaar van de Jonge Architectenprijs van Architectenwerk voor een tijdelijke (voorzet)gevel en een nieuwbouw vleugel voor het Amsterdamse kunstencentrum P/////AKT. Naast een geldprijs kreeg hij de titel Jonge Architect Van Het Jaar. ‘Vleiend’, beaamt de Haagse architect. ‘Maar een half jaar later heeft dit me nog geen nieuwe opdrachten opgeleverd.’ Ook worden zijn ontwerpen niet gerealiseerd. ‘Dit is een prijsvraag zonder bouwgarantie.’ De opdracht was de zichtbaarheid van P/////AKT vergroten met een nieuwe pui. Bloothoofd bedacht een gevel die bestond uit schuin geplaatste lamellen die waren beplakt met klittenband. ‘Het logo van P/////AKT bestaat uit vijf schuine strepen. De gevel kan daardoor eenvoudig worden beplakt met letters of zelfs een gekleurde stof. Maar ook zonder deze decoratie zorgen de schuine lamellen voor een herkenbaar grafisch patroon.’ De nieuwbouw bestond uit strakke betonnen blokken waarin de verschillende functies waren ondergebracht, zoals kantoor, expositieruimte en de artist-inresidency’s. Tussen deze afgebakende ruimtes vormden zich natuurlijke ontmoetingspunten. ‘Dit ontwerp had ik graag gebouwd.’

Ecopassage de Schie

Bijna resulteerde een gewonnen prijsvraag wél in een opdracht. ‘Voor Midden-Delftland heb ik met een andere architect Ecopassage de Schie ontworpen, een voetgangersbrug over de Zweth annex verblijfsplek. Maar de vader van mijn partnerarchitect werkte bij deze gemeente, waardoor we uiteindelijk werden uitgesloten van competitie.’ Prijsvragen zijn niettemin een dankbare bron van inspiratie voor Studio Bloot, die uit noodzaak werd geboren. ‘Mijn contract werd niet verlengd.’ Hoewel hij diverse keren een eervolle vermelding kreeg – en zelfs tot Jonge Architect van het Jaar 2014 werd verkozen – resulteerde dat nauwelijks in opdrachten. ‘Maar het is toch een effectieve manier om de wereld te laten zien dat je bestaat. Daarbij zijn prijsvragen een manier om mij te verdiepen. Het zijn uiteenlopende en vaak interessante opgaven.’

Longstay hotel

Soms sluit de theorie van een prijsvraag alsnog aan bij de praktijk. Zo kreeg Bloothoofd een eervolle vermelding in een prijsvraag voor een glazen hotelwand die was uitgeschreven door hospitalityconcern Van der Valk en glasproducent AGC. De opdracht was om de veelzijdigheid van glas als materiaal te tonen bij de upgrade van een bestaand hotel. ‘Ik heb meerdere glazen panelen in de kamer geplaatst, waardoor de kamer werd ingedeeld in verschillende zones.’ De jury prees zijn ontwerp om het ‘boeiende spel van overlappende glazen vlakken’. Het toeval wil dat Bloothoofd momenteel met een bevriende architect werkt aan een hotel in Hoofddorp van een Chinese ondernemer. ‘Het is een vernieuwend concept voor longstay. Het is een mix van hotelconcept en woonstudio. In elke kamer is één centraal blok waarin de keuken en wc/ douche zijn geplaatst. Daaromheen is de leefruimte met een eettafel en een verhoogd bed.’ Daarnaast werkt hij met een andere architect aan de transformatie van een oude school tot een hotel in Amsterdam. ‘Dus de ervaring met de prijsvraag voor een hotelkamer komt goed van pas.’ Bloothoofd studeerde in 2007 af aan de TU Delft in de vakgroep Publieke Gebouwen. ‘Dat is toch de jongensdroom van elke architect, grote gebouwen realiseren in de publieke ruimte. Een bibliotheek ontwerpen, of een stadhuis.’ De praktijk is weerbarstiger: ‘Ik doe nu hoofdzakelijk transformatie en renovaties.’ Omdat hij als zelfstandig architect professionele reflectie mist, zoekt hij vaak samenwerking. Zo maakte hij met architectenbureau Filip Mens een ontwerp voor een bescheiden studio in de klusflat Kleiburg in de Amsterdamse Bijlmer. De Eenpersoonswoning met een stoere betonvloer in het zicht wordt in het midden opgedeeld door een badkamer die als een meubel in de ruimte staat. Dankzij een lichtdoorlatende wand fungeert de badkamer ook als lichtbron. Ook maakte hij gebouwontwerpen, zoals een vergunningsvrij en duurzaam tuinhuis in Den Haag dat dienst zal doen als retraite.

Sloophout en placemaking

Maar het publieke gebouw blijft trekken. Zo maakte hij een ontwerp voor een prijsvraag voor de markering van het geboortehuis Erasmus. ‘Het was niet echt een gebouw maar meer een folly met de contouren van een huis. Het is feitelijk een landschappelijk element; een onderdeel van de openbare ruimte. Met zitplekken en kleine activiteiten nodigt uit om te verblijven. Binnen wordt informatie gegeven over Erasmus. Maar ook het lijnenspel van de folly verwijst naar de verschillende ruimtes van een woonhuis uit de tijd van Erasmus. Er kan dus bijvoorbeeld een werkkamer zijn met een stoel en tafel met daarop informatiepanelen over dit Rotterdamse icoon.’ De folly zal grotendeels onderhoudsvrij zijn. Waarschijnlijk zal er 1 keer per jaar een schoonmaakbeurt nodig zijn om al het witte staal te ontdoen van vuil. Een kleinschaliger ontwerp van een publieksgebouw was de Kaskiosk, waarin eten wordt verbouwd en kan worden gekookt. Als de kas omhoog wordt gehesen opent zich een bar rondom het gehele gebouw met daaraan een levend pizzabuffet; een op plukhoogte geplaatste ingrediëntentuin om je pizza mee te beleggen. De constructie van steigerbuizen heeft een opbouw van transparante golfplaten. De ingrediëntentuin en bar worden opgebouwd uit sloophout. De pizzaoven wordt gemaakt van oude bakstenen, kippengaas en klei. Opgevangen regenwater wordt gebruikt voor de bewatering van de planten. ‘Met dit volledig duurzame gebouw wil ik stedelijke gebieden opwaarderen. Ook zal het bijdragen aan de bewustwording van voedselverbouw en -productie in de bebouwde omgeving.’ Met dit tijdelijke bouwwerk was Bloothoofd winnaar van een prijsvraag voor de Dag Van De Architectuur in 2012 met als thema voedsel; de realisatie van een Kaskiosk in het toekomstige Tudorpark in Hoofddorp ging uiteindelijk niet door.

Kwaliteit toevoegen

Met deze ontwerpen speelt Bloothoofd met actuele thema’s als hergebruik, placemaking en tijdelijkheid. Maar de brede discussies over de huidige staat van architectuur, alsmede de toekomst ervan, volgt hij slechts op afstand. ‘Zelfbouwkavels, cpo’s en andere vormen van particulier opdrachtgeverschap zijn een interessante groeimarkt. Maar mij trekt dat niet zo. Het is meer overleggen dan ontwerpen.’ Ook tot ondernemerschap voelt hij zich niet aangetrokken. ‘Een gelikte formule ontwikkelen voor een familiewoning in de achtertuin is niets voor mij. En dan moet zo’n woonconcept vervolgens ook nog in de markt worden gezet. Sta je daar als een marktkoopman op een beurs. Maar ik ben helemaal geen zakenman. Ondernemen en acquisitie doen vind ik moeilijk. Ik ben ontwerper. Ik wil kwaliteit vermeerderen. Schoonheid brengen.’ Een inspiratiebron is het Eye Filmmuseum aan het IJ in Amsterdam. ‘Zoals dat gebouw daar ligt, wit en ongenaakbaar in een bocht van dé rivier van Amsterdam. Dat voegt echt kwaliteit toe aan de stad. Het trekt ook nieuwe mensen naar best wel een ruig gebied. Amsterdammers gingen toch niet voor hun lol naar Noord. Nu is het een uitje geworden. Dit opvallende gebouw heeft daar een cruciale bijdrage aan geleverd.’

Steen en groen

Natuurlijk zijn er grote actuele onderwerpen waarin hij zich wil vastbijten. ‘De verdichting van de stad wordt steeds belangrijker. Nog steeds trekken meer mensen naar steden. Het platteland loopt leeg, ook in Nederland. Hoe gaan we daarmee om?’ Boot pleit voor ‘een harde grens’ tussen steen en groen. ‘De uitstraling van een stad mag van mij nog grootstedelijker. Ik vind het optoppen van bestaande gebouwen interessant. Maar dan moet daarnaast ook een heel mooi, groen park liggen met een duidelijke recreatieve functie. Niet een groenstrook om naar te kijken maar een kwalitatieve verblijfsruimte. Dan versterkt het groen de gebouwen en vice versa.’ Deze interesse in de openbare ruimte in de stad heeft hij vanaf zijn studie Bouwkunde aan de TU Delft. Maar de afgelopen vijf jaar was hij te beslommerd met de start van een eigen bureau, dat hij nauwelijks tijd had om te reflecteren. ‘Daarom was het invullen van de vragenlijst die bij dit interview hoort zo prettig. Vragen als wat je favoriete architecten of gebouwen zijn, dwingen je om terug te gaan naar je referenties. Wat is de architectuur die ik bewonder en die mij heeft beïnvloed?’ Zo ontdekte hij dat hij eigenlijk zeer onder de indruk van een paviljoen van het grote bureau Foster + Partners in Marseille. ‘Terwijl dit niet eens een echt gebouw is. Het is slechts één spiegelend plat plafond dat rust op een open structuur van smalle pilaren. Maar het heeft de juiste proporties en een helder lijnenspel. Mensen gaan ernaar toe puur om de architectuur te ervaren. Die functionele schoonheid is voor mij het hoogst haalbare.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Sagrada Familia, een fenomeen met een ongekende schoonheid. Daarbij onlangs nog bezocht.
Favoriet hedendaags gebouw? Zo veel moois. Wat mij recentelijk bij staat van een gebouw dat indruk op mij maakte is het Vieux Port Pavilion door Foster + Partners in Marseille. Een prachtige publieke interventie die de stad aanvult en verfraait.
Favoriet Nederlands gebouw? Er is nooit één oplossing of één concept het juiste, maar soms lijkt dat wel zo. Als een gebouw dat gevoel teweeg brengt, is het een voltreffer en stijgt het boven zichzelf uit. Het nieuwe Rotterdamse Centraal Station; subliem. En een beeld wat mij ook nooit meer los laat is de Parasite Las Palmas van Korteknie Stuhlmacher Architecten.
Favoriete architect? Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa/Sanaa, Rem Koolhaas, Sou Fujimoto, John Lautner, Toyo Ito, Peter Zumthor… en ik ben vast nog iemand vergeten.
Favoriete hedendaagse architect? Suppose Design Office is het eerste wat mij te binnen schiet. 1:1 maquette-architectuur. Letterlijk vertaalde concepten met spannende ruimtes, verrassend materiaalgebruik en strakke detaillering. Wellicht wel een beetje ‘blije’ architectuur, maar ja. De Sanaa-adepten SO-IL Architects maken ook zeer fraaie gebouwen.
Favoriete Nederlandse architect? Rem.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Ergens waar het warm is. Puur klimatologische beweegredenen. Ik geloof niet in een betere (werk)cultuur, Nederland incluis. Ik voel mij een wereldburger, maar ik denk dat ik wel gewoon hier blijf. Wat zou je nooit ontwerpen? Iets lelijks.
Wat irriteert je het meest in het vak? Gratuite meningen. Alhoewel sommige gebouwen of ideeën natuurlijk wel echt je verdraagzaamheid op de proef kunnen stellen. Het is net als met ‘slecht’ gedrag; als je je best doet om te kijken waar de oorsprong van het gedrag ligt, is het vaak uit te leggen en te begrijpen.
Wat is je droomopdracht? Een combinatie van een inspirerende opdrachtgever, raakvlakken met het publieke domein en geen bezuinigingen.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Veelal gebeurt een creatief proces door associatief denken. In je eigen denkwereld ofwel in een gesprek. Als je een situatie uit de context haalt en plaatst in een nieuwe omgeving, kun je tot nieuwe inzichten komen en jezelf inspireren. Vaak is er ook sprake van een ‘ruimtelijke’ onverwachte ervaring. Dit kan je proberen te zien in wat voor omgeving dan ook, maar je kunt het ook forceren door intuïtief te experimenteren in maquettes, tekeningen en 3d computermodellen.
Meest waardevolle advies ooit? Niet te veel ideeën in een ontwerp proberen te stoppen.

www.bloota.nl

Toelichting bij de foto’s
1. Tjeerd Bloothoofd (1982) studeert in 2007 af in de vakgroep Publieke Gebouwen, Bouwkunde TU Delft. Hij werkt bij diverse ontwerp- en architectenbureaus, o.a. als ontwerper stedenbouw en landschap bij Juurlink en Geluk. In 2010 start hij zijn eigen architectenbureau Bloot Architecture. Hij was overall winnaar van de Jonge Architectenprijs 2014.
2 en 3. Ecopassage de Schie. De voetgangersbrug over de Zweth vormt een nieuwe verbinding tussen de aanwezige struinpaden in Midden-Delfland. Struinpaden zijn subtiel herkenbare onverharde routes die meanderen door het landschap. De vrijheid en subtiliteit van deze paden liggen ten grondslag aan de brug. De brug is een slanke lijn in het landschap;  herkenbaar, maar subtiel. Door de introductie van een diagonaal in het bovenaanzicht van de brug gezien, ontstaat er een meanderend pad over de brug heen. Je beweegt van links naar rechts over de brug, waarbij er levels in de brug ontstaan waarop je kunt zitten, over het water kan uitkijken en waarop gespeeld kan worden. Prijsvraagontwerp i.s.m. Nederhout.
4. Markering geboortehuis Erasmus Een eigentijds open huis dat uitnodigt tot gebruik doordat je er kan zitten en doordat de openbare ruimte door het object heen vloeit. Tussen het verleiden, vermaak en de educatieve waarde, zit nog een laag verweven. Namelijk die van de toerist in het licht van Erasmus, de wereldburger. Het huis van Erasmus als een  universeel thuis in de stad.
5. Raad van de Kinderbescherming. Interieur voor de nieuwe huisvesting van de Raad van de Kinderbescherming in een leegstaand gedeelte van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht. Met een klein budget is de bedompte jaren 80 uitbreiding getransformeerd naar een frisse, lichte en kindvriendelijke omgeving.
6-9. Transformatie Boshuis. Bovenop een recreatiewoning uit de jaren 50 staat een sculpturale, compacte en duurzame woninguitbreiding. Vanuit het bestaande  bouwwerk klimt de uitbreiding omhoog en past met zijn schuine daken en wanden precies binnen de kaders van het bestemmingsplan. De opbouw en het interieur zijn op maat gesneden voor het gewenste gebruik en zo compact mogelijk ontworpen. De bedden en opslagruimten zijn ingebouwd. De dakopbouw biedt plaats aan twee slaapkamers en een overloop met wasmeubel van  waaruit je toegang hebt tot het bestaande dak, met weids uitzicht op de flora en fauna van de Achterhoek • Foto’s Jeroen Musch.

ArchitectuurNL 06 2015

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.